power plant

image_pdfimage_print

Industrial Wanderer

Een van de belangrijkste industriële monumenten van deze Saksische metropool is deze in 1885 opgerichte fabriek. Honderd jaar geleden huisde hier een van de grootste autofabrikanten in Duitsland. De fabriek produceerde niet alleen auto’s, maar ook fietsen en motorfietsen. Na de Tweede Wereldoorlog ging de autoproductie verder onder de naam AUDI in een nabijgelegen stadje. In deze fabriek werden vanaf dan de machines gedemonteerd als onderdeel van het herstelwerk en naar de Sovjet-Unie gebracht. Vanaf de jaren 1950 werden hier onder andere kantoormachines, vliegtuigmotoren en hydraulische pompen geproduceerd. Vandaag blijven alleen de mooie, lege industriehallen staan, zoals deze industriële balzaal, ooit de krachtcentrale van de fabriek. Het ziet er jammer genoeg naar uit dat het gebouw wacht op de definitieve sloop…

 

 

 

Biomass Power Plant

Biomass Power Plant was een thermische elektriciteitscentrale, gebouwd in 1974 en in dienst genomen in 1976. De centrale had een totaal vermogen van 556 MWe, dat voornamelijk door twee stoomturbines gegenereerd werd. Deze turbines werden aangedreven door steenkool en biomassa. In 2012 krijgt de uitbater nog een milieuvergunning om 100% biomassa te verstoken. De centrale zou hierdoor aanspraak kunnen maken op “groenestroomcertificaten”. De uitbater zou hierdoor over een periode van 10 jaar een subsidie van 2,2 miljard euro kunnen binnenhalen, maar de nodige investeringen voor de reconversie raken nooit rond door problemen met de warmtewisselaar. Het Vlaams Energie Agentschap wijst de vraag om uitstel af, waardoor de centrale het uitzicht op de miljardensubsidie verliest en gedwongen de boeken neerlegt. Sinds april 2017 is Biomass Power Plant failliet en werd de oven stilgelegd. Daarmee verdween de laatste kolencentrale van België. De reeds vergunde sloop werd in 2018 nog uitgesteld en de centrale wordt nog een laatste keer opgestart om de winterse energieschaarste op te vangen. Ondertussen is de sloop op volle toeren…

 

 

Zeche N1

Het verhaal van deze Zeche begint al in 1855, maar het graafwerk startte pas in 1912. Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog liep het delven van steenkool echter aanzienlijke vertraging op. Pas vanaf 1915, volop in de oorlogsjaren, werd er steenkool naar boven gehaald vanaf een diepte van bijna 400 meter. Vlak na de oorlog werd de tweede schacht in gebruik genomen. Samen met de andere schachten van de mijn, werd er in de topjaren (jaren 1980) tot bijna 3 miljoen ton steenkool aan de aarde onttrokken door meer dan 4000 mijnwerkers… Vanaf die periode begon het succes van de mijn echter te tanen. Begin jaren 2000 werden de dagfaciliteiten van schacht 3 volledig afgebroken. Van 2003 tot 2005 werden de dagfaciliteiten van Zeche N1 volledig gesloopt, met uitzondering van de hoofdframes 1 en 2 evenals het machinepark (energiecentrale) en het gebouw van de voormalige mijnstuw, waaraan het gaswinningssysteem is bevestigd. Deze moeten als industriële monumenten worden bewaard. De Zeche N4 even verderop is nog steeds volledig bewaard.

Bekijk ook de reeks over de 4de schacht van dit mijnbedrijf: Zeche N4

 

 

Steam Power

Deze oude elektriciteitscentrale zorgde niet alleen voor de elektriciteitsvoorziening van de ruime omgeving, maar de stoom die hierbij gegenereerd werd, werd bovendien via een ondergronds buizenstelsel verspreid naar ruim 2500 particuliere gebouwen, waarvan de meeste private woningen, en zorgde zo voor de verwarming van die gebouwen. In 2008 werd de centrale buiten werking gesteld.

 

 

Diesel Farm

De elektriciteitscentrale ‘Diesel Farm’ opende de deuren in 1976. Gedurende bijna 40 jaar zou ze de belangrijkste producent van elektriciteit in de streek zijn. De centrale werd aangedreven door de verbranding van diesel en had een nominaal vermogen van 83 MegaWatt. De centrale kwam de laatste jaren meermaals in opspraak. In 2007 werden er door verscheidene milieuorganisaties actie gevoerd omdat de centrale op dat moment aangedreven werd door de verbranding van palmolie uit Maleisië, hetgeen bijzonder belastend is voor het milieu. In 2010 zorgde een stukgesprongen olieleiding bij het overtanken van zware olie van een olietanker nog voor een zware vervuiling van de rivier. Wegens veroudering van de installaties was de centrale al een tijdje niet meer rendabel en werd ze enkel nog ingezet in geval van hoge nood. Eind maart 2012 viel het doek definitief over Diesel Farm.

 

 

Cooling Tower ‘Petite Maison’

Bij een elektriciteitscentrale hoort bijna traditioneel ook een koeltoren. Deze koeltoren hoort bij de Blue Power Plant, die zich aan de overzijde van de straat bevindt. Het is een kleiner model dan Cooling Tower IM, het exemplaar dat bij Power Plant IM behoort, maar de werking ervan is precies dezelfde. Alleen heeft deze een mysterieus klein huisje (petite maison) in het midden, waarvan niemand lijkt te weten wat de bedoeling ervan is. Het huisje is helemaal leeg en bevat dus geen enkele indicatie over de reden van zijn aanwezigheid op die plaats. Dat mysterie draagt ongetwijfeld bij aan de charme van de constructie. Een constructie die overigens niet zo makkelijk te betreden is. De buitentrap naar de toegangsdeur werd al enkele jaren geleden weggehaald. Wie de binnenzijde van de koeltoren en het mysterieuze kleine huisje wil bewonderen, heeft geen andere keuze dan te klimmen…

 

 

Wet Dogs Plant

Soms vraag je je af hoe locaties aan hun naam komen. Waarom iemand deze oude krachtcentrale met de naam “Wet Dogs Plant” bedacht, is me een raadsel. De hoogoven, waar deze krachtcentrale deel van uitmaakte, lag al van 2008 stil, maar het nieuws van de definitieve sluiting kwam er pas in 2012. De bedrijvigheid op deze site ging van start in 1836. Zoals wel vaker gebeurt in de staalindustrie volgden er in de loop van de geschiedenis van de fabriek verscheidene fusies en overnames, tot de fabriek in 2001 uiteindelijk in Italiaanse handen kwam. Deze Italiaanse groep stopte in 2008 echter met de productie van primair staal. Er werd nog naar een overnemer gezocht, maar die werd niet gevonden. In 2012 viel het doek definitief over de fabriek. In de oude krachtcentrale werd gerecupereerd wat nog bruikbaar was, maar te oordelen naar de dikke laag stof die alles bedekt, werd er sedertdien nog maar weinig verplaatst…

 

 

Powerplant IM

In urbexmiddens worden Powerplant IM en Cooling Tower IM vaak als twee afzonderlijke locaties beschouwd. Oorspronkelijk vormden ze uiteraard één geheel. De voormalige elektriciteitscentrale van Monceau-sur-Sambre werd gebouwd in 1921. De machinegebouwen werden langs de linkeroever van de Samber gebouwd en de koeltoren, inmiddels ook bekend als filmlocatie van ‘De Premier’ langs de rechteroever. De elektriciteitscentrale draaide initieel op gepulveriseerde steenkool. Naarmate de vraag naar energie steeg en het vermogen stelselmatig werd opgedreven, werd ze vanaf de jaren 1970 ook aangedreven door aardgas. Eind jaren ’70 was deze centrale de voornaamste leverancier van elektriciteit in de regio Charleroi. De centrale, die inmiddels een vermogen van 92 MegaWatt had bereikt, bleek evenwel ook een belangrijke vervuiler te zijn, verantwoordelijk voor maar liefst een tiende van de uitstoot van koolstofdioxide in België. Het nieuws werd gevolgd door hevige protesten van Greenpeace, waarop de centrale in 2007 werd stilgelegd. Sinds enkele jaren wordt de centrale stelselmatig ontmanteld. De gebouwen bleven inmiddels niet gespaard van dieven en vandalen. Vandaag biedt het geheel nog slechts een trieste aanblik en herinnert het nog vaag aan de eens machtige energieproducent…

 

 

Quarry Power

Deze kleine krachtcentrale maakt deel uit van een bedrijf dat zich op verschillende plaatsen in België bezighoudt met de ontginning van porfier, een stollingsgesteente ontstaan uit de afkoeling van magma. Door eerder zeldzame magmatische fenomenen en tectonische bewegingen in de aardlagen ontstond in deze regio een bijzonder harde rotslaag, dat een gesteente oplevert met een grote weerstand tegen slijtage, dat bovendien nog quasi-chemisch onaantastbaar is.

Het bedrijf zelf startte zijn activiteiten echter al in de tweede helft van de 19de eeuw en richtte zijn ontginning aanvankelijk op de productie van kasseien en straatstenen en bleef dit ook doen tot aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Toen de vraag naar deze producten kleiner werd, moest men op zoek gaan naar andere toepassingen. Van de 12 steengroeven bleven er uiteindelijk slechts 4 over. In deze groeve wordt jaarlijks zo’n 300.000 ton gesteente ontgonnen.

Deze krachtcentrale werd opgericht bij het begin van de 20ste eeuw. Het valt niet te achterhalen wanneer de activiteiten ervan werden stopgezet. Het mooie, natuurlijke verval suggereert alleszins dat het gebouw en de turbines al sedert enkele jaren in onbruik zijn geraakt…

 


 

Steampunk Commander

De naam “Steampunk Commander” is een beetje ongelukkig gekozen, want deze elektriciteitscentrale was niet een klassieke centrale die stroom opwekt door middel van stoom, maar een zogenaamde turbo-jet productie-eenheid. Dergelijke eenheden zijn in feite noodstroomgeneratoren, ontworpen om tegemoet te komen aan consumptiepieken of in geval van een panne in een andere centrale. De elektriciteit wordt in zo’n eenheid geproduceerd door een straalmotor die op korte tijd (minder dan 2 minuten) op volle kracht kan draaien. De motor in deze eenheid werd aangedreven door nafta (een mengsel van koolwaterstoffen dat ontstaat bij het destilleren van ruwe olie als condensaat). De reactor wordt gestart met behulp van een persluchttank, hetgeen snelle opstart vanop afstand mogelijk maakt, zonder enige andere vorm van energietoevoer. Hoe lang dit gebouw in onbruik is, is niet duidelijk. Er is alleszins nog steeds bedrijvigheid op het terrein…

 


 

Scroll Up