Month: september 2018

image_pdfimage_print

Byzantium

De economische expansie in de eerste helft van de 19de eeuw gaf aanleiding tot een spectaculaire bevolkingsaangroei in deze buurt. De erediensten voor deze parochie werden gehouden in de parochiekapel. Deze werd echter al snel te klein voor de 18.000 zielen tellende parochie. Er was nood aan een nieuwe, ruime kerk. De toenmalige stadsarchitect tekende de plannen. Na onenigheid over de stabiliteit werden ze onder vereenvoudigde vorm uitgevoerd door de bouwmeester. Halverwege de jaren 1850 gingen de werken van start. Dertien jaar later werd de kerk ingewijd, ook al was ze op dat ogenblik onafgewerkt en zou ze dat ook blijven. De toren die de kerk aan de westzijde moest bekronen, kwam er nooit.

De zogenaamde rundbogenstil, is eclectisch met een dominantie van romaanse en gotische elementen. De rondboogvensters hebben de romaanse vormentaal en de gotische maaswerkversiering. Baanbrekend in de kerkelijke architectuur is het gebruik van gietijzer voor de hoofdribben en de driepasbogen. De grootste innovatie hierin is de dakoverspanning met twee ijzeren Polonceauspanten.

Het interieur is eveneens overwegend neoromaans met neogotische versieringselementen. De monumentale muurschilderingen namen meer tijd in beslag dan de bouw van de kerk zelf. Ze geven aan het geheel een oosters-Byzantijnse sfeer.

 

Town Mansion

Het imposante Town Mansion werd gebouwd in 1912 in opdracht van Max von der Becke, zoon van een Duitse ondernemer. Zijn vader was een van de oprichters van wat later de transatlantische rederij Red Star Line zou worden. Hij bewoonde het herenhuis, met zijn vrouw en twee zonen, tot zijn overlijden in 1937. Het herenhuis in eclectische stijl met neo-Lodewijk XVI-inslag behoort tot het latere oeuvre van Jean-Laurent Hasse. De architect bouwde een groot aantal voorname burgerhuizen in eclectische en neo-Vlaamse Renaissance-stijl in Antwerpen.

Na de dood van von der Becke, werd het goed verkocht aan Maurice Herbosch. Uit zijn periode stammen tal van aanpassingen en verfraaiingen aan het huis. Hij liet onder meer de figuratieve glas-in-loodramen en de lambrisering aanbrengen. Na de dood van Herbosch in 1961 bleef zijn weduwe nog tot 1963 wonen in het herenhuis. Daarna kwam het pand in handen van de Belgische Staat.

Het waardevolle meubilair van dit gebouw is eigendom van het provinciebestuur en wordt al jarenlang bewaard in een depot. Het was de bedoeling er de officiële residentie van de gouverneur in onder te brengen. Gezien de hoge renovatiekosten die de herbestemming zou meebrengen is dit nooit gebeurd.

Sinds het begin van de jaren 1990 staat het gebouw leeg, met verscheidene kraken tot gevolg. Er werd bijgevolg een antikraker in gehuisvest. Deze settelde zich op de bovenste verdieping. Igor Todadze verzamelde in de loop van de jaren een grote collectie meubilair om het huis “gezellig” te maken. Begin 2019 organiseerde hij een uitverkoop, die gretig bezocht werd. In het voorjaar van 2018 werd het goed immers verkocht aan een private eigenaar, die zelf anoniem wenst te blijven. 

Meer informatie in de Inventaris Onroerend Erfgoed.

 

 

Fondatel

Deze ijzergieterij stond voor de sloop van de site bekend als “Usine H”. Fondatel vestigde zich aan het einde van de negentiende eeuw vlakbij het station van Herne. Het bedrijf was vooral actief was in de wegenissector en produceerde onder meer straatkolken en riooldeksels. Op haar hoogtepunt stelde het bedrijf meer dan honderd mensen uit de regio te werk. Na aanhoudende klachten van buurtbewoners over geur- en lawaaihinder besloot het bedrijf haar activiteiten te verhuizen naar Andenne, waar zusterbedrijf Fonderies Lecompte gevestigd is. De site in Herne kwam daardoor leeg te staan.

De gemeente Herne liet een ruimtelijk uitvoeringsplan opmaken om de terreinen te kunnen herbestemmen. Vanaf einde 2019 werden de bedrijfsgebouwen gesloopt. De vrijgekomen ruimte zal gebruikt worden om er een nieuwe woonwijk met 98 woningen te vestigen… Alweer een stukje Vlaams industrieel erfgoed wordt hiermee definitief van de kaart geveegd.

Ten tijde van mijn bezoek in het najaar van 2018 waren de gebouwen al grotendeels ontruimd. De halvelings lege loodsen konden toch nog model staan voor enkele leuke shots.

 

 

Cimenterie

Verscholen ‘in plain sight’ ligt deze 15.000 m² grote industriële site al sinds het begin van de jaren 1960 te wachten op een nieuwe bestemming. De voormalige cementfabriek werd er opgericht in 1883 op de plaats waar al sinds 1881 kalk gewonnen werd uit de naastgelegen groeve. In eerste instantie werd er alleen kalk geproduceerd. Later werden de activiteiten uitgebreid met de productie van het kunstmatige Portlandcement.

De fabriek werd uitgerust met traditionele ovens en verticale metalen ovens verdeeld over een dozijn atypische industriële bouwwerken. Het meest opvallende en tevens meest indrukwekkende van die constructies is ongetwijfeld de 40 meter hoge toren, die nog de roestige overblijfselen van de machinerie bevat. Het zuidelijke deel van de site, met de oude kalksteengroeve, werd inmiddels van het geheel afgesplitst. Medio jaren 1950 werd dit deel onder water gezet. Het wordt vandaag gebruikt door een duikclub. Er kan tot een diepte van 40 meter gedoken worden.

Het terrein werd in 2013 gesaneerd. Een projectontwikkelaar zou er lofts onderbrengen in de bestaande gebouwen, maar deze plannen werden nooit uitgevoerd. Inmiddels heeft de natuur zich terug meester gemaakt van de site, die al sinds jaar en dag een geliefde locatie vormt voor urban explorers en fotografen.

 

 

Piscine Mai

In de jaren 1970 vatte de Franse overheid het plan op om de zwemsport toegankelijk te maken voor alle Fransen. Het project, dat liep tot het begin van de jaren 1980, kreeg de naam “1000 piscines” mee. Het bood gemeenten de mogelijkheid om tegen een bescheiden kostprijs een standaard zwembad te bouwen. Er werden verscheidene types ontworpen, maar het type “tournesol” oogstte het meeste bijval. Er werden er in totaal 183 gebouwd, waarvan 26 in het noorden van Frankrijk. Vandaag is zowat de helft van de tournesol-baden gesloten of vernield. Anderen zijn gerehabiliteerd, soms op een verrassende manier.

Dit zwembadje lag aan de Rue du 8 mai 1945 (vandaar de naam Piscine Mai) in Douvrin. Bij de ingang valt al meteen de algehele teloorgang op. Stukgeslagen ramen, afgescheurde patrijspoorten, lelijke graffiti… Ook geen spoor meer van de typerende gele PVC-kleedcabines, die mee de glorie van de piscines tournesols maakten.

De koepel in polyester tegels, ontwikkeld door de ingenieur Thémis Constantinidis, bestaat uit 36 ​​metalen bogen. Twaalf daarvan zijn intrekbaar, waardoor tijdens de zomer het zwembad onder een hoek van 120° kon worden opengemaakt. Een boog op twee wordt doorboord met 7 patrijspoorten, wat bijdraagt ​​aan het futuristische uiterlijk van het ontwerp. Dit vliegende schotelvormige zwembad zal ongetwijfeld duizenden Franse schoolkinderen hebben gecharmeerd…

In een poging het lelijke effect van de graffiti te minimaliseren, heb ik deze reeks in zwart/wit bewerkt… Dit zwembadje werd begin 2020 gesloopt.

 

 

Chateau des Livres

Dit “chateau” is niet de bekendste bezienswaardigheid in de omgeving. Een paar honderd meter verderop is er immers een bekende middeleeuwse waterburcht, waar veel over geschreven is. Over de achtergrond van dit gebouw kon ik echter hoegenaamd niets terugvinden. Het is dan ook niet echt een “chateau”, maar eerder een landhuis. Het lijkt er op dat het een tot vakantieverblijf omgebouwde herenhoeve is.

De meest in het oog springende ruimte in het gebouw, is een zitkamer annex bibliotheek die opvallend hemelsblauw werd geschilderd. Het is omwille van deze ruimte dat velen er de naam “Chateau Bleu” aan gaven. Mij persoonlijk viel eerder de massale aanwezigheid van boeken op. Er is geen kamer in het gebouw, waar je geen boeken vindt. Boeken over de meest uiteenlopende onderwerpen, van klassieke literatuur, over kunst en wetenschappen, tot meer technische boeken. Ik verkies daarom de naam “Chateau des Livres”.

Hoewel het chateau er op het eerste zicht nog redelijk intact uit lijkt te zien, heeft het verval zich er al flink ingezet. Het is duidelijk dat hier al jaren niemand meer geweest is, buiten de vele urban explorers dan…

 

Alien Church

Het dorpje waarin deze bijzondere kerk zich bevindt, Estrées-Deniécourt, werd tijdens de Eerste Wereldoorlog volledig verwoest. Het zou in eerste instantie niet opnieuw opgebouwd worden. Dank zij de vasthoudendheid van de inwoners, die er een hechte gemeenschap vormden, kwamen de autoriteiten terug op deze beslissing. De wederopbouw van het dorpje werd alsnog mogelijk gemaakt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het dorpje echter opnieuw getroffen door het noodlot… Toch maakte men ook deze keer werk van de wederopbouw.

De kerk werd ontworpen door architect Marc Quentin. Het gebouw werd volledig opgetrokken in gewapend beton en heeft geen zichtbare muren. Ze lijkt te bestaan uit een dakconstructie die doorloopt tot op de grond. Zowat de hele constructie werd doorboord door vierkante openingen, die bekleed werden met glas-in-lood-ramen in groene en paarse tinten. Daardoor kent het kerkje een bijzondere en kleurrijke lichtinval…

 

 

Chapelle de Bresillac

Chapelle de Bresillac is de kapel van een college, gebouwd in 1887. Ze werd opgericht op de plek van het oorspronkelijke heiligdom, waar volgens de overlevering in augustus 470 op miraculeuze wijze een bron ontsprong. De legende zegt dat de heilige Geneviève en haar compagnon Celine hier tijdens hun reis verpozing zochten. De bron zou er spontaan ontsprongen zijn om hun dorst te lessen.

In 1177 werd er rondom de bron een priorij van kanunniken van Sint Augustinus gesticht. In 1637 werd ze overgenomen door de Oratorianen, die er op un beurt het college stichtten. De 19de eeuwse kapel heeft een langwerpig plan, afgesloten door een veelhoekig koor. Vooral de adembenemende glas-in-lood-ramen, die onder meer het wedervaren van de heilige Geneviève en de heilige Celine uitbeelden, springen onmiddellijk in het oog. De kapel zelf bevindt zich op het tweede niveau van het gebouw. Toen het college in 2012 de deuren sloot, raakte uiteraard ook de kapel in onbruik.

 

 

Bibliopolis

Deze prachtige bibliotheek, die de naam Bibliopolis kreeg, is de schoolbibliotheek van een college dat in de eerste helft van de 17de eeuw werd opgericht. Het college was van katholieke signatuur en omvatte een kleuterschool, een lagere school, een hogeschool en een middelbare school. Oorspronkelijk was de onderwijsinstelling gereserveerd voor jongens, maar in de jaren 1980 werd ze opengesteld voor gemengd onderwijs. Vanaf dan ontving men zowel jongens als meisjes, in internaten, halfpension en dagschool.

De bibliotheek zelf werd pas in de eerste helft van de 20ste eeuw aangebouwd. Ze bevatte enkele merkwaardige stukken, waaronder een origineel exemplaar van de encyclopedie van Diderot et d’Alembert. Na jarenlange aanhoudende financiële problemen, moest het college in 2012 noodgedwongen de deuren sluiten. Het geheel raakte al snel in verval en in het bijzonder de bibliotheek werd slachtoffer van diefstallen en vandalisme. Waardevolle exemplaren van boeken verdwenen of werden vernield. Een plan om de school te heropenen werd in 2016 gestaakt, waarna het verval zienderogen toenam.

 

 

Chateau Verdure

Over dit charmante kasteeltje, gelegen in de chique buitenwijken van Parijs, valt niets van geschiedenis of achtergrond te achterhalen. Aan de slechte staat van het gebouw te zien, staat het al vele jaren leeg. Op de verdieping raak je nog net tot bovenaan de prachtige marmeren trap, maar de rest is al ingestort, of staat op het punt om dat te doen. Te gevaarlijk alleszins om er nog enigszins veilig rond te kunnen lopen.

Jammer genoeg is het kasteeltje niet gespaard gebleven van vandalisme. Grafitti spuitende idioten hebben er lelijk huisgehouden. Toch nog bijzonder mooi om te zien, met name de inkomhal met de marmeren trap en de ontbindende piano.

 

 

Manoir du Colimaçon Blanc

In de kadastrale archieven is er voor het eerst melding van het chateau in 1897. Een Parijse wijnhandelaar bouwde er toen een “tweede huis” op het domein. In 1913 werd het landgoed verkocht. In de jaren 1920 gaf de nieuwe eigenaar opdracht tot verbouwing en uitbreiding tot het huidige chateau. Hij stelde architect Marcel Oudin aan om het gebouw om te vormen tot een chateau in art nouveau-stijl. Oudin was befaamd voor zijn bouwwerken in deze stijl.

De constructie bestaat uit voornamelijk beton en baksteen. In de jaren 1970 werd het landgoed met het kasteel gekocht door een Iraanse zakenman, die het interieur liet restaureren. Hij bewoonde het chateau slechts gedurende drie jaar, vooraleer hij naar de Verenigde Staten verhuisde. Uit contacten tussen de burgemeester en de eigenaar van het goed in 1999 bleek dat deze laatste niet de intentie had om het goed opnieuw te bewonen, noch om het te verkopen. Het chateau begon al snel te vervallen, meer nog eens het ten prooi viel aan dieven en vandalen.

Buiten de karakteristieke witte wenteltrap (colimaçon blanc), welke in feite de personeelstrap was, valt er nog maar bitter weinig te fotograferen.

 

 

Terre Rouge

Terre Rouge, genoemd naar de rode kleur van de ijzerhoudende grond, was een van de grote spelers in de ijzerertsindustrie in Luxemburg en zelfs in Europa. De geschiedenis van de site neemt een aanvang omstreeks 1870 met de bouw van de “Usine Brasseur”. De “Société Anonyme des Hauts-fourneaux Luxembourgeois” bouwde daar toen de twee eerste hoogovens. Minstens 10 verschillende mijnbedrijven ontgonnen op deze site ijzererts. dat gebeurde eerst bovengronds, later uit ondergrondse galerijen

In 1937 werd het bedrijf opgeslokt door ARBED (Aciéries Réunies de Burbach-Eich-Dudelange). Nog later werd het bedrijf overgenomen door de groep ArcelorMittal. In de jaren 1950 ontdekte men dat de gassen, die vrijkwamen bij het smelten van ijzer tijdens de staalproductie, konden worden gebruikt om elektriciteit te produceren. De Centrale Thermique werd daarom in 1951 gebouwd om deze revolutionaire techniek te exploiteren.

In de jaren 1970 zag Luxemburg de staalindustrie krimpen en de hoogovens in de hele regio begonnen te sluiten. Een dag nadat de laatste hoogoven in 1977 werd stilgelegd, werd ook de hele fabriek gesloten. De hoogovens werden inmiddels afgebroken. Tegenwoordig zijn alleen de ijzerertssilo’s en het lege gebouw van de krachtcentrale er nog, verlaten en ernstig in verval.

Sinds het voorjaar van 2020 worden ook deze laatste gebouwen gesloopt.

 

 

Bouncing Off the Satellites

Het grondstation voor ruimtecommunicatie werd in 1972 opgericht door Bell Telephone. Het leverde de verbindingen tussen het nationale telefoonnetwerk en de ruimte. België moest hiermee de Intelsat-apparatuur kunnen gebruiken. Ons land was toen immers een van de elf lidstaten. Het station ligt in het hart van een domein van 123 hectare en heeft verschillende grote satellietschotels om satellietsignalen op te nemen. De eerste antenne werd in 1972 ingewijd door Koning Boudewijn. In de loop der jaren werden verschillende satellietschotels toegevoegd met diameters van 18 tot 30 meter en hoogtes tussen 22 en 35 meter.

Het vlaggenschip van de Belgische telecommunicatie trok elk jaar duizenden bezoekers. In 2007 en 2008 werd het satellietevenement overgelaten aan een Indiase onderneming. Die concentreerde haar activiteiten voornamelijk op het Afrikaanse continent. De Indiase groep werd echter in 2012 failliet verklaard. Door de veroudering van het materiaal werd het opnieuw opstarten van de activiteit onmogelijk. Een zakenman uit Luik kocht het terrein met de schotelantennes. Hij had eerder al grote hoeveelheden ongebruikt land rondom de site gekocht. Hij zal er een groots sociaal project realiseren, waarin de schotelantennes als attractie blijven bestaan.

 

 

Scroll Up