charbonnage

image_pdfimage_print

Mine des Grimpeurs

Dit mijnbedrijf, zoals vele in deze regio, maakte deel uit van het imperium van een adellijke familie, die vooral actief was in de staalindustrie. Die zelfde familie ontmoetten we al in een eerdere reeks over het administratief gebouw dat het centrale bestuur van het bedrijf huisvestte: Bureau Central.

Het eerste stuk steenkool in deze vestiging werd in juni 1856 gedolven, in een schacht op twee kilometer afstand van wat later het familie-hoofdkwartier zou worden wat de ontginning van steenkool betreft. Na deze ontdekking, stelde de raadgevend ingenieur van het bedrijf voor nieuwe onderzoeken in het gebied naar het zuiden uit te voeren om operaties uit te breiden, die tot dan omwille van de landsgrens beperkt waren tot het noorden. Verschillende schachten werden vervolgens gegraven tussen 1862 en 1889. De geproduceerde kolen werden voornamelijk gebruikt om de staalfabrieken van de familie af ​​te stoken. Na de Tweede Wereldoorlog werd de productie in minder dan tien jaar verdrievoudigd. In 1946 was het bedrijf verbonden aan een openbaar bedrijf, als onderdeel van het nationalisatieproces van alle Franse kolenmijnen. Na 1960 werd de steenkoolindustrie echter hard getroffen. Het bedrijf moderniseerde noodgedwongen en investeringen gingen door tot 1986. De hoofdzetel stopte met activiteiten in 1986, maar een deel van de infrastructuur van de site bleef tot 1989 worden gebruikt voor andere schachten in dezelfde concessie die nog in bedrijf waren. De laatste put werd gesloten in 2001.

 

Charbonnage FT

Naar Belgische normen was deze Charbonnage FT een eerder bescheiden steenkoolmijn, die ook vrij kort werd uitgebaat. In deze regio werd al steenkool gedolven vanaf 1755 Het Frans-Belgische bedrijf dat de mijn exploiteerde werd opgericht in 1865. Het delven in deze mijn gebeurde in ontelbare gaanderijen, die op relatief lage diepten gegraven werden. Er werd steenkool naar boven gehaald van 1875 tot 1935. In 1920 stierven twaalf mijnwerkers ten gevolge van een gasexplosie onderaan de mijn. Vanaf dit moment begint de activiteit van de mijn ook af te nemen, tot in 1929 slecht een enkele zetel nog steeds steenkool naar boven haalt. Uiteindelijk sluit de mijn definitief in 1935. Aan het begin van de 21ste eeuw werden de schachtbokken gesloopt en bleven alleen de oude gebouwen bestaan. Vandaag, na bijna 85 jaar leegstand, verkeren ze in bijzonder slechte staat. De gewestelijke overheid onderneemt heeft de voorbije jaren de nodige stappen ondernomen om de site, die te kampen heeft met zware verontreiging, te saneren. De werken zullen eerstdaags beginnen…

 

 

Charbonnage du Renard

De Charbonnage du Renard is een voormalig steenkoolbedrijf in de Belgische regio Luik. Aanvankelijk bescheiden, werd de maatschappij door haar opeenvolgende aanwinsten tijdens de negentiende en twintigste eeuw een van de machtigste en grootste steenkoolbedrijven in de regio.

De eerste bekende koolmijnexploitatie in het gebied dateert van het einde van de 16de eeuw, maar de mijn kwam pas echt tot ontwikkeling omstreeks 1825, toen de concessie door systematische uitbreidingen tot een totale oppervlakte van op 208 ha kwam. Het jaarlijkse productierecord werd bereikt tegen einde jaren 1930, met 620 000 ton steenkool, gedolven over een jaar met een personeelsbezetting van ongeveer 2.100 man. De jaarlijkse productie daalt tot 244.000 ton tijdens WOII. De laatste uitbreidingen vinden plaats in 1939, waarmee de concessie van het bedrijf ongeveer 900 hectare groot was. Het belangrijkste operationele centrum van het steenkoolbedrijf werd gesloten in 1967 en twee jaar later werd ook de steenkoolwinning in deze zetel stopgezet.

Het enige nog resterende gebouw, is het “douchegebouw”, waar de mijnwerkers zich konden omkleden en douchen na het werk. Het gebouw bevat ook een beperkt administratief gedeelte, de ziekenboeg en de loonhal. Na de sluiting van de mijn werd het gebouw in gebruik genomen door een garagist. In de loonhal en de kelders van het gebouw staan nog tientallen autowrakken, voornamelijk van het merk Ford. In de zomer van 2011 ontstond er enige beroering, toen bekend gemaakt werd dat een projectontwikkelaar het terrein wou verkavelen om er 100 woningen op te richten. Aangezien de bodem sterk vervuild is met zware metalen (lood en kwik), liep het project spaak op de volstrekt ontoereikende maatregelen die voorgesteld werden om de bodem te saneren…

 

 

 

Usine Barbelée

Deze gigantische industriële site lijkt meerdere bedrijven te huisvesten. Het oudste en naar mijn persoonlijke smaak mooiste gedeelte was van oorsprong een van de steenkoolmijnen die de nabijgelegen staalfabrieken van brandstof moest voorzien. In de oudste gebouwen op het terrein zijn nog de sorteer- en wasinstallaties voor de steenkool te herkennen. Eén van deze oude gebouwen – duidelijk door brand geteisterd – herbergt een schat aan prachtige roest en verval. Een ander en groter deel van de site lijkt een stuk recenter en wijst eerder op een chemische bedrijvigheid. Dit deel van de site is duidelijk nog niet zo lang geleden verlaten. Het is een locatie met een vrij hoge risicofactor, gelet op de overvloedig aanwezige scheermesdraad en de immer alerte security, die constant aanwezig is op het terrein. Ik heb deze locatie inmiddels 3 keer bezocht (waarvan 1 keer een volledige dag) en heb nog steeds niet alles gezien… Een zéér indrukwekkende site alleszins, die men gerust meerdere keren kan bezoeken.

 


 

House of Escher

Om de opgedolven steenkolen te ontdoen van verontreiniging, zoals stukken steen, werd een systeem ontwikkeld om de steenkool te “wassen”. In een steenkoolwasserij werden de gedolven kolen in een installatie gebracht, waarin zich aan de onderzijde een rooster bevond, waarlangs water in pulserende bewegingen werd toegevoerd. Op de roosters lagen brokken veldspaat. Door de pulserende bewegingen (deinwasmachine) bewoog de steenkool over het bed van veldspaat, terwijl het zwaardere gesteente op en door het bed heen zakte en op de roosters terechtkwam.

Deze steenkoolwasserij werd gebouwd in het midden van de jaren ’50 en zou bijna 20 jaar in dienst blijven voor de omliggende steenkoolmijnen. Het inmiddels als monument geklasseerde gebouw kreeg aan de buitenzijde een opknapbeurt, omdat er plannen bestonden om er een publiek gebouw van te maken. Na een investering van 13 miljoen euro, vielen de werken echter stil, omdat er geen ruimte meer was in de begroting. Er bestaat nu de intentie om de binnenkant van het gebouw te declasseren, zodat het op de private markt kan verkocht worden…

Als je in dit gebouw binnenkomt, zie je vrijwel meteen waarom het de naam ‘House of Escher’ meekreeg. Het gebouw bevat een wirwar aan betonnen trapjes die overal en nergens naartoe lijken te lopen. De associatie met de wereldberoemde litho van graficus M. C. Escher “Klimmen en Dalen” (1960) is snel gemaakt.

 “Klimmen en Dalen” door Maurits Cornelius Escher (1960)

“Klimmen en Dalen” is gebaseerd op de “Penrose-trap”, een optische illusie en een onmogelijk voorwerp bedacht door de Britse wis- en natuurkundige Roger Penrose in 1958.

 “Impossible Staircase” door Roger Penrose (1958)

Op de trap lijk je een rondje omhoog (of omlaag) te kunnen lopen en dan kom je weer op dezelfde traptrede terecht. In drie dimensies is het dus een onmogelijke figuur, die is ontstaan door in de tweedimensionale tekening te spelen met het perspectief.

 

 

Zeche AdH

Deze steenkoolmijn werd in 1977 in bedrijf gesteld. Zowel de bouwstijl als de inrichting dateren duidelijk van de jaren ’70. Het steenkoolbedrijf zou enkele keren door andere bedrijven overgenomen worden, voor het in 1999 definitief buiten werking werd gesteld. De mijnschacht zelf is zes bij zes meter breed en gaat ruim 1100 meter diep onder de grond. Samen met de nabijgelegen tweede mijnschacht van hetzelfde bedrijf werd er jaarlijks 3 miljoen steenkool naar boven gehaald. In 2015 werd de schacht opgevuld met 37.000 m³ beton. De gebouwen zullen kortelings gesloopt worden en het gebied zal opnieuw een natuurbestemming krijgen.

 

 

Zeche DT

Mijn eerste kennismaking met de beruchte “mandjes” was in deze Zeche DT (ook wel Zeche P), een van de vele koolmijnen in het Duitse Ruhrgebied. Omwille van een bezoek aan een andere locatie eerder op de dag, werd het jammer genoeg slechts een kort bezoekje…

De werkzaamheden rond deze steenkoolmijn gingen al begin jaren ’40 van start, maar liepen vertraging op omwille van de Tweede Wereldoorlog. De delfwerken zouden pas ruimschoots na de oorlog, tegen het einde van de jaren ’40 van start gaan. Er zou bijna 70 jaar lang naar steenkool gedolven worden, tot de mijn in december 2008 definitief de deuren sloot.

De “mandjes” dienden als lockers voor de mijnwerkers. Na het omkleden, borgen ze er hun persoonlijke spullen in op, waarna het mandje met een ketting tot tegen het plafond van de zaal werd getrokken. De ketting werd vervolgens vastgemaakt aan een genummerd metalen gestel. De persoonlijke bezittingen van de mijnwerkers waren op deze manier veilig voor eventuele gauwdieven, maar bovendien was het voor de mijnopzichters een extra controle om te zien wie er zich (nog) in de mijn bevond.

 

 

Hasard Cheratte

Mijn kijk op de sinds 1977 verlaten steenkoolmijn van de Société Anonyme des Charbonnages du Hasard. Ik hou niet zo van die overbekende locaties, waar het altijd lijkt alsof men er met hele bussen op af komt, maar gezien de plannen om het terrein in 2016 te saneren en een deel van de gebouwen te slopen, vond ik toch dat ik er moest geweest zijn (een beetje een gelijkaardig verhaal doet zich trouwens voor in het geval van Château Miranda).

Het terrein betreden, bleek geen sinecure te zijn. Een toegang vanaf de voorliggende straat was al bij voorbaat uitgesloten. De enige optie was om het domein langs de achterzijde te benaderen. De wagen werd discreet bij de bovenste mijnschacht, de Belle Fleur, geparkeerd en vanaf daar begon de afdaling. Aangezien het de dagen voordien (en de dag zèlf trouwens ook) bepaald regenachtig was geweest, had de berg die ik moest afdalen meer weg van een afhellend modderbad. Het was een hele uitdaging om me staande te houden op de glibberige ondergrond en mijn pogingen om proper en droog beneden te raken, bleken geen onverdeeld succes…

Ondanks de overvloedig aanwezige graffiti en het vele vandalisme, vond ik deze site toch zeker een bezoek waard!

 

 

Scroll Up