frankrijk

image_pdfimage_print

Bureau Central

Dit enorme pand behoorde toe aan het hoogovenbedrijf, dat meerdere vestigingen had in de streek. Over de geschiedenis van het gebouw zelf valt weinig informatie te rapen. Het oorspronkelijke gebouw werd opgericht in het laatste kwart van de 18de eeuw en kende enkele substantieve wijzigingen en uitbreidingen in de loop van de 19de en 20steeeuw. Het gebouw huisvestte het centrale bestuur en de administratie van het hoogovenbedrijf. Begin jaren 1980 werd het inmiddels verouderde gebouw verlaten en sedertdien is het verval er met rasse schreden vooruitgegaan, niettegenstaande de klassering ervan als erfgoed in 1987. Vooral de centrale hall met overwelfde lichtkoepel heeft sterk te lijden gehad van de elementen, die er vrij spel hebben. Het imposante gebouw, met lange, eindeloos lijkende gangen en diffuse lichtinval is een gedroomde locatie voor fotografen met een voorkeur voor verlaten en vervallen gebouwen. Op het domein bevond zich oorspronkelijk ook het kasteel van de adellijke familie die eigenaar was van het bedrijf, maar dat werd enkele jaren geleden al gesloopt. Het ziet er naar uit dat dit mooie kantoorgebouw hetzelfde lot zal ondergaan, als er niet snel werk gemaakt wordt van de renovatie ervan…

 

 

Chateau Lumière

Chateau Lumière werd tussen 1900 en 1903 gebouwd door de familie Burrus, die haar fortuin had gemaakt in de tabaksindustrie. De familie Burrus onderscheidde zich op tal van vlakken, waaronder niet in het minst de liefdadige werken ten voordele van de gemeenschap waarin zij leefden, zoals de bouw van een voetbalstadion, een zwembad en tehuizen voor ouderen. De werknemers van de tabaksfabriek kregen veel meer “voordelen” dan de wet in die tijd oplegde, zoals verzekering en pensioen.

Het chateau werd ontworpen door de Straatsburgse architecten Gottfried Julius Berninger and Gustave Henri Krafft in de neobarokke stijl, die aan het einde van de 19de en begin 20ste eeuw populair is in Frankrijk. De neobarok, net zoals de barok, typeert zich door het rijke en weelderige materiaalgebruik, de symmetrie en het veelvuldig gebruik van versieringen en complexe patronen, die onder meer zichtbaar zijn in de smeedijzeren hekwerken rond het domein en de smeedijzeren trapleuningen.

Kort na het voltooien van het chateau overlijdt de bouwheer en neemt diens zoon Maurice Burrus zijn intrek in het gebouw. Tijdens de Eerste Wereldoorlog weigerde Maurice Burrus de Duitse troepen te voorzien van tabak en moest hij op de vlucht naar Zwitserland.  Het chateau werd in beslag genomen om onderdak te bieden aan Duitse officieren. Na de oorlog neemt de inmiddels als oorlogsheld gedecoreerde Maurice de leiding over van de tabaksfabriek en groeit in toenemende mate uit tot een invloedrijke figuur op industrieel, financieel en politiek vlak. Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog moest hij vluchten, dit keer naar zijn eigendom in de Pyreneeën. Ook dit keer werd zijn chateau opgevorderd door het Duitse leger en werd het omgevormd tot een trainingscentrum voor gewonde Duitse officieren. Na WO II trok hij zich terug in Genève. Chateau Lumière werd in eerste instantie verkocht aan een religieuze orde, maar werd later verkocht aan een private eigenaar. In 1993 werd het chateau beschermd als monument, maar aangezien het onbewoond was, werd het al snel het voorwerp van vernielingen door vandalen. Tegenwoordig blijft er nog maar bitter weinig over van het ooit zo luisterrijke chateau…

 

 

Chateau des Livres

Dit “chateau” is niet de bekendste bezienswaardigheid in de omgeving. Een paar honderd meter verderop is er immers een bekende middeleeuwse waterburcht, waar veel over geschreven is, maar van de achtergrond van dit gebouw kon ik hoegenaamd niets terugvinden. Het is dan ook niet echt een “chateau”, maar eerder een landhuis. Het lijkt er op dat het een tot vakantieverblijf omgebouwde herenhoeve is. De meest in het oog springende ruimte in het gebouw, is een zitkamer annex bibliotheek die opvallend hemelsblauw werd geschilderd. Het is omwille van deze ruimte dat velen er de naam “Chateau Bleu” aan gaven. Mij persoonlijk viel eerder de massale aanwezigheid van boeken op. Er is geen kamer in het gebouw, waar je geen boeken vindt. Boeken over de meest uiteenlopende onderwerpen, van klassieke literatuur, over kunst en wetenschappen, tot meer technische boeken. Ik verkies daarom de naam “Chateau des Livres”. Hoewel het chateau er op het eerste zicht nog redelijk intact uit lijkt te zien, heeft het verval zich er al flink ingezet. Het is duidelijk dat hier al jaren niemand meer geweest is, buiten de vele urban explorers dan…
 


 

Manoir Saint-George

Bij een korte stop, tussen twee locaties in, aan een supermarkt in een klein, slaperig Frans stadje werd onze aandacht plots getrokken door een met onkruid overwoekerd domein met in het midden ervan een vervallen landhuis. Even een blokje om gewandeld en we vonden al snel een opening in de omheining. De manoir bleek zo goed als leeg te zijn, maar had wel een bijzonder mooi natuurlijk verval en quasi geen vandalisme. En dat geheel overgoten met een stralend Frans zomerzonnetje. Precies zoals we dat graag zien! Over de geschiedenis van dit verlaten landhuis heb ik tot nu toe niets kunnen achterhalen…

 

 

Scroll Up