Citroen

image_pdfimage_print

Old Blue

Wie mijn urbexavonturen zo’n beetje volgt, weet inmiddels wel dat ik geen fan ben van het bezoeken van verlaten huisjes. Maar zo heel af en toe kom je in de schuur bij zo’n huisje wel eens op een aangename verrassing uit. Zoals hier bijvoorbeeld. Het huisje stelde helemaal niks voor, maar in het achterliggende schuurtje vonden we deze prachtige Citroën C3 Trefle van halverwege de jaren 1920.

Van de Citroën Type C werden tussen 1922 en 1926 zo’n 81.000 exemplaren, in diverse varianten vervaardigd. Het ontwerp van Edmond Moyet kenmerkte zich door een bijzonder gevormde achterzijde. Die leverde de auto de bijnaam “kippekont” op. Vreemd genoeg hadden de eerste Type C’s slechts één deur, aan de passagierskant, want aan de chauffeurszijde bevond zich het reservewiel.

De Type C werd in 1923 opgevolgd door de twee-zits C2. Deze werd gebouwd op het zelfde 2,25 m lange chassis als de Type C. In 1924 werd deze C3 geïntroduceerd op een 10 cm langer chassis. De C3 werd ook “Trefle” (klaverblad) genoemd en had plaats voor een derde persoon achterin. Hoewel een groot succes, bleek de Type C serie niet erg winstgevend. Citroën staakte de productie van deze auto’s dan ook in 1926.

Geen informatie te vinden over het hoe, wat en waarom deze magnifieke klassieker hier aan haar lot werd overgelaten. Laten we hopen dat de rechtmatige eigenaar snel opdaagt om haar tot haar volle glorie te restaureren, vooraleer dieven, vandalen en ander uitschot haar weten te vinden…

 

 

Lost in the Pine Cones

Langsheen een drukke baan in het meest zuidelijke deel van België troffen we enkele compleet vervallen huisjes aan met een loods. Wat hier gebeurde dat maakte dat de eigenaars met de noorderzon vertrokken, valt niet te achterhalen. De huisjes waren al grotendeels ingestort. Ze waren alleszins in te slechte staat om ze nog op een enigszins veilige manier te kunnen betreden.

De loods leek een soort van autowerkplaats te zijn geweest. In de tuin en het bos achter de huisjes vonden we de carcassen van enkele oude auto’s, voornamelijk Citroëns. Verder ook een Volkswagen hippiebusje en enkele vrachtwagens en zelfs een legertruck. Het was een vrij kille ochtend en de zon probeerde hardnekkig door de mist tussen de slanke dennen heen te breken. Dit gaf het geheel een haast mystieke sfeer. Ik vraag me af of de foto’s die sfeer enigszins kunnen overbrengen…

 

 

Oldtimer Barn

In een klein, onooglijk schuurtje, langs een drukke weg ergens in België staan deze twee oldtimers te wachten op restauratie. De ene is een Ford Consul, Mark I, van begin jaren 1950; de andere een Citroën DS 21 Pallas van eind jaren 1960 of begin jaren 1970.

De Ford Consul werd gelanceerd op het autosalon van Earls Court in 1950 en ging in productie in 1951. Hij had een geheel nieuwe 1508cc kopklepmotor en was ook de eerste Ford (samen met de nieuwe Zephyr die tegelijkertijd werd geïntroduceerd) met MacPherson-veerpoten als ophanging aan de voorzijde. De productie eindigde in 1956 toen de Mark 2-versie werd geïntroduceerd.

De Citroën DS is een beroemd automodel van het Franse merk Citroën. In het Frans spreekt men de naam uit als “déesse”, wat godin betekent. Hiervan is ook de troetelnaam “godin van de weg” afgeleid. De DS werd op 6 oktober 1955 gepresenteerd op de autosalon van Parijs en sloeg in als een bom (“La Bombe Citroën”). De auto had verschillende eigenschappen en toegepaste technieken die tot dan toe nog niet in één auto waren gecombineerd.

Het gaat hier eigenlijk niet om een echte urbexlocatie, want aan de Ford Consul wordt momenteel door de eigenaar gewerkt…

 

 

Scroll Up