Oldtimer

image_pdfimage_print

Old Blue

Wie mijn urbexavonturen zo’n beetje volgt, weet inmiddels wel dat ik geen fan ben van het bezoeken van verlaten huisjes. Maar zo heel af en toe kom je in de schuur bij zo’n huisje wel eens op een aangename verrassing uit. Zoals hier bijvoorbeeld. Het huisje stelde helemaal niks voor, maar in het achterliggende schuurtje vonden we deze prachtige Citroën B14 F Torpedo van de tweede helft van de jaren 1920. Geen informatie te vinden over het hoe, wat en waarom deze magnifieke klassieker hier aan haar lot werd overgelaten. Laten we hopen dat de rechtmatige eigenaar snel opdaagt om haar tot haar volle glorie te restaureren, vooraleer dieven, vandalen en ander uitschot haar weten te vinden…

 

 

Tangerine Dream

Tja, wat kan ik hierover vertellen? Een oude, afgetakelde Volkswagen Kever in een al even oude en afgetakelde garage ergens in the middle of nowhere. Hoeveel foto’s kan je daar van maken? Wel, blijkbaar toch een achttal…

 

 

Old Iron

Ergens temidden van de Waalse graanvelden staan twee onooglijke schuurtjes, waarvan je geen moment zou vermoeden dat ze een schat aan prachtige klassieke auto’s herbergen… Ik trof er onder meer een oude Mercedes Benz 200 van einde jaren 1960, een “Baader Meinhof Wagen” (BMW 2002 ti) van begin jaren 1970 en een originele Mini Cooper aan. Het absolute pronkstuk van de collectie (voor mijn persoonlijke smaak) is echter toch wel de Citroën C4 van 1930. Ook de Renault Juvaquatre van 1939 en de Chevrolet Styleline Deluxe van begin jaren 1950 zijn bijzondere en opvallende stukken…  Wat de geschiedenis van deze wagens is en waarom ze in deze godverlaten schuurtjes staan op te roesten, is een volkomen raadsel. Volgens de geruchten zouden ze eigendom zijn van de uitbater van de nabijgelegen garage/tankstation. Misschien (hopelijk) heeft hij nog plannen om deze klassiekers te restaureren…

 


 

Fawlty Forest

In dit stukje bos, dat er vanaf de straat als een stukje ongerepte natuur uitziet, val je van de ene verbazing in de andere… Als het niet was voor het oude, verroeste poortje dat de aandacht trekt, zou je er zo voorbij lopen… Eens je achter dat poortje bent en wat dieper het bos in wandelt, kom je eerst bij een schuurtje uit, waar een oude tractor en een Peugeot 205 geparkeerd staan. Nog een eindje verder, loop je op het roestende karkas van een bus en vanaf daar begint de pret pas echt. Verderop in het bos staan nog een hele resem Peugeot 205’s her en der over het bos verspreid en als kers op de taart vind je in de verste uithoek van het bos nog drie weg roestende BMW’s… Het urbexhart maakt een klein sprongetje bij het zien van zoveel moois!

 


 

Charbonnage du Renard

De Charbonnage du Renard is een voormalig steenkoolbedrijf in de Belgische regio Luik. Aanvankelijk bescheiden, werd de maatschappij door haar opeenvolgende aanwinsten tijdens de negentiende en twintigste eeuw een van de machtigste en grootste steenkoolbedrijven in de regio.

De eerste bekende koolmijnexploitatie in het gebied dateert van het einde van de 16de eeuw, maar de mijn kwam pas echt tot ontwikkeling omstreeks 1825, toen de concessie door systematische uitbreidingen tot een totale oppervlakte van op 208 ha kwam. Het jaarlijkse productierecord werd bereikt tegen einde jaren 1930, met 620 000 ton steenkool, gedolven over een jaar met een personeelsbezetting van ongeveer 2.100 man. De jaarlijkse productie daalt tot 244.000 ton tijdens WOII. De laatste uitbreidingen vinden plaats in 1939, waarmee de concessie van het bedrijf ongeveer 900 hectare groot was. Het belangrijkste operationele centrum van het steenkoolbedrijf werd gesloten in 1967 en twee jaar later werd ook de steenkoolwinning in deze zetel stopgezet.

Het enige nog resterende gebouw, is het “douchegebouw”, waar de mijnwerkers zich konden omkleden en douchen na het werk. Het gebouw bevat ook een beperkt administratief gedeelte, de ziekenboeg en de loonhal. Na de sluiting van de mijn werd het gebouw in gebruik genomen door een garagist. In de loonhal en de kelders van het gebouw staan nog tientallen autowrakken, voornamelijk van het merk Ford. In de zomer van 2011 ontstond er enige beroering, toen bekend gemaakt werd dat een projectontwikkelaar het terrein wou verkavelen om er 100 woningen op te richten. Aangezien de bodem sterk vervuild is met zware metalen (lood en kwik), liep het project spaak op de volstrekt ontoereikende maatregelen die voorgesteld werden om de bodem te saneren…

 

 

 

Lost in the Pine Cones

Langsheen een drukke baan in het meest zuidelijke deel van België troffen we enkele compleet vervallen huisjes aan met een loods. Wat hier gebeurde dat maakte dat de eigenaars met de noorderzon vertrokken, valt niet te achterhalen. De huisjes waren al grotendeels ingestort en in te slechte staat om ze nog op een enigszins veilige manier te kunnen betreden. De loods leek een soort van autowerkplaats te zijn geweest. In de tuin en het bos achter de huisjes troffen we de carcassen aan van enkele oude auto’s, voornamelijk Citroëns, maar ook een Volkswagen hippiebusje en enkele vrachtwagens en zelfs een legertruck. Het was een vrij kille ochtend en de zon probeerde hardnekkig door de mist tussen de slanke dennen heen te breken. Dit gaf het geheel een haast mystieke sfeer. Ik vraag me af of de foto’s die sfeer enigszins kunnen overbrengen…

 


 

Villa BMW

“Villa” BMW is in feite een piepklein portiershuisje met een grote garage waarin een oude BMW staat te verkommeren. Het portiershuisje behoort bij een grotere villa, die dieper in het domein gelegen is, maar die zodanig verkrot is dat de binnenkant al grotendeels ingestort is… Van de geschiedenis van de villa en het bijhorende portiershuisje viel niets te achterhalen, laat staan van de BMW… Veel foto-opportuniteiten biedt het geheel ook niet. Leuk om mee te pikken voor wie in de buurt is, maar niet de moeite om een trip voor te plannen.

 

 

Chateau Hohner

De oorspronkelijke eigenaar van Chateau Hohner, een Brusselse ingenieur, was een man met een plan. Hij kocht het 45ha grote braakliggende terrein van de gemeente en had de ambitie om de tot dan toe dorre heidegronden vruchtbaar te maken. Midden in het gigantische terrein bouwde hij tussen 1882 en 1886 het kasteel in eclectische stijl. In de koopovereenkomst met de gemeente werd voorzien dat bij niet slagen van het opzet, het domein grotendeels gereserveerd zou blijven als bouwgrond. Dat bleek al snel een verstandige zet te zijn. Omstreeks de eeuwwisseling werd het kasteel verkocht aan een ondernemer die er vervolgens een stoommelkerij en stoommolen inrichtte. Na de stopzetting van die bedrijvigheid omstreeks 1960 werd het goed verkocht en werd het volledig verkaveld. Het merkwaardige kasteel, bestaande uit een hoge dominante constructie aan wat oorspronkelijk de voorzijde was en een lager aangebouwde lange vleugel werd vervolgens opgedeeld in twee delen. Het hoofdgebouw werd bewoond door de familie zelf, terwijl de lagere aanbouw opgevat werd als conciërgewoning. Over de laatste bewoner valt weinig informatie terug te vinden. Het lijkt aannemelijk dat het om een garagist gaat, afgaande op de vele autowrakken- en onderdelen die over het hele domein en kasteel verspreid terug te vinden zijn…

 


 

Usine Justice

Over deze locatie valt er maar bitter weinig te vertellen… Uit tweede hand kwam ik te weten dat de eigenaar van deze verloederde loods werd opgenomen in een rustoord. Zijn zonen, waarvan er eentje advocaat is (vandaar “Usine Justice”) houden de zaak nauwlettend in de gaten. Er werden al meerdere “bezoekers” op heterdaad betrapt… De loods, die in bijzonder slechte staat is, bevat enkele mooie oldtimer auto’s en bussen en verder een hele hoop troep.

 


 

Biofuel Farm

Ook al zijn de meeste auto’s in en om deze oude boerderij in een bedroevende staat, is dit niet echt een verlaten locatie. De eigendom behoort toe aan een garagehouder, die het huis en het erf gebruikt om auto’s en onderdelen te stallen. De twee kevers op het binnenplein zien er uit alsof ze met een minimum aan opknapwerk zo weer de baan op kunnen. Hetzelfde geldt voor de magnifieke Chevy Impala. De boometende truck in de achtertuin staat dan weer in schril contrast. Het ziet er niet naar uit dat die eerstdaags nog ergens naartoe zal gaan…

 

 

Oldtimer Barn

In een klein, onooglijk schuurtje, langs een drukke weg ergens in België staan deze twee oldtimers te wachten op restauratie. De ene is een Ford Consul, Mark I, van begin jaren 1950; de andere een Citroën DS 21 Pallas van eind jaren 1960 of begin jaren 1970. Het gaat hier eigenlijk niet om een echte urbexlocatie, want aan de Ford Consul wordt momenteel door de eigenaar gewerkt…

 

 

Scroll Up