transport

image_pdfimage_print

Jungle Ambulance

Ik blijf nog even in de categorie “transport” met deze oude, vervallen ziekenwagen. Veel kan ik er niet over vertellen, vrees ik. Mijn eerste indruk is dat het gaat om een legervoertuig van de jaren 1950. Merk en model kon ik niet achterhalen. Het gevaarte staat opgesteld in een stuk bos, dat aansluit op de achtertuinen van de omliggende villa’s. Het ziet er niet naar uit dat hij nog te redden is. De kans is dus reëel dat dit prachtige stukje militaire geschiedenis mettertijd bij het schroot belandt…

Ik hoorde vooraf verhalen van mensen die een lange tijd hadden moeten zoeken, vooraleer ze de ziekenwagen konden vinden in het bos. Ik had waarschijnlijk geluk, want ik liep er meteen op af.

 

 

Volvo Paradise

Ik blijf nog even in de Volvo’s. Na de reeks over de Volvo Workshop van een maand geleden, kwam ik in dit stukje Ardennen opnieuw een collectie Volvo’s tegen. Deze klassiekers staan in een stukje bos achter een autohandel. De zaak is gespecialiseerd in de restauratie van oldtimers. In de toonzaal staat een volledig gerestaureerd exemplaar van de Volvo PV540 van 1963. In het bosje staan er twee naast elkaar. Deze twee exemplaren dienden wellicht voor het recupereren van onderdelen.

Verder staat er ook nog een mooie Volvo P1800S. Nu ja, mooi geweest… Die dateert wellicht ook van ergens halverwege de jaren 1960. De rest van de auto’s die er nog staan, zijn van latere datum. Uiteraard mag in de collectie geen exemplaar van de DAF ontbreken. Volvo nam de tak personenwagens van dit merk over in 1974 en integreerde het in de eigen collectie.

Voor de liefhebbers van klassieke auto’s is dit een erg leuke ontdekking.

 

 

Atelier Central

We treffen ze graag aan, de kunstwerken van Klaas Van der Linden. Deze keer deed hij zijn ding in een verlaten werkplaats van de Belgische spoorwegmaatschappij. Het oudste deel van dit reparatie-atelier werd opgericht in de jaren 1880. Aanvankelijk stond het in voor de herstelling van stoomlocomotieven en goederenwagens. Later evolueerde die opdracht naar nazicht en herstellingswerk van verscheidene types van goederenwagens. Soms bouwde men er zelfs volledige nieuwe wagens. Een bijkomende functie bestond uit de fabricage, opslag en verdeling van allerlei wisselstukken.

In de loop van 2019 werden de werkplaatsen volledig verlaten. De stad onderhandelt momenteel met de spoorwegmaatschappij over de aankoop van de gronden. De bedoeling is om op het 12 hectare grote terrein een nieuw stadsontwikkelingsproject te realiseren.

Ondertussen zijn de gebouwen grotendeels leeggemaakt, op enkele machines na. Een blank canvas dus voor vele knoeiers, gewapend met verfbussen. Maar gelukkig ook voor de sporadische graffitikunstenaar, zoals Klaas Van der Linden. Hij liet er enkele van zijn inmiddels gekende skeletten achter. Enkele nonchalant achtergelaten locomotieven zou leuk geweest zijn. Maar zelfs leeg blijven de gigantische loodsen erg indrukwekkend.

Meer werken van Klaas Van der Linden vind je in de reeksen ‘Filature Nouvelle Orleans‘ en ‘Skeleton Factory‘.

 

Volvo Workshop

In deze loods staan acht vintage Volvo’s stof te verzamelen. De twee meest opmerkelijke modellen in de collectie, zijn twee Volvo’s P1200/P120 Amazon. De Zweedse autobouwer produceerde dit model van 1957 tot 1967. Even later bracht Volvo eenzelfde model in tweedeurs versie uit, dat een aanzienlijke grotere populariteit genoot omwille van de “sportievere” look en feel. De Amazon was het eerste model dat Volvo op de markt bracht met een ponton-carrosserie.

De andere auto’s in de loods zijn jongere exemplaren. Het zijn veelal stationwagens van de jaren 1980.

De loods is niet ingericht als een professionele garage, hetgeen laat vermoeden dat de eigenaar een amateur garagist is met een voorliefde voor klassieke Volvo’s.

 

 

 

Old & Rusty

Ergens een oude auto aantreffen, maakt de dag altijd goed. Vooral wanneer het zo’n mooie oldtimer is. Dit oude karretje, staat ergens eenzaam achtergelaten op een bospaadje weg te roesten… Hoe, wat, wanneer, waarom? Geen idee… Dit valt niet sensu stricto onder urbex. Het domein waar het wagentje staat, is immers niet verlaten. Gelukkig ben ik geen aanhanger van de “enge” definitie van urbex.

De auto in kwestie is een Peugeot 201 Torpédo Commercial van 1930. De Peugeot 201, het eerste model van Peugeot met 3 cijfers met 0 in het midden, werd gelanceerd op het autosalon van 1929. Het publiek was meteen gewonnen. De receptie overtrof alle verwachtingen van Peugeot. Op 1 maart 1930 waren er al 5.000 bestellingen geregistreerd en de productiesnelheid bleef stijgen. Dankzij de Peugeot 201 heeft Peugeot de status van kleine industrieel achter zich kunnen laten en is dankzij deze auto uitgegroeid tot een van de belangrijkste spelers in de autowereld.

 

 

Old Blue

Wie mijn urbexavonturen zo’n beetje volgt, weet inmiddels wel dat ik geen fan ben van het bezoeken van verlaten huisjes. Maar zo heel af en toe kom je in de schuur bij zo’n huisje wel eens op een aangename verrassing uit. Zoals hier bijvoorbeeld. Het huisje stelde helemaal niks voor, maar in het achterliggende schuurtje vonden we deze prachtige Citroën C3 Trefle van halverwege de jaren 1920.

Van de Citroën Type C werden tussen 1922 en 1926 zo’n 81.000 exemplaren, in diverse varianten vervaardigd. Het ontwerp van Edmond Moyet kenmerkte zich door een bijzonder gevormde achterzijde. Die leverde de auto de bijnaam “kippekont” op. Vreemd genoeg hadden de eerste Type C’s slechts één deur, aan de passagierskant, want aan de chauffeurszijde bevond zich het reservewiel.

De Type C werd in 1923 opgevolgd door de twee-zits C2. Deze werd gebouwd op het zelfde 2,25 m lange chassis als de Type C. In 1924 werd deze C3 geïntroduceerd op een 10 cm langer chassis. De C3 werd ook “Trefle” (klaverblad) genoemd en had plaats voor een derde persoon achterin. Hoewel een groot succes, bleek de Type C serie niet erg winstgevend. Citroën staakte de productie van deze auto’s dan ook in 1926.

Geen informatie te vinden over het hoe, wat en waarom deze magnifieke klassieker hier aan haar lot werd overgelaten. Laten we hopen dat de rechtmatige eigenaar snel opdaagt om haar tot haar volle glorie te restaureren, vooraleer dieven, vandalen en ander uitschot haar weten te vinden…

 

 

Tangerine Dream

Tja, wat kan ik hierover vertellen? Een oude, afgetakelde Volkswagen Kever in een al even oude en afgetakelde garage ergens in the middle of nowhere. Hoeveel foto’s kan je daar van maken? Wel, blijkbaar toch een achttal…

 

 

Paper Cutter

Dit vliegtuig, vrij onbekend voor het grote publiek, werd gebouwd in de Hurel-Dubois-fabrieken van Meudon. Er werden slechts 8 exemplaren van gebouwd. Met de specifieke low-speed vluchtkarakteristieken, de stabiliteit en het lange bereik, is het toestel speciaal gebouwd voor het National Geographic Institute. Het toestel heeft een bijzonder lange overspanning (46 meter). Het is uitgerust met Wright Cyclone-stermotoren, waardoor het specifieke geluid bijzonder herkenbaar is.

Dit specifieke vliegtuig, uitgerust met verticale en schuine camera’s, werd gebruikt om Noord-Afrika en de overzeese gebieden in kaart te brengen. Cartografen en fotografen profiteerden ten volle van de grote stabiliteit van het vliegtuig tijdens de vlucht. Het toestel staat nu al geruime tijd aan de grond. Een groep enthousiastelingen zet zich momenteel in om het vliegtuig te restaureren en weer luchtwaardig te maken.

Slechts twee exemplaren van dit vliegtuig, met de bijnaam “paper cutter”, zijn nog steeds operationeel.

 

 

Old Iron

Ergens temidden van de Waalse graanvelden staan twee onooglijke schuurtjes. Je zou geen moment vermoeden dat ze een schat aan prachtige klassieke auto’s herbergen… Ik trof er onder meer een oude Mercedes Benz 200 van einde jaren 1960, een “Baader Meinhof Wagen” (BMW 2002 ti) van begin jaren 1970 en een originele Mini Cooper aan. Het absolute pronkstuk van de collectie (voor mijn persoonlijke smaak) is echter toch wel de Citroën C4 van 1930. Ook de Renault Juvaquatre van 1939 en de Chevrolet Styleline Deluxe van begin jaren 1950 zijn bijzondere en opvallende stukken…

Wat de geschiedenis van deze wagens is en waarom ze in deze godverlaten schuurtjes staan op te roesten, is een volkomen raadsel. Volgens de geruchten zouden ze eigendom zijn van de uitbater van de nabijgelegen garage/tankstation. Misschien (hopelijk) heeft hij nog plannen om deze klassiekers te restaureren…

 

 

Wattman

Dit nog steeds actieve tram-depot werd gebouwd in 1915. Van het oorspronkelijke depot is vandaag niet veel meer te zien. In de loop der jaren breidde het uit tot een modern onderhoudsdepot voor al de trams en bussen van de stad. De omvang van het depot blijkt niet alleen uit de oppervlakte die het inneemt. Het was ook een belangrijke speler in de ontwikkeling van de hoogspanningsleidingen. De site heeft de capaciteit om zijn eigen elektriciteit (2400 KW) te produceren om de stroomvoorziening van het net te versterken.

Op een zijspoor van het depot staan enkele uitgerangeerde trams. Wellicht worden ze bewaard voor eventuele onderdelen en wisselstukken voor de trams in het museum dat aan de site verbonden is. De oude trams die hier staan, waren van oorsprong geen nieuw gebouwde trams, maar omgebouwde S-trams. Het ombouwprogramma startte in 1978. Het werd in 1988 gestaakt, toen de meeste tramlijnen rond de stad werden opgeheven. Kort erna werden deze trams helemaal uit reizigersdienst gehaald.

 

 

Control Tower

Van wat ooit een van de belangrijkste rangeerstations van België moest worden, blijft vandaag nog slechts een schim over. Montzen Gare werd opgericht tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hoewel het bij aanvang zowel personen- als goederentransport zou verzorgen, spitste het zich in de loop der tijd steeds meer toe op goederenvervoer, om vanaf halverwege de jaren 1950 zelfs uitsluitend op goederentransport over te schakelen. Omwille van de steeds groeiende activiteit op de rangeersite, werd er beslist een hoge toren te bouwen, van waaruit men een overzicht over alle lijnen kon bewaren. Begin jaren 1970 werden de bouwwerken aangevat. Toch kon het station op langere termijn zijn sterke positie niet handhaven en moest het steeds meer aan relevantie inboeten. Tegen het einde van de jaren 1990 was alle activiteit er stilgevallen en werd het station verlaten. Vandaag worden nog slechts twee spoorlijnen bereden en zelfs dan slechts sporadisch…

 

 

Fawlty Forest

In dit stukje bos val je van de ene verbazing in de andere… Vanaf de straat ziet het eruit als een stukje ongerepte natuur, maar schijn bedriegt. Als het niet was voor het oude, verroeste poortje dat de aandacht trekt, zou je er zo voorbij lopen… Eens je achter dat poortje bent en wat dieper het bos in wandelt, kom je eerst bij een schuurtje uit. Daar staan een oude tractor en een Peugeot 205 geparkeerd. Nog een eindje verder, loop je op het roestende karkas van een bus en vanaf daar begint de pret pas echt. Verderop in het bos staan nog een hele resem Peugeot 205’s her en der over het bos verspreid en als kers op de taart vind je in de verste uithoek van het bos nog drie weg roestende BMW’s… Het urbexhart maakt een klein sprongetje bij het zien van zoveel moois!

 

 

All American Boys

Sommige van deze verlaten Amerikaanse auto’s, limousines, trucks en vans lijken klaar om elk moment te vertrekken, terwijl anderen al in een gevorderde staat van ontbinding zijn… Vooral de GMC ziekenwagen was een eye catcher. De rode sportwagen staat er wellicht te wachten op een koper. Een leuke vondst voor de liefhebbers van verlaten voertuigen…

 

 

Charbonnage du Renard

De Charbonnage du Renard is een voormalig steenkoolbedrijf in de Belgische regio Luik. Aanvankelijk bescheiden, werd de maatschappij door haar opeenvolgende aanwinsten tijdens de negentiende en twintigste eeuw een van de machtigste en grootste steenkoolbedrijven in de regio.

De eerste bekende koolmijnexploitatie in het gebied dateert van het einde van de 16de eeuw. De mijn kwam echter pas echt tot ontwikkeling omstreeks 1825. Door systematische uitbreidingen bereikte de concessie toen een totale oppervlakte van op 208 ha. Het jaarlijkse productierecord werd bereikt tegen einde jaren 1930, met 620 000 ton steenkool, gedolven over een jaar met een personeelsbezetting van ongeveer 2.100 man. De jaarlijkse productie daalt tot 244.000 ton tijdens WOII. De laatste uitbreidingen vinden plaats in 1939, waarmee de concessie van het bedrijf ongeveer 900 hectare groot was. Het belangrijkste operationele centrum van het steenkoolbedrijf werd gesloten in 1967. Twee jaar later werd ook de steenkoolwinning in deze zetel stopgezet.

Het enige nog resterende gebouw, is het “douchegebouw”, waar de mijnwerkers zich konden omkleden en douchen na het werk. Het gebouw bevat ook een beperkt administratief gedeelte, de ziekenboeg en de loonhal. Na de sluiting van de mijn werd het gebouw in gebruik genomen door een garagist. In de loonhal en de kelders van het gebouw staan nog tientallen autowrakken, voornamelijk van het merk Ford. In de zomer van 2011 ontstond er enige beroering, toen bekend gemaakt werd dat een projectontwikkelaar het terrein wou verkavelen om er 100 woningen op te richten. Aangezien de bodem sterk vervuild is met zware metalen (lood en kwik), liep het project spaak op de volstrekt ontoereikende maatregelen die voorgesteld werden om de bodem te saneren…

 

 

 

Lost in the Pine Cones

Langsheen een drukke baan in het meest zuidelijke deel van België troffen we enkele compleet vervallen huisjes aan met een loods. Wat hier gebeurde dat maakte dat de eigenaars met de noorderzon vertrokken, valt niet te achterhalen. De huisjes waren al grotendeels ingestort. Ze waren alleszins in te slechte staat om ze nog op een enigszins veilige manier te kunnen betreden.

De loods leek een soort van autowerkplaats te zijn geweest. In de tuin en het bos achter de huisjes vonden we de carcassen van enkele oude auto’s, voornamelijk Citroëns. Verder ook een Volkswagen hippiebusje en enkele vrachtwagens en zelfs een legertruck. Het was een vrij kille ochtend en de zon probeerde hardnekkig door de mist tussen de slanke dennen heen te breken. Dit gaf het geheel een haast mystieke sfeer. Ik vraag me af of de foto’s die sfeer enigszins kunnen overbrengen…

 

 

Married to the Sea

Dit boorschip, gebouwd in 1982 door een Noorse scheepsbouwer, kan beschouwd worden als een varend booreiland. Het schip was in feite een geotechnisch schip. Het werd specifiek ontworpen om boringen en sonderingen te doen op zeediepten tot 3000 meter. Stalen boorpijpen zijn over zulke afstanden nauwelijks onder controle te houden. Daarom zette men hier licht materiaal van aluminium in. De scheepsmotoren bleven tijdens het boren draaien om het schip op zijn plaats te houden. Alles met het doel bodemmonsters te nemen.

Het materiaal werd in het laboratorium aan boord bestudeerd. De 44-koppige bemanning deed voornamelijk, maar niet uitsluitend, onderzoek naar de aanwezigheid van olie en gas in de Noordzee en voornamelijk ter hoogte van Noorwegen. Het schip zelf is 78 meter lang, 16 meter breed en heeft een diepgang van 8 meter. Het bruto gewicht bedraagt ruim 2750 ton.

Op het moment van mijn bezoek, was het schip duidelijk nog maar pas verlaten. Uit boorddocumenten bleek dat het eerder die maand nog volledig operationeel was. De verschillende kajuiten bevatten ook nog heel wat persoonlijke spullen van de crew, die blijkbaar inderhaast alles achterlieten…

 

 

Villa BMW

“Villa” BMW is in feite een piepklein portiershuisje met een grote garage waarin een oude BMW staat te verkommeren. Het portiershuisje behoort bij een grotere villa, die dieper in het domein gelegen is, maar die zodanig verkrot is dat de binnenkant al grotendeels ingestort is…

Van de geschiedenis van de villa en het bijhorende portiershuisje viel niets te achterhalen, laat staan van de BMW… Veel foto-opportuniteiten biedt het geheel ook niet. Leuk om mee te pikken voor wie in de buurt is, maar niet de moeite om een trip voor te plannen.

Inmiddels werd de BMW verwijderd. Werd hij weggehaald door de eigenaar, of werd hij gestolen? Reacties van boze buren lijken te wijzen op het laatste. Alleszins is met het verdwijnen van de BMW ook de aantrekkingskracht van de locatie verdwenen.

 

Chateau Hohner

De oorspronkelijke eigenaar van Chateau Hohner, een Brusselse ingenieur, was een man met een plan. Hij kocht het 45ha grote braakliggende terrein van de gemeente en had de ambitie om de tot dan toe dorre heidegronden vruchtbaar te maken. Midden in het gigantische terrein bouwde hij tussen 1882 en 1886 het kasteel in eclectische stijl. Het merkwaardige kasteel bestaat uit een hoge dominante constructie aan de voorzijde was en een lager aangebouwde lange vleugel. In de koopovereenkomst met de gemeente werd voorzien dat bij niet slagen van het opzet, het domein grotendeels gereserveerd zou blijven als bouwgrond. Dat bleek al snel een verstandige zet te zijn.

Omstreeks de eeuwwisseling werd het kasteel verkocht aan een ondernemer die er vervolgens een stoommelkerij en stoommolen inrichtte. Na de stopzetting van die bedrijvigheid omstreeks 1960 werd het goed verkocht en werd het volledig verkaveld. Het kasteel werd vervolgens opgedeeld in twee delen. Het hoofdgebouw werd bewoond door de familie zelf, terwijl de lagere aanbouw opgevat werd als conciërgewoning. Over de laatste bewoner valt weinig informatie terug te vinden. Het lijkt aannemelijk dat het om een garagist gaat, afgaande op de vele autowrakken- en onderdelen die over het hele domein en kasteel verspreid terug te vinden zijn…

 

 

Remise Monceau

Remise Monceau maakt deel uit van een goederenstation langs een spoorlijn die de Waalse industriestad Charleroi bedient. Monceau is een van de zes grote rangeerstations in België en heeft meer dan dertig verdeelsporen. Deze loods, in de noordwestelijke hoek van het terrein, was oorspronkelijk een werkplaats voor rijtuigen en locomotieven. Verschillende locomotieven van de reeksen 51, 62 en 73 stonden lange tijd weg te roesten binnen en buiten deze vervallen hangars, maar werden enkel jaren geleden weggehaald.

Ik bezocht deze plaats voor het eerst in 2015. Ik had toen nog geen degelijke camera en kende ook niet het belang van fotograferen in RAW. Het resultaat laat zich raden. Twee jaar later keerde ik terug om het bezoek nog eens over te doen. De lege loods raakt inmiddels steeds meer in verval en blijft daardoor een mooie plek om in rond te dwalen…

 

 

Usine Justice

Over deze locatie valt er maar bitter weinig te vertellen… Uit tweede hand kwam ik te weten dat de eigenaar van deze verloederde loods werd opgenomen in een rustoord. Zijn zonen, waarvan er eentje advocaat is (vandaar “Usine Justice”) houden de zaak nauwlettend in de gaten. De loods, die in bijzonder slechte staat is, bevat enkele mooie oldtimer auto’s en bussen en verder een hele hoop troep.

Er werden al meerdere “bezoekers” op heterdaad betrapt… Voor mezelf scheelde het trouwens ook maar een haar. Ik kon me. nog net op tijd in het struikgewas verstoppen toen de eigenaar op het terrein kwam.

 

 

Viva Lancia

In de achtertuin van deze verlaten woning in een rustige woonwijk val je van de ene verbazing in de andere. De door klimop en struiken overwoekerde tuin staat propvol met de karkassen van prachtige oldtimer Lancia’s. Er zijn verschillende modellen te vinden, van de sportieve tweezitter tot de luxueuze sedan. Hoe ze hier terecht kwamen en waarom zal wel een raadsel blijven…

De woning zelf was een puinhoop. Vanuit fotografisch perspectief absoluut niet interessant. Maar de tuin met de collectie Lancia’s maakte de trip de moeite waard. Op het moment van mijn bezoek baadde het geheel in een stralend lentezonnetje. Ook mooi meegenomen…

 

 

 

Lost in the Woods

Zo heel soms valt er over een locaties niets, maar dan ook echt helemaal niets boeiends te vertellen. Dit is zo’n locatie. Een stukje bos in the middle of nowhere, met daarin twee autowrakken, een Opel Kadet en een Lada 1200, omringd door een gigantische hoop troep, waaronder de overblijfselen van een stacaravan. Het goed was wellicht ooit een vakantieverblijf, maar werd duidelijk in zeven haasten achtergelaten…

Kort na mijn bezoek hier, kwam ik erachter dat een of andere imbeciel, gewapend met spuitbussen de locatie gevonden had. Ik zag foto’s op internet verschijnen waarop de Lada volledig beklad was met verf. De eigenaar heeft het terrein inmiddels opgeruimd. De autowrakken zijn verwijderd.

 

 

 

Biofuel Farm

Ook al zijn de meeste auto’s in en om deze oude boerderij in een bedroevende staat, is dit niet echt een verlaten locatie. De eigendom behoort toe aan een garagehouder. Hij gebruikt het huis en het erf om auto’s en onderdelen te stallen. De twee kevers op het binnenplein zien er uit alsof ze met een minimum aan opknapwerk zo weer de baan op kunnen. Hetzelfde geldt voor de magnifieke Chevy Impala. De boometende truck in de achtertuin staat dan weer in schril contrast. Het ziet er niet naar uit dat die eerstdaags nog ergens naartoe zal gaan… Hij was dan wel weer de aanleiding om de locatie ‘Biofuel Farm’ te noemen.

 

 

Patrol Boats

Het ontwerp van deze twee Patrol Boats is gebaseerd op een oorspronkelijk ontwerp voor een torpedojager. De Britse botenbouwer Vosper & Company uit Portchester bouwde deze boten voor de Deense marine. Ze werden gebouwd omstreeks 1954 en maken deel uit van de “Søløven Klasse”. Dat is de ietwat kleinere en goedkopere klasse die ontworpen werd voor export.

Drie Bristol Porteus turbinemotoren dreven de grotendeels uit hout gebouwde schepen aan. Ze konden een maximum vermogen van 10.500 PK konden genereren. De boten haalden hierdoor een snelheid van 49 knopen (ongeveer 90 km/u). De Patrol Boat heeft een lengte van 96 Ft (ongeveer 30 meter) en weegt 41 ton.

De boten lagen al decennia lang te verkommeren in het verlaten Lobroekdok. Het vervuilde slib en de wrakken werden uit het Lobroekdok verwijderd. De saneringswerken in het Lobroekdok zijn in mei 2017 gestart en werden afgerond in de loop van september 2019.

 

 

Expeditie Antarctica

Bijna 120 jaar geleden trok Adrien de Gerlache met de Belgica naar Antarctica. Sindsdien oefende de zuidpool een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit op België. Belgische wetenschappers bleven er tot eind jaren zestig actief. Na de sluiting (1961) van de in 1957 opgerichte Koning Boudewijnbasis, blijft de wetenschappelijke interesse voor de Zuidpool groot.

In 1963 wordt het Comité voor het Beheer van de Belgisch-Nederlandse Antarctica-expedities opgericht onder het voorzitterschap van Gaston de Gerlache. Op 21 januari 1964 komt de eerste Belgisch-Nederlandse expeditie, onder leiding van Luc Cabes, aan op de Koning Boudewijnbasis. Meteen wordt werk gemaakt van de bouw van een nieuwe basis. Ook de wetenschappelijke observaties, die drie jaar hebben stilgelegen, worden voortgezet. Men onderzoekt onder meer het weer, de ionosfeer, atmosferische elektriciteit, fauna en flora.

Tot 1967 is de nieuwe Koning Boudewijnbasis de draaischijf van het Belgische Antarctische programma. De tweede Belgisch-Nederlandse expeditie (waar gebruik werd gemaakt van deze snowcats) wordt geleid door Winoc Bogaerts. Tony Van Autenboer heeft het bevel over de laatste expeditie. In 1967 sluit de Koning Boudewijnbasis definitief haar deuren.

 

 

Depot de Sable

Dit bedrijf maakte deel uit van de site van HF6, de hoogoven die eind 2016 gesloopt werd. Het was meer bepaald het gedeelte van het hoogovenbedrijf dat instond voor het verwerken van de afvalstoffen die door de hoogoven geproduceerd werden, zoals “hoogovenslak”. Een belangrijke vorm van bijproducten zijn namelijk de vloeibare slakken. Deze vormen zich bij hoge temperaturen in de hoogovens en de staalfabriek.

De slakken afkomstig van de hoogoven kan men verwerken tot hoogovenzand. De cementindustrie gebruikt dit bijvoorbeeld als alternatief voor klinker. De vloeibare slakken afkomstig van de staalfabriek vormt men om tot LD-grind. Een en ander is afhankelijk van specifieke kenmerken zoals de viscositeit of de temperatuur. De wegenbouwsector gebruikt LD-grind als alternatieve grondstof voor porfier. Staalslak die niet kan worden omgevormd tot LD-grind, kan dienen voor de duurzame verharding van bijvoorbeeld wegen en opritten en zelfs voor waterbouwkundige werken, zoals de oeverversteviging van de Westerschelde.

Op het moment van mijn bezoek aan de hoogoven had ik niet door dat men dit als een afzonderlijke locatie beschouwde. Ik besteedde er dan ook niet veel aandacht aan. Pas achteraf realiseerde ik me de omvang en het belang van dit bedrijf binnen het bedrijf. Het resultaat is slechts een handvol beelden van het machinepark van dit bedrijf…

 

 

Orient Express

Dit is het koprijtuig van een drieledig dieselelektrisch stel type 654.02 uit 1936, gebouwd door Baume et Marpent. De 365 PK dieselmotor kon de trein tot een maximale snelheid van 120 km/u brengen. De Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen zette deze dieselmotorstellen oorspronkelijk vooral in op snelle, interstedelijke verbindingen. Deze trein werd op 8 november 1966 uit dienst genomen. Het rijtuig in kwestie is eerste-klasse-rijtuig. Van het drieledige treinstel is alleen het rijtuig met de motorkamer en stuurcabine bewaard gebleven. De beide andere rijtuigen werden gesloopt.

Achter het 654.02-rijtuig bevond zich een zogenaamd “blokrijtuig”. Het werd in 1907 gebouwd door het Atelier de la Dyle et Bacalan. Nadat het voertuig in 1954 uit dienst werd genomen, bouwde de NMBS het om tot slaapwagon bij een werktrein. Het blokrijtuig leidde zo nog een tweede leven tot het op 18 februari 1981 definitief uit dienst werd genomen.

Een derde en laatste voertuig is een houten goederenwagon van het bouwjaar 1911. Deze wagon met een laadvermogen van 10 ton werd op 31 augustus 1983 uit dienst genomen. Van deze laatste wagon vind je in deze reeks geen foto’s.

Vanzelfsprekend heeft geen van deze treinstellen iets te maken met de originele Orient Express. De luxueuze fluwelen afwerking van koprijtuig inspireerde de vinders om hem “Orient Express” te noemen. Al ten tijde van mijn bezoek in 2016 bevonden deze drie treinstellen zich in gevorderde staat van ontbinding. Ze stonden dan ook al jaar en dag weg te roesten onder de blote hemel.

 

 

 

 

Scroll Up