Month: juni 2019

image_pdfimage_print

Wasserwerke

Deze voormalige rioolwaterzuiveringsinstallatie is een geklasseerd industrieel gebouw in het Duitse industriestadje Krefeld. Het gebouw is een ontwerp van architect George “Jörg” Bruggaier. Het wordt beschouwd als een architectonisch belangrijk voorbeeld van de Jugendstil. De fabriek, gebouwd tussen 1908 en 1910 zuiverde het rioolwater van de hele stad Krefeld. Het is een van de laatst overgebleven zuiveringsinstallaties uit de begindagen van de stedelijke zuiveringssystemen in Duitsland.

Tot 1962 gebruikte men de zuiveringsinstallatie in de oorspronkelijke staat. Vanaf dan tot 1996 werd ze – door de installatie van vijzels – nog uitsluitend voortgezet als pompstation. In 1996 verving men het geheel door een aangrenzend nieuw gemaal. Naast de grote hal (hoofdgebouw), met onder meer twee rioolkanalen, een overloopkanaal en de halkraan, vind men er tevens het kalkgemaal (machinekamer). Achteraan het terrein het woonhuis van de bedrijfsleider, gebouwd in 1921/1922 volgens de plannen van de architect Anton Rumpen. Het oorspronkelijke sluizenhuis, is vanwege riooltechnische redenen nog steeds in het bezit van het gemeentebedrijf Krefeld en dient vandaag als toegang tot de regenwateroverstroming.

Het oude zuiveringsstation werd gekocht door 4 vrienden. Zij willen er een nieuwe bestemming aan geven, met respect voor het historische en architecturale karakter van het pand. Om vandalen buiten te houden, werd het pand recentelijk beveiligd met camera’s en bewegingsmelders. Het kan het alleen nog legaal bezocht worden…

 

 

Zeche N4

In het steenkoolbekken in het Duitse Ruhrgebied zijn tal van Zeches te vinden. Veel van deze Zeches werden inmiddels afgebroken, maar deze is vrijwel volledig intact gebleven. Hij staat dan ook op de lijst van te bewaren industrieel erfgoed. Dit was de 4de schacht van een groter mijnbedrijf. De graafwerken begonnen er in 1959, maar het duurde nog 4 jaar voor de eerste steenkool werd gedolven.

Eind 2001 werd de ontginning er stilgelegd. De mijn is nagenoeg volledig bewaard gebleven en is vooral een bezoek waard vanwege de uit 1962 daterende schachtbok, die aanzienlijk is in termen van ontwikkelingsgeschiedenis. De schachthal en het hijshuis vormen een functionele eenheid met het hijsframe en zijn het bewaren waard. Het schachtsysteem van deze Zeche is een van de meest opvallende schachtsystemen in het Rijnland vanwege het historische belang van de bewaarde steigers en de typische architectuur van de schachtgebouwen.

Bekijk ook de reeks over de schachten 1 en 2 van hetzelfde mijnbedrijf: Zeche N1

 

Chaudronnerie

Deze locatie kreeg de naam “Chaudronnerie” mee, omdat het bedrijf ketels maakte voor de nabijgelegen staalindustrie. Dit gebouw is echter slechts het administratieve gedeelte van de voormalige fabriek. Naar de aanwezigheid van de vele tekentafels te oordelen het gedeelte waar de ketels ontworpen werden. Ik kon niet achterhalen hoe lang deze site al verlaten is. Het lijkt aannemelijk dat het bedrijf mee ten onder is gegaan met de teloorgang van de staalindustrie. Die trof immer ook alle randbedrijven. De werkplaats zelf is nog (of terug?) in gebruik.

Hoewel het administratieve gebouw veel te lijden heeft gehad onder allerlei vormen van vandalisme tot zelfs brandstichting, konden we er toch nog enkele leuke shots maken…

 

Factory G

In een eerdere reportage maakte je al kennis met het mooie Factory H, het jongere broertje van deze Factory G. Van de vier silogebouwen die hier te vinden zijn, is deze ongetwijfeld de mooiste en ook de meest interessante. Het is het oudste van de cluster en werd in 1895 gebouwd. Het was een van de vroegste realisaties van Frans van Dijk, een Antwerpse architect, die later zijn stempel zou drukken op de architectuur in de stad.

Factory G is een graanmagazijn met een dubbele functie: stockage en beluchting. Het gebouw werd voorzien van twee kopgevels met twee torens. Daarin werd via ‘jakobsladders’ het graan omhoog getransporteerd. Eenmaal boven werd het graan via lopende banden naar de 144 verticale silo’s (karen) in het middengedeelte van het gebouw geleid.

Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog liep het gebouw aanzienlijke schade op. De herstelling ervan was een goede gelegenheid om een nieuwe en grotere distributieverdieping op te trekken. In deze open ruimte kwamen drie dubbele portaalbruggen van gewapend beton in functie van het horizontale transport. De silogebouwen werden in heel Europa bewonderd en geroemd omwille van de revolutionaire wijze waarop ze graan konden sorteren, behandelen en stockeren.

 

 

Scroll Up