art nouveau

image_pdfimage_print

Wasserwerke

Deze voormalige rioolwaterzuiveringsinstallatie is een geklasseerd industrieel gebouw in het Duitse industriestadje Krefeld. Het gebouw is een ontwerp van architect George “Jörg” Bruggaier. Het wordt beschouwd als een architectonisch belangrijk voorbeeld van de Jugendstil. De fabriek, gebouwd tussen 1908 en 1910 zuiverde het rioolwater van de hele stad Krefeld. Het is een van de laatst overgebleven zuiveringsinstallaties uit de begindagen van de stedelijke zuiveringssystemen in Duitsland.

Tot 1962 gebruikte men de zuiveringsinstallatie in de oorspronkelijke staat. Vanaf dan tot 1996 werd ze – door de installatie van vijzels – nog uitsluitend voortgezet als pompstation. In 1996 verving men het geheel door een aangrenzend nieuw gemaal. Naast de grote hal (hoofdgebouw), met onder meer twee rioolkanalen, een overloopkanaal en de halkraan, vind men er tevens het kalkgemaal (machinekamer). Achteraan het terrein het woonhuis van de bedrijfsleider, gebouwd in 1921/1922 volgens de plannen van de architect Anton Rumpen. Het oorspronkelijke sluizenhuis, is vanwege riooltechnische redenen nog steeds in het bezit van het gemeentebedrijf Krefeld en dient vandaag als toegang tot de regenwateroverstroming.

Het oude zuiveringsstation werd gekocht door 4 vrienden. Zij willen er een nieuwe bestemming aan geven, met respect voor het historische en architecturale karakter van het pand. Om vandalen buiten te houden, werd het pand recentelijk beveiligd met camera’s en bewegingsmelders. Het kan het alleen nog legaal bezocht worden…

 

 

Convent U

Magnifiek en gigantisch klooster, opgericht in 1841 onder impuls van de dorpspastoor. Het klooster werd in de loop van de geschiedenis meermaals uitgebreid en heropgebouwd. Het liep tijdens de beide wereldoorlogen aanzienlijke schade op. Men maakte telkens van de gelegenheid gebruik om de gebouwen meer aan te passen aan de veranderende noden.

Binnen het complex zien we eclectische interieurs in diverse stijlen, neogotiek, neo-empire, neoclassicisme, art nouveau en art deco. Verspreid over het klooster zijn muurschilderingen, glas-in-loodramen, geëtst glas, lambriseringen en stucwerk overvloedig aanwezig. De verschillende gebouwen zijn met elkaar verbonden door monumentale gangen en gaanderijen.

Aan het klooster zijn nog een grote art nouveau wintertuin en een neogotische kerk. Die waren op het moment van mijn bezoek helaas niet toegankelijk. Ze verdienen alleszins een tweede bezoek. Hetzelfde geldt voor het omliggende park

 

Ciné Théatre Varia

Ciné Théatre Varia (in de volksmond Ciné Varia) is een atypisch gebouw in de Belgische betongeschiedenis. Een overblijfsel uit de gouden eeuw van de stille cinema. De Luikse architect Eugène Claes (1886-1947) ontwierp het gebouw in 1911. Hij raakte geïnspireerd door industriële tentoonstellingen en internationale evenementen, die tegelijkertijd plaatsvinden in de grote Belgische steden. Claes koos resoluut voor de Art Nouveau, die op dat moment floreerde in heel Europa. Hij gebruikte beton als decoratieve elementen voor de gevel. Die bestond uit balken en kolommen met baksteenvulling, versierd met cementdecoraties.

Het vertonen van films gebeurde toen door middel van een procédé met brandbare hars (vandaar de naam “film flamme”). Uit brandveiligheidsoverwegingen moest het ontwerp te elfder ure worden aangepast. Het beton werd doorgetrokken naar het volledige ontwerp van het theater.

De bouw werd voltooid in 1913, maar pas ingehuldigd in 1917. De Varia kan met trots terugblikken op beroemdheden zoals Bourvil, Adamo, Fernandel en Johny Halliday, die tijdens de gouden jaren 1950 en ’60 het podium bevolkten. In de jaren 1980 ging het echter zienderogen achteruit voor het eens zo populaire theater. Mede omwille van bezorgdheid omtrent de stabiliteit van het gebouw, valt het doek voor de Varia definitief in 1986.

De gevel van het gebouw werd in 1992 geklasseerd als monument en staat momenteel ook nog steeds in de steigers voor renovatie. Voor de rest van het gebouw ziet de toekomst er minder rooskleurig uit. Dat deel is immers niet geklasseerd en schattingen voor de renovatie ervan lopen op tot maar liefst 5 miljoen euro… 

 

 

Manoir du Colimaçon Blanc

In de kadastrale archieven is er voor het eerst melding van het chateau in 1897. Een Parijse wijnhandelaar bouwde er toen een “tweede huis” op het domein. In 1913 werd het landgoed verkocht. In de jaren 1920 gaf de nieuwe eigenaar opdracht tot verbouwing en uitbreiding tot het huidige chateau. Hij stelde architect Marcel Oudin aan om het gebouw om te vormen tot een chateau in art nouveau-stijl. Oudin was befaamd voor zijn bouwwerken in deze stijl.

De constructie bestaat uit voornamelijk beton en baksteen. In de jaren 1970 werd het landgoed met het kasteel gekocht door een Iraanse zakenman, die het interieur liet restaureren. Hij bewoonde het chateau slechts gedurende drie jaar, vooraleer hij naar de Verenigde Staten verhuisde. Uit contacten tussen de burgemeester en de eigenaar van het goed in 1999 bleek dat deze laatste niet de intentie had om het goed opnieuw te bewonen, noch om het te verkopen. Het chateau begon al snel te vervallen, meer nog eens het ten prooi viel aan dieven en vandalen.

Buiten de karakteristieke witte wenteltrap (colimaçon blanc), welke in feite de personeelstrap was, valt er nog maar bitter weinig te fotograferen.

 

 

Scroll Up