Month: februari 2019

image_pdfimage_print

Brauerei Ibing

Friedrich en Richard Ibing werden geboren als de jongste zonen van een befaamd lakenmakersgeslacht, dat al ruim 200 in de textielindustrie actief was. De achteruitgang van deze industrie was echter al duidelijk in de 19e eeuw. De ambachtelijke bedrijven konden de concurrentie met de industrieel vervaardigde Engelse stoffen niet langer aan. Het is dus niet verwonderlijk dat men naar andere vormen van werkgelegenheid begon uit te kijken. In mei 1863 verwierven de broers Friedrich en Richard Ibing twee percelen van een voormalige steengroeve, waar ze hun activiteiten ontplooiden. Na zeven jaar moest het bedrijf worden uitgebreid, maar op deze locatie was dit niet mogelijk. In april 1870 werd een gebied van bijna 10.000 vierkante meter verworven, waarop een ruim nieuw gebouw werd opgericht. De brouwerij Ibing behoorde vanaf het begin tot de leidende Mülheim-brouwerijen. Ook buiten de grenzen van genoot de brouwerij bekendheid. Op de Wereldtentoonstelling in 1889 in Parijs kreeg het bier van de Ibing-brouwerij zelfs een gouden medaille. In 1892 overleed Friedrich Ibing op 58-jarige leeftijd aan een beroerte. Hugo Ibing, de oudste van de twee zonen van Friedrich Ibing, trad op 23-jarige leeftijd aan als gevolmachtigde in het beheer van de brouwerij en leidde bij zijn oom de business met veel succes. De brouwerij had aan het begin van de 20e eeuw een jaarlijkse brouwcapaciteit van 60.000 tot 65.000 hectoliter. Het aantal werknemers steeg van 30 in 1900 tot 62 in 1908. Erich Ibing, de laatste nazaat van de stichters, leidde de brouwerij slechts een korte tijd. In 1955 verkocht de familie Ibing het bedrijf. Ondanks alle garanties dat het niet de bedoeling was om de brouwerij te sluiten, werden in februari 1968, vijf jaar na het 100-jarig jubileum van de brouwerij, de fabriekspoorten voor altijd gesloten. Al meer dan 50 jaar werd het complex overgelaten aan het verval en zijn nu alleen nog de ruïnes zichtbaar.

 

 

Dead End Church

Over deze parochiekerk is weinig informatie te vinden. Het ontwerp van de kerk is van de hand van architect Hermann Wielers. De eerste steen werd gelegd in 1901 en de kerk werd ingewijd in 1904. Tijdens de Tweede Wereldoorlog liep ze aanzienlijke schade op en waren grondige herstelwerken noodzakelijk. Dit gebeurde onder de auspiciën van architekt Günter Settnik. Het is niet duidelijk wanneer de kerk in onbruik raakte. Op een bepaald moment werden er herstelwerken aangevat, maar het is duidelijk dat deze werken reeds geruime tijd zijn stilgevallen.

 

 

Zeche W

Aan het begin van de 20ste eeuw verwierf de Pruisische Staat een aantal grote velden in het noordelijke Ruhrgebied. AG Recklinghausen, waarvan het meerderheidsbelang in handen was van de staat, begon vanaf 1902 met het boren van de eerste putten. In 1910 ging de mijn in bedrijf. In 1912 werd bovendien een cokesfabriek in gebruik genomen. De mijn ontwikkelde zich economisch veelbelovend. Al in 1920 werd de limiet van 1 miljoen ton jaarproductie overschreden. Aan het einde van de jaren 1920 werd de mijn een eerste maal overgenomen en kwam zo in volle eigendom van Hibernia AG. Er volgden tal van uitbreidingen en moderniseringen aan het mijnbedrijf. 

De voortdurende oorlogsvoering zorgde ervoor dat het werk halverwege WOII tot stilstand kwam. Na de Tweede Wereldoorlog begon Hibernia AG met een uitgebreid moderniseringsprogramma, hetgeen in 1956 leidde tot de bouw van deze nieuwe centrale transportschacht, uitgerust met 2 volautomatische transporteurs. De betonnen hijstoren, gebouwd in 1960, werd in gebruik genomen in 1961. De uitgebreide rationaliseringsmaatregelen leidden tot een jaarlijkse productie ​​van meer dan 3 miljoen ton. Vanaf het einde van de jaren 1960 volgden er opnieuw enkele overnames en fusioneringen. Eind 2008 werd de kolenmijn gesloten met het ophalen van de laatste steenkool. De mijn is tot op de dag van vandaag volledig bewaard gebleven en werd door zelfs tot monument uitgeroepen.

 

 

Charlie’s Chapel

Deze eenbeukige, bakstenen kapel ter ere van Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën werd gebouwd in 1883 in neogotische stijl. Ze bevindt zich op het kasteeldomein van Chateau Jumanji en fungeerde als buurtkapel en vertrekpunt van de wijkprocessie. Het kapelletje bevat een driezijdig koor met beschilderd houten altaar met polychroom beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën. Achter het ijzeren afsluithek bevindt zich een schip met zitbankjes. Aan de wanden; witgeschilderde heiligenbeelden op barokke consoles met engelenfiguurtjes onder meer van de Heilige Jozef, Heilige Antonius en Heilige Margaretha. Hoewel het geklasseerd erfgoed is, verkeert het kapelletje in bijzonder lamentabele staat en zijn er ernstige scheuren in de muren en meerdere verzakkingen waarneembaar. Sinds de kapel werd opengebroken, is de toestand er alleen maar zienderogen op achteruit gegaan. Verscheidene beelden sneuvelden door vandalisme. In het kader van de renovatiewerken aan het kasteeltje, werd ook de kapel kort na dit bezoek weer grondig dichtgemaakt.

 

 

Pete’s Academy

De in 1982 in Ronse geboren graffiti-kunstenaar Pete One is al lang geen onbekende meer in de Belgische urbex-scene. In de westhoek waren in het verleden al tal van werken van zijn hand te bewonderen in verscheidene verlaten panden. “Pete’s School”, de oude, en inmiddels gesloopte verpleegsterschool in Ronse is wellicht één van de bekendste. Ook het inmiddels gerenoveerde “Petite Echelle”, een voormalige weverij en “Pete’s Hotel”, een eens luxueuze horecazaak zijn bekende “Pete One” ateliers.

In deze “Pete’s Academy”, een voormalig lager schooltje, treffen we ook weer enkele pareltjes aan in de herkenbare stijl van Pete One. Zoals steeds haalde hij ook voor deze werken zijn inspiratie in de Amerikaans popcultuur, met onder meer beelden van Kurt Cobain (Nirvana) en Chris Cornell (Soundgarden).

 

 

Usine Gonzo

Usine Gonzo maakt deel uit van een traditionele vlasroterij. De roterij werd opgericht aan het einde van de 19de eeuw en werd stelselmatig uitgebreid tot  de huidige site. De hele site wordt beschouwd als waardevol erfgoed, niet alleen vanwege de strategische ligging, maar ook omdat ze een van de best bewaarde roterijen van haar soort is. Er zijn typische rootputten, de stoommachines met bijhorende schoorsteen, een paar vlasschuren en een zwingelarij. De machinekamer bevat onder meer stoomketels en een uitzonderlijke stoommachine, de enige in zijn soort die nog in België te vinden is. De ketels werden aangestookt met ‘lermen’, de houtachtige kernen van de vlasstengels die tijdens het productieproces van de vlasvezels afgescheiden werden. De stookkosten konden hierdoor bijna tot nul herleid worden. Ook in deze roterij werd deze brandstof tot in de late jaren 1970 gebruikt. Eind jaren 1970 raakte het bedrijf in onbruik, maar het zou nog ruim 25 jaar duren vooraleer het geheel als industrieel erfgoed beschermd werd.

 

 

Filature Panier

Over deze verlaten fabriekssite kon ik niets meer achterhalen dan dat het een voormalige weverij is en dat ze later nog gebruikt werd door een bedrijf dat zich specialiseerde in het produceren van medisch verband. Sinds 2007 werden de fabrieksgebouwen verlaten en wacht het terrein op een herbestemming. Aangezien het hier niet gaat om waardevol industrieel erfgoed, is de kans groot dat het geheel gesloopt wordt om plaats te ruimen voor nieuwbouw woonprojecten…

 

 

Holy Nurse

Omstreeks 1850 kreeg de stad te kampen met miserabele hygiënische omstandigheden, ten gevolge van ondervoeding, slechte huisvesting en een gebrek aan zuiver drinkwater. Deze omstandigheden veroorzaakten allerlei ziektes, niet in het minst de cholera-epidemie die er in de helft van de 19de eeuw uitbrak. De stad koos voor een systematische aanpak van de problematiek om de stad te saneren. De bouw van dit ziekenhuis was daar een onderdeel van. Holy Nurse is het restant van dit stedelijk hospitaal. Het terrein waarop het gasthuis werd gebouwd, maakt in de 15de eeuw deel uit van het toenmalige paleis van Marghareta van York en werd in de 17de eeuw overgelaten aan de Jezuïeten. Architect Charles Drossaert kreeg de opdracht om het nieuwe ziekenhuis te bouwen. Hij koos voor een sober bakstenen gebouw met neoclassicistische inslag. De hoofdtoegang wordt geaccentueerd door een ruim voorplein dat oorspronkelijk via een ijzeren hekwerk van de straat afgesloten was. Centraal in de hoofdvleugel bevindt zich de gasthuiskapel. De kapel is een eclectisch bouwwerk met een zenitaal bovenlicht. Het bevat onder meer een barokaltaar met marmerschilderingen en een 17de-eeuwse kopie van de kruisafneming van A. Van Dyck. Op het doksaal staat een fraai orgel uit de 17de eeuw. Ten slotte beschikt de gasthuiskapel ook over een 17de-eeuwse biechtstoel.

 

Scroll Up