Month: februari 2017

image_pdfimage_print

Boucherie

Dit slagerijtje, dat zo weggeplukt lijkt uit de seventies, weerspiegelt nog al de charme van weleer. Het kapblok, de vleeshaken, de antieke koeltoog en zelfs de klassieke muurtegels ademen die sfeer uit. Dit kleine, plaatselijke slagerswinkeltje is wellicht slachtoffer geworden van de grote spelers in de distributieketen. Grootwarenhuizen lokken de klanten weg met competitieve prijzen. Dat die lagere prijs verbonden is aan een lagere kwaliteit, dringt bij velen nog steeds niet door.

Het winkeltje zou niet misstaan in Bokrijk. Ook de achtergelegen woning ademt diezelfde sfeer van de jaren 1970 uit. Het meubilair en de inrichting van de woning suggereren dat de slager goed boerde. Vooral de mooie buffetpiano in de zitkamer spreekt tot de verbeelding. De bovenverdieping zag er dan weer een stuk armzaliger uit, maar paste nog steeds volledig in het seventies-verhaal.

 

 

Marinier

De Ouragan (orkaan) was een van twee militaire schepen in de Ouragan-klasse van de Franse marine. Hij behoorde tot het type ‘Transport de chalands de débarquement’ (TCD) (Landingsvaartuig transport). Beide schepen waren 149 meter lang, 21,5 meter breed en had een diepgang van 5,4 meter. Elk schip had een personeelsbezetting van 205 man, en kon tot 470 mankrachten te vervoeren. De schepen waren uitgerust met twee dieselmotoren, die samen een vermogen van 8.600 tot 9.400 PK genereerden. De schepen konden een snelheid van 17 knopen (28 km/u) behalen.

 

De klasse werd ontworpen om het snel laden en lossen van landingstoestellen mogelijk te maken. Een landingsoperatie kon in beperkte mate ook vanop het schip gecoördineerd worden. De landing werd echter meestal verwezenlijkt door het lossen van een landingsvaartuig, dat in een intern vlot vervoerd werd, een ‘radier’ genaamd. De TCD kon simultaan vier zware helicopters transporteren, van brandstof voorzien en coördineren en tegelijkertijd toezien op een beperkte landingsoperatie en de hospitalisatie en verzorging van eventuele gewonden.

 

Karakteristiek voor dit type vaartuig was het interne vlot, de ‘radier’, een verzonken dek, dat tot 3 meter onder water kon gezet worden en met een achterdeur die rechtstreeks in contact stond met het water. De beweging van water binnenin het schip werd gecontroleerd door sluizen, kleppen en automatische pompen. Dit verzonken dek bood ruimte aan twee landingsvaartuigen, die elk dan weer 11 lichte tanks vervoerden.

 

De Ouragan werd voor het eerst te water gelaten in 1963 en voor het eerst ingezet in een militaire operatie in 1965. In januari 2007 werd hij op rust gesteld, na onder meer in 1991 deel te hebben genomen aan de Golfoorlog. (foto’s in de tekst uit het publiek domein)

 

 

Patrol Boats

Het ontwerp van deze twee Patrol Boats is gebaseerd op een oorspronkelijk ontwerp voor een torpedojager. De Britse botenbouwer Vosper & Company uit Portchester bouwde deze boten voor de Deense marine. Ze werden gebouwd omstreeks 1954 en maken deel uit van de “Søløven Klasse”. Dat is de ietwat kleinere en goedkopere klasse die ontworpen werd voor export.

Drie Bristol Porteus turbinemotoren dreven de grotendeels uit hout gebouwde schepen aan. Ze konden een maximum vermogen van 10.500 PK konden genereren. De boten haalden hierdoor een snelheid van 49 knopen (ongeveer 90 km/u). De Patrol Boat heeft een lengte van 96 Ft (ongeveer 30 meter) en weegt 41 ton.

De boten lagen al decennia lang te verkommeren in het verlaten Lobroekdok. Het vervuilde slib en de wrakken werden uit het Lobroekdok verwijderd. De saneringswerken in het Lobroekdok zijn in mei 2017 gestart en werden afgerond in de loop van september 2019.

 

 

Cliffhanger Church

Cliffhanger Church werd tussen 1911 en 1939 gebouwd. De plannen voor deze kerk in laat neogotische stijl zijn van de hand van Pierre Langerock. Tussen 1911 en 1924 werd de eerste fase afgewerkt. Deze omvatte het schip van de kerk en de basis van de toren. Vanaf 1925 begon de tweede fase, die het transept, het koor en de torenspits omvatte. In 1939 geraakt de kerk eindelijk helemaal af en omvat dan een toren van 85 meter, een dwarsschip van 39 meter en een koorruimte, wat de totale lengte van het kerkschip op 71 meter brengt.

De gebruikte materialen zijn Belgisch, meer bepaald stenen van de Gileppe en bakstenen uit Zandvoorde. Dichtbij de ingang met de doopvonten vindt men een opmerkelijk wijwatervat. In de kerk zijn een uit steen gehouwen kruisgang en enkele interessante schilderijen te zien.

Sinds 2008 wordt de toegang tot de hoofdvleugel verboden door een besluit van de burgemeester. Op elk moment kunnen er immers stenen naar beneden vallen. Momenteel wordt alleen de crypte nog gebruikt voor de eredienst. De renovatie zou 4,8 miljoen euro kosten. Er werd daarom beslist om de kerk te ontwijden en particulier te verkopen. Een projectontwikkelaar kocht de kerk en maakt momenteel plannen om ze om te bouwen tot appartementen op de verdiepingen en ruimten met handelsfunctie of sociaal nut op het gelijkvloers. De werken zouden ten vroegste vanaf 2018 van start gaan…

 

 

Sepulture Eternelle

Deze begraafplaats is bekend door de vele graven uit de negentiende eeuw. Ze werd aangelegd tijdens een cholera-epidemie in de tweede helft van de 19de eeuw. Ze bleef gedurende bijna honderd jaar in gebruik. Het kerkhof ligt op de noordelijke flank van een vallei in een bosrijke omgeving. Omwille van het gebrek aan onderhoud kon de natuur hier vrij haar gang gaan. Dit leidde tot een rijke fauna en flora, gecombineerd met belangrijk funerair erfgoed. Het kerkhof biedt een vrij volledig overzicht van alle grote tendensen in de grafkunst in deze streken vanaf het einde van de 19de eeuw tot aan de Tweede Wereldoorlog.

Omdat het de laatste rustplaats is van tal van beroemdheden, wordt er wel eens een vergelijking gemaakt met Père Lachaise in Parijs.

 

 

Scroll Up