Month: november 2019

image_pdfimage_print

Old Blue

Wie mijn urbexavonturen zo’n beetje volgt, weet inmiddels wel dat ik geen fan ben van het bezoeken van verlaten huisjes. Maar zo heel af en toe kom je in de schuur bij zo’n huisje wel eens op een aangename verrassing uit. Zoals hier bijvoorbeeld. Het huisje stelde helemaal niks voor, maar in het achterliggende schuurtje vonden we deze prachtige Citroën C3 Trefle van halverwege de jaren 1920.

Van de Citroën Type C werden tussen 1922 en 1926 zo’n 81.000 exemplaren, in diverse varianten vervaardigd. Het ontwerp van Edmond Moyet kenmerkte zich door een bijzonder gevormde achterzijde. Die leverde de auto de bijnaam “kippekont” op. Vreemd genoeg hadden de eerste Type C’s slechts één deur, aan de passagierskant, want aan de chauffeurszijde bevond zich het reservewiel.

De Type C werd in 1923 opgevolgd door de twee-zits C2. Deze werd gebouwd op het zelfde 2,25 m lange chassis als de Type C. In 1924 werd deze C3 geïntroduceerd op een 10 cm langer chassis. De C3 werd ook “Trefle” (klaverblad) genoemd en had plaats voor een derde persoon achterin. Hoewel een groot succes, bleek de Type C serie niet erg winstgevend. Citroën staakte de productie van deze auto’s dan ook in 1926.

Geen informatie te vinden over het hoe, wat en waarom deze magnifieke klassieker hier aan haar lot werd overgelaten. Laten we hopen dat de rechtmatige eigenaar snel opdaagt om haar tot haar volle glorie te restaureren, vooraleer dieven, vandalen en ander uitschot haar weten te vinden…

 

 

Frida’s Factory

In dit chemiebedrijf, in 1912 ontstaan als vestiging van een cokesfabriek, werd vanaf 1917 zwavelzuur en fosforzuur geproduceerd. Het fosfaaterts dat hiervoor als grondstof gebruikt werd, werd ingevoerd uit Marokko. Als bijproduct kwam daar vervuild gips bij vrij. In 1925 werd de fosforzuurproductie overgenomen door het bedrijf dat zijn naam schonk aan de site. Zelfs na meerdere overnames staat ze nog steeds bekend onder die naam. Er ontstond geleidelijk aan een gipsberg van aanzienlijke afmetingen, die uiteindelijk zelfs een oppervlakte van 80 hectare besloeg.

In 1989 werd een installatie voor de terugwinning van zwavelzuur in bedrijf genomen. Er volgend nog enkele overnames, tot het bedrijf uiteindelijk in 2009 failliet ging. Wat overbleef na het faillissement was het terrein, waarvan de bodem werd gesaneerd en de gebouwen vanaf 2013 werden afgebroken. De gipsopslag werd na sanerings- en stabiliseringswerkzaamheden afgedicht. Het terrein werd inmiddels bebost en er werd ruimte voorzien voor een nieuw bedrijventerrein en een park met zonnepanelen.

Op één van de silo’s werd een graffiti kunstwerk aangebracht met de beeltenis van de Mexicaanse surrealistische kunstschilderes Frida Kahlo. Vandaar Frida’s Factory… Hoewel er inmiddels al een groot deel van de gebouwen verdwenen is, is er nog voldoende overgebleven om te ontdekken en fotograferen.

 

 

Diesel Farm

De elektriciteitscentrale ‘Diesel Farm’ opende de deuren in 1976. Gedurende bijna 40 jaar zou ze de belangrijkste producent van elektriciteit in de streek zijn. De centrale werd aangedreven door de verbranding van diesel en had een nominaal vermogen van 83 MegaWatt. De centrale kwam de laatste jaren meermaals in opspraak. In 2007 werden er door verscheidene milieuorganisaties actie gevoerd. De centrale werd op dat moment aangedreven door de verbranding van palmolie uit Maleisië. de productie van palmolie is bijzonder belastend voor het milieu.

In 2010 zorgde een stukgesprongen olieleiding bij het overtanken van zware olie van een olietanker nog voor een zware vervuiling van de rivier. Wegens veroudering van de installaties was de centrale al een tijdje niet meer rendabel. Ze werd enkel nog ingezet in geval van hoge nood. Eind maart 2012 viel het doek definitief over Diesel Farm.

 

 

Scroll Up