zeche

image_pdfimage_print

Zeche N1

Het verhaal van deze Zeche begint al in 1855, maar het graafwerk startte pas in 1912. Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog liep het delven van steenkool echter aanzienlijke vertraging op. Pas vanaf 1915, volop in de oorlogsjaren, werd er steenkool naar boven gehaald vanaf een diepte van bijna 400 meter. Vlak na de oorlog werd de tweede schacht in gebruik genomen. Samen met de andere schachten van de mijn, werd er in de topjaren (jaren 1980) tot bijna 3 miljoen ton steenkool aan de aarde onttrokken door meer dan 4000 mijnwerkers… Vanaf die periode begon het succes van de mijn echter te tanen.

Begin jaren 2000 werden de dagfaciliteiten van schacht 3 volledig afgebroken. Van 2003 tot 2005 werden de dagfaciliteiten van Zeche N1 volledig gesloopt, met uitzondering van de hoofdframes 1 en 2 evenals het machinepark (energiecentrale) en het gebouw van de voormalige mijnstuw, waaraan het gaswinningssysteem is bevestigd. Deze moeten als industriële monumenten worden bewaard. De Zeche N4 even verderop is nog steeds volledig bewaard.

Bekijk ook de reeks over de 4de schacht van dit mijnbedrijf: Zeche N4

 

 

Zeche W

Aan het begin van de 20ste eeuw verwierf de Pruisische Staat een aantal grote velden in het noordelijke Ruhrgebied. AG Recklinghausen, waarvan het meerderheidsbelang in handen was van de staat, begon vanaf 1902 met het boren van de eerste putten. In 1910 ging de mijn in bedrijf. In 1912 werd bovendien een cokesfabriek in gebruik genomen. De mijn ontwikkelde zich economisch veelbelovend. Al in 1920 werd de limiet van 1 miljoen ton jaarproductie overschreden. Aan het einde van de jaren 1920 werd de mijn een eerste maal overgenomen en kwam zo in volle eigendom van Hibernia AG. Er volgden tal van uitbreidingen en moderniseringen aan het mijnbedrijf. 

De voortdurende oorlogsvoering zorgde ervoor dat het werk halverwege WOII tot stilstand kwam. Na de Tweede Wereldoorlog begon Hibernia AG met een uitgebreid moderniseringsprogramma, hetgeen in 1956 leidde tot de bouw van deze nieuwe centrale transportschacht, uitgerust met 2 volautomatische transporteurs. De betonnen hijstoren, gebouwd in 1960, werd in gebruik genomen in 1961. De uitgebreide rationaliseringsmaatregelen leidden tot een jaarlijkse productie ​​van meer dan 3 miljoen ton. Vanaf het einde van de jaren 1960 volgden er opnieuw enkele overnames en fusioneringen. Eind 2008 werd de kolenmijn gesloten met het ophalen van de laatste steenkool. De mijn is tot op de dag van vandaag volledig bewaard gebleven en werd zelfs tot monument uitgeroepen.

 

 

Zeche M

De oorkonde voor de uitbating van deze steenkoolmijn in het Duitse Ruhrgebied, werd uitgereikt in het begin van de jaren 1860. Het zou echter nog 40 jaar duren vooraleer er in dit bijna 100 km² grote ontginningsgebied voor het eerst testboringen zouden worden uitgevoerd. Vanaf 1912 begon de feitelijk ontginning van Zeche M, waar antraciet gedolven werd. Er werd gedolven op dieptes die varieerden tussen 350 en 850 meter. Tijdens de topjaren werd er jaarlijks 2,5 miljoen ton antraciet gewonnen door ruim 8000 werknemers.

Precies 100 jaar na de start van de ontginning werd de mijn stilgelegd. Een groot deel van de gebouwen werd inmiddels gesloopt. Het is niet geheel duidelijk of op termijn alles gesloopt zal worden. Alles wijst er op dat dit gebouw met de monumentale loonhal en de zalen met de typische mandjes behouden blijft… Tijdens ons bezoek werd het gebouw alleszins nog steeds verwarmd.

 

 

Scroll Up