Month: oktober 2018

image_pdfimage_print

Val Benoit

De universiteitssite van Val Benoit is een architecturaal geheel in modernistische stijl, dat zijn naam dankt aan het feit dat op deze plaats ooit een abdij van de orde der cisterciënzers gevestigd was, die er gesticht werd in de 13de eeuw. Ingevolge de Luikse Revolutie werd ze gedeeltelijk gesloopt. Gedurende te Tweede Wereldoorlog werd wat er nog van overbleef verwoest door bombardementen. Tussen 1930 en 1965 ontwikkelde de universiteit van Luik, op zoek naar uitbreidingsmogelijkheden voor de toename aan studenten, er een aantal faculteiten, waaronder dit instituut voor toegepaste chemie en metallurgie. Het gebouw werd in 1937 in aanwezigheid van Leopold III ingehuldigd. Vanaf 1967 week de universiteit stelselmatig uit naar de nieuwe, centrale site in Sart-Tilman. Vanaf 2006 werd de campus Val Benoit volledig verlaten. Sinds 2013 zijn er werken aan de gang om de volledige campus te rehabiliteren. Een deel zal door bedrijven worden ingenomen en een ander deel zal omgevormd worden tot studentenkamers.

 

 

Police Academy

Police Academy, zo genoemd omwille van de ligging ervan achter de kantoren van de lokale politiezone, is een afdeling van het Heilig-Hartcollege van Heist-op-den-Berg. De 1,44 ha grote site bevindt zich op het hoogste punt van de gemeente, achter het klooster van de Zusters Annonciaden, die de school in 1919 stichtten. Het schoolcomplex werd er opgericht in de jaren 1940. Het complex werd verkocht aan een projectontwikkelaar, die er 4,7 miljoen euro voor neertelde, om er plaats re ruimen voor de bouw van 85 nieuwbouwappartementen. De sloopwerken werden aangevat eind 2018…

 

 

Crypte L

Al in 1870 ontstond het plan voor de aanleg van dit netwerk van ondergrondse grafgalerijen. Voor de bedenker van het plan was het niet alleen een prestigeproject, maar bood het meteen ook een hygiënische oplossing voor het plaatsgebrek op de begraafplaatsen in en rond de grote stad. Grafgalerijen waren op dat moment nog een nieuwigheid in Noord-Europa. Zes jaar later werd begonnen met de bouw van de galerijen. De eerste galerij was 31 meter lang en werd in 1878 in gebruik genomen. Dat jaar werden meteen nog zes nieuwe galerijen gebouwd en pas rond 1890 werd het eerste gangenstelsel afgesloten. Het meest recente deel werd beëindigd in 1935. Het oudste deel is in neoklassieke stijl opgetrokken, de laatste galerijen in art-decostijl. De ondergrondse gangen, waarvan de langste zich uitstrekt over een lengte van driehonderd meter, zijn alles bij elkaar meer dan een kilometer lang en bieden ruimte aan meer dan vierduizend grafnissen. De meest in het oog springende ondergrondse grafnissen, hebben een bovengronds gekoppeld grafmonument. De pracht en praal tonen aan dat deze ondergrondse grafkelders vooral bestemd waren voor de rijke en machtige families in de stad. Vele bekende figuren vonden er een laatste rustplaats… Het geheel werd de afgelopen gerestaureerd, na jarenlange verwaarlozing.

 


 

Slaughterhouse

Dit voormalige stedelijke slachthuis werd in de jaren 1960 opgericht, maar werd einde jaren 1990 verkocht aan een private ondernemer. De aanvoer van varkens in vrachtwagens, zowel overdag als ’s nachts, en de vaak niet te harden geurhinder veroorzaakten een hoop wrevel bij de buurtbewoners. Uiteindelijk werd met de stad overeengekomen dat de activiteiten er eind 2015 zouden worden stopgezet. Omwille van protesten omtrent de nieuwe locatie, liep de stopzetting van de activiteiten vertraging op en werden er nog varkens geslacht tot eind 2016. Sinds begin 2017 werd de site verlaten in afwachting van de sloop en de komst van een nieuwbouwproject.

Een groot deel van de charme van urban exploring bestaat erin dat je op verlaten plekken komt en je fantasie de vrije loop kan laten over hoe er daar vroeger geleefd en gewerkt werd. Bij deze locatie was dat een behoorlijk confronterende ervaring… De confrontatie met het feit dat wij als mens niet meer waarde hechten aan een levend wezen dan het zonder veel plichtplegingen reduceren ervan tot een louter consumptieartikel. Een kille, donkere en troosteloze plek, die om die reden een diepe indruk op me gemaakt heeft…

 

 

ECVB

De industriële ontwikkeling van Gent is in belangrijke mate schatplichtig aan de uit Everberg afkomstige baron Floris van Loo, die vanaf het einde van de 19de eeuw pogingen ondernam om de regio te elektrificeren. Die pogingen resulteerden in 1911 in de oprichting van de “Centrales Electrique des Flandres et du Brabant” (Elektrische Centralen van Vlaanderen en Brabant). Nauwelijks twee jaar later werd van start gegaan met de bouw van de thermische centrale Langerbrugge, op de westelijke oever van het kanaal Gent-Terneuzen. Deze energiecentrale vormde de grondslag voor de industriële ontwikkeling van de zone. Architect Eugène Dhuicque ontwierp het gebouw in een decoratieve baksteenstijl. De centrale werd aan het begin van WOI in gebruik genomen, maar liep aan het einde van de oorlog zware schade op. Niet zozeer aan de gebouwen, dan wel aan de installaties. De centrale zou zich in de loop van de 20ste eeuw verder ontwikkelen en uitbreiden. Vanaf het einde van de jaren ’80 werd de productie stelselmatig afgebouwd, tot ze in 2010 volledig werd stilgelegd. Er werd nog een tijd lang een “Museum Energeia” uitgebaat in de oudste gebouwen, maar in 2000 besliste Electrabel (de opvolger van ECVB) om niet langer in het museum te investeren. Het complex werd beschermd als industrieel erfgoed in 1999. Het oorspronkelijke beschermingsbesluit werd door de Raad van State tenietgedaan in 2009, maar werd hernomen in 2013. die bescherming weerhield koperdieven er niet van om met grote hoeveelheden koper aan de haal te gaan en een enorme ravage achter te laten. Ondertussen zijn de oudste delen van het complex gereduceerd tot een leeg omhulsel, waarin alleen nog een oude stoomturbine van de ‘Société Rateau’ en de ‘Ateliers de Construction la Meuse’ achterbleef…

 

 

Scroll Up