Oldtimer

image_pdfimage_print

Jungle Ambulance

Ik blijf nog even in de categorie “transport” met deze oude, vervallen ziekenwagen. Veel kan ik er niet over vertellen, vrees ik. Mijn eerste indruk is dat het gaat om een legervoertuig van de jaren 1950. Merk en model kon ik niet achterhalen. Het gevaarte staat opgesteld in een stuk bos, dat aansluit op de achtertuinen van de omliggende villa’s. Het ziet er niet naar uit dat hij nog te redden is. De kans is dus reëel dat dit prachtige stukje militaire geschiedenis mettertijd bij het schroot belandt…

Ik hoorde vooraf verhalen van mensen die een lange tijd hadden moeten zoeken, vooraleer ze de ziekenwagen konden vinden in het bos. Ik had waarschijnlijk geluk, want ik liep er meteen op af.

 

 

Volvo Paradise

Ik blijf nog even in de Volvo’s. Na de reeks over de Volvo Workshop van een maand geleden, kwam ik in dit stukje Ardennen opnieuw een collectie Volvo’s tegen. Deze klassiekers staan in een stukje bos achter een autohandel. De zaak is gespecialiseerd in de restauratie van oldtimers. In de toonzaal staat een volledig gerestaureerd exemplaar van de Volvo PV540 van 1963. In het bosje staan er twee naast elkaar. Deze twee exemplaren dienden wellicht voor het recupereren van onderdelen.

Verder staat er ook nog een mooie Volvo P1800S. Nu ja, mooi geweest… Die dateert wellicht ook van ergens halverwege de jaren 1960. De rest van de auto’s die er nog staan, zijn van latere datum. Uiteraard mag in de collectie geen exemplaar van de DAF ontbreken. Volvo nam de tak personenwagens van dit merk over in 1974 en integreerde het in de eigen collectie.

Voor de liefhebbers van klassieke auto’s is dit een erg leuke ontdekking.

 

 

Volvo Workshop

In deze loods staan acht vintage Volvo’s stof te verzamelen. De twee meest opmerkelijke modellen in de collectie, zijn twee Volvo’s P1200/P120 Amazon. De Zweedse autobouwer produceerde dit model van 1957 tot 1967. Even later bracht Volvo eenzelfde model in tweedeurs versie uit, dat een aanzienlijke grotere populariteit genoot omwille van de “sportievere” look en feel. De Amazon was het eerste model dat Volvo op de markt bracht met een ponton-carrosserie.

De andere auto’s in de loods zijn jongere exemplaren. Het zijn veelal stationwagens van de jaren 1980.

De loods is niet ingericht als een professionele garage, hetgeen laat vermoeden dat de eigenaar een amateur garagist is met een voorliefde voor klassieke Volvo’s.

 

 

 

Old & Rusty

Ergens een oude auto aantreffen, maakt de dag altijd goed. Vooral wanneer het zo’n mooie oldtimer is. Dit oude karretje, staat ergens eenzaam achtergelaten op een bospaadje weg te roesten… Hoe, wat, wanneer, waarom? Geen idee… Dit valt niet sensu stricto onder urbex. Het domein waar het wagentje staat, is immers niet verlaten. Gelukkig ben ik geen aanhanger van de “enge” definitie van urbex.

Ik heb niet kunnen achterhalen wat het merk of model van deze wagen is. Kijkers met een meer uitgebreide kennis van wagens, mogen me altijd een berichtje sturen. Ik vul de informatie dan met plezier verder aan.

 

 

Old Blue

Wie mijn urbexavonturen zo’n beetje volgt, weet inmiddels wel dat ik geen fan ben van het bezoeken van verlaten huisjes. Maar zo heel af en toe kom je in de schuur bij zo’n huisje wel eens op een aangename verrassing uit. Zoals hier bijvoorbeeld. Het huisje stelde helemaal niks voor, maar in het achterliggende schuurtje vonden we deze prachtige Citroën C3 Trefle van halverwege de jaren 1920.

Van de Citroën Type C werden tussen 1922 en 1926 zo’n 81.000 exemplaren, in diverse varianten vervaardigd. Het ontwerp van Edmond Moyet kenmerkte zich door een bijzonder gevormde achterzijde. Die leverde de auto de bijnaam “kippekont” op. Vreemd genoeg hadden de eerste Type C’s slechts één deur, aan de passagierskant, want aan de chauffeurszijde bevond zich het reservewiel.

De Type C werd in 1923 opgevolgd door de twee-zits C2. Deze werd gebouwd op het zelfde 2,25 m lange chassis als de Type C. In 1924 werd deze C3 geïntroduceerd op een 10 cm langer chassis. De C3 werd ook “Trefle” (klaverblad) genoemd en had plaats voor een derde persoon achterin. Hoewel een groot succes, bleek de Type C serie niet erg winstgevend. Citroën staakte de productie van deze auto’s dan ook in 1926.

Geen informatie te vinden over het hoe, wat en waarom deze magnifieke klassieker hier aan haar lot werd overgelaten. Laten we hopen dat de rechtmatige eigenaar snel opdaagt om haar tot haar volle glorie te restaureren, vooraleer dieven, vandalen en ander uitschot haar weten te vinden…

 

 

Tangerine Dream

Tja, wat kan ik hierover vertellen? Een oude, afgetakelde Volkswagen Kever in een al even oude en afgetakelde garage ergens in the middle of nowhere. Hoeveel foto’s kan je daar van maken? Wel, blijkbaar toch een achttal…

 

 

Old Iron

Ergens temidden van de Waalse graanvelden staan twee onooglijke schuurtjes. Je zou geen moment vermoeden dat ze een schat aan prachtige klassieke auto’s herbergen… Ik trof er onder meer een oude Mercedes Benz 200 van einde jaren 1960, een “Baader Meinhof Wagen” (BMW 2002 ti) van begin jaren 1970 en een originele Mini Cooper aan. Het absolute pronkstuk van de collectie (voor mijn persoonlijke smaak) is echter toch wel de Citroën C4 van 1930. Ook de Renault Juvaquatre van 1939 en de Chevrolet Styleline Deluxe van begin jaren 1950 zijn bijzondere en opvallende stukken…

Wat de geschiedenis van deze wagens is en waarom ze in deze godverlaten schuurtjes staan op te roesten, is een volkomen raadsel. Volgens de geruchten zouden ze eigendom zijn van de uitbater van de nabijgelegen garage/tankstation. Misschien (hopelijk) heeft hij nog plannen om deze klassiekers te restaureren…

 

 

Fawlty Forest

In dit stukje bos val je van de ene verbazing in de andere… Vanaf de straat ziet het eruit als een stukje ongerepte natuur, maar schijn bedriegt. Als het niet was voor het oude, verroeste poortje dat de aandacht trekt, zou je er zo voorbij lopen… Eens je achter dat poortje bent en wat dieper het bos in wandelt, kom je eerst bij een schuurtje uit. Daar staan een oude tractor en een Peugeot 205 geparkeerd. Nog een eindje verder, loop je op het roestende karkas van een bus en vanaf daar begint de pret pas echt. Verderop in het bos staan nog een hele resem Peugeot 205’s her en der over het bos verspreid en als kers op de taart vind je in de verste uithoek van het bos nog drie weg roestende BMW’s… Het urbexhart maakt een klein sprongetje bij het zien van zoveel moois!

 

 

Charbonnage du Renard

De Charbonnage du Renard is een voormalig steenkoolbedrijf in de Belgische regio Luik. Aanvankelijk bescheiden, werd de maatschappij door haar opeenvolgende aanwinsten tijdens de negentiende en twintigste eeuw een van de machtigste en grootste steenkoolbedrijven in de regio.

De eerste bekende koolmijnexploitatie in het gebied dateert van het einde van de 16de eeuw. De mijn kwam echter pas echt tot ontwikkeling omstreeks 1825. Door systematische uitbreidingen bereikte de concessie toen een totale oppervlakte van op 208 ha. Het jaarlijkse productierecord werd bereikt tegen einde jaren 1930, met 620 000 ton steenkool, gedolven over een jaar met een personeelsbezetting van ongeveer 2.100 man. De jaarlijkse productie daalt tot 244.000 ton tijdens WOII. De laatste uitbreidingen vinden plaats in 1939, waarmee de concessie van het bedrijf ongeveer 900 hectare groot was. Het belangrijkste operationele centrum van het steenkoolbedrijf werd gesloten in 1967. Twee jaar later werd ook de steenkoolwinning in deze zetel stopgezet.

Het enige nog resterende gebouw, is het “douchegebouw”, waar de mijnwerkers zich konden omkleden en douchen na het werk. Het gebouw bevat ook een beperkt administratief gedeelte, de ziekenboeg en de loonhal. Na de sluiting van de mijn werd het gebouw in gebruik genomen door een garagist. In de loonhal en de kelders van het gebouw staan nog tientallen autowrakken, voornamelijk van het merk Ford. In de zomer van 2011 ontstond er enige beroering, toen bekend gemaakt werd dat een projectontwikkelaar het terrein wou verkavelen om er 100 woningen op te richten. Aangezien de bodem sterk vervuild is met zware metalen (lood en kwik), liep het project spaak op de volstrekt ontoereikende maatregelen die voorgesteld werden om de bodem te saneren…

 

 

 

Lost in the Pine Cones

Langsheen een drukke baan in het meest zuidelijke deel van België troffen we enkele compleet vervallen huisjes aan met een loods. Wat hier gebeurde dat maakte dat de eigenaars met de noorderzon vertrokken, valt niet te achterhalen. De huisjes waren al grotendeels ingestort. Ze waren alleszins in te slechte staat om ze nog op een enigszins veilige manier te kunnen betreden.

De loods leek een soort van autowerkplaats te zijn geweest. In de tuin en het bos achter de huisjes vonden we de carcassen van enkele oude auto’s, voornamelijk Citroëns. Verder ook een Volkswagen hippiebusje en enkele vrachtwagens en zelfs een legertruck. Het was een vrij kille ochtend en de zon probeerde hardnekkig door de mist tussen de slanke dennen heen te breken. Dit gaf het geheel een haast mystieke sfeer. Ik vraag me af of de foto’s die sfeer enigszins kunnen overbrengen…

 

 

Villa BMW

“Villa” BMW is in feite een piepklein portiershuisje met een grote garage waarin een oude BMW staat te verkommeren. Het portiershuisje behoort bij een grotere villa, die dieper in het domein gelegen is, maar die zodanig verkrot is dat de binnenkant al grotendeels ingestort is…

Van de geschiedenis van de villa en het bijhorende portiershuisje viel niets te achterhalen, laat staan van de BMW… Veel foto-opportuniteiten biedt het geheel ook niet. Leuk om mee te pikken voor wie in de buurt is, maar niet de moeite om een trip voor te plannen.

Inmiddels werd de BMW verwijderd. Werd hij weggehaald door de eigenaar, of werd hij gestolen? Reacties van boze buren lijken te wijzen op het laatste. Alleszins is met het verdwijnen van de BMW ook de aantrekkingskracht van de locatie verdwenen.

 

Chateau Hohner

De oorspronkelijke eigenaar van Chateau Hohner, een Brusselse ingenieur, was een man met een plan. Hij kocht het 45ha grote braakliggende terrein van de gemeente en had de ambitie om de tot dan toe dorre heidegronden vruchtbaar te maken. Midden in het gigantische terrein bouwde hij tussen 1882 en 1886 het kasteel in eclectische stijl. Het merkwaardige kasteel bestaat uit een hoge dominante constructie aan de voorzijde was en een lager aangebouwde lange vleugel. In de koopovereenkomst met de gemeente werd voorzien dat bij niet slagen van het opzet, het domein grotendeels gereserveerd zou blijven als bouwgrond. Dat bleek al snel een verstandige zet te zijn.

Omstreeks de eeuwwisseling werd het kasteel verkocht aan een ondernemer die er vervolgens een stoommelkerij en stoommolen inrichtte. Na de stopzetting van die bedrijvigheid omstreeks 1960 werd het goed verkocht en werd het volledig verkaveld. Het kasteel werd vervolgens opgedeeld in twee delen. Het hoofdgebouw werd bewoond door de familie zelf, terwijl de lagere aanbouw opgevat werd als conciërgewoning. Over de laatste bewoner valt weinig informatie terug te vinden. Het lijkt aannemelijk dat het om een garagist gaat, afgaande op de vele autowrakken- en onderdelen die over het hele domein en kasteel verspreid terug te vinden zijn…

 

 

Usine Justice

Over deze locatie valt er maar bitter weinig te vertellen… Uit tweede hand kwam ik te weten dat de eigenaar van deze verloederde loods werd opgenomen in een rustoord. Zijn zonen, waarvan er eentje advocaat is (vandaar “Usine Justice”) houden de zaak nauwlettend in de gaten. De loods, die in bijzonder slechte staat is, bevat enkele mooie oldtimer auto’s en bussen en verder een hele hoop troep.

Er werden al meerdere “bezoekers” op heterdaad betrapt… Voor mezelf scheelde het trouwens ook maar een haar. Ik kon me. nog net op tijd in het struikgewas verstoppen toen de eigenaar op het terrein kwam.

 

 

Viva Lancia

In de achtertuin van deze verlaten woning in een rustige woonwijk val je van de ene verbazing in de andere. De door klimop en struiken overwoekerde tuin staat propvol met de karkassen van prachtige oldtimer Lancia’s. Er zijn verschillende modellen te vinden, van de sportieve tweezitter tot de luxueuze sedan. Hoe ze hier terecht kwamen en waarom zal wel een raadsel blijven…

De woning zelf was een puinhoop. Vanuit fotografisch perspectief absoluut niet interessant. Maar de tuin met de collectie Lancia’s maakte de trip de moeite waard. Op het moment van mijn bezoek baadde het geheel in een stralend lentezonnetje. Ook mooi meegenomen…

 

 

 

Lost in the Woods

Zo heel soms valt er over een locaties niets, maar dan ook echt helemaal niets boeiends te vertellen. Dit is zo’n locatie. Een stukje bos in the middle of nowhere, met daarin twee autowrakken, een Opel Kadet en een Lada 1200, omringd door een gigantische hoop troep, waaronder de overblijfselen van een stacaravan. Het goed was wellicht ooit een vakantieverblijf, maar werd duidelijk in zeven haasten achtergelaten…

Kort na mijn bezoek hier, kwam ik erachter dat een of andere imbeciel, gewapend met spuitbussen de locatie gevonden had. Ik zag foto’s op internet verschijnen waarop de Lada volledig beklad was met verf. De eigenaar heeft het terrein inmiddels opgeruimd. De autowrakken zijn verwijderd.

 

 

 

Biofuel Farm

Ook al zijn de meeste auto’s in en om deze oude boerderij in een bedroevende staat, is dit niet echt een verlaten locatie. De eigendom behoort toe aan een garagehouder. Hij gebruikt het huis en het erf om auto’s en onderdelen te stallen. De twee kevers op het binnenplein zien er uit alsof ze met een minimum aan opknapwerk zo weer de baan op kunnen. Hetzelfde geldt voor de magnifieke Chevy Impala. De boometende truck in de achtertuin staat dan weer in schril contrast. Het ziet er niet naar uit dat die eerstdaags nog ergens naartoe zal gaan… Hij was dan wel weer de aanleiding om de locatie ‘Biofuel Farm’ te noemen.

 

 

Oldtimer Barn

In een klein, onooglijk schuurtje, langs een drukke weg ergens in België staan deze twee oldtimers te wachten op restauratie. De ene is een Ford Consul, Mark I, van begin jaren 1950; de andere een Citroën DS 21 Pallas van eind jaren 1960 of begin jaren 1970.

De Ford Consul werd gelanceerd op het autosalon van Earls Court in 1950 en ging in productie in 1951. Hij had een geheel nieuwe 1508cc kopklepmotor en was ook de eerste Ford (samen met de nieuwe Zephyr die tegelijkertijd werd geïntroduceerd) met MacPherson-veerpoten als ophanging aan de voorzijde. De productie eindigde in 1956 toen de Mark 2-versie werd geïntroduceerd.

De Citroën DS is een beroemd automodel van het Franse merk Citroën. In het Frans spreekt men de naam uit als “déesse”, wat godin betekent. Hiervan is ook de troetelnaam “godin van de weg” afgeleid. De DS werd op 6 oktober 1955 gepresenteerd op de autosalon van Parijs en sloeg in als een bom (“La Bombe Citroën”). De auto had verschillende eigenschappen en toegepaste technieken die tot dan toe nog niet in één auto waren gecombineerd.

Het gaat hier eigenlijk niet om een echte urbexlocatie, want aan de Ford Consul wordt momenteel door de eigenaar gewerkt…

 

 

Scroll Up