Month: april 2019

image_pdfimage_print

Bureau Central

Dit enorme pand behoorde toe aan het hoogovenbedrijf, dat meerdere vestigingen had in de streek. Over de geschiedenis van het gebouw zelf valt weinig informatie te rapen. Het oorspronkelijke gebouw werd opgericht in het laatste kwart van de 18de eeuw en kende enkele substantieve wijzigingen en uitbreidingen in de loop van de 19de en 20steeeuw. Het gebouw huisvestte het centrale bestuur en de administratie van het hoogovenbedrijf. Begin jaren 1980 werd het inmiddels verouderde gebouw verlaten en sedertdien is het verval er met rasse schreden vooruitgegaan, niettegenstaande de klassering ervan als erfgoed in 1987. Vooral de centrale hall met overwelfde lichtkoepel heeft sterk te lijden gehad van de elementen, die er vrij spel hebben. Het imposante gebouw, met lange, eindeloos lijkende gangen en diffuse lichtinval is een gedroomde locatie voor fotografen met een voorkeur voor verlaten en vervallen gebouwen. Op het domein bevond zich oorspronkelijk ook het kasteel van de adellijke familie die eigenaar was van het bedrijf, maar dat werd enkele jaren geleden al gesloopt. Het ziet er naar uit dat dit mooie kantoorgebouw hetzelfde lot zal ondergaan, als er niet snel werk gemaakt wordt van de renovatie ervan…

 

 

Mine des Grimpeurs

Dit mijnbedrijf, zoals vele in deze regio, maakte deel uit van het imperium van een adellijke familie, die vooral actief was in de staalindustrie. Die zelfde familie ontmoetten we al in een eerdere reeks over het administratief gebouw dat het centrale bestuur van het bedrijf huisvestte: Bureau Central.

Het eerste stuk steenkool in deze vestiging werd in juni 1856 gedolven, in een schacht op twee kilometer afstand van wat later het familie-hoofdkwartier zou worden wat de ontginning van steenkool betreft. Na deze ontdekking, stelde de raadgevend ingenieur van het bedrijf voor nieuwe onderzoeken in het gebied naar het zuiden uit te voeren om operaties uit te breiden, die tot dan omwille van de landsgrens beperkt waren tot het noorden. Verschillende schachten werden vervolgens gegraven tussen 1862 en 1889. De geproduceerde kolen werden voornamelijk gebruikt om de staalfabrieken van de familie af ​​te stoken. Na de Tweede Wereldoorlog werd de productie in minder dan tien jaar verdrievoudigd. In 1946 was het bedrijf verbonden aan een openbaar bedrijf, als onderdeel van het nationalisatieproces van alle Franse kolenmijnen. Na 1960 werd de steenkoolindustrie echter hard getroffen. Het bedrijf moderniseerde noodgedwongen en investeringen gingen door tot 1986. De hoofdzetel stopte met activiteiten in 1986, maar een deel van de infrastructuur van de site bleef tot 1989 worden gebruikt voor andere schachten in dezelfde concessie die nog in bedrijf waren. De laatste put werd gesloten in 2001.

 

Pottery

De reputatie van het aardewerk dat hier geproduceerd werd is haast legendarisch. In de loop van de twee eeuwen dat dit familiebedrijf bestond, heeft het wereldwijd een schare trouwe bewonderaars gegenereerd. Het aanbod bestond uit allerlei stukken aardewerk, zoals serviesgoed, vazen en bloempotten, maar ook kunstobjecten, fresco’s en zelfs kachels. De fabriek werd opgericht in 1790, maar kampte aanvankelijk met grote problemen, waaronder moeilijkheden met de aanvoer van grondstoffen, maar ook vijandigheid en wantrouwen van de bevolking. Bovendien was de concurrentie van vooral Engelse producenten groot. Rond de eeuwwisseling werd de fabriek overgenomen door een inventieve jonge Duitser, die door het introduceren van nieuwe decoratietechnieken en het gebruik van de fijnste grondstoffen het tij al snel wist te keren. Napoleon werd een van de beste klanten, waardoor de orders al snel binnen stroomden en uitbreiding van het bedrijf zich opdrong. De huidige fabriek, waaronder ook deze opslagplaats voor mallen, dateert van deze periode van expansie tussen 1850 en 1860. Tijdens de glorieperiode bood het bedrijf werk aan ruim 3200 werknemers. Einde jaren 1970 markeerde een keerpunt. Het bedrijf was inmiddels overgenomen door een andere familie, die de productie van serviesgoed staakte om zich toe te spitsen op de productie van tegels voor wanden en vloeren. Begin jaren 2000 is het zakencijfer sterk gedaald en zijn er nog een 100-tal werknemers over die het bedrijf in leven proberen te houden. Nauwelijks 5 jaar later gaat het bedrijf alsnog in liquidatie. Kort erna spreekt de rechter het faillissement uit en valt het doek definitief over twee eeuwen industriële geschiedenis…

 

 

Scroll Up