medisch

image_pdfimage_print

Holy Nurse

Omstreeks 1850 kreeg de stad te kampen met miserabele hygiënische omstandigheden, ten gevolge van ondervoeding, slechte huisvesting en een gebrek aan zuiver drinkwater. Deze omstandigheden veroorzaakten allerlei ziektes, niet in het minst de cholera-epidemie die er in de helft van de 19de eeuw uitbrak. De stad koos voor een systematische aanpak van de problematiek om de stad te saneren. De bouw van dit ziekenhuis was daar een onderdeel van. Holy Nurse is het restant van dit stedelijk hospitaal. Het terrein waarop het gasthuis werd gebouwd, maakt in de 15de eeuw deel uit van het toenmalige paleis van Marghareta van York en werd in de 17de eeuw overgelaten aan de Jezuïeten. Architect Charles Drossaert kreeg de opdracht om het nieuwe ziekenhuis te bouwen. Hij koos voor een sober bakstenen gebouw met neoclassicistische inslag. De hoofdtoegang wordt geaccentueerd door een ruim voorplein dat oorspronkelijk via een ijzeren hekwerk van de straat afgesloten was. Centraal in de hoofdvleugel bevindt zich de gasthuiskapel. De kapel is een eclectisch bouwwerk met een zenitaal bovenlicht. Het bevat onder meer een barokaltaar met marmerschilderingen en een 17de-eeuwse kopie van de kruisafneming van A. Van Dyck. Op het doksaal staat een fraai orgel uit de 17de eeuw. Ten slotte beschikt de gasthuiskapel ook over een 17de-eeuwse biechtstoel.

 

Institut de Pathologie

Door de toenemende studentenbevolking in de late jaren 1870 en de bij wet opgelegde verplichting om over voldoende ruimten voor practica en laboratoria te beschikken, voldeden de her en der verspreide gebouwen waar geneeskunde onderricht werd niet langer en diende zich de noodzaak aan om nieuwe, aangepaste gebouwen op te richten. Achter het reeds bestaande gasthuis werd door de universiteit een domein met tuin aangekocht van een adellijke familie. Dank zij een schenking van de ultramontaanse bisschop van Luik kon nog datzelfde jaar worden gestart met de opmaak van de plannen. Voor het ontwerp werd beroep gedaan op een jonge hoogleraar verbonden aan de Faculteit Toegepaste Wetenschappen. Kort daarop werd de bouwaanvraag door de stad goedgekeurd en nog geen jaar later, in 1877, werd het instituut met veel luister ingehuldigd. Het instituut werd opgetrokken in neogotische stijl en omvatte een auditorium voor 200 studenten met aanleunend een dissectiezaal en was via het binnengebied rechtstreeks verbonden met het meer noordoostelijk gelegen gasthuis. In de loop der jaren werd het complex nog uitgebreid met auditoria, laboratoria en dissectiezalen. Sinds enkele jaren staat het gebouw grotendeels leeg. Het pathologisch instituut is tot op heden nog deels in gebruik.

 

 

Red Morgue Hospital

Dit hospitaal werd aan het begin van de 20ste eeuw opgericht door een aantal vrijzinnigen met tentakels die tot ver in het sociale weefsel reikten. Zo’n 50 investeerders brachten het beginkapitaal bij elkaar om dit eerder kleine ziekenhuis te bouwen en in te richten. In die tijd was de ziekenverzorging nog diep geworteld in de geestelijkheid en daar wou men zich van loskoppelen. In het begin kende het ziekenhuis voornamelijk chirurgische activiteiten en was er ook een kraamafdeling. Later werd er ook een polikliniek opgericht. Ruim 90 jaar na het ontstaan fusioneerde het hospitaal met een ander, groter ziekenhuis, waardoor er moest uitgekeken worden naar een nieuwe en ruime locatie. De laatste jaren voor de sluiting werd er voornamelijk gewerkt rond de polikliniek, de dagkliniek en de afdeling palliatieve zorgen. Sinds vijf jaar zijn ook de laatste resterende activiteiten er weggetrokken naar de nieuwe site…

 


 

Salve Mater

Dit omvangrijke, neotraditioneel ensemble werd opgericht halverwege de jaren 1920 als neuro-psychiatrische kliniek Salve Mater en bestaat uit diverse paviljoenen verspreid in het noordelijke deel van het oorspronkelijke kasteelpark. De paviljoenen zijn van elkaar gescheiden door een rechtlijnig drevenpatroon, als overblijfsel van de 19de-eeuwse aanleg rondom het Kasteel de Spoelberch. Nadat Karel de Spoelberch in 1907 zonder afstammelingen overleed, kwam het kasteel met het park in 1915 in het bezit van de Leuvense universiteit. Die gaf het in erfpacht aan de Zusters van Liefde om er een ‘zinneloozengesticht’ in te richten. De kliniek ging deel uitmaken van het UZ Leuven als Universitair Psychiatrisch Centrum, tot alle afdelingen eind jaren 1990 verspreid werden over andere ziekenhuizen. Het laatste paviljoen werd in 2007 ontruimd. De paviljoenen vertonen meestal een grosso modo H-vormige plattegrond. Het zijn functionele bakstenen constructies van twee à drie bouwlagen onder overwegend pannen zadel- en schilddaken.

Het complex wordt momenteel grondig gerenoveerd en omgevormd tot een site voor wonen en werken. Enkele paviljoenen werden reeds voltooid en worden al bewoond. Dit paviljoen, Sint-Cecile, is het laatste gebouw dat nog in een mooie staat van verval verkeert.

 


 

Scroll Up