staalindustrie

Four de C.

Deze staalfabriek werd in 1853 gesticht. Toen de eigenaar omwille van de hoge financiële eisen voor de aanleg van een spoorlijn aan de rand van het faillissement stond, werd hij gered met de financiële hulp van een accountant binnen zijn bedrijf. Na de dood van de stichter in 1880 heeft hij het bedrijf nagelaten aan die accountant, die onder zijn naam het bedrijf groot maakte. Tegen 1897 had het bedrijf 1200 werknemers in dienst. Tegen 1913 beschikte het bedrijf over twee hoogovens, twee batterijen van 41 cokesovens; twee staalfabrieken, walserijen, smederijen, werkplaatsen enz. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de fabriek ontmanteld en gesloopt, maar vanaf 1919 werd ze heropgebouwd met nieuwe hoogovens en cokesovens met een productiecapaciteit van 200,00 ton ijzer per jaar. Tijdens het interbellum zouden er nog meer uitbreidingen aan de fabriek plaatsvinden. Het bedrijf bloeide tot in de jaren 1970, maar werd vanaf dan, net zoals andere staalindustrieën getroffen door de staalcrisis. Het aantal werknemers werd herleid tot één derde. Het bedrijf kende vanaf dan een opeenvolging van overnames en fusies. De huidige eigenaar, een Russische partner van de laatste overnemer, produceert er sinds 2016 warm en koudgewalst staal.

 

 

Terre Rouge

Terre Rouge, genoemd naar de rode kleur van de ijzerhoudende grond, was een van de grote spelers in de ijzerertsindustrie in Luxemburg en zelfs in Europa. De geschiedenis van de site neemt een aanvang omstreeks 1870 met de bouw van de “Usine Brasseur”, waar de twee eerste hoogovens gebouwd werden onder auspiciën van de “Société Anonyme des Hauts-fourneaux Luxembourgeois”. Op de site werd door 10 verschillende mijnbedrijven ijzererts ontgonnen, eerst bovengronds, later uit ondergrondse galerijen. In 1937 werd het bedrijf opgeslokt door ARBED (Aciéries Réunies de Burbach-Eich-Dudelange). Nog later werd het bedrijf overgenomen door de groep ArcelorMittal. In de jaren 1950 ontdekte men dat de gassen, die vrijkwamen bij het smelten van ijzer tijdens de staalproductie, konden worden gebruikt om elektriciteit te produceren. De Centrale Thermique werd daarom in 1951 gebouwd om deze revolutionaire techniek te exploiteren. In de jaren 1970 zag Luxemburg de staalindustrie krimpen en de hoogovens in de hele regio begonnen te sluiten. Een dag nadat de laatste hoogoven in 1977 werd stilgelegd, werd ook de hele fabriek gesloten. De hoogovens werden inmiddels afgebroken. Tegenwoordig zijn alleen de ijzerertssilo’s en het lege gebouw van de krachtcentrale er nog, verlaten en ernstig in verval.

 

 

Wet Dogs Plant

Soms vraag je je af hoe locaties aan hun naam komen. Waarom iemand deze oude krachtcentrale met de naam “Wet Dogs Plant” bedacht, is me een raadsel. De hoogoven, waar deze krachtcentrale deel van uitmaakte, lag al van 2008 stil, maar het nieuws van de definitieve sluiting kwam er pas in 2012. De bedrijvigheid op deze site ging van start in 1836. Zoals wel vaker gebeurt in de staalindustrie volgden er in de loop van de geschiedenis van de fabriek verscheidene fusies en overnames, tot de fabriek in 2001 uiteindelijk in Italiaanse handen kwam. Deze Italiaanse groep stopte in 2008 echter met de productie van primair staal. Er werd nog naar een overnemer gezocht, maar die werd niet gevonden. In 2012 viel het doek definitief over de fabriek. In de oude krachtcentrale werd gerecupereerd wat nog bruikbaar was, maar te oordelen naar de dikke laag stof die alles bedekt, werd er sedertdien nog maar weinig verplaatst…

 

 

Heavy Metal (revisit)

Mijn eerste bezoek aan deze staalgigant dateert alweer van meer dan twee jaar geleden. Ik was zodanig onder de indruk van deze enorme fabriek, dat ik er letterlijk met open mond rondliep… De voorbije twee jaar hebben koperdieven hier vreselijk veel schade aangericht door de bedrading te ontmantelen om het koper er uit te halen. Ze hebben inmiddels wel tonnen koper en andere metalen gestolen… Ze waren trouwens nog steeds bezig toen we er deze keer waren! Gelukkig hebben ze ons niet te veel lastig gevallen. Ze waren zelfs galant genoeg om uit onze schots te blijven. 🙂 Ondanks alle schade is deze verlaten staalfabriek nog steeds met stip de meest indrukwekkende industriële site die ik tot nu toe heb gezien. Als je net zoveel van roest en stof houdt als ik, zal je dit geweldig vinden!

 

 

Black Cokes

Deze cokesfabriek werd begin jaren 1950 opgericht om de hoogovens in de omgeving van cokes te voorzien. De cokes worden geproduceerd uit de droge destillatie van steenkool, die in een zuurstofvrije omgeving indirect verwarmd wordt tot ongeveer 1000 graden en ontdaan wordt de ongewenste restproducten (waterstofgas, methaan, benzeen en teer). Cokes wordt voornamelijk ingezet om ijzererts in een hoogoven te reduceren tot ruw ijzer. De fabriek besloeg een oppervlakte van 17 ha. En werd in 1981 nog met een extra ovenbatterij uitgebreid tot een totaal van 122 ovens. De productiecapaciteit bedroeg toen 750 kton/jaar. Tijdens de jaren 1990 werden er nog vernieuwingen uitgevoerd aan de ovens, maar na de overname in 2001 wenste de nieuwe uitbater niet meer te investeren in de noodzakelijke aanpassingen om vele klachten omtrent milieuvervuiling te ondervangen. Begin 2008 werd de laatste oven stilgelegd en sloot de cokesfabriek. In 2014 begon men met de sloop van de installaties. Daarna is voorzien in de sanering van de zwaar vervuilde bodem.

 

 

Brains Tower

Door de toenemende vraag naar cokes in de staalindustrie en de daaruit voortvloeiende stijgende prijzen, ging men op zoek naar een meer kostenefficiënte techniek. Deze werd gevonden door het injecteren van verpulverde steenkool (Pulverized Coal Injection) als vervanger voor de tot dan gebruikte zware olie in het smeltproces. Verpulverde kolen worden in de primaire luchttoevoer gemengd en in de hoogoven geblazen. Het meest opmerkelijke aspect van deze methode is dat het mogelijk is om goedkopere kolen te gebruiken in het systeem en dure cokes te vervangen, waardoor de kosten aanzienlijk worden verlaagd. Het procédé werd ontwikkeld in de 19e eeuw, maar werd pas in de jaren zeventig industrieel geïmplementeerd. In deze hoogoven werd de methode pas ingevoerd halverwege de jaren 1990. In deze fabriek werd tot de sluiting van de nabijgelegen hoogoven in 2008 poederkool geproduceerd.

 

 

Trainworks

Deze site, die deel uitmaakt van de staalindustrie die in deze stad actief was, bestaat voor het grootste deel uit twee gigantische ateliers, waar men instond voor het onderhoud van de treinwagons die ingezet werden in de staalproductie. De ateliers zijn voor het grootste deel leeggehaald (wat al niet was weggehaald door koperdieven). Nog slechts enkele her en der achtergelaten machines. Het administratieve gebouw echter, dat ook een niet onaanzienlijk deel van de site inneemt, is om duimen en vingers af te likken! Heerlijke decay in de inderhaast achtergelaten kantoren en archieven. Stof, schimmel, afbladderende verf,… Een uitgebreide site, dus ook een uitgebreide reeks foto’s. Enjoy!

 


 

Krachtstroom

Deze voormalige energiecentrale, gelinkt aan de nabijgelegen staalindustrie, werd bij de teloorgang van die staalindustrie obsoleet. Hoe lang het gebouw precies leeg staat, is niet duidelijk. Het werd inmiddels zo goed als volledig leeggehaald. Bij een eerste bezoek eind 2016 was wat er nog overbleef nog redelijk intact. De enige ingang was toen via een klein raampje op 4 meter boven de begane grond en dat was duidelijk een brug te ver voor vandalen en ander uitschot. Ondertussen zijn er meerdere en aanzienlijk makkelijkere ingangen “gecreëerd”, hetgeen zich dan ook meteen laat zien aan het toenemende vandalisme. Jammer… Maar voorlopig toch zeker nog het bekijken waard en het meest recente bezoek leverde dan ook nog enkele leuke plaatjes op.

 


 

Orange Factory

In deze fabriek werden de afvalstoffen van een nabijgelegen hoogoven verwerkt, meer specifiek werd er synthetisch grafiet geproduceerd uit het afval van de cokes die in de hoogoven gebruikt werden. Vanwege de relatieve zachtheid van het materiaal en de (zelf)smerende eigenschappen, wordt het in de elektrotechniek gebruikt in sleepcontacten, onder meer in elektromotoren (als koolborstels), in stroomafnemers en in potentiometers. Een andere toepassing is het gebruik als elektrodemateriaal in elektrochemische cellen, bijvoorbeeld bij de isolatie van aluminium uit bauxiet, of in elektrolyse van waterige oplossingen. Hoewel de milieuvergunning voor deze uitbating nog loopt tot 2025 werden de activiteiten al een hele tijd geleden stilgelegd. Door de malaise in de staalindustrie, waarbij de ene na de andere hoogoven werd stilgelegd, raakten immers ook alle geassocieerde bedrijven in de problemen…

 

 

Valve Garden

Op weg naar een verlaten industriële site probeerden we een kortere weg te vinden om ons doel te bereiken en stootten daarbij op dit gebouwtje met daarachter een hoop tanks, buizen en vooral kranen… Aangezien we ons midden tussen de staalindustrieën bevonden, is het redelijk veilig om aan te nemen dat ook deze Valve Garden iets met die staalindustrie te maken heeft gehad, maar ik zou niet bij benadering kunnen vertellen waartoe dit allemaal ooit gediend heeft. Ik was alleszins aangenaam verrast door de prachtige combinatie van het koude staal, de roest en het verval en dan de zachte kleuren die de herfst er overheen gestrooid heeft en hoop dat de foto’s dat kunnen overbrengen…

 

 

 

Usine Barbelée

Deze gigantische industriële site lijkt meerdere bedrijven te huisvesten. Het oudste en naar mijn persoonlijke smaak mooiste gedeelte was van oorsprong een van de steenkoolmijnen die de nabijgelegen staalfabrieken van brandstof moest voorzien. In de oudste gebouwen op het terrein zijn nog de sorteer- en wasinstallaties voor de steenkool te herkennen. Eén van deze oude gebouwen – duidelijk door brand geteisterd – herbergt een schat aan prachtige roest en verval. Een ander en groter deel van de site lijkt een stuk recenter en wijst eerder op een chemische bedrijvigheid. Dit deel van de site is duidelijk nog niet zo lang geleden verlaten. Het is een locatie met een vrij hoge risicofactor, gelet op de overvloedig aanwezige scheermesdraad en de immer alerte security, die constant aanwezig is op het terrein. Ik heb deze locatie inmiddels 3 keer bezocht (waarvan 1 keer een volledige dag) en heb nog steeds niet alles gezien… Een zéér indrukwekkende site alleszins, die men gerust meerdere keren kan bezoeken.

 


 

Control Room S Revisited

Ruim een jaar geleden bezocht ik deze oude staalwalserij voor het eerst. Toen leek het nog alsof de productie elk moment hervat kon worden. De elektriciteit werkte er nog en het constante gezoem van generatoren was steeds hoorbaar. Een jaar later is het duidelijk dat het hervatten van de productie uitgesloten is… De meeste machines en werktuigen werden er weggehaald en een groot stuk van het oudste gedeelte van de fabriek is inmiddels gesloopt. Gelukkig bleef er toch nog genoeg over om ons enkele uurtjes te vermaken. We kregen deze keer zelfs een mooi bewaard gebleven controlekamer te zien, die tijdens ons eerste bezoek verborgen was gebleven…

Klik hier voor de reportage van het eerste bezoek.

 

 

Remise Monceau

Remise Monceau maakt deel uit van een goederenstation langs een spoorlijn die een Waalse industriestad bedient. Het is een van de zes grote rangeerstations in België en heeft meer dan dertig verdeelsporen. Deze loods, in de noordwestelijke hoek van het terrein, was oorspronkelijk een werkplaats voor rijtuigen en locomotieven. Verschillende locomotieven van de reeksen 51, 62 en 73 stonden lange tijd weg te roesten binnen en buiten deze vervallen hangars, maar werden enkel jaren geleden weggehaald. De lege loods raakt inmiddels steeds meer in verval en blijft daardoor een mooie plek om in rond te dwalen…

 


 

Equinox

Deze ruimtetuig-achtige constructie is in feite een ‘gashouder’. Een gashouder (ook wel eens ‘gazometer’ genoemd) is een grote voorraadtank waarin natuurlijk gas of stadsgas onder bijna atmosferische druk en onder omgevingstemperatuur wordt opgeslagen. In de eerste helft van de twintigste eeuw was zo’n gashouder een gangbaar bouwwerk. Gashouders waren doorgaans cilindervormig en waren gemaakt van ijzer. Het volume van de tank past kan aangepast worden aan de hoeveelheid opgeslagen gas in de tank. Na de introductie van aardgas raakte het gebruik van de gashouders in onbruik en werden ze meestal enkel nog gebruikt om de druk van het gas in leidingen te balanceren. De druk wordt geregeld en bewaard door een container die telescopisch op en neer kan bewegen. Binnenin de tank wordt het gas ‘verzegeld’ door een systeem van communicerende vaten, rustend in een watertank, waarin het water zorgt voor een ‘zegel’, zodat het aanwezige gas niet kan ontsnappen.

 

 

Control Room S

Het bezoek aan deze “verlaten” fabriek was een vreemde gewaarwording. Ik kwam binnen langs een oud deel van het gebouw, met een veelbelovende mate van verval. kapotte ramen, houtrot, afbladderende verf,… Tot mijn grote verbazing stond het productiegedeelte van de fabriek hiermee in schril contrast. Het monotone gezoem van nog werkende generatoren en de alom aanwezige verlichting wekten de indruk dat de volgende ploeg arbeiders elk ogenblik aan de slag kon gaan… Nochtans lag ten tijde van mijn bezoek de productie al een tijdje stil vanwege de crisis in de staalindustrie. In deze fabriek werden immers grote, stalen rollers voor staalwalsen geproduceerd. Door het stilvallen van zo goed als al de omringende staalindustrie, kwam ook deze fabriek in de moeilijkheden. Personeel kon niet langer betaald worden en de productie viel helemaal stil. Het lot van de fabriek leek nog niet helemaal bezegeld, maar de toekomst zag er voor deze staalfabriek allerminst rooskleurig uit…

 


 

Masters of Steel

Ik kan jammer genoeg weinig vertellen over dit bedrijf. Het was een toeleveringsbedrijf in de staalindustrie waar grote, stalen rollers voor staalwalsen geproduceerd werden. Ten tijde van mijn bezoek daar, was het een “slapend” bedrijf. Het werd nog niet officieel of definitief stopgezet, maar de productie lag er al een hele tijd stil, omdat het bedrijf de arbeiders niet meer kon betalen. De productie kon op elk ogenblik terug opgestart worden. Dat bleek onder meer ook uit het feit dat de aanwezige machines in een ander deel van de fabriek nog onder stroom stonden. Over de verdere geschiedenis of over de onzekere toekomst van de fabriek, kon ik verder geen gegevens vinden…

 

 

Depot de Sable

Dit bedrijf maakte deel uit van de site van HF6, de hoogoven die eind 2016 gesloopt werd. Het was meer bepaald het gedeelte van het hoogovenbedrijf dat instond voor het verwerken van de afvalstoffen die door de hoogoven geproduceerd werden, zoals “hoogovenslak”. Een belangrijke vorm van bijproducten zijn namelijk de vloeibare slakken die bij hoge temperaturen worden gevormd in de hoogovens en de staalfabriek. De slakken afkomstig van de hoogoven kunnen verwerkt worden tot hoogovenzand, dat door de cementindustrie gebruikt wordt als alternatief voor klinker. De vloeibare slakken afkomstig van de staalfabriek kunnen, afhankelijk van specifieke kenmerken zoals de viscositeit of de temperatuur, worden omgevormd tot LD-grind. LD-grind wordt in de wegenbouw gebruikt als alternatieve grondstof voor porfier. Staalslak die niet kan worden omgevormd tot LD-grind, kan dienen voor de duurzame verharding van bijvoorbeeld wegen en opritten en zelfs voor waterbouwkundige werken, zoals de oeverversteviging van de Westerschelde.

Op het moment van mijn bezoek aan de hoogoven had ik niet door dat dit als een afzonderlijke locatie beschouwd werd. Ik besteedde er dan ook niet veel aandacht aan. Pas achteraf werd ik me bewust van de omvang en het belang van dit bedrijf binnen het bedrijf. Het resultaat is slechts een handvol beelden van het machinepark van dit bedrijf…

 

 

Heavy Metal

De Luikse staalindustrie is ouder dan België zelf. De geschiedenis ervan gaat terug tot 1817, wanneer de Engelsman John Cockerill in Seraing zijn eerste staalfabriek opricht om het staal voor zijn weefgetouwen te produceren. De volgende jaren breidt de staalindustrie zich verder uit en blijft groeien tot ze door de crisis begin jaren 1980 rake klappen te verduren krijgt. De Luikse staalindustrie wordt vanaf dan samengevoegd met die van Charleroi tot Cockerill Sambre. Fusies en kapitaalinjecties kunnen niet voorkomen dat in 2005 de twee hoogovens van de warmelijnproductie worden stilgelegd. In 2006 worden ze overgenomen door een Indische staalgigant, waardoor ArcelorMittal ontstaat. De hoogovens worden opnieuw in bedrijf gesteld, om nauwelijks twee jaar later alweer te sluiten omwille van de lage vraag naar staal. Even later wordt de staalwalserij Heavy Metal opnieuw geopend, maar door aanhoudende sociale conflicten worden de activiteiten in 2011 definitief stilgelegd. Er wordt nog een tijd lang onderhandeld over een sociaal plan, maar de activiteiten zouden nooit meer hervat worden. Het duurde niet lang voor koperdieven ook naar deze site hun weg vonden en er al het koper roofden, zoals ze dat voordien al deden in de twee hoogovens…

 

 

Scroll Up