abandoned

Four de C.

Deze staalfabriek werd in 1853 gesticht. Toen de eigenaar omwille van de hoge financiële eisen voor de aanleg van een spoorlijn aan de rand van het faillissement stond, werd hij gered met de financiële hulp van een accountant binnen zijn bedrijf. Na de dood van de stichter in 1880 heeft hij het bedrijf nagelaten aan die accountant, die onder zijn naam het bedrijf groot maakte. Tegen 1897 had het bedrijf 1200 werknemers in dienst. Tegen 1913 beschikte het bedrijf over twee hoogovens, twee batterijen van 41 cokesovens; twee staalfabrieken, walserijen, smederijen, werkplaatsen enz. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de fabriek ontmanteld en gesloopt, maar vanaf 1919 werd ze heropgebouwd met nieuwe hoogovens en cokesovens met een productiecapaciteit van 200,00 ton ijzer per jaar. Tijdens het interbellum zouden er nog meer uitbreidingen aan de fabriek plaatsvinden. Het bedrijf bloeide tot in de jaren 1970, maar werd vanaf dan, net zoals andere staalindustrieën getroffen door de staalcrisis. Het aantal werknemers werd herleid tot één derde. Het bedrijf kende vanaf dan een opeenvolging van overnames en fusies. De huidige eigenaar, een Russische partner van de laatste overnemer, produceert er sinds 2016 warm en koudgewalst staal.

 

 

Blue Christ Church

Deze neogotische parochiekerk werd gebouwd in het begin van de jaren 1880. De bakstenen constructie werd opgericht onder de vorm van een kruisbasiliek (een kruiskerk die is opgezet als basiliek, hetgeen betekent dat het kerkgebouw zijbeuken heeft die lager zijn dan de middenbeuk en dat de middenbeuk boven de zijbeuken is voorzien van een rij vensters). Ook het interieur van de kerk was neogotisch en bevatte onder meer een 16de eeuws hardstenen doopvont in gotische stijl. Van de oorspronkelijke pracht en praal is vandaag nog maar weinig overgebleven. Pogingen om de kerk te restaureren draaiden op niets uit. In 2015 werden nog de orgelpijpen van het kostbare 16de eeuwse orgel afgezaagd om de verkopen als oud ijzer…

 

 

Therme Bleu

Al in de Gallo-Romeinse tijd was hier een spa. Dankzij een roman waarin de schoonheid van een herderin wordt toegeschreven aan de kwaliteit van de wateren van dit dorp, komt het stadje plots in het middelpunt van de belangstelling. In 1845 wordt dit prachtige kuuroord geopend. Het heeft een uitstekende reputatie tot het einde van de 19de eeuw, maar stort rond de eeuwwisseling zonder duidelijke reden in. Bijna 100 jaar later wordt op dezelfde plek geprobeerd om het eens beroemde bronwater te bottelen en te verkopen als een topproduct, gericht op de rijke klantenkring van luxe hotels en restaurants van het Arabische schiereiland. Het project blijkt echter een commercieel falen te zijn en het bedrijf sluit uiteindelijk in 2014…

 

 

Crypte L

Al in 1870 ontstond het plan voor de aanleg van dit netwerk van ondergrondse grafgalerijen. Voor de bedenker van het plan was het niet alleen een prestigeproject, maar bood het meteen ook een hygiënische oplossing voor het plaatsgebrek op de begraafplaatsen in en rond de grote stad. Grafgalerijen waren op dat moment nog een nieuwigheid in Noord-Europa. Zes jaar later werd begonnen met de bouw van de galerijen. De eerste galerij was 31 meter lang en werd in 1878 in gebruik genomen. Dat jaar werden meteen nog zes nieuwe galerijen gebouwd en pas rond 1890 werd het eerste gangenstelsel afgesloten. Het meest recente deel werd beëindigd in 1935. Het oudste deel is in neoklassieke stijl opgetrokken, de laatste galerijen in art-decostijl. De ondergrondse gangen, waarvan de langste zich uitstrekt over een lengte van driehonderd meter, zijn alles bij elkaar meer dan een kilometer lang en bieden ruimte aan meer dan vierduizend grafnissen. De meest in het oog springende ondergrondse grafnissen, hebben een bovengronds gekoppeld grafmonument. De pracht en praal tonen aan dat deze ondergrondse grafkelders vooral bestemd waren voor de rijke en machtige families in de stad. Vele bekende figuren vonden er een laatste rustplaats… Het geheel werd de afgelopen gerestaureerd, na jarenlange verwaarlozing.

 


 

Cimenterie

Verscholen ‘in plain sight’ ligt deze 15.000 m² grote industriële site al sinds het begin van de jaren 1960 te wachten op een nieuwe bestemming. De voormalige cementfabriek werd er opgericht in 1883 op de plaats waar al sinds 1881 kalk gewonnen werd uit de naastgelegen groeve. In eerste instantie werd er alleen kalk geproduceerd. Later werden de activiteiten uitgebreid met de productie van het kunstmatige Portlandcement. De fabriek werd uitgerust met traditionele ovens en verticale metalen ovens verdeeld over een dozijn atypische industriële bouwwerken. Het meest opvallende en tevens meest indrukwekkende van die constructies is ongetwijfeld de 40 meter hoge toren, die nog de roestige overblijfselen van de machinerie bevat. Het zuidelijke deel van de site, met de oude kalksteengroeve, werd inmiddels van het geheel afgesplitst. Medio jaren 1950 werd dit deel onder water gezet. Het wordt vandaag gebruikt door een duikclub. Er kan tot een diepte van 40 meter gedoken worden. Het terrein werd in 2013 gesaneerd. Een projectontwikkelaar zou er lofts onderbrengen in de bestaande gebouwen, maar deze plannen werden nooit uitgevoerd. Inmiddels heeft de natuur zich terug meester gemaakt van de site, die al sinds jaar en dag een geliefde locatie vormt voor urban explorers en fotografen.

 


 

Piscine Mai

In de jaren 1970 vatte de Franse overheid het plan op om de zwemsport toegankelijk te maken voor alle Fransen. Het project, dat liep tot het begin van de jaren 1980, kreeg de naam “1000 piscines” mee en bood gemeenten de mogelijkheid om tegen een bescheiden kostprijs een standaard zwembad te bouwen. Er werden verscheidene types ontworpen, maar het type “tournesol” oogstte het meeste bijval. Er werden er in totaal 183 gebouwd, waarvan 26 in het noorden van Frankrijk. Vandaag is zowat de helft van de tournesol-baden gesloten of vernield. Anderen zijn gerehabiliteerd, soms op een verrassende manier. Bij de ingang van dit oude gemeentelijke zwembad valt al meteen de algehele teloorgang op: stukgeslagen ramen, afgescheurde patrijspoorten, lelijke grafitti en geen spoor meer van de typerende gele PVC-kleedcabines, die mee de glorie van de piscines tournesols maakten.

De koepel in polyester tegels, ontwikkeld door de ingenieur Thémis Constantinidis, bestaat uit 36 ​​metalen bogen, waaronder 12 intrekbare, waardoor tijdens de zomer het zwembad onder een hoek van 120° kon worden opengemaakt. Een boog op twee wordt doorboord met 7 patrijspoorten, wat bijdraagt ​​aan het futuristische uiterlijk van het ontwerp. Dit vliegende schotelvormige zwembad zal ongetwijfeld duizenden Franse schoolkinderen hebben gecharmeerd…

In een poging het lelijke effect van de grafitti te minimaliseren, heb ik deze reeks in zwart/wit bewerkt…

 


 

Chateau des Livres

Dit “chateau” is niet de bekendste bezienswaardigheid in de omgeving. Een paar honderd meter verderop is er immers een bekende middeleeuwse waterburcht, waar veel over geschreven is, maar van de achtergrond van dit gebouw kon ik hoegenaamd niets terugvinden. Het is dan ook niet echt een “chateau”, maar eerder een landhuis. Het lijkt er op dat het een tot vakantieverblijf omgebouwde herenhoeve is. De meest in het oog springende ruimte in het gebouw, is een zitkamer annex bibliotheek die opvallend hemelsblauw werd geschilderd. Het is omwille van deze ruimte dat velen er de naam “Chateau Bleu” aan gaven. Mij persoonlijk viel eerder de massale aanwezigheid van boeken op. Er is geen kamer in het gebouw, waar je geen boeken vindt. Boeken over de meest uiteenlopende onderwerpen, van klassieke literatuur, over kunst en wetenschappen, tot meer technische boeken. Ik verkies daarom de naam “Chateau des Livres”. Hoewel het chateau er op het eerste zicht nog redelijk intact uit lijkt te zien, heeft het verval zich er al flink ingezet. Het is duidelijk dat hier al jaren niemand meer geweest is, buiten de vele urban explorers dan…
 


 

Alien Church

Het dorpje waarin deze bijzondere kerk zich bevindt, werd tijdens de Eerste Wereldoorlog volledig verwoest en zou in eerste instantie niet opnieuw opgebouwd worden. Dank zij de vasthoudendheid van de inwoners, die er een hechte gemeenschap vormden, kwamen de autoriteiten terug op deze beslissing en werd de wederopbouw van het dorpje alsnog mogelijk gemaakt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het dorpje echter opnieuw getroffen door het noodlot… Toch werd ook deze keer werk gemaakt van de wederopbouw. De kerk werd ontworpen door architect MQ. Het gebouw werd volledig opgetrokken in gewapend beton en heeft geen zichtbare muren, maar lijkt te bestaan uit den dakconstructie die doorloopt tot op de grond. Zowat de hele constructie werd doorboord door vierkante openingen, die bekleed werden met glas-in-lood-ramen in groene en paarse tinten, hetgeen een bijzondere en kleurrijke lichtinval oplevert…

 

 

Chapelle de Bresillac

Chapelle de Bresillac is de kapel van een college, gebouwd in 1887 op de plek van het oorspronkelijke heiligdom, waar volgens de overlevering in augustus 470 op miraculeuze wijze een bron ontsprong om de dorst te lessen van de heilige Geneviève en haar compagnon Celine, die daar tijdens hun reis verpozing zochten. In 1177 werd er rondom de bron een priorij van kanunniken van Sint Augustinus gesticht, die in 1637 werd overgenomen door de Oratorianen, die er het college stichtten. De 19de eeuwse kapel heeft een langwerpig plan, afgesloten door een veelhoekig koor. Vooral de adembenemende glas-in-lood-ramen, die onder meer het wedervaren van de heilige Geneviève en de heilige Celine uitbeelden, springen onmiddellijk in het oog. De kapel zelf bevindt zich op het tweede niveau van het gebouw. Toen het college in 2012 de deuren sloot, raakte uiteraard ook de kapel in onbruik.

 


 

Bibliopolis

Deze prachtige bibliotheek, die de naam Bibliopolis kreeg, is de schoolbibliotheek van een college dat in de eerste helft van de 17de eeuw werd opgericht. Het college was van katholieke signatuur en omvatte een kleuterschool, een lagere school, een hogeschool en een middelbare school. Oorspronkelijk was de onderwijsinstelling gereserveerd voor jongens, maar in de jaren 1980 werd ze opengesteld voor gemengd onderwijs en ontving vanaf dan zowel jongens als meisjes, in internaten, halfpension en dagschool. De bibliotheek zelf werd pas in de eerste helft van de 20ste eeuw aangebouwd en bevatte enkele merkwaardige stukken, waaronder een origineel exemplaar van de encyclopedie van Diderot et d’Alembert. Na jarenlange aanhoudende financiële problemen, moest het college in 2012 noodgedwongen de deuren sluiten. Het geheel raakte al snel in verval en in het bijzonder de bibliotheek werd slachtoffer van diefstallen en vandalisme. Waardevolle exemplaren van boeken verdwenen of werden vernield. Een plan om de school te heropenen werd in 2016 gestaakt, waarna het verval zienderogen toenam.

 


 

Chateau Verdure

Over dit charmante kasteeltje, gelegen in de chique buitenwijken van een wereldstad, valt niets van geschiedenis of achtergrond te achterhalen. Aan de slechte staat van het gebouw te zien, staat het al vele jaren leeg. Op de verdieping raak je nog net tot bovenaan de prachtige marmeren trap, maar de rest is al ingestort, of staat op het punt om dat te doen. Te gevaarlijk alleszins om er nog enigszins veilig rond te kunnen lopen. Jammer genoeg is het kasteeltje niet gespaard gebleven van vandalisme. Grafitti spuitende idioten hebben er lelijk huisgehouden. Toch nog bijzonder mooi om te zien, met name de inkomhal met de marmeren trap en de ontbindende piano.

 

 

Manoir du Colimaçon Blanc

In de kadastrale archieven is er voor het eerst melding van het chateau in 1897, wanneer in opdracht van een Parijse wijnhandelaar een “tweede huis” op het domein wordt opgericht. De verbouwing en uitbreiding tot het huidige chateau zou echter pas plaatsvinden in de jaren 1920 door de nieuwe eigenaar, die het domein in 1913 gekocht had. Hij gaf architect Marcel Oudin de opdracht om te vormen tot een chateau in art nouveau-stijl, de stijl waarvoor deze architect befaamd was. De constructie bestaat uit voornamelijk beton en baksteen. In de jaren 1970 werd het landgoed met het kasteel gekocht door een Iraanse zakenman, die het interieur liet restaureren. Hij bewoonde het kasteelt slechts gedurende drie jaar, vooraleer hij naar de Verenigde Staten verhuisde. Uit contacten tussen de burgemeester en de eigenaar van het goed in 1999 bleek dat deze laatste niet de intentie had om het goed opnieuw te bewonen, noch om het te verkopen. Het chateau begon al snel te vervallen, meer nog eens het ten prooi viel aan dieven en vandalen. Buiten de karakteristieke witte wenteltrap (colimaçon blanc), welke in feite de personeelstrap was, valt er nog maar bitter weinig te fotograferen.

 

 

Terre Rouge

Terre Rouge, genoemd naar de rode kleur van de ijzerhoudende grond, was een van de grote spelers in de ijzerertsindustrie in Luxemburg en zelfs in Europa. De geschiedenis van de site neemt een aanvang omstreeks 1870 met de bouw van de “Usine Brasseur”, waar de twee eerste hoogovens gebouwd werden onder auspiciën van de “Société Anonyme des Hauts-fourneaux Luxembourgeois”. Op de site werd door 10 verschillende mijnbedrijven ijzererts ontgonnen, eerst bovengronds, later uit ondergrondse galerijen. In 1937 werd het bedrijf opgeslokt door ARBED (Aciéries Réunies de Burbach-Eich-Dudelange). Nog later werd het bedrijf overgenomen door de groep ArcelorMittal. In de jaren 1950 ontdekte men dat de gassen, die vrijkwamen bij het smelten van ijzer tijdens de staalproductie, konden worden gebruikt om elektriciteit te produceren. De Centrale Thermique werd daarom in 1951 gebouwd om deze revolutionaire techniek te exploiteren. In de jaren 1970 zag Luxemburg de staalindustrie krimpen en de hoogovens in de hele regio begonnen te sluiten. Een dag nadat de laatste hoogoven in 1977 werd stilgelegd, werd ook de hele fabriek gesloten. De hoogovens werden inmiddels afgebroken. Tegenwoordig zijn alleen de ijzerertssilo’s en het lege gebouw van de krachtcentrale er nog, verlaten en ernstig in verval.

 

 

Bouncing Off the Satellites

Het grondstation voor ruimtecommunicatie werd in 1972 opgericht en leverde de verbindingen tussen het nationale telefoonnetwerk en de ruimte. Het station is gebouwd door Bell Telephone, met als doel België in staat te stellen de Intelsat-apparatuur te gebruiken, waarvan het toen een van de elf lidstaten was. Het station ligt in het hart van een domein van 123 hectare en heeft verschillende grote satellietschotels om satellietsignalen op te nemen. De eerste antenne werd in 1972 ingewijd door Koning Boudewijn. In de loop der jaren werden verschillende satellietschotels toegevoegd met diameters van 18 tot 30 meter en hoogtes tussen 22 en 35 meter. Het vlaggenschip van de Belgische telecommunicatie trok elk jaar duizenden bezoekers. In 2007 en 2008 werd het satellietevenement overgelaten aan een Indiase onderneming, die haar activiteiten voornamelijk op het Afrikaanse continent concentreerde. De Indiase groep werd echter in 2012 failliet verklaard. Door de veroudering van het materiaal werd het opnieuw opstarten van de activiteit onmogelijk. De site met de schotelantennes werd gekocht door een zakenman uit Luik, die eerder grote hoeveelheden ongebruikt land van de site had gekocht. Hij zal een groots sociaal project realiseren waarin de schotelantennes als attractie blijven bestaan.

 

 

Wet Dogs Plant

Soms vraag je je af hoe locaties aan hun naam komen. Waarom iemand deze oude krachtcentrale met de naam “Wet Dogs Plant” bedacht, is me een raadsel. De hoogoven, waar deze krachtcentrale deel van uitmaakte, lag al van 2008 stil, maar het nieuws van de definitieve sluiting kwam er pas in 2012. De bedrijvigheid op deze site ging van start in 1836. Zoals wel vaker gebeurt in de staalindustrie volgden er in de loop van de geschiedenis van de fabriek verscheidene fusies en overnames, tot de fabriek in 2001 uiteindelijk in Italiaanse handen kwam. Deze Italiaanse groep stopte in 2008 echter met de productie van primair staal. Er werd nog naar een overnemer gezocht, maar die werd niet gevonden. In 2012 viel het doek definitief over de fabriek. In de oude krachtcentrale werd gerecupereerd wat nog bruikbaar was, maar te oordelen naar de dikke laag stof die alles bedekt, werd er sedertdien nog maar weinig verplaatst…

 

 

Owl School

Het minste wat men van deze Owl School kan zeggen, is dat ze een woelige geschiedenis heeft gekend. Het was de eerste Vlaamse normaalschool, opgericht in 1816 onder het bewind van Konin Willem I. Ze werd opgericht als “Rijkskweekschool” (een opleidingsinstituut voor onderwijzers), om het Nederlandstalig onderwijs naar een hoger kwaliteitsniveau te tillen. Er studeerden niet alleen Vlamingen, maar ook “kwekelingen” uit andere delen van Nederland, Wallonië en Luxemburg. De school kende een grote bloei. Na de Belgische Omwenteling werd ze overgenomen door de katholieke kerk, die er de onderwijzersopleiding verder zette. De school speelde een cruciale rol in de verdediging van het rijksonderwijs. Hoewel ze na de onderwijswet van 1842 terug een “rijksnormaalschool” werd, bleef de leiding in handen van priesters, omdat het in de praktijk geen sinecure bleek om degelijk opgeleide directeurs te vinden buiten de katholieke kerk. 

De oorspronkelijke schoolgebouwen werden tijdens de Eerste Wereldoorlog grotendeels verwoest. Dank zij de royale vergoedingen van de Duitse oorlogsschade zag men de kans om nieuwe, moderne gebouwen op te richten. De meeste huidige gebouwen dateren dan ook van 1926. Na de Tweede Wereldoorlog werd het aanbod uitgebreid naar een middelbare afdeling (opleiding tot regent). De school kende een grote bloei, maar zag niettemin een terugval na de schoolhervorming van 1970. In 2012 kwam er een einde aan het 195-jarig bestaan van de Rijksnormaalschool. De voornaamste reden was de verouderde infrastructuur. De stad ging op zoek naar een andere invulling van de site, met het opzet zoveel mogelijk van de historische gebouwen te bewaren. Een herbestemmingsproject zal de voormalige school omvormen naar een mix van functies: wonen, werken en kleinhandel. Vanaf januari 2019 zullen de werken van start gaan…

 

 

Chateau Pentagon

Op de mooie vleugelpiano na, was dit prachtige chateau zo goed als volledig leeg. Hier en daar nog mooie details, zoals de badkamer en de trappen. Het gebouw heeft duidelijk een opfrisbeurt nodig, maar van ernstig verval is er duidelijk (nog) geen sprake. Het kasteeltje kreeg de naam Chateau Pentagon omwille van de bijzondere plattegrond van het gebouw. Over de geschiedenis ervan heb ik jammer genoeg niets kunnen terugvinden…

 

 

Paper Cutter

Dit vliegtuig, vrij onbekend voor het grote publiek, werd gebouwd in de Hurel-Dubois-fabrieken van Meudon. Er werden slechts 8 exemplaren van gebouwd. Met de specifieke low-speed vluchtkarakteristieken, de stabiliteit en het lange bereik, is het toestel speciaal gebouwd voor het National Geographic Institute. Dit specifieke vliegtuig, uitgerust met verticale en schuine camera’s, werd gebruikt om Noord-Afrika en de overzeese gebieden in kaart te brengen. Cartografen en fotografen profiteerden ten volle van de grote stabiliteit van het vliegtuig tijdens de vlucht. Het toestel staat nu al geruime tijd aan de grond. Een groep enthousiastelingen zet zich momenteel in om het vliegtuig te restaureren en weer luchtwaardig te maken. Slechts twee exemplaren van dit vliegtuig, met een bijzonder lange overspanning (46 meter), die de bijnaam “paper cutter” kreeg en waarvan het specifieke geluid bijzonder herkenbaar is voor Wright Cyclone-stermotoren, zijn nog steeds operationeel.

 

 

Manoir Saint-George

Bij een korte stop, tussen twee locaties in, aan een supermarkt in een klein, slaperig Frans stadje werd onze aandacht plots getrokken door een met onkruid overwoekerd domein met in het midden ervan een vervallen landhuis. Even een blokje om gewandeld en we vonden al snel een opening in de omheining. De manoir bleek zo goed als leeg te zijn, maar had wel een bijzonder mooi natuurlijk verval en quasi geen vandalisme. En dat geheel overgoten met een stralend Frans zomerzonnetje. Precies zoals we dat graag zien! Over de geschiedenis van dit verlaten landhuis heb ik tot nu toe niets kunnen achterhalen…

 

 

Piscine Bel Air

Onder urban explorers is deze plaats vooral populair vanwege het prachtige zwembad, dat een zekere Griekse uitstraling heeft. Het lukte me jammer genoeg niet om de precieze geschiedenis van deze plaats te achterhalen, maar het lijkt erop dat het een soort privé-club was. Naast het zwembad, was de hele kelder ingericht als een kleine bar annex disco. De rest van het huis, vanaf het grondniveau omhoog, was stevig vergrendeld. We vonden ook een mooie tuin, met twee overwoekerde autowrakken erin en een mooie, kleine waterpartij … Al met al een leuk bezoek.

 

 

Powerplant IM

In urbexmiddens worden Powerplant IM en Cooling Tower IM vaak als twee afzonderlijke locaties beschouwd. Oorspronkelijk vormden ze uiteraard één geheel. De voormalige elektriciteitscentrale van Monceau-sur-Sambre werd gebouwd in 1921. De machinegebouwen werden langs de linkeroever van de Samber gebouwd en de koeltoren, inmiddels ook bekend als filmlocatie van ‘De Premier’ langs de rechteroever. De elektriciteitscentrale draaide initieel op gepulveriseerde steenkool. Naarmate de vraag naar energie steeg en het vermogen stelselmatig werd opgedreven, werd ze vanaf de jaren 1970 ook aangedreven door aardgas. Eind jaren ’70 was deze centrale de voornaamste leverancier van elektriciteit in de regio Charleroi. De centrale, die inmiddels een vermogen van 92 MegaWatt had bereikt, bleek evenwel ook een belangrijke vervuiler te zijn, verantwoordelijk voor maar liefst een tiende van de uitstoot van koolstofdioxide in België. Het nieuws werd gevolgd door hevige protesten van Greenpeace, waarop de centrale in 2007 werd stilgelegd. Sinds enkele jaren wordt de centrale stelselmatig ontmanteld. De gebouwen bleven inmiddels niet gespaard van dieven en vandalen. Vandaag biedt het geheel nog slechts een trieste aanblik en herinnert het nog vaag aan de eens machtige energieproducent…

 

 

Heavy Metal (revisit)

Mijn eerste bezoek aan deze staalgigant dateert alweer van meer dan twee jaar geleden. Ik was zodanig onder de indruk van deze enorme fabriek, dat ik er letterlijk met open mond rondliep… De voorbije twee jaar hebben koperdieven hier vreselijk veel schade aangericht door de bedrading te ontmantelen om het koper er uit te halen. Ze hebben inmiddels wel tonnen koper en andere metalen gestolen… Ze waren trouwens nog steeds bezig toen we er deze keer waren! Gelukkig hebben ze ons niet te veel lastig gevallen. Ze waren zelfs galant genoeg om uit onze schots te blijven. 🙂 Ondanks alle schade is deze verlaten staalfabriek nog steeds met stip de meest indrukwekkende industriële site die ik tot nu toe heb gezien. Als je net zoveel van roest en stof houdt als ik, zal je dit geweldig vinden!

 

 

Charbonnage FT

Naar Belgische normen was deze Charbonnage FT een eerder bescheiden steenkoolmijn, die ook vrij kort werd uitgebaat. In deze regio werd al steenkool gedolven vanaf 1755 Het Frans-Belgische bedrijf dat de mijn exploiteerde werd opgericht in 1865. Het delven in deze mijn gebeurde in ontelbare gaanderijen, die op relatief lage diepten gegraven werden. Er werd steenkool naar boven gehaald van 1875 tot 1935. In 1920 stierven twaalf mijnwerkers ten gevolge van een gasexplosie onderaan de mijn. Vanaf dit moment begint de activiteit van de mijn ook af te nemen, tot in 1929 slecht een enkele zetel nog steeds steenkool naar boven haalt. Uiteindelijk sluit de mijn definitief in 1935. Aan het begin van de 21ste eeuw werden de schachtbokken gesloopt en bleven alleen de oude gebouwen bestaan. Vandaag, na bijna 85 jaar leegstand, verkeren ze in bijzonder slechte staat. De gewestelijke overheid onderneemt heeft de voorbije jaren de nodige stappen ondernomen om de site, die te kampen heeft met zware verontreiging, te saneren. De werken zullen eerstdaags beginnen…

 

 

Eglise des Causes Désespérés

De “kerk van de wanhopige gevallen” is een bijzonder toepasselijk gekozen naam voor deze gedesaffecteerde kerk. Het voor deze kleine gemeenschap eens zo belangrijke gebouw bevindt zich in een wel zeer lamentabele toestand. Niet voor niets werd ze door de brandweer ontoegankelijk verklaard. Je hebt er het gevoel dat je op ieder gegeven moment wat willekeurige brokstukken op je hoofd zou kunnen krijgen. Al sinds 2010 gaan er geruchten dat ze zou gesloopt worden, maar medio 2018 staat ze er nog steeds te verkommeren. De kerk werd in Romaanse stijl gebouwd in 1921 voor de steeds toenemende mijnwerkerspopulatie, voornamelijk afkomstig uit Vlaanderen.

 


 

Black Cokes

Deze cokesfabriek werd begin jaren 1950 opgericht om de hoogovens in de omgeving van cokes te voorzien. De cokes worden geproduceerd uit de droge destillatie van steenkool, die in een zuurstofvrije omgeving indirect verwarmd wordt tot ongeveer 1000 graden en ontdaan wordt de ongewenste restproducten (waterstofgas, methaan, benzeen en teer). Cokes wordt voornamelijk ingezet om ijzererts in een hoogoven te reduceren tot ruw ijzer. De fabriek besloeg een oppervlakte van 17 ha. En werd in 1981 nog met een extra ovenbatterij uitgebreid tot een totaal van 122 ovens. De productiecapaciteit bedroeg toen 750 kton/jaar. Tijdens de jaren 1990 werden er nog vernieuwingen uitgevoerd aan de ovens, maar na de overname in 2001 wenste de nieuwe uitbater niet meer te investeren in de noodzakelijke aanpassingen om vele klachten omtrent milieuvervuiling te ondervangen. Begin 2008 werd de laatste oven stilgelegd en sloot de cokesfabriek. In 2014 begon men met de sloop van de installaties. Daarna is voorzien in de sanering van de zwaar vervuilde bodem.

 

 

Green World

Deze grote boerderij is een van de bouwwerken in een park rond een kasteel, en omvat onder meer het huis van de conciërge. Het bevindt zich in het kasteeldomein, ten noordoosten van het kasteel. De boerderij bestaat uit verankerde bakstenen gebouwen onder zadeldaken (decoratieve rode en zwarte Vlaamse tegels), opgesteld rondom een ​​binnenplaats. De boerderij dateert grotendeels van het vierde kwart van de 19e eeuw. De zuidvleugel wordt gevormd door een prachtige serre en volière, nu overwoekerd door onkruid, wat aanleiding gaf tot het pseudoniem ‘Green World’. De kapel die werd toegevoegd aan de noordvleugel is veel recenter.

De laatste foto is een binnenaanzicht van de afzonderlijke kapel in het bos ten zuiden van de boerderij. Dit was oorspronkelijk de ijskelder. Het gebouwtje dateert eveneens van het vierde kwart van de 19e eeuw en werd begin jaren negentig opgericht als boskapel. Het achthoekige paviljoen van baksteen en knoestig hout staat op een sokkel van lokale ijzerzandsteen. Het bepleisterde interieur bevat gerecycleerde neogotische hoogreliëfs van een West-Vlaamse abdij. De glas-in-loodramen werden gerecupereerd uit een niet-gespecificeerde afgebroken Waalse kerk.

 

 

Old Iron

Ergens temidden van de Waalse graanvelden staan twee onooglijke schuurtjes, waarvan je geen moment zou vermoeden dat ze een schat aan prachtige klassieke auto’s herbergen… Ik trof er onder meer een oude Mercedes Benz 200 van einde jaren 1960, een “Baader Meinhof Wagen” (BMW 2002 ti) van begin jaren 1970 en een originele Mini Cooper aan. Het absolute pronkstuk van de collectie (voor mijn persoonlijke smaak) is echter toch wel de Citroën C4 van 1930. Ook de Renault Juvaquatre van 1939 en de Chevrolet Styleline Deluxe van begin jaren 1950 zijn bijzondere en opvallende stukken…  Wat de geschiedenis van deze wagens is en waarom ze in deze godverlaten schuurtjes staan op te roesten, is een volkomen raadsel. Volgens de geruchten zouden ze eigendom zijn van de uitbater van de nabijgelegen garage/tankstation. Misschien (hopelijk) heeft hij nog plannen om deze klassiekers te restaureren…

 


 

Brains Tower

Door de toenemende vraag naar cokes in de staalindustrie en de daaruit voortvloeiende stijgende prijzen, ging men op zoek naar een meer kostenefficiënte techniek. Deze werd gevonden door het injecteren van verpulverde steenkool (Pulverized Coal Injection) als vervanger voor de tot dan gebruikte zware olie in het smeltproces. Verpulverde kolen worden in de primaire luchttoevoer gemengd en in de hoogoven geblazen. Het meest opmerkelijke aspect van deze methode is dat het mogelijk is om goedkopere kolen te gebruiken in het systeem en dure cokes te vervangen, waardoor de kosten aanzienlijk worden verlaagd. Het procédé werd ontwikkeld in de 19e eeuw, maar werd pas in de jaren zeventig industrieel geïmplementeerd. In deze hoogoven werd de methode pas ingevoerd halverwege de jaren 1990. In deze fabriek werd tot de sluiting van de nabijgelegen hoogoven in 2008 poederkool geproduceerd.

 

 

Church of Raven

Deze neoromaanse kerk werd ontworpen door een Gentse architect volgens een basilica-plan (hoog middenschip met lagere zijbeuken). Het middenschip heeft een opmerkelijk plat, met houten panelen beklede plafond. Eveneens typerend voor de (neo)romaanse bouwstijl is het koor dat uitmondt in een apsis met een cul-de-four (gewelf in de vorm van een halve koepel). De muren van het middenschip rusten op arcades die afwisselend rusten op sterke pilaren en kolommen met kapitelen. De toren is zijdelings ingeplant tegen de westelijke gevel. De groenige zandsteen van Dolhain legt mee de nadruk op de soberheid en het Romaanse karakter van dit heiligdom, gebouwd tussen 1906 en 1907.

Op een zondagochtend in augustus 2015 moest de brandweer in allerijl uitrukken omdat de hele klokkentoren in lichterlaaie stond. De brand bleek te zijn veroorzaakt door koperdieven, die bezig waren het koper in de bekabeling van de toren te stelen. De kerk stond op dat ogenblik al enkele jaren leeg. Door de ontoegankelijkheid van de toren duurde het verscheidene uren voor de brandweer de vlammen meester was. De schade was aanzienlijk. Aangezien de kerk geen beschermd karakter heeft, lijkt het quasi onvermijdelijk dat ze in de nabije toekomst volledig zal gesloopt worden…

 


 

Wattman

Dit nog steeds actieve tram-depot werd gebouwd in 1915. Van het oorspronkelijke depot is vandaag niet veel meer te zien. In de loop der jaren breidde het uit tot een modern onderhoudsdepot voor al de trams en bussen van de stad. De omvang van het depot blijkt niet alleen uit de oppervlakte die het inneemt. Het was ook een belangrijke speler in de ontwikkeling van de hoogspanningsleidingen. De site heeft de capaciteit om zijn eigen elektriciteit (2400 KW) te produceren om de stroomvoorziening van het net te versterken. Op een zijspoor van het depot staan enkele uitgerangeerde trams, die wellicht nog bewaard blijven voor eventuele onderdelen en wisselstukken voor de trams in het museum dat aan de site verbonden is. De oude trams die hier staan weg te roesten, waren van oorsprong geen nieuw gebouwde trams, maar omgebouwde S-trams. Het ombouwprogramma startte in 1978, maar werd in 1988 gestaakt toen de meeste tramlijnen rond de stad werden opgeheven. Kort erna werden deze trams helemaal uit reizigersdienst gehaald.

 


 

ROA’s Factory

Deze fabrieksruïne is al wat nog rest van de groots opgevatte katoenspinnerij en –weverij die er in de tweede helft van de 19de eeuw werd opgericht. De textielfabriek bleef actief tot aan het faillissement ervan in de jaren 1960. Nadien vestigde zich een kopergieterij op de terreinen en in de gebouwen. De kopergieterij evolueerde naar een metaalverwerkend bedrijf, dat vooral actief werd in het aanleveren van onderdelen voor de auto-industrie. Door de toenemende vraag, barstte het bedrijf al snel uit zijn voegen. In 1997 verhuisde men naar een nieuwe en grotere site en kwamen deze gebouwen definitief leeg te staan. Binnen in de fabriek komen we enkele fraaie staaltjes graffiti-kunst tegen van kunstenaar ROA, die we eerder ook al tegenkwamen in Skeleton Factory. De stad, die nu eigenaar is van de terreinen en gebouwen, plant hier een nieuw woonproject, waarbij zal gepoogd worden de kunstwerkjes van ROA in het geheel te integreren…

 


 

Zeche M

De oorkonde voor de uitbating van deze steenkoolmijn in het Duitse Ruhrgebied, werd uitgereikt in het begin van de jaren 1860, maar het zou nog 40 jaar duren vooraleer er in dit meest oostelijke deel van het bijna 100 km² grote ontginningsgebied voor het eerst testboringen zouden worden uitgevoerd. Vanaf 1912 begon de feitelijk ontginning van Zeche M, waar antraciet gedolven werd. Er werd gedolven op dieptes die varieerden tussen 350 en 850 meter. Tijdens de topjaren werd er jaarlijks 2,5 miljoen ton antraciet gewonnen door ruim 8000 werknemers. Precies 100 jaar na de start van de ontginning werd de mijn stilgelegd. Een groot deel van de gebouwen werd inmiddels gesloopt. Het is niet geheel duidelijk of op termijn alles gesloopt zal worden, of dat dit gebouw met de monumentale inkomhal en de zalen met de typische mandjes behouden blijft… Tijdens ons bezoek werd het gebouw alleszins nog steeds verwarmd.

 


 

Salve Mater Convent

Bij mijn eerste bezoek aan deze voormalige neuro-psychiatrische kliniek Salve Mater, was er slechts één paviljoen toegankelijk. Het neotraditionele hoofdgebouw en de neogotische kapel kwamen recent echter leeg te staan. Het uit rode baksteen opgetrokken hoofdgebouw omvatte oorspronkelijk de administratie en het klooster van de zusters en omvatte verschillende vleugels. In de as van de hoofdingang bevindt zich de kapel van de instelling. Zowel het klooster als de kapel werden zo goed als volledig leeggehaald, allicht met het oog op de renovatie van het geheel. In de kapel is nog de oorspronkelijke biechtstoel te vinden en achter de kapel is de autopsietafel in het mortuarium blijven staan. Desondanks was het al bij al toch nog een leuk bezoek, dat enkele leuke foto’s opleverde.

 


 

Domain M

Domain M werd ooit uitgebaat als bed & breakfast en kon gehuurd worden voor feestjes en recepties. Het gebouw leent er zich uitstekend voor. Mooie rustige ligging en een ruime eigen parking die via het achterliggende straatje bereikbaar is. Enkele jaren geleden werden de activiteiten stopgezet om het gebouw een grondige renovatiebeurt te geven. Waar het misliep is niet geheel duidelijk. Financiële problemen misschien? De renovatiewerken werden alleszins stopgezet en het gebouw bleef er verlaten bij liggen. Het duurde dan ook niet al te lang voor met camera’s bewapende nieuwsgierigen het pand aan een onderzoek kwamen onderwerpen. Kort geleden leek het alsof de renovatiewerken terug op gang zouden getrokken worden, maar even later verscheen het goed op een website voor immobiliën, waar het te koop aangeboden werd. Toen ik er ongeveer twee maanden voor dit bezoek langs kwam, was er alleszins activiteit en brandde er licht. Toen ik er vandaag opnieuw langs kwam, was daar geen teken meer van te bespeuren… Het gebouw werd wel volledig leeggehaald. Een opdoffer voor de “urbexers” die graag meubelen rond sjouwen voor “unieke shots”. Ik vond het leeg alleszins ook nog mooi. Het geeft de gelegenheid om meer te focussen op de details en het verval…

 

 

Control Tower

Van wat ooit een van de belangrijkste rangeerstations van België moest worden, blijft vandaag nog slechts een schim over. Het station werd opgericht tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hoewel het bij aanvang zowel personen- als goederentransport zou verzorgen, spitste het zich in de loop der tijd steeds meer toe op goederenvervoer, om vanaf halverwege de jaren 1950 zelfs uitsluitend op goederentransport over te schakelen. Omwille van de steeds groeiende activiteit op de rangeersite, werd er beslist een hoge toren te bouwen, van waaruit men een overzicht over alle lijnen kon bewaren. Begin jaren 1970 werden de bouwwerken aangevat. Toch kon het station op langere termijn zijn sterke positie niet handhaven en moest het steeds meer aan relevantie inboeten. Tegen het einde van de jaren 1990 was alle activiteit er stilgevallen en werd het station verlaten. Vandaag worden nog slechts twee spoorlijnen bereden en zelfs dan slechts sporadisch…

 


 

Fawlty Forest

In dit stukje bos, dat er vanaf de straat als een stukje ongerepte natuur uitziet, val je van de ene verbazing in de andere… Als het niet was voor het oude, verroeste poortje dat de aandacht trekt, zou je er zo voorbij lopen… Eens je achter dat poortje bent en wat dieper het bos in wandelt, kom je eerst bij een schuurtje uit, waar een oude tractor en een Peugeot 205 geparkeerd staan. Nog een eindje verder, loop je op het roestende karkas van een bus en vanaf daar begint de pret pas echt. Verderop in het bos staan nog een hele resem Peugeot 205’s her en der over het bos verspreid en als kers op de taart vind je in de verste uithoek van het bos nog drie weg roestende BMW’s… Het urbexhart maakt een klein sprongetje bij het zien van zoveel moois!

 


 

Return of the King

Dit kasteel van de tweede helft van de 18de eeuw, behoorde oorspronkelijk toe aan een adellijke familie. Later werd het verkocht aan een rijke zakenman. Begin jaren 1990 brak er brand uit en werd het kasteel herleid tot het karkas dat vandaag overblijft. Maar wàt een karkas! Ondertussen werd het al voor een groot stuk terug ingenomen door de natuur. Enkele mooie trappen en haarden herinneren nog aan de grandeur die het kasteel ooit moet gekend hebben…

 

 

Factory H

Factory H is het tweede van drie gebouwen van een bedrijf dat halverwege de 19de eeuw werd opgericht voor de opslag, overslag en verhandeling van uit Amerika en Rusland geïmporteerde granen. De opmerkelijke gebouwen werden in binnen- en buitenland geroemd omwille van de revolutionaire technieken die gebruikt werden voor de behandeling van granen. Dit specifieke gebouw werd opgericht tijdens het interbellum, naast het oorspronkelijke gebouw uit 1895. Het gebouw bevat meerdere silo’s en kan meer dan 27.000 ton graan bevatten.

 


 

Krachtstroom

Deze voormalige energiecentrale, gelinkt aan de nabijgelegen staalindustrie, werd bij de teloorgang van die staalindustrie obsoleet. Hoe lang het gebouw precies leeg staat, is niet duidelijk. Het werd inmiddels zo goed als volledig leeggehaald. Bij een eerste bezoek eind 2016 was wat er nog overbleef nog redelijk intact. De enige ingang was toen via een klein raampje op 4 meter boven de begane grond en dat was duidelijk een brug te ver voor vandalen en ander uitschot. Ondertussen zijn er meerdere en aanzienlijk makkelijkere ingangen “gecreëerd”, hetgeen zich dan ook meteen laat zien aan het toenemende vandalisme. Jammer… Maar voorlopig toch zeker nog het bekijken waard en het meest recente bezoek leverde dan ook nog enkele leuke plaatjes op.

 


 

Bank Job

Volgens de catalogus van het bouwkundig erfgoed werd dit herenhuis gebouwd in de jaren 1780. In de loop van de 19de eeuw werd het grondig verbouwd en kreeg het een extra verdieping. Zoals vele panden in deze buurt, werd ook dit pand op een gegeven ogenblik betrokken door een financiële instelling, afgaande op de nog aanwezige kluizenzaal in de kelder. De renovatie van het gebouw, die het zal omvormen tot luxueuze appartementen, werd al jaren geleden aangekondigd, maar raakt om een of andere reden niet echt op dreef. Er zijn duidelijke tekenen dat er een aanvang werd genomen met de renovatie, zoals de met beschermende platen ingepakte trap. Sommige ruimten zijn nog onaangeroerd. Leeg maar met mooie tekenen van verval. De kluizenzaal vormt een extra uitdaging. Ik beschikte tijdens mijn bezoek jammer genoeg niet over de juiste extra verlichting om de pikdonkere zaal behoorlijk in beeld te brengen. Een revisit dringt zich dus op…

 


 

Madonna di Pasqua

Deze opmerkelijke kapel in neogotiek behoorde oorspronkelijk bij een weeshuis en ouderlingentehuis dat werd opgericht omstreeks 1840. De gebouwen werden 15 jaar later uitgebreid en aangevuld met de kapel. Later zou het geheel nog verder uitgebreid worden tot een volwaardig ziekenhuis. Het oudste gedeelte van het oorspronkelijke weeshuis werd inmiddels gesloopt, maar de zuidelijke vleugel, met de eraan vast gebouwde kapel zijn sinds 1985 beschermd als monument en werden ook al deels gerestaureerd. Door de verhuis van de ziekenhuisactiviteiten kwam de hele site leeg te staan. Jammer genoeg duurde het niet lang voor vandalen hun weg naar de kapel vonden. Ik bezocht de kapel twee keer met een tussenperiode van slechts twee weken en zelfs op die korte tijd waren de vele vernielingen opvallend…

 


 

All American Boys

Sommige van deze verlaten Amerikaanse auto’s, limousines, trucks en vans lijken klaar om elk moment te vertrekken, terwijl anderen al in een gevorderde staat van ontbinding zijn… Vooral de GMC ziekenwagen was een eye catcher. De rode sportwagen staat er wellicht te wachten op een koper. Een leuke vondst voor de liefhebbers van verlaten voertuigen…

 


 

Haberdashery

Dit textielbedrijf hield zich voornamelijk bezig met het weven van stoffen om meubelen te bekleden. Over het ontstaan van deze weverij valt zo goed al niets te achterhalen. Uit volks- en nijverheidstellingen blijkt alleszins dat het dorp tot het einde van de 19de eeuw nog voornamelijk op landbouw gericht was, maar dat men stilaan een aanzet tot textielverwerking ziet ontstaan, voornamelijk onder de vorm van “huisnijverheid”. Het duurt nog tot na de Eerste Wereldoorlog voor men echt kan spreken van een georganiseerde textielindustrie. Afgaande op de bouwstijl lijkt het aannemelijk dat dit bedrijf pas na de Tweede Wereldoorlog werd opgericht, toen de textielindustrie een hoge vlucht nam. Wat alleszins zeker is, is dat het bedrijf een tiental jaar geleden in slechte papieren kwam. Er werd naarstig naar een overnemer gezocht, maar toen die niet gevonden werd, legde het bedrijf de boeken neer, waardoor de laatste 15 werknemers op straat kwamen te staan.

 

 

Eric’s Engine Room

De eigenaars en uitbaters van dit bedrijfje waren oorspronkelijk actief in de vlasverwerkingssector. Toen de vraag naar vlas na de Tweede Wereldoorlog stagneerde, moest men uitkijken naar nieuwe activiteiten. Eind jaren 1950 werd dit bedrijf als zusterbedrijf opgericht. Het nieuwe bedrijf legde zich toe op het vervaardigen van mazouttanks, silo’s en tandwielen. Later werden de activiteiten van beide bedrijven nog verder uitgebreid en moest men uitwijken naar een grotere locatie. Die werd gevonden op een nabijgelegen industrieterrein. Na de verhuis naar het nieuwe industriële complex begin jaren 1990 kwam deze locatie leeg te staan. De locatie onderging een prachtig natuurlijk verval en bleef tot vandaag gespaard van dieven en vandalen…

 


 

Lost Patriot

Een post-apocalyptisch tafereel, deze inderhaast achtergelaten Leopard tanks en Volvo trucks op een militair domein…

 


 

Death Disco

Oorspronkelijk ontstaan in de jaren 1990, was Death Disco jarenlang een begrip bij de feestvierders uit de omgeving. Een tiental jaar geleden nam de huidige eigenaar, die toen zelf al enkele jaren in de dancing werkte, de zaak over en herdoopte ze. Door het duurder wordende leven en de dalende koopkracht van jongeren, ging het echter vrij snel bergafwaarts met de danstempel en al gauw begonnen de schulden zich op te stapelen. Iets minder dan een jaar geleden zag de uitbater geen andere uitweg meer dan de boeken neer te leggen. Sindsdien is de zaak in handen van een curator. Aangezien er zo goed als geen lichtinval was, was fotograferen op deze locatie een hele uitdaging. Meer dan deze 5 beelden heb ik er niet kunnen uithalen…

 

 

Chateau Cinderella

Ik ben er (nog) niet in geslaagd de geschiedenis van dit charmante kasteel te achterhalen, buiten het feit dat de recentste activiteit die er plaatsvond de uitbating van een restaurant met enige standing was. Het restaurant ging al vele jaren geleden op de fles en het mooie kasteel staat sindsdien te verkommeren. Niet dat er geen interesse is, maar potentiële investeerders botsen telkens weer op een solide muur van reglementitis inzake stedenbouw en ruimtelijke ordening…

 


 

Orange Factory

In deze fabriek werden de afvalstoffen van een nabijgelegen hoogoven verwerkt, meer specifiek werd er synthetisch grafiet geproduceerd uit het afval van de cokes die in de hoogoven gebruikt werden. Vanwege de relatieve zachtheid van het materiaal en de (zelf)smerende eigenschappen, wordt het in de elektrotechniek gebruikt in sleepcontacten, onder meer in elektromotoren (als koolborstels), in stroomafnemers en in potentiometers. Een andere toepassing is het gebruik als elektrodemateriaal in elektrochemische cellen, bijvoorbeeld bij de isolatie van aluminium uit bauxiet, of in elektrolyse van waterige oplossingen. Hoewel de milieuvergunning voor deze uitbating nog loopt tot 2025 werden de activiteiten al een hele tijd geleden stilgelegd. Door de malaise in de staalindustrie, waarbij de ene na de andere hoogoven werd stilgelegd, raakten immers ook alle geassocieerde bedrijven in de problemen…

 

 

Charbonnage du Renard

In deze oude, verlaten steenkoolmijn is niet meer zo veel te zien van het mijnverleden. De locatie is vooral bekend omwille van de aanwezigheid van een uitgebreide collectie oude auto’s en vrachtwagens. Jammer genoeg heeft de plaats erg veel te lijden gehad van dieven en vandalen… Toch nog leuk om even mee te pikken in het langs rijden, vooral voor wie van oude auto’s houdt.

 


 

Secrets of the Crypt

Het gebruik van deze grafgalerijen ontstond op het einde van de 19de eeuw in de zoektocht naar een oplossing voor het steeds groter wordende aanbod aan lijken in en om de steden. Men zocht een hygiënische, maar tegelijkertijd plaatsbesparende oplossing en vond die in het inrichten van ondergrondse grafkelders met op elkaar en naast elkaar gestapelde nissen, waarin de lijkkist werd ingemetseld. De eerste dergelijke grafgalerij in België werd in gebruik genomen in 1878 en vond vanwege het toenemende succes al snel navolging op andere begraafplaatsen. In deze galerij vonden bijna 900 mensen een laatste rustplaats, maar vonden ze er ook rust? Deze grafgalerij is jammer genoeg niet gespaard gebleven van vandalisme. Een paar jaren geleden werden enkele grafnissen opengebroken. De beheerder van de begraafplaats diende klacht in tegen onbekenden en er volgde een politieonderzoek, maar om een of andere reden werd de schade nooit hersteld. De opengebroken nissen zijn dus nog steeds open en de resten van lijkkisten zijn er zichtbaar.  Een schrijnenende toestand, die door de typisch Belgische “reglementitis” in stand wordt gehouden…

Bekijk ook de eerdere reeks over Crypte III

 


 

Red Morgue Hospital

Dit hospitaal werd aan het begin van de 20ste eeuw opgericht door een aantal vrijzinnigen met tentakels die tot ver in het sociale weefsel reikten. Zo’n 50 investeerders brachten het beginkapitaal bij elkaar om dit eerder kleine ziekenhuis te bouwen en in te richten. In die tijd was de ziekenverzorging nog diep geworteld in de geestelijkheid en daar wou men zich van loskoppelen. In het begin kende het ziekenhuis voornamelijk chirurgische activiteiten en was er ook een kraamafdeling. Later werd er ook een polikliniek opgericht. Ruim 90 jaar na het ontstaan fusioneerde het hospitaal met een ander, groter ziekenhuis, waardoor er moest uitgekeken worden naar een nieuwe en ruime locatie. De laatste jaren voor de sluiting werd er voornamelijk gewerkt rond de polikliniek, de dagkliniek en de afdeling palliatieve zorgen. Sinds vijf jaar zijn ook de laatste resterende activiteiten er weggetrokken naar de nieuwe site…

 


 

Lost in the Pine Cones

Langsheen een drukke baan in het meest zuidelijke deel van België troffen we enkele compleet vervallen huisjes aan met een loods. Wat hier gebeurde dat maakte dat de eigenaars met de noorderzon vertrokken, valt niet te achterhalen. De huisjes waren al grotendeels ingestort en in te slechte staat om ze nog op een enigszins veilige manier te kunnen betreden. De loods leek een soort van autowerkplaats te zijn geweest. In de tuin en het bos achter de huisjes troffen we de carcassen aan van enkele oude auto’s, voornamelijk Citroëns, maar ook een Volkswagen hippiebusje en enkele vrachtwagens en zelfs een legertruck. Het was een vrij kille ochtend en de zon probeerde hardnekkig door de mist tussen de slanke dennen heen te breken. Dit gaf het geheel een haast mystieke sfeer. Ik vraag me af of de foto’s die sfeer enigszins kunnen overbrengen…

 


 

Quarry Power

Deze kleine krachtcentrale maakt deel uit van een bedrijf dat zich op verschillende plaatsen in België bezighoudt met de ontginning van porfier, een stollingsgesteente ontstaan uit de afkoeling van magma. Door eerder zeldzame magmatische fenomenen en tectonische bewegingen in de aardlagen ontstond in deze regio een bijzonder harde rotslaag, dat een gesteente oplevert met een grote weerstand tegen slijtage, dat bovendien nog quasi-chemisch onaantastbaar is.

Het bedrijf zelf startte zijn activiteiten echter al in de tweede helft van de 19de eeuw en richtte zijn ontginning aanvankelijk op de productie van kasseien en straatstenen en bleef dit ook doen tot aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Toen de vraag naar deze producten kleiner werd, moest men op zoek gaan naar andere toepassingen. Van de 12 steengroeven bleven er uiteindelijk slechts 4 over. In deze groeve wordt jaarlijks zo’n 300.000 ton gesteente ontgonnen.

Deze krachtcentrale werd opgericht bij het begin van de 20ste eeuw. Het valt niet te achterhalen wanneer de activiteiten ervan werden stopgezet. Het mooie, natuurlijke verval suggereert alleszins dat het gebouw en de turbines al sedert enkele jaren in onbruik zijn geraakt…

 


 

Brouwerij Eylenbosch

De eind 19de-eeuwse geuze- en lambiekbrouwerij Eylenbosch kwam tussen 1851 en 1894 fasegewijs tot stand. De pas opgerichte gebouwen bevonden zich rondom een gesloten binnenkoer, met centraal langs de steenweg de oude brouwerswoning. Rond 1930 werd de stoombrouwerij ten zuiden van de site gedeeltelijk heropgebouwd, evenals de oude woning. Waarschijnlijk werd toen de nieuwe brouwtoren gebouwd. Er is niet meer informatie bekend over de oprichting van de brouwerijgebouwen en hun inrichting. De brouwerij werd in 1989 overgenomen door Brouwerijen de Keersmaeker (Mort Subite, later overgenomen door Alken Maes), sindsdien werd de site sterk verwaarloosd. Sinds 2004 werd de site verlaten door brouwerij Alken Maes. De installaties bleven tot het begin van de 21ste eeuw onaangeroerd, momenteel is de brouwerij echter quasi volledig ontmanteld. In het najaar van 2017 werd door de nv Emile Eylenbosch bekend gemaakt dat na een lange administratieve lijdensweg eindelijk groen licht werd gegeven voor de reconversie van de site naar 55 grote en kleinere appartementen, lofts en commerciële ruimtes rond een centraal binnenplein. De werken gaan in het voorjaar van 2018 van start en zullen in 2021 voltooid zijn…

 


 

Dancing Pilsor Lamot

Kleine plaatselijke dancing in mijn eigen omgeving, die al zo lang ik me kan herinneren leeg staat… Mooi verval en enkele mooie glas-in-lood ramen, maar verder helemaal leeggehaald. de geschiedenis ervan is me voorlopig nog een raadsel…

 


 

Valve Garden

Op weg naar een verlaten industriële site probeerden we een kortere weg te vinden om ons doel te bereiken en stootten daarbij op dit gebouwtje met daarachter een hoop tanks, buizen en vooral kranen… Aangezien we ons midden tussen de staalindustrieën bevonden, is het redelijk veilig om aan te nemen dat ook deze Valve Garden iets met die staalindustrie te maken heeft gehad, maar ik zou niet bij benadering kunnen vertellen waartoe dit allemaal ooit gediend heeft. Ik was alleszins aangenaam verrast door de prachtige combinatie van het koude staal, de roest en het verval en dan de zachte kleuren die de herfst er overheen gestrooid heeft en hoop dat de foto’s dat kunnen overbrengen…

 

 

 

Married to the Sea

Dit boorschip, gebouwd in 1982 door een Noorse scheepsbouwer, kan beschouwd worden als een varend booreiland. Het schip was in feite een geotechnisch schip en werd specifiek ontworpen om boringen en sonderingen te doen op zeediepten tot 3000 meter. Stalen boorpijpen zijn over zulke afstanden nauwelijks onder controle te houden. Daarom zette men hier licht materiaal van aluminium in. De scheepsmotoren bleven tijdens het boren draaien om het schip op zijn plaats te houden. Alles met het doel bodemmonsters te nemen. Het materiaal werd in het laboratorium aan boord bestudeerd. De 44-koppige bemanning deed voornamelijk, maar niet uitsluitend, onderzoek naar de aanwezigheid van olie en gas in de Noordzee en voornamelijk ter hoogte van Noorwegen. Het schip zelf is 78 meter lang, 16 meter breed en heeft een diepgang van 8 meter. Het bruto gewicht bedraagt ruim 2750 ton. Op het moment van ons bezoek, was het schip duidelijk nog maar pas verlaten. Uit boorddocumenten bleek dat het eerder die maand nog volledig operationeel was. De verschillende kajuiten bevatten ook nog heel wat persoonlijke spullen van de crew, die blijkbaar inderhaast alles achterlieten…

 


 

Keeping up Appearances

Informatie over dit kasteeltje is schaars. Het neoclassicistisch hoofdgebouw met Italiaanse invloeden dateert van de tweede helft van de 19de eeuw en zou naar verluidt tijdens de Eerste Wereldoorlog dienst gedaan hebben als Hauptkommandantur. In recentere tijden werd het hoofdgebouw uitgebreid met een aanbouw, wellicht naar aanleiding van de intentie om het kasteel om te bouwen tot hotel en restaurant. Het hotel met restaurant genoot lange tijd naam en faam, maar ontsnapte uiteindelijk niet aan de crisis en moest in 2009 de boeken neerleggen. Twee jaar later werd de zaak heropend in een nieuw jasje, met een nieuw concept: de hotelkamers maakten plaats van conferentie- en vergaderruimten en de keuken werd voorzien van chefs met ronkende namen. In 2014 liep het echter opnieuw mis en sloot de sterrenzaak opnieuw en definitief de deuren…

 

 

Lycee V

In 1865 oordeelde het toenmalige liberale stadsbestuur – mede onder invloed van het volop woedende proces van vrouwenemancipatie – dat de tijd rijp was voor een school voor hoger onderwijs voor meisjes. De katholieke oppositie verzette zich tegen wat zij beschouwden als een oord van goddeloosheid en een broeihaard voor het liberale gedachtegoed. Na twee jaar bekvechten werd toch ook door het bisdom het licht op groen gezet. Prompt werd een wedstrijd uitgeschreven, waarbij het ontwerp van twee Brusselse architecten als beste uit de bus kwam. In 1874 werd de bouwwerken aangevat en in 1876 werden ze voltooid. Het werd een markant gebouw, gekenmerkt door  de imposante pilasters, die een fors driehoekig fronton met brede kroonlijst ondersteunen, waarin het wapen van de stad prijkt. De klaslokalen situeren zich over twee etages rondom een met een glazen dak overdekte speelplaats. Na de fusie met een andere school, vertrokken de meisjes en werd er een tijdlang een verpleegstersschool in ondergebracht. Net voor het millennium werd het gebouw verkocht aan een publieke instelling en staat sedertdien leeg. De publieke instelling heeft de intentie hier haar maatschappelijke zetel onder te brengen en heeft daarvoor ook al de nodige vergunningen op zak, maar de aanvang van de werken laat ondertussen al sinds medio 2016 op zich wachten.

 

 

Prison H11

In 1881 landde een ​​bataljon van het 9de Regiment van Linie, onder leiding van Majoor Caneel, in deze industriestad, en werd er gehuisvest in een ongebruikte fabriek. Enkele jaren later wordt een nabijgelegen stuk grond van de stad gekocht om er een permanente kazerne op te richten. De bouwwerken worden voltooid in 1890. De kazerne bestaat op dat ogenblik uit drie functionele gebouwen, georganiseerd rondom een binnenplaats en omringd door een hoge muur. In 1934 worden er twee nieuwe gebouwen bijgebouwd en krijgt het geheel bij wijze van eerbetoon de naam van een officier van de 12de Linie die in september 1918 werd gedood in Langemarck. In 1977 wordt de kazerne een laatste keer uitgebreid en worden de oudste gebouwen gerenoveerd. Begin jaren 1990 werd de kazerne stilaan ontmanteld en sinds begin 1994 staat ze volledig leeg. De gebouwen krijgen vanaf dan regelmatig dieven, vandalen en krakers over de vloer. Sinds 2015 is er een stedenbouwkundige vergunning om de kazerne om te bouwen tot luxe appartementen. Twee gebouwen worden ondertussen al terug bewoond; aan een derde gebouw zijn de werken volop aan de gang.

 


 

Alla Italia

Dit imposante, twee etages tellende badhuis in neo-renaissancestijl was het derde in zijn soort dat in deze stad werd opgericht. Dit derde badhuis werd gebouwd tussen 1862 en 1868 en werd in de zomer van 1868 plechtig ingehuldigd door de toenmalige burgemeester. Het gebouw kostte de stad 1,5 miljoen Belgische Frank (ongeveer 37.500 euro), hetgeen voor die tijd een astronomische som was. Het badhuis was in oorsprong een hydro-therapeutisch complex en bestond uit tal van cabines en zalen met allerlei soorten lig- en zit- en dompelbaden, douches onder hoge druk en gewone douches tot zelfs voetbaden. Het badhuis zou in zijn 135-jarige bestaan uitgroeien tot een waar succesverhaal. Eind jaren 1960 werden er jaarlijks meer dan 165.000 baden gegeven! In de loop der jaren werden er verscheidene moderniseringen aangebracht. Vanaf 2003 werden de activiteiten in dit gebouw echter volledig gestaakt na de opening van een nieuw badhuis. Het gebouw werd geklasseerd als bouwkundig erfgoed, niet in het minst omwille van de beeldhouwwerken van Jacques Van Ornberg en de gebroeders Van Den Kerkhove en de decoratieve schilderwerken van Paul-Joseph Carpay in onder meer de inkomhal.

 


 

Villa BMW

“Villa” BMW is in feite een piepklein portiershuisje met een grote garage waarin een oude BMW staat te verkommeren. Het portiershuisje behoort bij een grotere villa, die dieper in het domein gelegen is, maar die zodanig verkrot is dat de binnenkant al grotendeels ingestort is… Van de geschiedenis van de villa en het bijhorende portiershuisje viel niets te achterhalen, laat staan van de BMW… Veel foto-opportuniteiten biedt het geheel ook niet. Leuk om mee te pikken voor wie in de buurt is, maar niet de moeite om een trip voor te plannen.

 

 

Domain S

In Domain S, een gigantisch park, gelegen langs een kanaal, bevinden zich deze restanten van wat ooit een drank- en eetgelegenheid was voor de bezoekers van het park. De zaak werd tot aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog uitgebaat in het geel geschilderde vierkante paviljoen. De toeristen werden aangevoerd met een “waterkoets”, een vaartuig dat voortgetrokken werden door een paardenspan die langs het jaagpad liepen. Toen het toerisme stilviel door de oorlog, betekende dat de doodsteek voor de horecazaak. Later werd het goed nog bewoond door de boswachter die toezicht hield over het park. Het valt niet meer te achterhalen wanneer de laatste bewoners vertrokken. Het gedeelte van het gebouw dat de twee resterende delen met elkaar verbond, is reeds lang verdwenen. Het dieper in het domein gelegen gedeelte wordt nog gebruikt als schuur. De ruïne van het vierkante paviljoen blijft verder vervallen en wordt stilaan teruggenomen door de natuur.

 

 

Skeleton Factory

Skeleton Factory was van oorsprong een drukkerij/uitgeverij. Het bedrijf ontstond al rond de eeuwwisseling van de 19de naar de 20ste eeuw in een nabijgelegen stad, maar de activiteiten werden pas omstreeks 1935 overgebracht naar deze locatie, waar in eerste instantie het buitenverblijf van de familie gevestigd was. De eigenaar van de drukkerij kocht in 1930 een paviljoen dat dienst had gedaan op de wereldtentoonstelling in Luik en liet het achter zijn buitenverblijf heropbouwen. Hierin werd in 1935 de drukkerij ondergebracht. In de daarop volgende jaren zou het bedrijf zich ontwikkelen tot het complex dat men op heden kent. In de drukkerij werden oorspronkelijk voornamelijk prentkaarten gedrukt, die vooral afdrukken waren van foto’s die de eigenaar (zelf een fotograaf) maakte van onder meer de Belgische kust. Enkele jaren voor zijn overlijden verschoof de focus van postkaarten, waarvan de succesperiode voorbij was, naar voornamelijk etiketten. Zijn zoon, die al als drukker werkzaam was in het bedrijf, nam na zijn overlijden de drukkerij over en veranderden de werkzaamheden in de drukkerij en er werd overgeschakeld op industrieel drukwerk. Tussen 1948 en 1976 werd de drukkerij meermaals overgenomen door Amerikaanse multinationals, maar aangezien er nooit geïnvesteerd werd ging het zakencijfer zienderogen achteruit. In 2004 werden de boeken neergelegd en verloren de 46 resterende werknemers hun baan…

De leegstaande fabriekshal is momenteel vooral bekend om de prachtige staaltjes graffitikunst van streetart artiesten Klaas Van der Linden (de skeletten) en ROA (de beestjes).

 


 

Chateau Jumanji

Volgens oude archiefstukken werd het domein waarop het huidige Chateau Jumanji zich bevindt in 1575 verkocht uit de eigendommen van een nabijgelegen begijnhof aan een adellijke dame. Begin jaren 1880 werd het oude kasteel gesloopt en werd met de stenen van de afbraak het huidige landhuis gebouwd. Het werd een sober, gepleisterd en geschilderd landhuis in neoclassicistische stijl op vierkante plattegrond op een plint van gerecupereerde natuursteen. Omstreeks 1910 werd aan de oostelijke gevel een merkwaardige wintertuin opgetrokken uit baksteen maar volledig bekleed met een grijze cementering en gedecoreerd met imitatieboomstammen en rotswerk. Aan de voorzijde, trap tussen de kunstrotsblokken leidend naar het terras met leuningen in imitatietakken. Klimplanten geven het geheel een zeer natuurgetrouwe indruk. De wintertuin werd gebouwd door een firma die zich specialiseerde in kunstmatige rotsen, grotten en aquariums. Het uiterst merkwaardig interieur werd volledig uitgewerkt als kunstmatige grot met kenmerkende stalactieten en stalagmieten, holen waarin planten groeien, sokkels met beelden, ingewerkte spiegels die de ruimtewerking nog moeten vergroten.  Omstreeks 1950 werd de bepleistering van het hoofdgebouw weggehaald, waardoor het kasteeltje zijn huidig uitzicht kreeg. Het goed werd in 2002 beschermd als monument.

 

 

Usine Barbelée

Deze gigantische industriële site lijkt meerdere bedrijven te huisvesten. Het oudste en naar mijn persoonlijke smaak mooiste gedeelte was van oorsprong een van de steenkoolmijnen die de nabijgelegen staalfabrieken van brandstof moest voorzien. In de oudste gebouwen op het terrein zijn nog de sorteer- en wasinstallaties voor de steenkool te herkennen. Eén van deze oude gebouwen – duidelijk door brand geteisterd – herbergt een schat aan prachtige roest en verval. Een ander en groter deel van de site lijkt een stuk recenter en wijst eerder op een chemische bedrijvigheid. Dit deel van de site is duidelijk nog niet zo lang geleden verlaten. Het is een locatie met een vrij hoge risicofactor, gelet op de overvloedig aanwezige scheermesdraad en de immer alerte security, die constant aanwezig is op het terrein. Ik heb deze locatie inmiddels 3 keer bezocht (waarvan 1 keer een volledige dag) en heb nog steeds niet alles gezien… Een zéér indrukwekkende site alleszins, die men gerust meerdere keren kan bezoeken.

 


 

Control Room S Revisited

Ruim een jaar geleden bezocht ik deze oude staalwalserij voor het eerst. Toen leek het nog alsof de productie elk moment hervat kon worden. De elektriciteit werkte er nog en het constante gezoem van generatoren was steeds hoorbaar. Een jaar later is het duidelijk dat het hervatten van de productie uitgesloten is… De meeste machines en werktuigen werden er weggehaald en een groot stuk van het oudste gedeelte van de fabriek is inmiddels gesloopt. Gelukkig bleef er toch nog genoeg over om ons enkele uurtjes te vermaken. We kregen deze keer zelfs een mooi bewaard gebleven controlekamer te zien, die tijdens ons eerste bezoek verborgen was gebleven…

Klik hier voor de reportage van het eerste bezoek.

 

 

Chateau Hildinc

Deze kasteelruïne is – volgens geschiedkundige bronnen – samen met het Antwerpse Steen een van de oudste gebouwen in de provincie Antwerpen. De geschiedenis ervan gaat terug tot de verre middeleeuwen. In de twaalfde eeuw was het domein eigendom van gebroeders H., de toenmalige heren van de regio. Van halverwege de 14de eeuw tot de Franse Revolutie werd het domein eigendom van een abdij, die het kasteel uitbouwde tot een prachtig domein. Het werd in die tijd gebruikt als residentie van de rentmeester van de abdijgoederen en de abten en hun gevolg wanneer ze op reis gingen. Vanaf het einde van de 16de eeuw werd het kasteel ook in gebruik genomen als pastorie. Na de Franse Revolutie werd het kasteel in beslag genomen en verkocht aan een particulier, die het een groot deel van het kasteel liet slopen. Eind 19de eeuw werd het goed opnieuw verkocht aan een plaatselijke industrieel, die het kasteel de naam gaf die het tot op vandaag nog steeds draagt. Na het faillissement van zijn bedrijf, werd het kasteel aangekocht door de gemeente en werd het park opengesteld voor het publiek.

 


 

Steampunk Commander

De naam “Steampunk Commander” is een beetje ongelukkig gekozen, want deze elektriciteitscentrale was niet een klassieke centrale die stroom opwekt door middel van stoom, maar een zogenaamde turbo-jet productie-eenheid. Dergelijke eenheden zijn in feite noodstroomgeneratoren, ontworpen om tegemoet te komen aan consumptiepieken of in geval van een panne in een andere centrale. De elektriciteit wordt in zo’n eenheid geproduceerd door een straalmotor die op korte tijd (minder dan 2 minuten) op volle kracht kan draaien. De motor in deze eenheid werd aangedreven door nafta (een mengsel van koolwaterstoffen dat ontstaat bij het destilleren van ruwe olie als condensaat). De reactor wordt gestart met behulp van een persluchttank, hetgeen snelle opstart vanop afstand mogelijk maakt, zonder enige andere vorm van energietoevoer. Hoe lang dit gebouw in onbruik is, is niet duidelijk. Er is alleszins nog steeds bedrijvigheid op het terrein…