medisch

image_pdfimage_print

Jungle Ambulance

Ik blijf nog even in de categorie “transport” met deze oude, vervallen ziekenwagen. Veel kan ik er niet over vertellen, vrees ik. Mijn eerste indruk is dat het gaat om een legervoertuig van de jaren 1950. Merk en model kon ik niet achterhalen. Het gevaarte staat opgesteld in een stuk bos, dat aansluit op de achtertuinen van de omliggende villa’s. Het ziet er niet naar uit dat hij nog te redden is. De kans is dus reëel dat dit prachtige stukje militaire geschiedenis mettertijd bij het schroot belandt…

Ik hoorde vooraf verhalen van mensen die een lange tijd hadden moeten zoeken, vooraleer ze de ziekenwagen konden vinden in het bos. Ik had waarschijnlijk geluk, want ik liep er meteen op af.

 

 

Chapel & Morgue

De bouw van dit ziekenhuis begon in het voorjaar van 1905. Een jaar later was de officiële opening. Vanwege een bijzonder groot aantal gevallen van meningitis in de omgeving, begonnen de operaties al enkele maanden eerder, begin januari 1906. Op dit moment was het ziekenhuis nog niet voltooid. Het ziekenhuis specialiseerde zich later in dermatologie, plastische chirurgie, reumatologie en coloproctologie (rectale aandoeningen). Er werden tevens ergotherapie, natuurgeneeskunde, fysiotherapie, pijnbestrijding, sociale diensten en wondbehandeling aangeboden.

In 2011 werd de meerderheid van de aandelen overgenomen door een investeringsgroep. Als onderdeel van de economische renovatie werd het ziekenhuis gesloten. De meest recentelijk gespecialiseerde afdelingen werden in juli 2013 overgedragen aan een nabijgelegen ziekenhuis van dezelfde groep. Het lege gebouw viel deels terug op de stad en deels op het bisdom.

In de zomer van 2014 werd het gebouw als noodaccommodatie voor asielzoekers in gebruik genomen. Slechts anderhalf jaar later werden de asielzoekers uit het ziekenhuis verbannen. Vervolgens was het de bedoeling om een ​​deel van het ziekenhuis te slopen en er kantoren of flatgebouwen op te bouwen en de rest van het gebouw om te vormen tot een kleuterschool. In november 2018 werd aangekondigd dat het voormalige ziekenhuis het bouwterrein van een nieuwe woonwijk zou worden. Op het terrein van 45.000 vierkante meter zullen ongeveer 350 nieuwe appartementen worden gebouwd.

 

 

 

Hospital K2

Aan de staat van dit ziekenhuis te zien, is het maar moeilijk te geloven dat het nog geen anderhalf jaar leeg staat. Op sommige plaatsen lijkt het wel of er een bom ontploft is… Misschien is dat ook wel zo, want de gebouwen worden duidelijk gebruikt voor politie- en/of brandweeroefeningen.

Het ziekenhuis dateert van het einde van de jaren 1930. Gedurende de volgende zeventig jaar was het een privaat ziekenhuis. Onder druk van de concurrentie van andere ziekenhuizen in de stad ging het kort na de eeuwwisseling een fusie aan met drie andere ziekenhuizen. In 2010 werden alle specialisaties samengebracht in de nieuwe gebouwen van het gefusioneerde ziekenhuis. In het voorjaar van 2017 verhuisden ook de laatste afdelingen en verpleegeenheden, waarna het oude ziekenhuis de deuren sloot. Door de vele schade is er niet veel interessants meer te zien…

 

 

Holy Nurse

Omstreeks 1850 kreeg de stad te kampen met miserabele hygiënische omstandigheden. Ondervoeding, slechte huisvesting en een gebrek aan zuiver drinkwater waren de voornaamste oorzaken. Deze omstandigheden veroorzaakten allerlei ziektes, niet in het minst de cholera-epidemie die er in de helft van de 19de eeuw uitbrak. De stad koos voor een systematische aanpak van de problematiek om de stad te saneren. De bouw van dit ziekenhuis was daar een onderdeel van. Holy Nurse is het restant van dit stedelijk hospitaal.

Het terrein waarop het gasthuis werd gebouwd, maakt in de 15de eeuw deel uit van het toenmalige paleis van Marghareta van York en werd in de 17de eeuw overgelaten aan de Jezuïeten. Architect Charles Drossaert kreeg de opdracht om het nieuwe ziekenhuis te bouwen. Hij koos voor een sober bakstenen gebouw met neoclassicistische inslag. De hoofdtoegang wordt geaccentueerd door een ruim voorplein dat oorspronkelijk via een ijzeren hekwerk van de straat afgesloten was. Centraal in de hoofdvleugel bevindt zich de gasthuiskapel. De kapel is een eclectisch bouwwerk met een zenitaal bovenlicht. Het bevat onder meer een barokaltaar met marmerschilderingen en een 17de-eeuwse kopie van de kruisafneming van A. Van Dyck. Op het doksaal staat een fraai orgel uit de 17de eeuw. Ten slotte beschikt de gasthuiskapel ook over een 17de-eeuwse biechtstoel.

 

Institut de Pathologie

In de late jaren 1870 nam de studentenbevolking van Leuven drastisch toe. Daardoor voldeden de her en der verspreide gebouwen waar geneeskunde onderricht werd niet langer. De wet schreef immers voor dat de universiteit over voldoende ruimten voor practica en laboratoria moest beschikken.  Om tegemoet te komen aan de noodzaak om nieuwe, aangepaste gebouwen op te richten, kocht de universiteit een domein met tuin van een adellijke familie. Dit domein lag achter het reeds bestaande gasthuis.

Dank zij een schenking van de ultramontaanse bisschop van Luik kon nog datzelfde jaar worden gestart met de opmaak van de plannen. Voor het ontwerp werd beroep gedaan op een jonge hoogleraar verbonden aan de Faculteit Toegepaste Wetenschappen. Kort daarop werd de bouwaanvraag door de stad goedgekeurd. Nog geen jaar later, in 1877, werd het instituut met veel luister ingehuldigd.

Het instituut werd opgetrokken in neogotische stijl en omvatte een auditorium voor 200 studenten met aanleunend een dissectiezaal. Via het binnengebied was de campus rechtstreeks verbonden met het meer noordoostelijk gelegen gasthuis. In de loop der jaren werd het complex nog uitgebreid met auditoria, laboratoria en dissectiezalen.

Sinds enkele jaren staat het gebouw grotendeels leeg. Het pathologisch instituut was tot voor kort nog deels in gebruik. De sloopwerken op de site begonnen eind 2019.

 

 

Red Morgue Hospital

Het Jan Palfijnziekenhuis in Gent werd aan het begin van de 20ste eeuw opgericht door een aantal vrijzinnigen met tentakels die tot ver in het sociale weefsel reikten. Zo’n 50 investeerders brachten het beginkapitaal bij elkaar om dit eerder kleine ziekenhuis te bouwen en in te richten. In die tijd was de ziekenverzorging nog diep geworteld in de geestelijkheid en daar wou men zich van loskoppelen.

In het begin kende het ziekenhuis voornamelijk chirurgische activiteiten en was er ook een kraamafdeling. Later werd er ook een polikliniek opgericht. Ruim 90 jaar na het ontstaan fusioneerde het hospitaal met een ander, groter ziekenhuis, waardoor er moest uitgekeken worden naar een nieuwe en ruime locatie.

De laatste jaren voor de sluiting werd er voornamelijk gewerkt rond de polikliniek, de dagkliniek en de afdeling palliatieve zorgen. Sinds vijf jaar zijn ook de laatste resterende activiteiten er weggetrokken naar de nieuwe site…

 

 

Salve Mater

Dit omvangrijke, complex werd opgericht halverwege de jaren 1920 als neuropsychiatrische kliniek Salve Mater. Het bestaat uit diverse paviljoenen in neotraditionele stijl, verspreid in het noordelijke deel van het oorspronkelijke kasteelpark. De paviljoenen zijn van elkaar gescheiden door rechtlijnige dreven. Dit patroon is een overblijfsel van de 19de-eeuwse aanleg rondom het Kasteel de Spoelberch.

Nadat Karel de Spoelberch in 1907 zonder afstammelingen overleed, kwam het kasteel met het park in 1915 in het bezit van de Leuvense universiteit. Die gaf het in erfpacht aan de Zusters van Liefde om er een ‘zinneloozengesticht’ in te richten. De kliniek maakte deel uit van het Universitair Psychiatrisch Centrum van Leuven. Vanaf eind jaren 1990 werden alle afdelingen verspreid over andere ziekenhuizen. Het laatste paviljoen werd in 2007 ontruimd. De paviljoenen vertonen meestal een grosso modo H-vormige plattegrond. Het zijn functionele bakstenen constructies van twee à drie bouwlagen onder overwegend pannen zadel- en schilddaken.

Het complex wordt momenteel grondig gerenoveerd en omgevormd tot een site voor wonen en werken. Enkele paviljoenen werden reeds voltooid en worden al bewoond. Dit paviljoen, Sint-Cecile, is het laatste gebouw dat nog in een mooie staat van verval verkeert.

Ten tijde van dit bezoek was het hoofdgebouw met de kapel nog bewoond door een “conciërge”. Die delen waren dus op dat moment niet toegankelijk. Toen ook die gebouwen later ontruimd werden, drong een tweede bezoek zich op. Het resultaat daarvan zie je hier: Salve Mater Convent.

 

 

Scroll Up