school

image_pdfimage_print

Bernina’s Brother

Na een grote brand, die aan het einde van de 17de eeuw bijna 600 houten huizen verwoestte in het centrum van de stad, was dit prachtige herenhuis een van de zeldzame eerste stenen burgerlijke gebouwen van de stad. Het gebouw werd opgetrokken in Lodewijk XVI-stijl, een eerder sobere en symmetrische stijl, gekenmerkt door classicistische versieringen, zoals hier de houten dakkapellen en het driehoekige fronton. In de 19e eeuw vestigden de toenmalige eigenaars een katoenfabriek op de site, die dankzij een verstandig beheer en tijdige modernisering tijdens de Industriële revolutie uitgroeide tot een succesvol bedrijf. In het begin van de 20ste eeuw worden de gebouwen verkocht en herbestemd tot een vak- en ambachtschool die al snel van groot belang bleek te zijn voor de ontwikkeling van de textielindustrie van de stad. In 2008 trekken de laatste leerlingen weg uit deze historische gebouwen. Inmiddels werd het gehele complex verkocht aan een projectontwikkelaar, die er met respect voor de historische gebouwen een nieuw woonproject zal realiseren. Deze werken zijn momenteel volop aan de gang.

 

 

Pete’s Academy

De in 1982 in Ronse geboren graffiti-kunstenaar Pete One is al lang geen onbekende meer in de Belgische urbex-scene. In de westhoek waren in het verleden al tal van werken van zijn hand te bewonderen in verscheidene verlaten panden. “Pete’s School”, de oude, en inmiddels gesloopte verpleegsterschool in Ronse is wellicht één van de bekendste. Ook het inmiddels gerenoveerde “Petite Echelle”, een voormalige weverij en “Pete’s Hotel”, een eens luxueuze horecazaak zijn bekende “Pete One” ateliers.

In deze “Pete’s Academy”, een voormalig lager schooltje, treffen we ook weer enkele pareltjes aan in de herkenbare stijl van Pete One. Zoals steeds haalde hij ook voor deze werken zijn inspiratie in de Amerikaans popcultuur, met onder meer beelden van Kurt Cobain (Nirvana) en Chris Cornell (Soundgarden).

 

 

Institut de Pathologie

Door de toenemende studentenbevolking in de late jaren 1870 en de bij wet opgelegde verplichting om over voldoende ruimten voor practica en laboratoria te beschikken, voldeden de her en der verspreide gebouwen waar geneeskunde onderricht werd niet langer en diende zich de noodzaak aan om nieuwe, aangepaste gebouwen op te richten. Achter het reeds bestaande gasthuis werd door de universiteit een domein met tuin aangekocht van een adellijke familie. Dank zij een schenking van de ultramontaanse bisschop van Luik kon nog datzelfde jaar worden gestart met de opmaak van de plannen. Voor het ontwerp werd beroep gedaan op een jonge hoogleraar verbonden aan de Faculteit Toegepaste Wetenschappen. Kort daarop werd de bouwaanvraag door de stad goedgekeurd en nog geen jaar later, in 1877, werd het instituut met veel luister ingehuldigd. Het instituut werd opgetrokken in neogotische stijl en omvatte een auditorium voor 200 studenten met aanleunend een dissectiezaal en was via het binnengebied rechtstreeks verbonden met het meer noordoostelijk gelegen gasthuis. In de loop der jaren werd het complex nog uitgebreid met auditoria, laboratoria en dissectiezalen. Sinds enkele jaren staat het gebouw grotendeels leeg. Het pathologisch instituut is tot op heden nog deels in gebruik.

 

 

Val Benoit

De universiteitssite van Val Benoit is een architecturaal geheel in modernistische stijl, dat zijn naam dankt aan het feit dat op deze plaats ooit een abdij van de orde der cisterciënzers gevestigd was, die er gesticht werd in de 13de eeuw. Ingevolge de Luikse Revolutie werd ze gedeeltelijk gesloopt. Gedurende te Tweede Wereldoorlog werd wat er nog van overbleef verwoest door bombardementen. Tussen 1930 en 1965 ontwikkelde de universiteit van Luik, op zoek naar uitbreidingsmogelijkheden voor de toename aan studenten, er een aantal faculteiten, waaronder dit instituut voor toegepaste chemie en metallurgie. Het gebouw werd in 1937 in aanwezigheid van Leopold III ingehuldigd. Vanaf 1967 week de universiteit stelselmatig uit naar de nieuwe, centrale site in Sart-Tilman. Vanaf 2006 werd de campus Val Benoit volledig verlaten. Sinds 2013 zijn er werken aan de gang om de volledige campus te rehabiliteren. Een deel zal door bedrijven worden ingenomen en een ander deel zal omgevormd worden tot studentenkamers.

 

 

Police Academy

Police Academy, zo genoemd omwille van de ligging ervan achter de kantoren van de lokale politiezone, is een afdeling van het Heilig-Hartcollege van Heist-op-den-Berg. De 1,44 ha grote site bevindt zich op het hoogste punt van de gemeente, achter het klooster van de Zusters Annonciaden, die de school in 1919 stichtten. Het schoolcomplex werd er opgericht in de jaren 1940. Het complex werd verkocht aan een projectontwikkelaar, die er 4,7 miljoen euro voor neertelde, om er plaats re ruimen voor de bouw van 85 nieuwbouwappartementen. De sloopwerken werden aangevat eind 2018…

 

 

Bibliopolis

Deze prachtige bibliotheek, die de naam Bibliopolis kreeg, is de schoolbibliotheek van een college dat in de eerste helft van de 17de eeuw werd opgericht. Het college was van katholieke signatuur en omvatte een kleuterschool, een lagere school, een hogeschool en een middelbare school. Oorspronkelijk was de onderwijsinstelling gereserveerd voor jongens, maar in de jaren 1980 werd ze opengesteld voor gemengd onderwijs en ontving vanaf dan zowel jongens als meisjes, in internaten, halfpension en dagschool. De bibliotheek zelf werd pas in de eerste helft van de 20ste eeuw aangebouwd en bevatte enkele merkwaardige stukken, waaronder een origineel exemplaar van de encyclopedie van Diderot et d’Alembert. Na jarenlange aanhoudende financiële problemen, moest het college in 2012 noodgedwongen de deuren sluiten. Het geheel raakte al snel in verval en in het bijzonder de bibliotheek werd slachtoffer van diefstallen en vandalisme. Waardevolle exemplaren van boeken verdwenen of werden vernield. Een plan om de school te heropenen werd in 2016 gestaakt, waarna het verval zienderogen toenam.

 


 

Owl School

Het minste wat men van deze Owl School kan zeggen, is dat ze een woelige geschiedenis heeft gekend. Het was de eerste Vlaamse normaalschool, opgericht in 1816 onder het bewind van Konin Willem I. Ze werd opgericht als “Rijkskweekschool” (een opleidingsinstituut voor onderwijzers), om het Nederlandstalig onderwijs naar een hoger kwaliteitsniveau te tillen. Er studeerden niet alleen Vlamingen, maar ook “kwekelingen” uit andere delen van Nederland, Wallonië en Luxemburg. De school kende een grote bloei. Na de Belgische Omwenteling werd ze overgenomen door de katholieke kerk, die er de onderwijzersopleiding verder zette. De school speelde een cruciale rol in de verdediging van het rijksonderwijs. Hoewel ze na de onderwijswet van 1842 terug een “rijksnormaalschool” werd, bleef de leiding in handen van priesters, omdat het in de praktijk geen sinecure bleek om degelijk opgeleide directeurs te vinden buiten de katholieke kerk. 

De oorspronkelijke schoolgebouwen werden tijdens de Eerste Wereldoorlog grotendeels verwoest. Dank zij de royale vergoedingen van de Duitse oorlogsschade zag men de kans om nieuwe, moderne gebouwen op te richten. De meeste huidige gebouwen dateren dan ook van 1926. Na de Tweede Wereldoorlog werd het aanbod uitgebreid naar een middelbare afdeling (opleiding tot regent). De school kende een grote bloei, maar zag niettemin een terugval na de schoolhervorming van 1970. In 2012 kwam er een einde aan het 195-jarig bestaan van de Rijksnormaalschool. De voornaamste reden was de verouderde infrastructuur. De stad ging op zoek naar een andere invulling van de site, met het opzet zoveel mogelijk van de historische gebouwen te bewaren. Een herbestemmingsproject zal de voormalige school omvormen naar een mix van functies: wonen, werken en kleinhandel. Vanaf januari 2019 zullen de werken van start gaan…

 

 

Lycee V

In 1865 oordeelde het toenmalige liberale stadsbestuur – mede onder invloed van het volop woedende proces van vrouwenemancipatie – dat de tijd rijp was voor een school voor hoger onderwijs voor meisjes. De katholieke oppositie verzette zich tegen wat zij beschouwden als een oord van goddeloosheid en een broeihaard voor het liberale gedachtegoed. Na twee jaar bekvechten werd toch ook door het bisdom het licht op groen gezet. Prompt werd een wedstrijd uitgeschreven, waarbij het ontwerp van twee Brusselse architecten als beste uit de bus kwam. In 1874 werd de bouwwerken aangevat en in 1876 werden ze voltooid. Het werd een markant gebouw, gekenmerkt door  de imposante pilasters, die een fors driehoekig fronton met brede kroonlijst ondersteunen, waarin het wapen van de stad prijkt. De klaslokalen situeren zich over twee etages rondom een met een glazen dak overdekte speelplaats. Na de fusie met een andere school, vertrokken de meisjes en werd er een tijdlang een verpleegstersschool in ondergebracht. Net voor het millennium werd het gebouw verkocht aan een publieke instelling en staat sedertdien leeg. De publieke instelling heeft de intentie hier haar maatschappelijke zetel onder te brengen en heeft daarvoor ook al de nodige vergunningen op zak, maar de aanvang van de werken laat ondertussen al sinds medio 2016 op zich wachten.

 

 

Scroll Up