Onderwijs

image_pdfimage_print

Multicolor School

Dit voormalig klooster van de zusters van Liefde van Jezus en Maria werd gesticht in 1815. Grote delen ervan werden inmiddels reeds gesloopt om plaats te ruimen voor nieuwe gebouwen. Het kloostercomplex omvatte oorspronkelijk het klooster zelf, een semi-publieke kapel, een rustoord, een kleuterschool, een lagere school, een middelbare school en een openbare bibliotheek. De middelbare school werd overgebracht naar een ander gebouw en het klooster en rustoord zijn inmiddels verhuisd naar de in in het begin van de jaren 1980 gebouwde rust- en verzorgingsinstelling.

Aan dat nieuwe rustoord werd eind jaren 1980 een nieuw klooster gebouwd voor de overgebleven zusters. In deze reeks zie je het aan de straat gelegen schoolgebouwencomplex. Het oudste deel wordt gevormd door de lagere school, opgericht halverwege de jaren 1860. Het links aansluitend vroeger schoolgebouw, later openbare bibliotheek, is van circa 1880. Begin jaren 1920 werd ten slotte de voormalige landelijke huishoudschool aangebouwd, die later de lagere jongensschool zou worden.

Te oordelen naar het behoorlijk gevorderde verval van de gebouwen is het nauwelijks te geloven dat de school hier minder dan twee jaar geleden verhuisde…

 

 

Water School

Een sinds 2014 verlaten schooltje in de Westhoek, dat jammer genoeg al vaak slachtoffer werd van vandalen. De verlaten schoolgebouwen staan op een terrein, dat was vrijgekomen na de kanalisering van de Dender in de tweede helft van de 19de eeuw. In 1924 is op die plaats deze basisschool opgetrokken. Het schooltje bestaat uit een aantal vleugels van één, soms twee verdiepingen en verscheidene speelpleinen.

Waakzame buren houden de boel in de gaten en bellen de politie bij iedere verdachte beweging. We werden er dan ook vrij snel uitgeplukt door de lange arm van de wet. Gelukkig pas na het nemen van enkele shots van de mooie vervallen gymzaal. Zowat de enige ruimte in het schooltje dat het fotograferen waard was…

De waakzaamheid van de buurtbewoners is niet geheel verwonderlijk. Het verlaten schooltje was een geliefkoosde ontmoetingsplaats voor junkies en vandalen. Ze leverden heel wat overlast op en bezorgden de omwoners een sterk gevoel van onveiligheid.

 

 

Mission to Mars

In een uithoek van een bijna 14 hectare groot kloosterpark bevinden zich deze bijzondere “koepelkassen”. Het kloosterpark zelf werd voor de eerste keer genoemd rond 1805. Het werd in die tijd aangelegd in de vorm van een Engelse tuin. Tot 2005 was het park in privébezit, waarna de stad het kocht. Die stelde het als een openbare voorziening ter beschikking van het publiek. Met de overname door de stad werd prachtige voormalige kloostertuin uit zijn slaap gewekt. De vijvers werden ontgift, het kreupelhout werd uit het park verwijderd en alles werd schoongemaakt. Inmiddels werd het geheel opgenomen op de lijst van te beschermen erfgoed.

In 1987 richtte men deze spectaculaire koepelkassen op. De koepels dienden als opleidingskwekerij om werklozen opnieuw perspectief op integratie op de arbeidsmarkt te bieden. Het ontwerp is geïnspireerd door de Amerikaanse ingenieur en filosoof Richard Buckminster Fuller. Hij experimenteerde voor NASA om de meest energetisch-synergetische vorm te vinden. Zijn paviljoen “Biosfeer”, ontworpen voor de EXPO 1967 in Montreal, genoot wereldwijd bewondering. Deze kassen zijn in feite verfijnde geometrische vormen, zogenaamde geodetische koepels.

Het oppervlak bestaat uit een reeks alternerende hexagonale en vijfhoekige oppervlakken. Goed samengesteld, resulteren ze in bolvormige, zelfdragende gebouwen. Ze kunnen eindeloos met elkaar worden verbonden. Er werden 24 van dergelijke kassen gebouwd en gegroepeerd in verschillende “kogelfamilies”. De koepels zijn niet alleen zeer intelligente gebouwen, omdat ze zonder ondersteuning kunnen, ze trotseren ook optimaal weer en wind.

 

 

Prison H7

Prison H7 was het ‘cachot’ van de Leopoldskazerne in Gent. De gebouwen werden opgericht in eclectische stijl tussen 1890 en 1905, op basis van een ontwerp door de architecten de Noyette en Geerling. De kazerne neemt alles bij elkaar een oppervlakte van ruim 2 hectaren in beslag en kon zo’n 1300 militairen kazerneren.

Op 1 oktober 1907 nam het 2 Linie Regiment zijn intrek in de kazerne. Tijdens de beide wereldoorlogen werd de kazerne bezet door Duitse troepen. Na de bevrijding keerde het 2de Linie Regiment niet terug naar zijn kazerne. Vanaf 1955 werd de kazerne bemand door het Centrum van de Gezondheidsdienst. Het Opleidingscentrum verzorgde de opleiding van de officieren en de brancardiers van de Gezondheidsdienst.

Naar aanleiding van herstructureringen van de krijgsmacht werden enkele gebouwen verkocht aan stad Gent. Die bracht er sinds 2007 het Hoger Instituut voor Schone Kunsten in onder. Andere delen van de kazerne zijn nog steeds eigendom van het Belgisch leger. Half maart 2019 begonnen de reconversiewerken die van de kazerne een duurzame stadsbuurt moeten maken, waar wonen, werken en recreatie elkaar ontmoeten.

 

 

Bernina’s Brother

Einde 17de eeuw verwoestte een grote brand bijna 600 houten huizen in het centrum van Sint-Niklaas. Dit prachtige herenhuis was een van de zeldzame eerste stenen burgerlijke gebouwen dat na de brand werd gebouwd. Het gebouw werd opgetrokken in Lodewijk XVI-stijl, een eerder sobere en symmetrische stijl. Hij wordt gekenmerkt door classicistische versieringen, zoals hier de houten dakkapellen en het driehoekige fronton.

In de 19e eeuw vestigden de toenmalige eigenaars een katoenfabriek op de site. Dankzij een verstandig beheer en tijdige modernisering tijdens de Industriële revolutie groeide die uit tot een succesvol bedrijf.

In het begin van de 20ste eeuw worden de gebouwen verkocht en herbestemd tot een vak- en ambachtschool die al snel van groot belang bleek te zijn voor de ontwikkeling van de textielindustrie van de stad. In 2008 trekken de laatste leerlingen weg uit deze historische gebouwen.

Inmiddels werd het gehele complex verkocht aan een projectontwikkelaar, die er met respect voor de historische gebouwen een nieuw woonproject zal realiseren. Deze werken zijn momenteel volop aan de gang.

 

 

Pete’s Academy

De in 1982 in Ronse geboren graffiti-kunstenaar Pete One is al lang geen onbekende meer in de Belgische urbex-scene. In de westhoek waren in het verleden al tal van werken van zijn hand te bewonderen. Zijn actieterrein bestaat uit verscheidene verlaten panden. “Pete’s School”, de oude, en inmiddels gesloopte verpleegsterschool in Ronse is wellicht één van de bekendste. Ook het inmiddels gerenoveerde “Pete’s Shop” en het gesloopte “Pete’s Hotel“zijn bekende “Pete One” ateliers.

In deze “Pete’s Academy”, een voormalig lager schooltje, treffen we ook weer enkele pareltjes aan in de herkenbare stijl van Pete One. Zoals steeds haalde hij ook voor deze werken zijn inspiratie in de Amerikaans popcultuur. We zien er onder meer beelden van Kurt Cobain (Nirvana) en Chris Cornell (Soundgarden).

 

 

Institut de Pathologie

In de late jaren 1870 nam de studentenbevolking van Leuven drastisch toe. Daardoor voldeden de her en der verspreide gebouwen waar geneeskunde onderricht werd niet langer. De wet schreef immers voor dat de universiteit over voldoende ruimten voor practica en laboratoria moest beschikken.  Om tegemoet te komen aan de noodzaak om nieuwe, aangepaste gebouwen op te richten, kocht de universiteit een domein met tuin van een adellijke familie. Dit domein lag achter het reeds bestaande gasthuis.

Dank zij een schenking van de ultramontaanse bisschop van Luik kon nog datzelfde jaar worden gestart met de opmaak van de plannen. Voor het ontwerp werd beroep gedaan op een jonge hoogleraar verbonden aan de Faculteit Toegepaste Wetenschappen. Kort daarop werd de bouwaanvraag door de stad goedgekeurd. Nog geen jaar later, in 1877, werd het instituut met veel luister ingehuldigd.

Het instituut werd opgetrokken in neogotische stijl en omvatte een auditorium voor 200 studenten met aanleunend een dissectiezaal. Via het binnengebied was de campus rechtstreeks verbonden met het meer noordoostelijk gelegen gasthuis. In de loop der jaren werd het complex nog uitgebreid met auditoria, laboratoria en dissectiezalen.

Sinds enkele jaren staat het gebouw grotendeels leeg. Het pathologisch instituut was tot voor kort nog deels in gebruik. De sloopwerken op de site begonnen eind 2019.

 

 

Val Benoit

De universiteitssite van Val Benoit is een architecturaal geheel in modernistische stijl. Het dankt zijn naam aan het feit dat op deze plaats ooit een abdij van de orde der cisterciënzers gevestigd was. Die werd er al gesticht in de 13de eeuw. Ten gevolge van de Luikse Revolutie werd ze gedeeltelijk gesloopt. Gedurende de Tweede Wereldoorlog werd wat er nog van overbleef verwoest door bombardementen.

Tussen 1930 en 1965 zocht de universiteit van Luik naar uitbreidingsmogelijkheden omwille van de toename aan studenten. Daarom bouwde ze hier een aantal nieuwe faculteiten. Dit instituut voor toegepaste chemie en metallurgie was er daar een van. Het gebouw werd in 1937 in aanwezigheid van Leopold III ingehuldigd. Vanaf 1967 week de universiteit stelselmatig uit naar de nieuwe, centrale site in Sart-Tilman.

Vanaf 2006 werd de campus Val Benoit volledig verlaten. Sinds 2013 zijn er werken aan de gang om de volledige campus te rehabiliteren. Een deel zal door bedrijven worden ingenomen en een ander deel zal omgevormd worden tot studentenkamers.

 

 

Police Academy

Police Academy was een afdeling van het Heilig-Hartcollege van Heist-op-den-Berg. De 1,44 ha grote site bevindt zich op het hoogste punt van de gemeente, achter het klooster van de Zusters Annonciaden, die de school in 1919 stichtten. Het schoolcomplex werd er opgericht in de jaren 1940. Het complex werd verkocht aan een projectontwikkelaar, die er 4,7 miljoen euro voor neertelde. Hij zal er 85 nieuwbouwappartementen bouwen.

De school had niets te maken met een politieschool. Ze kreeg die naam enkel omwille van de ligging ervan achter de kantoren van de lokale politiezone. Dat verklaart wellicht ook waarom er relatief weinig vandalisme was, op een hoop gesneuvelde ruiten na.

De sloopwerken werden aangevat eind 2018…

 

 

Bibliopolis

Deze prachtige bibliotheek, die de naam Bibliopolis kreeg, is de schoolbibliotheek van een college dat in de eerste helft van de 17de eeuw werd opgericht. Het college was van katholieke signatuur en omvatte een kleuterschool, een lagere school, een hogeschool en een middelbare school. Oorspronkelijk was de onderwijsinstelling gereserveerd voor jongens, maar in de jaren 1980 werd ze opengesteld voor gemengd onderwijs. Vanaf dan ontving men zowel jongens als meisjes, in internaten, halfpension en dagschool.

De bibliotheek zelf werd pas in de eerste helft van de 20ste eeuw aangebouwd. Ze bevatte enkele merkwaardige stukken, waaronder een origineel exemplaar van de encyclopedie van Diderot et d’Alembert. Na jarenlange aanhoudende financiële problemen, moest het college in 2012 noodgedwongen de deuren sluiten. Het geheel raakte al snel in verval en in het bijzonder de bibliotheek werd slachtoffer van diefstallen en vandalisme. Waardevolle exemplaren van boeken verdwenen of werden vernield. Een plan om de school te heropenen werd in 2016 gestaakt, waarna het verval zienderogen toenam.

 

 

Owl School

Het minste wat men van deze Owl School kan zeggen, is dat ze een woelige geschiedenis heeft gekend. Het was de eerste Vlaamse normaalschool, opgericht in 1816 onder het bewind van Koning Willem I. Ze werd opgericht als “Rijkskweekschool” (een opleidingsinstituut voor onderwijzers), om het Nederlandstalig onderwijs naar een hoger kwaliteitsniveau te tillen. Er studeerden niet alleen Vlamingen, maar ook “kwekelingen” uit andere delen van Nederland, Wallonië en Luxemburg.

De school kende een grote bloei. Na de Belgische Omwenteling werd ze overgenomen door de katholieke kerk, die er de onderwijzersopleiding verder zette. De school speelde een cruciale rol in de verdediging van het rijksonderwijs. Hoewel ze na de onderwijswet van 1842 terug een “rijksnormaalschool” werd, bleef de leiding in handen van priesters. Het bleek in de praktijk immers geen sinecure om degelijk opgeleide directeurs te vinden buiten de katholieke kerk. 

De oorspronkelijke schoolgebouwen werden tijdens de Eerste Wereldoorlog grotendeels verwoest. Dank zij de royale vergoedingen van de Duitse oorlogsschade kon men nieuwe, moderne gebouwen oprichten. De meeste huidige gebouwen dateren dan ook van 1926. Na de Tweede Wereldoorlog werd het aanbod uitgebreid naar een middelbare afdeling (opleiding tot regent). Ondanks de aanvankelijke bloei, kende de school niettemin een terugval na de schoolhervorming van 1970.

In 2012 kwam er een einde aan het 195-jarig bestaan van de Rijksnormaalschool. De voornaamste reden was de verouderde infrastructuur. De stad ging op zoek naar een andere invulling van de site, met het opzet zoveel mogelijk van de historische gebouwen te bewaren. Een herbestemmingsproject zal de voormalige school omvormen naar een mix van functies: wonen, werken en kleinhandel. Vanaf januari 2019 zullen de werken van start gaan…

 

 

Lycee V

In 1865 oordeelde het toenmalige liberale stadsbestuur – mede onder invloed van het volop woedende proces van vrouwenemancipatie – dat de tijd rijp was voor een school voor hoger onderwijs voor meisjes. De katholieke oppositie verzette zich tegen wat zij beschouwden als een oord van goddeloosheid en een broeihaard voor het liberale gedachtegoed. Na twee jaar bekvechten werd toch ook door het bisdom het licht op groen gezet. Prompt werd een wedstrijd uitgeschreven, waarbij het ontwerp van twee Brusselse architecten als beste uit de bus kwam. In 1874 werd de bouwwerken aangevat en in 1876 werden ze voltooid.

Het werd een markant gebouw, gekenmerkt door  de imposante pilasters, die een fors driehoekig fronton met brede kroonlijst ondersteunen. In dat fronton prijkt het wapen van de stad. De klaslokalen situeren zich over twee etages rondom een met een glazen dak overdekte speelplaats. Na de fusie met een andere school, vertrokken de meisjes en werd er een tijdlang een verpleegstersschool in ondergebracht. Net voor het millennium werd het gebouw verkocht aan de Luikse watermaatschappij en staat sedertdien leeg. De watermaatschappij heeft de intentie hier haar maatschappelijke zetel onder te brengen. De renovatiewerken werden in 2018 aangevat.

 

 

Green School

Het Gesticht Onze-Lieve-Vrouw van Deinsbeke is een neogotisch gebouw in de Belgische stad Zottegem. De ontstaansgeschiedenis van dit college gaat terug tot het midden van de negentiende eeuw. Om tegemoet te komen aan het grote gebrek van degelijk en betaalbaar onderwijs in de stad richtte August De Rouck in 1862 een nieuwe school op. De van Gent afkomstige katholieke nijveraar en grootgrondbezitter gebruikte in eerste instantie de bestaande gebouwen die voorheen dienst deden als bedrijfsruimte. In 1868 schonk hij de eigendommen aan het nabijgelegen bisdom.  Het daaropvolgende jaar werd het schoolgebouw uitgebreid met een leraarswoning.

In de periode 1881-1883 werden al de bestaande gebouwen, inclusief de leraarswoning, weer afgebroken. In 1883 werd er een volledig nieuwe school in neogotische stijl opgetrokken. Ook nu nam De Rouck een deel van de kosten voor zijn rekening.

Aanvankelijk werd in het “gesticht” middelbaar en landbouwonderwijs gegeven. Begin jaren 1960 verhuisde het secundair onderwijs naar een nieuw gebouw en werd de school enkel nog gebruikt door de lagere school. Na een fusie met andere vrije scholen begin 2002, kwamen de gebouwen leeg te staan. De kapel werd in 2016 volledig verwoest door een uitslaande brand.

 

 

Pritzer Fac

Elektrotechniek was aan het einde van de 19de eeuw een discipline die maar weinig onderwezen werd. In 1881 bezocht de stichter van dit college de Internationale Expositie van Elektriciteit (Parijs 1881). Hij was meteen overtuigd van de noodzaak om hierover een aparte afdeling op te richten aan de universiteiten. Nauwelijks twee jaar later werd de afdeling elektrotechniek opgericht. Ze maakte deel uit van de toenmalige mijnbouwschool van de plaatselijke universiteit.

Oorspronkelijk vestigde de universiteit de nieuwe afdeling in een auditorium van het centrale gebouw. Omwille van het snel stijgende succes van de afdeling was al snel meer ruimte nodig. Die vond men toen de Belgische staat deze ruime lokalen ter beschikking stelde. Ze waren tot dan als gewone school gebruikt geweest,

De faculteit werd uitgebreid en volledig uitgerust dank zij een royale donatie van de stichter van het college. Ze kon vanaf dan 300 studenten ontvangen. Dezelfde weldoener kocht ook het voormalige hotel aan, dat zich vooraan het huidige terrein bevindt. Hij bouwde het gebouw om tot bibliotheek en leeszaal voor de studenten en schonk het aan de associatie van elektrotechnische ingenieurs, afgestudeerd aan het college.

Door de veroudering van de gebouwen begon de faculteit van het einde van de jaren 1970 stilaan weg te trekken naar een nieuwe locatie. De gebouwen op deze site werden geklasseerd als monument. De gebouwen zelf medio jaren 1990; de gevels en de daken echter pas in 2011.

 

 

 

Scroll Up