chateau

image_pdfimage_print

Villa Guano

Over de achtergond van deze statige villa valt jammer genoeg niets te achterhalen. Er werd ooit aanstalten gemaakt om ze te renoveren, maar om een of andere reden werd die renovatie stilgelegd. Het gebouw was inmiddels gestript tot op de ruwbouw. Vrijwel alle kamers van de villa zijn leeg. Hier en daar slingeren nog wat nonchalant achtergelaten werktuigen rond, die herinneren aan de renovatie. Zelfs de kelders waren helemaal leeg. Weinig interessants om te fotograferen dus…

Het enige onderdeel van de villa dat nog klaar en duidelijk herinnert aan de vergane glorie die achter de imposante gevels schuilgaat, is de inkompartij en de trappenhal. Maar wàt een trappenhal! Die maakten het bezoekje dan toch weer goed.

 

 

Rittergut V

Dit verlaten herenhuis werd gebouwd omstreeks 1895 in opdracht van de eigenaar van een nabij gelegen weverij. Het oorspronkelijk als zomerresidentie opgerichte landhuis diende in de loop van de geschiedenis verschillende doeleinden. Ten tijde van het Derde Rijk was het bijvoorbeeld een Reichsarbeitskamp. Na de oorlog werd het kasteel omgevormd tot een school voor de opleiding van rechters en nog later werd er een “pioniersschool voor leiderschap” in ondergebracht.

In 2018 viel het prachtige gebouw ten prooi aan de vlammen nadat er brand gesticht werd. Het volledige dak werd verwoest. De traphal met het blauwe stucwerk plafond, waar het gebouw om bekend staat, bleef gelukkig gespaard. Inmiddels werd ook het glas-in-loodraam in dezelfde traphal door onverlaten gestolen.

 

 

Charlie’s Chapel

Deze éénbeukige, bakstenen kapel werd gebouwd in 1883 in neogotische stijl. Het kleine heiligdom was gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën. Het gebouwtje bevindt zich op het kasteeldomein van Chateau Jumanji. Het fungeerde niet alleen als buurtkapel, maar ook als vertrekpunt van de wijkprocessie. Het kapelletje bevat een driezijdig koor met beschilderd houten altaar. Daarboven zien we een polychroom beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën. Achter de ijzeren afsluiting bevindt zich een schip met zitbankjes. Aan de wanden bevonden zich witgeschilderde heiligenbeelden op barokke consoles.  De engelenfiguurtjes van onder meer van de Heilige Jozef, Heilige Antonius en Heilige Margaretha zijn inmiddels verdwenen.

Hoewel het geklasseerd erfgoed is, verkeert het kapelletje in bijzonder lamentabele staat. Er zijn ernstige scheuren in de muren en meerdere verzakkingen waarneembaar. Sinds de kapel werd opengebroken, is de toestand er alleen maar op achteruit gegaan. Verscheidene beelden sneuvelden door vandalisme. In het kader van de renovatiewerken aan het kasteeltje, werd de kapel kort na dit bezoek leeggemaakt.

 

 

Chateau Lumière

Chateau Lumière werd tussen 1900 en 1903 gebouwd door de familie Burrus, die haar fortuin had gemaakt in de tabaksindustrie. De familie Burrus onderscheidde zich op tal van vlakken, waaronder niet in het minst de liefdadige werken ten voordele van de gemeenschap waarin zij leefden. Zij bouwden onder meer een voetbalstadion, een zwembad en tehuizen voor ouderen. De werknemers van de tabaksfabriek kregen veel meer “voordelen” dan de wet in die tijd oplegde, zoals verzekering en pensioen.

Het chateau werd ontworpen door de Straatsburgse architecten Gottfried Julius Berninger and Gustave Henri Krafft. Zij kozen voor de neobarokke stijl, die toen populair was in Frankrijk. De neobarok, net zoals de barok, typeert zich door het rijke en weelderige materiaalgebruik, de symmetrie en het veelvuldig gebruik van versieringen en complexe patronen. Die laatste zijn onder meer zichtbaar zijn in de smeedijzeren hekwerken rond het domein en de smeedijzeren trapleuningen.

Kort na het voltooien van het chateau overlijdt de bouwheer en neemt diens zoon Maurice Burrus zijn intrek in het gebouw. Tijdens de Eerste Wereldoorlog weigerde Maurice Burrus de Duitse troepen te voorzien van tabak en moest hij op de vlucht naar Zwitserland.  Het chateau werd in beslag genomen om onderdak te bieden aan Duitse officieren. Na de oorlog neemt de inmiddels als oorlogsheld gedecoreerde Maurice de leiding over van de tabaksfabriek. Hij groeit in toenemende mate uit tot een invloedrijke figuur op industrieel, financieel en politiek vlak.

Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog moest hij vluchten, dit keer naar zijn eigendom in de Pyreneeën. Ook dit keer werd zijn chateau opgevorderd door het Duitse leger en werd het omgevormd tot een trainingscentrum voor gewonde Duitse officieren. Na WO II trok hij zich terug in Genève. Chateau Lumière werd in eerste instantie verkocht aan een religieuze orde, maar werd later verkocht aan een private eigenaar. In 1993 werd het chateau beschermd als monument. Aangezien het onbewoond was, werd het al snel het voorwerp van vernielingen door vandalen. Tegenwoordig blijft er nog maar bitter weinig over van het ooit zo luisterrijke chateau…

 

 

Chateau Vignes Vertes

Het kasteel, waarvan de architect niet bekend is, werd gebouwd omstreeks 1830. Op deze plaats bevond zich voordien een versterkte vesting. Die vesting werd afgebroken, maar de slotgrachten bleven in eerste instantie bewaard. Later werden ook de slotgrachten gedempt om er tuinen aan te leggen.

Het in neoklassieke stijl opgetrokken kasteel, met tal van verwijzingen naar de Italiaanse architectuur, heeft een H-vormige plattegrond: een centraal gedeelte, met aan weerszijden een dwarsvleugel die er op aansluit. Het opmerkelijke interieur weerspiegelt de overgang van de neoklassieke geest naar eclecticisme onder de juli-monarchie. Verscheidene kamers werden ingericht met Parijse meubels en gordijnen uit 1830. Die sluiten aan bij een nep-hout en faux-marmer decor, beschilderde plafonds van het Pompeius of antieke type. Muren bedekt met behang uit het huis Dufour. Het geheel werd beschermd als erfgoed in 2000.

 

 

Chateau des Fantômes

Aan de poorten van de Bourgogne, midden in het Pays de Bresse, op de top van deze beboste heuvel, torent het statige Chateau des Fantômes boven de vallei uit. De grondvesten van het kasteel gaan al terug tot de tweede helft van de 13de eeuw. Het is echter pas bij de overgang naar de 15de eeuw dat van het geheel een versterkte vesting wordt gemaakt. In de 19de eeuw worden er nog verbouwingen en uitbreidingen uitgevoerd aan het kasteel. Sinds de jaren 1990 werd het echter verlaten en raakte het snel in verval.

De familie die vandaag eigenaar is van het goed, lijkt niet geneigd te zijn om het gebouw tegen verder verval te beschermen. Dit prachtige sprookjesachtige kasteel zou wel eens hetzelfde lot kunnen ondergaan als het inmiddels verdwenen Chateau Miranda… De ingestorte vloer boven een van de woonkamers is al een eerste aanzet.

Naast het kasteel bevindt zich de lege, maar mooi vervallen familiekapel. Je treft ze soms aan als afzonderlijke locatie onder de naam Chapelle Xavier.

 

 

 

Town Mansion

Het imposante Town Mansion werd gebouwd in 1912 in opdracht van Max von der Becke, zoon van een Duitse ondernemer. Zijn vader was een van de oprichters van wat later de transatlantische rederij Red Star Line zou worden. Hij bewoonde het herenhuis, met zijn vrouw en twee zonen, tot zijn overlijden in 1937. Het herenhuis in eclectische stijl met neo-Lodewijk XVI-inslag behoort tot het latere oeuvre van Jean-Laurent Hasse. De architect bouwde een groot aantal voorname burgerhuizen in eclectische en neo-Vlaamse Renaissance-stijl in Antwerpen.

Na de dood van von der Becke, werd het goed verkocht aan Maurice Herbosch. Uit zijn periode stammen tal van aanpassingen en verfraaiingen aan het huis. Hij liet onder meer de figuratieve glas-in-loodramen en de lambrisering aanbrengen. Na de dood van Herbosch in 1961 bleef zijn weduwe nog tot 1963 wonen in het herenhuis. Daarna kwam het pand in handen van de Belgische Staat.

Het waardevolle meubilair van dit gebouw is eigendom van het provinciebestuur en wordt al jarenlang bewaard in een depot. Het was de bedoeling er de officiële residentie van de gouverneur in onder te brengen. Gezien de hoge renovatiekosten die de herbestemming zou meebrengen is dit nooit gebeurd.

Sinds het begin van de jaren 1990 staat het gebouw leeg, met verscheidene kraken tot gevolg. Er werd bijgevolg een antikraker in gehuisvest. Deze settelde zich op de bovenste verdieping. Igor Todadze verzamelde in de loop van de jaren een grote collectie meubilair om het huis “gezellig” te maken. Begin 2019 organiseerde hij een uitverkoop, die gretig bezocht werd. In het voorjaar van 2018 werd het goed immers verkocht aan een private eigenaar, die zelf anoniem wenst te blijven. 

Meer informatie in de Inventaris Onroerend Erfgoed.

 

 

Chateau des Livres

Dit “chateau” is niet de bekendste bezienswaardigheid in de omgeving. Een paar honderd meter verderop is er immers een bekende middeleeuwse waterburcht, waar veel over geschreven is. Over de achtergrond van dit gebouw kon ik echter hoegenaamd niets terugvinden. Het is dan ook niet echt een “chateau”, maar eerder een landhuis. Het lijkt er op dat het een tot vakantieverblijf omgebouwde herenhoeve is.

De meest in het oog springende ruimte in het gebouw, is een zitkamer annex bibliotheek die opvallend hemelsblauw werd geschilderd. Het is omwille van deze ruimte dat velen er de naam “Chateau Bleu” aan gaven. Mij persoonlijk viel eerder de massale aanwezigheid van boeken op. Er is geen kamer in het gebouw, waar je geen boeken vindt. Boeken over de meest uiteenlopende onderwerpen, van klassieke literatuur, over kunst en wetenschappen, tot meer technische boeken. Ik verkies daarom de naam “Chateau des Livres”.

Hoewel het chateau er op het eerste zicht nog redelijk intact uit lijkt te zien, heeft het verval zich er al flink ingezet. Het is duidelijk dat hier al jaren niemand meer geweest is, buiten de vele urban explorers dan…

 

Chateau Verdure

Over dit charmante kasteeltje, gelegen in de chique buitenwijken van Parijs, valt niets van geschiedenis of achtergrond te achterhalen. Aan de slechte staat van het gebouw te zien, staat het al vele jaren leeg. Op de verdieping raak je nog net tot bovenaan de prachtige marmeren trap, maar de rest is al ingestort, of staat op het punt om dat te doen. Te gevaarlijk alleszins om er nog enigszins veilig rond te kunnen lopen.

Jammer genoeg is het kasteeltje niet gespaard gebleven van vandalisme. Grafitti spuitende idioten hebben er lelijk huisgehouden. Toch nog bijzonder mooi om te zien, met name de inkomhal met de marmeren trap en de ontbindende piano.

 

 

Manoir du Colimaçon Blanc

In de kadastrale archieven is er voor het eerst melding van het chateau in 1897. Een Parijse wijnhandelaar bouwde er toen een “tweede huis” op het domein. In 1913 werd het landgoed verkocht. In de jaren 1920 gaf de nieuwe eigenaar opdracht tot verbouwing en uitbreiding tot het huidige chateau. Hij stelde architect Marcel Oudin aan om het gebouw om te vormen tot een chateau in art nouveau-stijl. Oudin was befaamd voor zijn bouwwerken in deze stijl.

De constructie bestaat uit voornamelijk beton en baksteen. In de jaren 1970 werd het landgoed met het kasteel gekocht door een Iraanse zakenman, die het interieur liet restaureren. Hij bewoonde het chateau slechts gedurende drie jaar, vooraleer hij naar de Verenigde Staten verhuisde. Uit contacten tussen de burgemeester en de eigenaar van het goed in 1999 bleek dat deze laatste niet de intentie had om het goed opnieuw te bewonen, noch om het te verkopen. Het chateau begon al snel te vervallen, meer nog eens het ten prooi viel aan dieven en vandalen.

Buiten de karakteristieke witte wenteltrap (colimaçon blanc), welke in feite de personeelstrap was, valt er nog maar bitter weinig te fotograferen.

 

 

Chateau Pentagon

Op de mooie vleugelpiano na, was dit prachtige chateau zo goed als volledig leeg. Hier en daar nog mooie details, zoals de badkamer en de trappen. Het gebouw heeft duidelijk een opfrisbeurt nodig, maar van ernstig verval is er duidelijk (nog) geen sprake. Het kasteeltje kreeg de naam Chateau Pentagon omwille van de bijzondere plattegrond van het gebouw. Over de geschiedenis ervan heb ik jammer genoeg niets kunnen terugvinden…

Het domein wordt in de gaten gehouden door een toezichter. Op het moment van ons bezoek stond hij plots in de inkomhal. Zodra hij begreep dat we geen kwaad in de zin hadden, ontdooide hij. Er volgde nog een aangenaam gesprek en we mochten zelfs onze foto’s afmaken. Het kasteeltje kan overigens legaal bezocht worden voor fotoshoots, maar normaal is dat tegen betaling… Een gewaarschuwd man…

 

Return of the King

Dit kasteel van de tweede helft van de 18de eeuw, behoorde oorspronkelijk toe aan een adellijke familie. Later werd het verkocht aan een rijke zakenman. Begin jaren 1990 brak er brand uit en werd het kasteel herleid tot het karkas dat vandaag overblijft. Maar wàt een karkas! Ondertussen werd het al voor een groot stuk terug ingenomen door de natuur. Enkele mooie trappen en haarden herinneren nog aan de grandeur die het kasteel ooit moet gekend hebben…

Een bezoek aan deze ruïne is niet zonder gevaar. Het is om te beginnen opletten geblazen voor de boswachter die een oogje in het zeil houdt. Bovendien is er een reëel instortingsgevaar en op de hogere verdiepingen is er niets beveiligd tegen valgevaar. Het komt er dus op aan heel goed op te letten waar je loopt!

Ooit keer ik er nog terug voor een winterbezoek. De ruïne moet er fantastisch uitzien onder een laagje sneeuw!

 

 

Chateau Cendrillon

In een park met veel opmerkelijke bomen bouwde baron Louis Siraut zijn Château de la Bruyère. Het neoklassieke gebouw werd opgericht in 1860 en de familie Siraut bewoonde het kasteel tot 1984. Wellicht omwille van de stijgende kosten die gepaard gaan met het onderhoud van een kasteel met park, verliet de familie het kasteel. Het bleef jarenlang leeg staan en verkommeren, tot het in 1999 gekocht werd door bakker Raymond Beck.

Becks’ studies aan de academie voor schone kunsten in Bergen hielpen hem bij zijn taak van vakman-renovator. Hij transformeerde het inmiddels sterk verloederde kasteel tot een luxueus hotel met 10 kamers en noemde het “Hotel Chateau de la Cense au Bois”. Het hotel baadde in een decor van Napoleon III-meubels, Sèvres-porselein en fijne kasjmier tapijten. De tien kamers werden allemaal versierd met oude voorwerpen die hij verzamelde. De eetkamer, ingericht in Marie-Antoinette-stijl, gestoffeerd in blauwgrijs was een lust voor het oog.

Raymond Beck, die zijn sporen verdiende als meester-bakker in Jurbise, trok de bejubelde chef kok Pierre-Yves Gosse aan om in zijn luxehotel een restaurant op te richten. Het restaurant werd “L’Osciètre Gris” (naar de gelijknamige kaviaar van de grijze steur) genoemd. Het restaurant vergaarde al snel naam en faam als één van de beste restaurants van Henegouwen.

Toch was het luxueuze project geen lang leven beschoren. In 2005 gingen zowel het hotel als het restaurant failliet. Beck en Gosse gingen elk hun eigen weg. Pierre-Yves Gosse overleed in april 2019. het kasteel van baron Siraut viel eens te meer prooi aan verval.

 

 

 

Chateau Ladybug

Informatie over dit kasteeltje is schaars. Het neoclassicistisch hoofdgebouw met Italiaanse invloeden dateert van de tweede helft van de 19de eeuw. Het zou naar verluidt tijdens de Eerste Wereldoorlog dienst gedaan hebben als Hauptkommandantur. In recentere tijden werd het hoofdgebouw uitgebreid met een aanbouw, wellicht naar aanleiding van de intentie om het kasteel om te bouwen tot hotel en restaurant.

Het hotel met restaurant genoot lange tijd naam en faam, maar ontsnapte uiteindelijk niet aan de crisis en moest in 2009 de boeken neerleggen. Twee jaar later werd de zaak heropend in een nieuw jasje, met een nieuw concept. De hotelkamers maakten plaats van conferentie- en vergaderruimten en de keuken werd voorzien van chefs met ronkende namen. In 2014 liep het echter opnieuw mis en sloot de sterrenzaak opnieuw en definitief de deuren…

 

 

Chateau Jumanji

Het domein waarop het kasteeltje zich bevindt, werd in 1575 verkocht uit de eigendommen van een nabijgelegen begijnhof. Dat blijkt uit oude archiefstukken. Begin jaren 1880 werd het oude kasteel gesloopt. Met de stenen van de afbraak bouwde men het huidige landhuis. Het werd een sober, gepleisterd en geschilderd landhuis in neoclassicistische stijl.

Omstreeks 1910 werd aan de oostelijke gevel een merkwaardige wintertuin opgetrokken uit baksteen. Deze werd volledig bekleed met een grijze cement en gedecoreerd met imitatieboomstammen en rotswerk. Aan de voorzijde leidde een trap tussen de kunstrotsblokken naar het terras met leuningen in imitatietakken. Klimplanten geven het geheel een zeer natuurgetrouwe indruk.

De wintertuin werd gebouwd door een firma die zich specialiseerde in kunstmatige rotsen, grotten en aquariums. Het merkwaardig interieur werd volledig uitgewerkt als kunstmatige grot met kenmerkende stalactieten en stalagmieten, holen waarin planten groeien en sokkels met beelden. Ingewerkte spiegels moeten de ruimtewerking nog vergroten.  Omstreeks 1950 werd de bepleistering van het hoofdgebouw weggehaald. Daardoor kreeg het kasteeltje zijn huidig uitzicht. Het goed werd in 2002 beschermd als monument.

 

 

Chateau Hildinc

Deze kasteelruïne is – volgens geschiedkundige bronnen – samen met het Antwerpse Steen een van de oudste gebouwen in de provincie Antwerpen. De geschiedenis ervan gaat terug tot de verre middeleeuwen. In de twaalfde eeuw was het domein eigendom van gebroeders Hildincshusen, de toenmalige heren van de regio. Van halverwege de 14de eeuw tot de Franse Revolutie werd het domein eigendom van een abdij. Die bouwde het kasteel uit tot een prachtig domein. Het werd in die tijd gebruikt als residentie van de rentmeester van de abdijgoederen en de abten en hun gevolg wanneer ze op reis gingen.

Vanaf het einde van de 16de eeuw werd het kasteel ook in gebruik genomen als pastorie. Na de Franse Revolutie werd het kasteel in beslag genomen en verkocht aan een particulier, die een groot deel van het kasteel liet slopen. Eind 19de eeuw werd het goed opnieuw verkocht aan een plaatselijke industrieel, die het kasteel de naam gaf die het tot op vandaag nog steeds draagt. Na het faillissement van zijn bedrijf, werd het kasteel aangekocht door de gemeente en werd het park opengesteld voor het publiek.

 

 

Chateau Hohner

De oorspronkelijke eigenaar van Chateau Hohner, een Brusselse ingenieur, was een man met een plan. Hij kocht het 45ha grote braakliggende terrein van de gemeente en had de ambitie om de tot dan toe dorre heidegronden vruchtbaar te maken. Midden in het gigantische terrein bouwde hij tussen 1882 en 1886 het kasteel in eclectische stijl. Het merkwaardige kasteel bestaat uit een hoge dominante constructie aan de voorzijde was en een lager aangebouwde lange vleugel. In de koopovereenkomst met de gemeente werd voorzien dat bij niet slagen van het opzet, het domein grotendeels gereserveerd zou blijven als bouwgrond. Dat bleek al snel een verstandige zet te zijn.

Omstreeks de eeuwwisseling werd het kasteel verkocht aan een ondernemer die er vervolgens een stoommelkerij en stoommolen inrichtte. Na de stopzetting van die bedrijvigheid omstreeks 1960 werd het goed verkocht en werd het volledig verkaveld. Het kasteel werd vervolgens opgedeeld in twee delen. Het hoofdgebouw werd bewoond door de familie zelf, terwijl de lagere aanbouw opgevat werd als conciërgewoning. Over de laatste bewoner valt weinig informatie terug te vinden. Het lijkt aannemelijk dat het om een garagist gaat, afgaande op de vele autowrakken- en onderdelen die over het hele domein en kasteel verspreid terug te vinden zijn…

 

 

Chateau de Brumagne

Dit kasteel werd gebouwd in de helft van de 18de eeuw in classicistische stijl. Deze stijl wordt onder meer gekenmerkt door een eerdere sobere uitstraling aan de buitenzijde. Die wordt echter gecompenseerd door de geraffineerde afwerking aan de binnenzijde.

Een verwoestende brand in 2001 vernielde veel van deze afwerking. De eiken lambrisering in verschillende kamers werd volledig door het vuur verteerd. De muurschilderingen van Piat Sauvage werden weggespoeld door het bluswater. Onder de sporen van de brand zien we hier en daar nog het prachtige, gedetailleerde stucwerk. Dat werd aangebracht in 1760 door de befaamde gebroeders Moretti.

Het kasteel was eigendom van een aantal ronkende namen uit de Belgische politieke geschiedenis. Het was een favoriete verblijfplaats voor Koning Albert I en zijn echtgenote Koningin Elisabeth. Ze verbleven meermaals in het kasteel. De koning, gepassioneerd bergbeklimmer, verongelukte trouwens in 1934 niet ver van dit kasteel.

 

 

Chateau VP

Wanneer de eerste burcht op deze plaats gebouwd werd valt niet meer te achterhalen. De eerste verwijzingen ernaar gaan alleszins terug tot 1139. De burcht maakte in de loop van zijn vroege geschiedenis meermaals het voorwerp uit van politieke conflicten. Tijdens een van deze conflicten werd het gebouw in 1452 volledig verwoest. Het goed kende door vererving verschillende opeenvolgende eigenaars, maar het zou ruim 100 jaar duren vooraleer het kasteel terug werd opgebouwd, toen de heerlijkheid in handen kwam van de familie de Mastaing in 1563.

Tegen het einde van de 16de eeuw werd het kasteel verkocht aan de familie de Preudhomme uit Rijsel, die meerdere verbouwingen liet uitvoeren aan het kasteel en die ook het park rond het kasteel liet aanleggen. De laatste grondige verbouwing vond plaats in 1872-1875, nadat het goed werd aangekocht door baron Victor Pycke de Peteghem. De derde bouwlaag werd geïntegreerd in een hoger dak, het interieur en de tuin werden grondig aangepakt. Er zijn nog nauwelijks elementen aanwezig die dateren van voor 1872. De kasteeltuin werd opnieuw grondig aangepakt. De grootste nieuwigheid in de tuin is de bouw van een grote hondenkennel in 1881. De nieuwe eigenaren waren immers zeer gedreven jagers. Het hondenhok werd verwarmd door een bakoven, die zich aan de andere kant van de grote, ronde hondenkennel bevond.

De laatste afstammeling, barones en burgemeester Ines Pycke de Peteghem schonk in 1951 het volledige domein aan het Nationaal Werk der Katholieke Schoolkolonies. Deze organisatie organiseerde er onder meer vakantieverblijven. Het kasteel van Poeke werd op 13 oktober 1943 als monument beschermd, terwijl het domein sedert 1 maart 1978 als landschap is beschermd.

 

 

Shepherd Castle

Eigen vondsten zijn meestal de leukste en meest spannende locaties. Dit kasteel in neoklassieke stijl dateert van de tweede helft van de 19de eeuw. Een prachtig en mooi bewaard kasteel, met heerlijke ruimtes, haarden, vloeren, trappen,…

De site staat al enkele jaren te koop. Potentiële kopers worden wellicht afgeschrikt door het stevige prijskaartje. Bovendien zijn de mogelijkheden van het pand eerder beperkt. Het gaat immers om beschermd erfgoed. Een potentiële investeerders zal dus niet alleen over een flink budget moeten beschikken, maar bovendien bereid zijn om op te tornen tegen de typische regelneverij die met de bescherming gepaard gaat.

Om deze locatie zo goed en zo lang mogelijk te beschermen, wordt er geen verdere informatie vrijgegeven.

 

 

La Colonie

De geschiedenis van deze instelling gaat terug tot de tijd van Napoleon, die het kasteel waarin dit ‘gesticht’ gevestigd was tot nieuwe vestigingsplaats van de “bedelaarskolonie” van het toenmalige departement benoemde. Zo’n kolonie ving mensen op die op straat leefden, zonder middelen van bestaan. In 1826 zaten in de kolonie 236 mensen, van wie de meesten niet in staat waren om op het land te werken. Ze waren ‘blind, zinneloos, lam, mismaakt, doof, uitgeput, of ze hadden tering, vallende ziekte of braakten bloed’. De kolonie was een dorp in het dorp: alle nodige ambachten waren er. Er was een boerderij en er was zelfs een eigen brandweer.

Vanaf 1920 werd de instelling omgevormd tot een Rijkskrankzinnigengesticht, dat als een zelfstandige gemeenschap bleef functioneren. Er vond even later een ingrijpende verbouwing plaats met het oog op de nieuwe verplegingsnoden. Het gesticht diende voor minder zware gevallen. Van enige behandeling was er niet veel sprake. Halverwege de jaren 1960 geraakte de instelling overbevolkt en werd er overgegaan tot de bouw van een nieuw complex. De verhuis startte vanaf halverwege de jaren ’70 en duurde tot het einde van de jaren ’80. Een deel van de gebouwen die sindsdien leeg stonden, kregen inmiddels een nieuwe bestemming.

Aan het kasteel worden momenteel renovatiewerken uitgevoerd. Het gesticht zelf werd nog niet onder handen genomen en vertoont dan ook prachtige tekenen van verval. Op het moment van mijn bezoek, was het vervallen gebouw net gebruikt geweest voor een huwelijk en waren er nog wat van de versieringen te zien, hetgeen toch wel aparte beelden oplevert…

 

 

Chateau Rochendaal

Geschiedenis

Kasteel Rochendaal was eigendom van katholiek burgemeester en pauselijk graaf Jean H.P. Ulens. Hij bouwde dit neoclassicistische kasteel in 1881. Het wit bepleisterde bakstenen gebouw heeft drie bouwlagen en een torentje van vier bouwlagen. Op de gevel stond het wapenschild Ulens-Ulens. Graaf Ulens was immers met zijn nicht Marie Ulens getrouwd. In 1904 kocht notaris en burgemeester Paul Cartuyvels het landgoed als buitenverblijf. Hij woonde er met zijn vrouw tot aan zijn dood in maart 1940.

Militair verleden

In WOII bouwde de Duitse bezetter op het landgoed het militair kwartier van Bevingen uit. Dit moest de basis voor nachtjagers in Brustem bedienen. Het was meteen de start van de lange militaire geschiedenis van het gebouw. Ook na de bevrijding behield het zijn militaire bestemming. Eerst vond het Amerikaanse leger er een luxueus onderkomen. In 1951 werd het landgoed verkocht aan de Belgische staat. Vanaf dan werd het een militair domein van het Belgische leger. Kasteel Rochendaal huisvestte de mess-officieren voor het Vervolmakingscentrum Luchtmacht Sint-Truiden. In 1996 doekte toenmalig defensieminister Leo Delcroix de afdeling, inclusief het schoolcomplex van Bevingen, op. Na de sluiting in 1996 behield het domein zijn militaire status. Militairen met hondenpatrouilles hielden er nog lange tijd militaire oefeningen.

Plannen voor de toekomst

Een gedeelte van het domein werd gebruikt als opvangcentrum voor asielzoekers. In 2012 maakte de lokale overheid bekend dat het domein zou omgevormd worden tot een woonproject met 300 woningen. Het kasteel zelf wilde men restaureren. Op 13 september 2017 brak er echter opnieuw een zware brand uit, die het kasteel volledig vernielde.

Verval

Jarenlange leegstand zorgde voor een prachtig verval. Voor fotografen was vooral het plafond van de inpandige kapel sprak tot de verbeelding. Het koningsblauwe plafond met de gouden vredesduif in stukwerk werd jammer genoeg verwoest door de laatste brand.

Het kasteel van Rochendaal heeft een eigen wikipedia-pagina.

 

 

Chateau des Muscles

De geschiedenis van dit grotendeels in neo-traditionele stijl opgetrokken kasteel gaat terug tot de 13de eeuw. Het domein, werd voornamelijk gebruikt als buitenverblijf. Het was achtereenvolgens eigendom van verschillende adellijke families, waaronder de familie de Ligne, die er tot laat in de 15de eeuw eigenaar van was. Halverwege de 19de eeuw kocht de religieuze orde der Bernardines het kasteel. De nonnen vormden het kasteel om tot een klooster en pensionaat. Ze lieten er vleugels aanbouwen die dienst moesten doen als klaslokalen en kloostervertrekken. De zusters zijn ook verantwoordelijk voor de aanbouw van de imposante neogotische kapel, die opgericht werd in 1901-1902.

Na het vertrek van de kloosterzusters werd het complex in de jaren 1960 verkocht aan een commercieel bedrijf. Door de talrijke aanbouwen in de loop der tijd is het geheel uitgegroeid tot een gigantisch complex, dat vreemd genoeg – buiten enkele fraaie ruimten, zoals de gekende balzaal met kroonluchter – niet echt veel te bieden had.

Het kasteel werd in de tweede helft van 2019 verkocht. Het is niet duidelijk welke plannen de nieuwe eigenaar heeft voor het goed. De renovatiewerken zijn alleszins van start gegaan.

 

 

Chateau de Viane

De vroegste vermelding van dit kasteeldomein dateert van halverwege de 16de eeuw. Van dit oorspronkelijke kasteel en bijhorende kapel zijn echter geen resten bewaard gebleven. Het huidige kasteel met bijhorend domein zijn voor het eerst te zien op een plan uit het midden van de 18de eeuw. Vanaf het midden van de 18e eeuw kwam het landgoed in handen van een adellijke familie van baronnen, die als bouwheer van het huidige kasteel gezien wordt. Een andere familie van baronnen werd via huwelijk eigenaar van het domein en bleef het bewonen tot vlak na de eerste wereldoorlog.

Na de WOI kocht een rijke landbouwer het kasteel met bijhorend domein op en verhuurde het als pachthof. Tijdens de Tweede Wereldoorlog deed het gebouw even dienst als tijdelijke verblijfplaats voor soldaten. Een aantal jaren na de oorlog kreeg het goed zijn huidige bestemming van recreatiedomein. Vandaag is het domein nog steeds eigendom van een telg van de landbouwersfamilie. Het kasteel zelf heeft een andere eigenaar en staat al enkele jaren leeg. Een aanzet om het kasteel te renoveren blijkt uit de inhoud van het gebouw. De nieuwe ramen liggen in het gebouw te wachten om geplaatst te worden. Ze verzamelden ondertussen zelf echter ook a een flinke laag stof. Wellicht werden de renovatiewerken stilgelegd vanwege financiële problemen…

Buiten de traphal en de spectaculaire zeshoekige inkomtoren met trompe-l’oeil muurschilderingen met zuilenrijen, viel er relatief weinig te fotograferen. Het verlaten kasteel stond lang bekend als “Chateau Urbanus”. De Vlaamse komiek Urbanus zou er ooit een videoclip opgenomen hebben… Op 31 januari 2020 viel het kasteel te prooi aan brandstichters. Het vuur legde een groot deel van het kasteel in de as.

 

 

Chateau Arcade

Het centrale en oudste gedeelte van Chateau Arcade werd gebouwd tussen 1820 en 1825 door Edmond-Charles de la Coste. de la Coste was een edelman, die zijn hele volwassen leven op hoog niveau politiek actief was. In 1815 huwde hij een dochter van de laatste heer van Zuurbemde. Het landgoed was al sinds 1440 in handen van de heer van de voormalige heerlijkheid. Van de vroegere pracht en praal bleef echter niets meer over dan een motte met een woning en een schuur.

Het oorspronkelijke kasteel met 5 traveeën en een middenrisaliet werd opgetrokken in neoclassicistische stijl. Binnenin vindt men nog mooie schouwen en mooi stukwerk aan de zolderingen. In 1850 werd wat nog overbleef van de hoeve afgebroken en werden de twee zijvleugels aangebouwd aan het centrale gedeelte. De zijvleugels in hoefijzervorm eindigen telkens op een vierkantig paviljoen.

Achter het kasteel ligt een Engelse tuin met twee vijvers. Langs de rand van het park staat ook nog een ijskelder met koepelgewelf, de vroegere “koelkast” van het kasteel, waarin momenteel een vleermuizenkolonie huist. Sinds 1965 tot voor kort deed het kasteel dienst als rust- en verzorgingstehuis.

 

 

Chateau des Plantes

Over de vroege geschiedenis van deze villa valt weinig te achterhalen. Typische villa in art deco stijl in de chiquere buitenwijk van een grote stad. Maar wat er zich achter de gordijnen van deze villa afspeelde is heel wat minder typisch. Het pand kwam in het nieuws toen er brand uitbrak. Op zich niet zo merkwaardig, ware het niet dat de brand ontstond in de clandestiene wietplantage op de zolder. Net meteen wat je verwacht in zo’n chique buitenwijk… “Chateau des Plantes” is dan ook een ietwat sarcastische verwijzing naar horticulturele activiteiten in het pand.

De brand en de bluswerken veroorzaakten aanzienlijke schade aan het gebouw, maar toch bleven vele details mooi bewaard… Stellingen rondom de villa suggereren dat de renovatie gestart is.

 

 

Château Alcohol

Dit ‘château’ is niet echt een kasteel, maar eerder een kasteelachtig herenhuis. De oorsprong van het huis is niet bekend. Er wordt voor het eerst melding gedaan van het bestaan ervan in 1310. Het huis werd in de jaren 1660 in paviljoenstijl herbouwd uit een voormalige kasteelboerderij. Het complex bestaat uit een herenhuis met schuren en opslagruimtes, en een noordwestelijk gelegen voorburcht. De westelijk georiënteerde gevel kenmerkt zich door twee hoekrisalieten. Het geheel werd afgedekt met schilddaken, die men aan het begin van de 20ste eeuw, na een brand aanbracht.

Op het domein bevinden zich verder ook een viervleugelige voorburcht met schuren en opslagruimtes uit de 18de  en 19de eeuw; een watermolen, die reeds in 1370 vermeld werd; een van de weinige overgebleven vroeg-19de-eeuwse duiventorens. In het noordelijke gedeelte van het park bevindt zich een grafkelder als onderdeel van een privékerkhof van de adellijke familie die vanaf de 19de eeuw het goed in bezit had.

De laatste afstammelinge van deze familie bewoonde het herenhuis tot aan haar overlijden in 2007. Sindsdien staat het gebouw leeg. Zo goed als al het meubilair werd uit het huis verwijderd. Enkel de inpandige kapel, die in 1666 werd ingericht en ingewijd door de bisschop van een nabijgelegen bisdom, is lang intact gebleven. Inmiddels maakte men ook deze kapel leeg.

 

 

Chateau Nottebohm

Het kasteeldomein Nottebohm is een domein van meer dan 58 ha groot. Het centraal gelegen kasteel werd gebouwd in 1908 door Ferdinand Otto Nottebohm. Het is een typisch voorbeeld van een begin-20ste-eeuws buitenhuis in de bosrijke gebieden rondom de stad. Nottebohm koos voor een pittoreske, eclectische bouwstijl. Men onderscheidt elementen uit de neo-Vlaamse renaissance, de traditionele bak- en zandsteenstijl en de cottagestijl. Architect Ernest Pelgrims tekende de plannen. De vier gevels zijn afwisselend en grillig vormgegeven. Het interieur van de woning is sterk verwaarloosd en bijna volledig vernield.

Het kasteel, gebouwd als buitenverblijf voor het gezin Nottebohm, werd tot 1943 regelmatig gebruikt. De familie Nottebohm was een vooraanstaande familie, gekend omwille van talrijke initiatieven in de zorgverlening. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het kasteel door het Duitse leger in gebruik genomen. Na de oorlog kwam de familie er slechts sporadisch op vakantie.

In de jaren 1950 werd het kasteel verhuurd als hotel en restaurant. Nadien stond het voornamelijk leeg. In de jaren 1980 werd het te koop gesteld, zonder resultaat. Jarenlange leegstand zorgde voor een verwaarloosde toestand van het exterieur en een grotendeels verdwenen interieur.

Het verloederde kasteel kwam de voorbije jaren opnieuw in de belangstelling.  De bekende Amerikaans regisseur Tim Burton wou het kasteel gebruiken als decor voor zijn nieuwe film. Auteur Ransom Riggs haalde in het kasteel eerder al zijn inspiratie voor zijn boek “Miss Peregrine’s home for peculiar children”. De keuze van de filmlocatie viel uiteindelijk op een ander kasteel in de buurt.

In het voorjaar van 2018 werd het kasteeltje in alle stilte gesloopt…

 

 

Chateau Miranda

In 1866 gaf graaf Hadelin de Liedekerke-Beaufort opdracht voor de bouw van een nieuw kasteel op zijn landgoed. De bouwwerken begonnen datzelfde jaar, maar werden pas in 1907 volledig voltooid. Dit neogotische kasteel – één van de zeldzame exemplaren in België – werd ontworpen door de Engelse architect Edward Milner, die stierf voor de voltooiing van het gebouw. Het kasteel heeft verschillende functies gehad en staat ook wel bekend als Home de Noisy. Dat laatste was de naam toen het als vakantieverblijf voor de kinderen van het spoorwegpersoneel diende.

Het 4.000 m² grote kasteel heeft een karakteristieke, 56 meter hoge centrale klokkentoren, omringd door vele andere torentjes. Rechts van het kasteel bevinden zich de voormalige paardenstallen.

Het gebouw, dat lang dienst deed als toeristische verblijfplaats voor groepen kinderen en jongeren, werd definitief verlaten in 1991 en raakte al snel in verval. Het werd een uitgelezen oord voor urban explorers en wordt door velen onder hen gezien als de “moeder van alle urbex-kastelen”.

Het verloederde kasteel was inmiddels een doorn in het oog van de graaf geworden. Doordat het kasteel opgenomen was op de lijst van beschermd erfgoed, werd restauratie quasi onbetaalbaar. De graaf wendde al zijn macht en invloed aan om het kasteel terug van de lijst te laten schrappen en slaagde erin de toenmalige minister voor ruimtelijke ordening, een politicus van bedenkelijk allooi, voor zijn kar te spannen. In 2015 schrapte deze het kasteel van de lijst van beschermd erfgoed, waarna de graaf prompt een sloopaanvraag indiende. Eind oktober 2016 begon na lang dralen de sloop van het kasteel…

k bezocht het kasteel twee maal. De eerste maal slechts gewapend met de iPhone (hiervan zitten enkele beelden in de reportage). Enkele weken later keerde ik terug met camera en statief.

 

 

Scroll Up