Month: mei 2016

image_pdfimage_print

Pritzer Fac

Elektrotechniek was aan het einde van de 19de eeuw een discipline die maar weinig onderwezen werd. In 1881 bezocht de stichter van dit college de Internationale Expositie van Elektriciteit (Parijs 1881). Hij was meteen overtuigd van de noodzaak om hierover een aparte afdeling op te richten aan de universiteiten. Nauwelijks twee jaar later werd de afdeling elektrotechniek opgericht. Ze maakte deel uit van de toenmalige mijnbouwschool van de plaatselijke universiteit.

Oorspronkelijk vestigde de universiteit de nieuwe afdeling in een auditorium van het centrale gebouw. Omwille van het snel stijgende succes van de afdeling was al snel meer ruimte nodig. Die vond men toen de Belgische staat deze ruime lokalen ter beschikking stelde. Ze waren tot dan als gewone school gebruikt geweest,

De faculteit werd uitgebreid en volledig uitgerust dank zij een royale donatie van de stichter van het college. Ze kon vanaf dan 300 studenten ontvangen. Dezelfde weldoener kocht ook het voormalige hotel aan, dat zich vooraan het huidige terrein bevindt. Hij bouwde het gebouw om tot bibliotheek en leeszaal voor de studenten en schonk het aan de associatie van elektrotechnische ingenieurs, afgestudeerd aan het college.

Door de veroudering van de gebouwen begon de faculteit van het einde van de jaren 1970 stilaan weg te trekken naar een nieuwe locatie. De gebouwen op deze site werden geklasseerd als monument. De gebouwen zelf medio jaren 1990; de gevels en de daken echter pas in 2011.

 

 

 

Oldtimer Barn

In een klein, onooglijk schuurtje, langs een drukke weg ergens in België staan deze twee oldtimers te wachten op restauratie. De ene is een Ford Consul, Mark I, van begin jaren 1950; de andere een Citroën DS 21 Pallas van eind jaren 1960 of begin jaren 1970.

De Ford Consul werd gelanceerd op het autosalon van Earls Court in 1950 en ging in productie in 1951. Hij had een geheel nieuwe 1508cc kopklepmotor en was ook de eerste Ford (samen met de nieuwe Zephyr die tegelijkertijd werd geïntroduceerd) met MacPherson-veerpoten als ophanging aan de voorzijde. De productie eindigde in 1956 toen de Mark 2-versie werd geïntroduceerd.

De Citroën DS is een beroemd automodel van het Franse merk Citroën. In het Frans spreekt men de naam uit als “déesse”, wat godin betekent. Hiervan is ook de troetelnaam “godin van de weg” afgeleid. De DS werd op 6 oktober 1955 gepresenteerd op de autosalon van Parijs en sloeg in als een bom (“La Bombe Citroën”). De auto had verschillende eigenschappen en toegepaste technieken die tot dan toe nog niet in één auto waren gecombineerd.

Het gaat hier eigenlijk niet om een echte urbexlocatie, want aan de Ford Consul wordt momenteel door de eigenaar gewerkt…

 

 

Bloso Pool

Dit verlaten openluchtzwembad situeert zich in een 160 ha groot recreatiedomein. Het zwembad, 50 bij 100 meter, was jarenlang het grootste in zijn soort in Europa. In 1978 raakte het zwembad in onbruik en sinds 1990 werden de omliggende gebouwen, kleedkamers en cafetaria verlaten…

Als kind kwam ik hier met het hele gezin zwemmen. Nou ja, ‘zwemmen’… In het water ploeteren! ? Deze locatie bevindt zich immers maar op enkele kilometers van mijn deur. Ik kwam de afgelopen jaren bijna wekelijks in het domein om te wandelen met mijn honden of om te joggen en kwam hier dus ettelijke honderden keren voorbij zonder ook maar één ogenblik te vermoeden welk pareltje er achter dat struikgewas verscholen lag…

 

 

Heavy Metal

Deze staalwalserij van 1963 in Chertal is een deel van het succesverhaal van de Luikse staalindustrie. In deze staalfabriek werd het gesmolten ruw ijzer, getransporteerd door thermowagens uit de hoogovens van Seraing en Ougrée, dankzij zuurstofinjectie omgezet in staal. Continu gieten stolt het vloeibare staal tot grote blokken, de platen, voorgevormd voor de volgende stap. Na het opwarmen werden de platen verdund in de walserij, bestaande uit een reeks kooien waar cilinders het materiaal platwalsen. Zo werd de plaat omgevormd tot een grote spoel van dik plaatstaal. Hier eindigde de “warme fase” van het staalproces.

De Luikse staalindustrie is ouder dan België zelf. De geschiedenis ervan gaat terug tot 1817. Engelsman John Cockerill richtte toen in Seraing zijn eerste staalfabriek op om het staal voor zijn weefgetouwen te produceren. De volgende jaren breidt de staalindustrie zich verder uit en blijft groeien. Door de crisis begin jaren 1980 krijgt ze echter rake klappen te verduren.

De Luikse industrieën worden vanaf dan samengevoegd met die van Charleroi tot “Cockerill Sambre”. Fusies en kapitaalinjecties kunnen niet voorkomen dat in 2005 de twee hoogovens van de warmelijnproductie worden stilgelegd. In 2006 neemt een Indische staalgigant ze over, waardoor ArcelorMittal ontstaat. De hoogovens worden opnieuw in bedrijf gesteld, om nauwelijks twee jaar later alweer te sluiten omwille van de lage vraag naar staal.

Even later wordt de staalwalserij Heavy Metal opnieuw geopend, maar door aanhoudende sociale conflicten worden de activiteiten in 2011 definitief stilgelegd. Er wordt nog een tijd lang onderhandeld over een sociaal plan, maar de activiteiten zouden nooit meer hervat worden.

Het duurde niet lang voor koperdieven ook naar deze site hun weg vonden en er al het koper roofden, zoals ze dat voordien al deden in de twee hoogovens…

 

 

Chateau Miranda

In 1866 gaf graaf Hadelin de Liedekerke-Beaufort opdracht voor de bouw van een nieuw kasteel op zijn landgoed. De bouwwerken begonnen datzelfde jaar, maar werden pas in 1907 volledig voltooid. Dit neogotische kasteel – één van de zeldzame exemplaren in België – werd ontworpen door de Engelse architect Edward Milner, die stierf voor de voltooiing van het gebouw. Het kasteel heeft verschillende functies gehad en staat ook wel bekend als Home de Noisy. Dat laatste was de naam toen het als vakantieverblijf voor de kinderen van het spoorwegpersoneel diende.

Het 4.000 m² grote kasteel heeft een karakteristieke, 56 meter hoge centrale klokkentoren, omringd door vele andere torentjes. Rechts van het kasteel bevinden zich de voormalige paardenstallen.

Het gebouw, dat lang dienst deed als toeristische verblijfplaats voor groepen kinderen en jongeren, werd definitief verlaten in 1991 en raakte al snel in verval. Het werd een uitgelezen oord voor urban explorers en wordt door velen onder hen gezien als de “moeder van alle urbex-kastelen”.

Het verloederde kasteel was inmiddels een doorn in het oog van de graaf geworden. Doordat het kasteel opgenomen was op de lijst van beschermd erfgoed, werd restauratie quasi onbetaalbaar. De graaf wendde al zijn macht en invloed aan om het kasteel terug van de lijst te laten schrappen en slaagde erin de toenmalige minister voor ruimtelijke ordening, een politicus van bedenkelijk allooi, voor zijn kar te spannen. In 2015 schrapte deze het kasteel van de lijst van beschermd erfgoed, waarna de graaf prompt een sloopaanvraag indiende. Eind oktober 2016 begon na lang dralen de sloop van het kasteel…

k bezocht het kasteel twee maal. De eerste maal slechts gewapend met de iPhone (hiervan zitten enkele beelden in de reportage). Enkele weken later keerde ik terug met camera en statief.

 

 

Scroll Up