Month: mei 2019

image_pdfimage_print

Trafilatura

Deze draadtrekkerij werd in 1951 opgericht als dochteronderneming van het staalbedrijf van Gustave Boël, dat zowel plaatstaal als walsdraad produceerde. Voor de oprichting van dit dochterbedrijf werd de walsdraad verkocht aan onafhankelijke draadtrekkerijen in binnen- en buitenland. De nieuwe onderneming stelde zich tot doel de traditionele draadproducten zoals blanke draad, verzinkte draad, draadnagels, prikkeldraad en afsluitingen te fabriceren en te ontwikkelen. De Europese draadmarkt kende een sterke groei en dit creëerde bijkomende exportmogelijkheden. In de daarop volgende jaren werd bouwstaal het grootste afzetproduct van de fabriek.

Geleidelijk aan veranderde de productie van geribde draad en bouwstaalmatten tot blinkende draad voor verchromen en vernikkelen. Er werd tevens geïnvesteerd in gloeiovens voor de productie van koudstuikdraad. Een overname in 1999 door een Zwitsers-Italiaanse groep, die eerder in aan- en verkoop gespecialiseerd was dan in productie, was het begin van het einde voor deze fabriek. Er volgen nog overnames en samenwerkingsverbanden, maar deze fabriek blijft functioneren als een afdeling van de staalfabriek waaruit ze ontstaan is. Na de sluiting van de staalfabriek begin 2013 gaan de zaken snel achteruit. In het najaar van 2018 valt na 67 jaar het doek over de draadtrekkerij.

 

 

Bleu Power Plant

Deze indrukwekkende energiecentrale maakt deel uit van een groter geheel, geconcentreerd rond een hoogovenbedrijf. Uit de staalproductie van de hoogoven ontstaat hoogovengas als nevenproduct. Dit gas kan in een ketel onder hoge druk/temperatuur (125 bar/560 °C) in combinatie met nafta en aardgas verbrand worden. De hierbij geproduceerde stoom wordt gebruikt om elektrische stroom op te wekken met behulp van condenserende stoomturbines. De centrale bestaat uit twee aan elkaar gekoppelde gebouwen. In het achterliggende gebouw bevinden zich de boilers, waarin de stoom wordt opgewekt. Die stoom wordt vervolgens via een complex systeem van buizen getransporteerd naar het aanpalende gebouw waarin zich de turbines bevinden. In het boilerhuis, dat duidelijk verouderd is, is het verval zeer duidelijk zichtbaar. De turbinezaal is beter bewaard gebleven, wellicht omdat het gebouw nog steeds sterk beveiligd wordt. In de turbinezaal bevinden zich verschillende types turbines, met een vermogen variërend van 6,5 MW tot 75 MW. De oudste turbines zijn klassieke Ingersoll Rand turbines en een oude Oerlikon turbine; de nieuwere zijn vooral ACEC turbines en de grootste en nieuwste turbine is de blauwe turbine waar de locatie naar vernoemd werd. Dat is een Escher Wyss turbine. Om deze turbine aan te drijven, werd er een annex aan het boilerhuis gebouwd, met een eigen stoomketel die deze turbine kon aandrijven. Het geheel wordt aangestuurd vanuit de spectaculaire controlekamer.

 

 

Cooling Tower ‘Petite Maison’

Bij een elektriciteitscentrale hoort bijna traditioneel ook een koeltoren. Deze koeltoren hoort bij de Blue Power Plant, die zich aan de overzijde van de straat bevindt. Het is een kleiner model dan Cooling Tower IM, het exemplaar dat bij Power Plant IM behoort, maar de werking ervan is precies dezelfde. Alleen heeft deze een mysterieus klein huisje (petite maison) in het midden, waarvan niemand lijkt te weten wat de bedoeling ervan is. Het huisje is helemaal leeg en bevat dus geen enkele indicatie over de reden van zijn aanwezigheid op die plaats. Dat mysterie draagt ongetwijfeld bij aan de charme van de constructie. Een constructie die overigens niet zo makkelijk te betreden is. De buitentrap naar de toegangsdeur werd al enkele jaren geleden weggehaald. Wie de binnenzijde van de koeltoren en het mysterieuze kleine huisje wil bewonderen, heeft geen andere keuze dan te klimmen…

 

 

Chapelle de la Rose

Eind 13de eeuw werd in opdracht van een adellijke dame die hier woonde een “hospice” opgetrokken, die tegelijkertijd dienst deed als ziekenhuis en als klooster voor de zusters Augustinessen, die voor de verzorging van de zieken instonden. Behoudens een korte onderbreking ten tijde van de Franse Revolutie bleven ze dit doen tot het begin van de jaren 1980. Het ziekenhuis was inmiddels omgevormd tot een rust- en verzorgingstehuis. Na het vertrek van de zusters werd het rusthuis overgenomen door de plaatselijke overheid.

Pronkstuk van het klooster was deze laatgotische kapel, opgericht in het begin van de 17de eeuw, die lange tijd een bedevaartsoord vormde voor de genezing van intestinale aandoeningen. Bij een brand begin jaren 2000 werd een deel van het klooster vernield, maar de kapel bleef gelukkig gespaard. De kapel bestaat in zijn huidige toestand uit twee delen: de originele kapel, opgetrokken in laatgotische stijl uit baksteen en blauwe hardsteen. Een aanbouw in neoklassieke stijl, die dateert van halverwege de 19de eeuw, vormde een fysieke verbinding tussen de bestaande kapel en het ziekenhuis, om de patiënten de kans te geven de erediensten vanaf het balkon bij te wonen. Aan de achterkant van de kapel, aan de linkerkant, ziet men nog steeds de oude refter, eveneens opgetrokken in baksteen en blauwe steen met een prachtige vintage gevel uit het begin van de 17de eeuw. 

 

De gehele site werd in 2006 opgenomen op de beschermlijst van het Waals erfgoed en wordt momenteel omgevormd tot een nieuw gemeenschapscentrum. De kapel, die in 2011 gedesacraliseerd werd, zal omgevormd worden tot een bibliotheek, met aandacht en respect voor het historische en architecturale karakter.

 

 

Usine S

Schapenwol bevat veel onzuiverheden, zoals lanoline (wolvet) en suint (zweetwol). Van oudsher werd het wolwassen direct in de rivier gedaan door middel van alkalische en hete baden in kuipen en speciale machines. De lanoline, die onoplosbaar is in water, kon hiermee echter niet afgescheiden worden. In deze aan het begin van de 20ste eeuw opgerichte fabriek werd een nieuw, uit de Verenigde Stated overgewaaid procédé toegepast, dat bestond uit de behandeling van de vetwol met nafta of petroleumbenzine. Dit absoluut neutrale product tast de vezel van de wol immers niet aan en laat hem alleen het percentage vet achter dat nodig is om zijn natuurlijke soepelheid en elasticiteit te behouden. De nafta wordt naderhand door middel van verdamping uit de overgebleven wol verwijderd. Een ander interessant resultaat van de “solventage” was recuperatie van het uit de wol onttrokken vet: pure, volledig zuivere lanoline. Een van de verschillende toepassingen van uit wol onttrokken lanoline, was de vervaardiging van farmaceutische zeep en lanoline voor het onderhoud van huiden en vellen, maar het kan ook worden gebruikt bij de bereiding van oliën. vet, was, zalven, consistente vetten, enzovoort.

 

 

Mission to Mars

In een uithoek van een bijna 14 hectare groot kloosterpark bevinden zich deze bijzondere “koepelkassen”. Het kloosterpark zelf werd voor de eerste keer genoemd rond 1805. Het werd in die tijd aangelegd in de vorm van een Engelse tuin. Tot 2005 was het park in privébezit, waarna het werd gekocht door de stad, dat het als een openbare voorziening ter beschikking stelde van het publiek. Deze prachtige voormalige kloostertuin was jarenlang verloederd, omdat de nonnen alleen de meest noodzakelijke taken konden uitvoeren. Met de overname door de stad werd het park uit zijn slaap gewekt en werd de meer dan 200 jaar oude privétuin omgetoverd tot een park voor de bevolking. De vijvers werden ontgift, het kreupelhout werd uit het park verwijderd en alles werd schoongemaakt. Inmiddels werd het geheel opgenomen op de lijst van te beschermen erfgoed.

In 1987 werden deze spectaculaire koepelkassen opgericht. De koepels dienden daar als kassen om langdurig werklozen in de periode 1988-2004 in een opleidingskwekerij opnieuw perspectief op integratie op de arbeidsmarkt te bieden. Het ontwerp is terug te voeren naar de Amerikaanse ingenieur en filosoof Richard Buckminster Fuller. Hij experimenteerde voor NASA om de meest energetisch-synergetische vorm te vinden. Zijn paviljoen “Biosphère”, ontworpen voor de EXPO 1967 in Montreal, een enorme 62 meter hoge geodetische koepel werd wereldwijd bewonderd. Deze kassen zijn in feite verfijnde geometrische vormen, zogenaamde geodetische koepels. Het oppervlak bestaat uit een reeks alternerende hexagonale en vijfhoekige oppervlakken. Goed samengesteld, resulteren ze in bolvormige, zelfdragende gebouwen. Ze kunnen eindeloos met elkaar worden verbonden. Er werden 24 van dergelijke kassen gebouwd en gegroepeerd in verschillende “kogelfamilies”. De koepels zijn niet alleen zeer intelligente gebouwen, omdat ze zonder ondersteuning kunnen, ze trotseren ook optimaal weer en wind. De stad, als nieuwe eigenaar van het omliggende park, werkt momenteel in overleg met de particuliere eigenaar van de koepelkassen om het project opnieuw te openen als leerlocatie.

 

 

Scroll Up