urbex

Therme Bleu

Al in de Gallo-Romeinse tijd was hier een spa. Dankzij een roman waarin de schoonheid van een herderin wordt toegeschreven aan de kwaliteit van de wateren van dit dorp, komt het stadje plots in het middelpunt van de belangstelling. In 1845 wordt dit prachtige kuuroord geopend. Het heeft een uitstekende reputatie tot het einde van de 19de eeuw, maar stort rond de eeuwwisseling zonder duidelijke reden in. Bijna 100 jaar later wordt op dezelfde plek geprobeerd om het eens beroemde bronwater te bottelen en te verkopen als een topproduct, gericht op de rijke klantenkring van luxe hotels en restaurants van het Arabische schiereiland. Het project blijkt echter een commercieel falen te zijn en het bedrijf sluit uiteindelijk in 2014…

 

 

Byzantium

De economische expansie in de eerste helft van de 19de eeuw en in het bijzonder de aanleg van een nieuw spoorlijn, gaf aanleiding tot een spectaculaire bevolkingsaangroei in deze buurt. De parochiekapel, waar tot dan toe de erediensten voor deze parochie gehouden werden, werd al snel te klein voor de 18.000 zielen tellende parochie. Er was nood aan een nieuwe, ruime kerk. De toenmalige stadsarchitect tekende de plannen, maar na onenigheid over de stabiliteit werden ze onder vereenvoudigde vorm uitgevoerd door de bouwmeester. Halverwege de jaren 1850 gingen de werken van start. Dertien jaar later werd de kerk ingewijd, ook al was ze op dat ogenblik onafgewerkt en zou ze dat ook blijven. De toren die de kerk aan de westzijde moest bekronen, kwam er nooit. 

De stijl van de kerk, de zogenaamde rundbogenstil, is eclectisch met een dominantie van romaanse en gotische elementen. De rondboogvensters hebben de romaanse vormentaal en de gotische maaswerkversiering. Baanbrekend in de kerkelijke architectuur is het gebruik van gietijzer voor de hoofdribben en de driepasbogen. De grootste innovatie hierin is de dakoverspanning met twee ijzeren Polonceauspanten, per travee. Dit kapspant is opgebouwd uit twee onderspannen driehoekige liggers, die verbonden zijn door een trekstaaf. Het interieur is eveneens overwegend neoromaans met neogotische versieringselementen. De monumentale muurschilderingen, die meer tijd in beslag namen dan de bouw van de kerk zelf, geven aan het geheel een oosters-Byzantijnse sfeer.

 

Bibliopolis

Deze prachtige bibliotheek, die de naam Bibliopolis kreeg, is de schoolbibliotheek van een college dat in de eerste helft van de 17de eeuw werd opgericht. Het college was van katholieke signatuur en omvatte een kleuterschool, een lagere school, een hogeschool en een middelbare school. Oorspronkelijk was de onderwijsinstelling gereserveerd voor jongens, maar in de jaren 1980 werd ze opengesteld voor gemengd onderwijs en ontving vanaf dan zowel jongens als meisjes, in internaten, halfpension en dagschool. De bibliotheek zelf werd pas in de eerste helft van de 20ste eeuw aangebouwd en bevatte enkele merkwaardige stukken, waaronder een origineel exemplaar van de encyclopedie van Diderot et d’Alembert. Na jarenlange aanhoudende financiële problemen, moest het college in 2012 noodgedwongen de deuren sluiten. Het geheel raakte al snel in verval en in het bijzonder de bibliotheek werd slachtoffer van diefstallen en vandalisme. Waardevolle exemplaren van boeken verdwenen of werden vernield. Een plan om de school te heropenen werd in 2016 gestaakt, waarna het verval zienderogen toenam.

 

 

Chateau Verdure

Over dit charmante kasteeltje, gelegen in de chique buitenwijken van een wereldstad, valt niets van geschiedenis of achtergrond te achterhalen. Aan de slechte staat van het gebouw te zien, staat het al vele jaren leeg. Op de verdieping raak je nog net tot bovenaan de prachtige marmeren trap, maar de rest is al ingestort, of staat op het punt om dat te doen. Te gevaarlijk alleszins om er nog enigszins veilig rond te kunnen lopen. Jammer genoeg is het kasteeltje niet gespaard gebleven van vandalisme. Grafitti spuitende idioten hebben er lelijk huisgehouden. Toch nog bijzonder mooi om te zien, met name de inkomhal met de marmeren trap en de ontbindende piano.

 

 

Manoir du Colimaçon Blanc

In de kadastrale archieven is er voor het eerst melding van het chateau in 1897, wanneer in opdracht van een Parijse wijnhandelaar een “tweede huis” op het domein wordt opgericht. De verbouwing en uitbreiding tot het huidige chateau zou echter pas plaatsvinden in de jaren 1920 door de nieuwe eigenaar, die het domein in 1913 gekocht had. Hij gaf architect Marcel Oudin de opdracht om te vormen tot een chateau in art nouveau-stijl, de stijl waarvoor deze architect befaamd was. De constructie bestaat uit voornamelijk beton en baksteen. In de jaren 1970 werd het landgoed met het kasteel gekocht door een Iraanse zakenman, die het interieur liet restaureren. Hij bewoonde het kasteelt slechts gedurende drie jaar, vooraleer hij naar de Verenigde Staten verhuisde. Uit contacten tussen de burgemeester en de eigenaar van het goed in 1999 bleek dat deze laatste niet de intentie had om het goed opnieuw te bewonen, noch om het te verkopen. Het chateau begon al snel te vervallen, meer nog eens het ten prooi viel aan dieven en vandalen. Buiten de karakteristieke witte wenteltrap (colimaçon blanc), welke in feite de personeelstrap was, valt er nog maar bitter weinig te fotograferen.

 

 

Terre Rouge

Terre Rouge, genoemd naar de rode kleur van de ijzerhoudende grond, was een van de grote spelers in de ijzerertsindustrie in Luxemburg en zelfs in Europa. De geschiedenis van de site neemt een aanvang omstreeks 1870 met de bouw van de “Usine Brasseur”, waar de twee eerste hoogovens gebouwd werden onder auspiciën van de “Société Anonyme des Hauts-fourneaux Luxembourgeois”. Op de site werd door 10 verschillende mijnbedrijven ijzererts ontgonnen, eerst bovengronds, later uit ondergrondse galerijen. In 1937 werd het bedrijf opgeslokt door ARBED (Aciéries Réunies de Burbach-Eich-Dudelange). Nog later werd het bedrijf overgenomen door de groep ArcelorMittal. In de jaren 1950 ontdekte men dat de gassen, die vrijkwamen bij het smelten van ijzer tijdens de staalproductie, konden worden gebruikt om elektriciteit te produceren. De Centrale Thermique werd daarom in 1951 gebouwd om deze revolutionaire techniek te exploiteren. In de jaren 1970 zag Luxemburg de staalindustrie krimpen en de hoogovens in de hele regio begonnen te sluiten. Een dag nadat de laatste hoogoven in 1977 werd stilgelegd, werd ook de hele fabriek gesloten. De hoogovens werden inmiddels afgebroken. Tegenwoordig zijn alleen de ijzerertssilo’s en het lege gebouw van de krachtcentrale er nog, verlaten en ernstig in verval.

 

 

Bouncing Off the Satellites

Het grondstation voor ruimtecommunicatie werd in 1972 opgericht en leverde de verbindingen tussen het nationale telefoonnetwerk en de ruimte. Het station is gebouwd door Bell Telephone, met als doel België in staat te stellen de Intelsat-apparatuur te gebruiken, waarvan het toen een van de elf lidstaten was. Het station ligt in het hart van een domein van 123 hectare en heeft verschillende grote satellietschotels om satellietsignalen op te nemen. De eerste antenne werd in 1972 ingewijd door Koning Boudewijn. In de loop der jaren werden verschillende satellietschotels toegevoegd met diameters van 18 tot 30 meter en hoogtes tussen 22 en 35 meter. Het vlaggenschip van de Belgische telecommunicatie trok elk jaar duizenden bezoekers. In 2007 en 2008 werd het satellietevenement overgelaten aan een Indiase onderneming, die haar activiteiten voornamelijk op het Afrikaanse continent concentreerde. De Indiase groep werd echter in 2012 failliet verklaard. Door de veroudering van het materiaal werd het opnieuw opstarten van de activiteit onmogelijk. De site met de schotelantennes werd gekocht door een zakenman uit Luik, die eerder grote hoeveelheden ongebruikt land van de site had gekocht. Hij zal een groots sociaal project realiseren waarin de schotelantennes als attractie blijven bestaan.

 

 

Wet Dogs Plant

Soms vraag je je af hoe locaties aan hun naam komen. Waarom iemand deze oude krachtcentrale met de naam “Wet Dogs Plant” bedacht, is me een raadsel. De hoogoven, waar deze krachtcentrale deel van uitmaakte, lag al van 2008 stil, maar het nieuws van de definitieve sluiting kwam er pas in 2012. De bedrijvigheid op deze site ging van start in 1836. Zoals wel vaker gebeurt in de staalindustrie volgden er in de loop van de geschiedenis van de fabriek verscheidene fusies en overnames, tot de fabriek in 2001 uiteindelijk in Italiaanse handen kwam. Deze Italiaanse groep stopte in 2008 echter met de productie van primair staal. Er werd nog naar een overnemer gezocht, maar die werd niet gevonden. In 2012 viel het doek definitief over de fabriek. In de oude krachtcentrale werd gerecupereerd wat nog bruikbaar was, maar te oordelen naar de dikke laag stof die alles bedekt, werd er sedertdien nog maar weinig verplaatst…

 

 

 

Tabula Rasa

Hoewel nu vrijwel leeg, ademt deze statige villa in een grote bosrijke omgeving nog steeds de geschiedenis en de rijkdom van de adellijke familie, die het huis bijna een eeuw geleden liet bouwen. De villa dateert van 1928 en is gebouwd in cottage-stijl. Ze maakt nog steeds deel uit van een groter domein, dat ook een kasteel en een boerderij bevat. Het huis werd oorspronkelijk gebouwd als een “villa met lusthof” door de zoon en erfgenaam van de eigenaar van het kasteel. Hoewel het al vele jaren niet meer bewoond wordt, verkeert de prachtige villa nog in opmerkelijk goede staat. Een paar jaar geleden was het de setting voor een Belgische televisieproductie genaamd ‘Tabula Rasa’. Vandaar de ‘urbex’ naam van de plaats.

 

Owl School

Het minste wat men van deze Owl School kan zeggen, is dat ze een woelige geschiedenis heeft gekend. Het was de eerste Vlaamse normaalschool, opgericht in 1816 onder het bewind van Konin Willem I. Ze werd opgericht als “Rijkskweekschool” (een opleidingsinstituut voor onderwijzers), om het Nederlandstalig onderwijs naar een hoger kwaliteitsniveau te tillen. Er studeerden niet alleen Vlamingen, maar ook “kwekelingen” uit andere delen van Nederland, Wallonië en Luxemburg. De school kende een grote bloei. Na de Belgische Omwenteling werd ze overgenomen door de katholieke kerk, die er de onderwijzersopleiding verder zette. De school speelde een cruciale rol in de verdediging van het rijksonderwijs. Hoewel ze na de onderwijswet van 1842 terug een “rijksnormaalschool” werd, bleef de leiding in handen van priesters, omdat het in de praktijk geen sinecure bleek om degelijk opgeleide directeurs te vinden buiten de katholieke kerk. 

De oorspronkelijke schoolgebouwen werden tijdens de Eerste Wereldoorlog grotendeels verwoest. Dank zij de royale vergoedingen van de Duitse oorlogsschade zag men de kans om nieuwe, moderne gebouwen op te richten. De meeste huidige gebouwen dateren dan ook van 1926. Na de Tweede Wereldoorlog werd het aanbod uitgebreid naar een middelbare afdeling (opleiding tot regent). De school kende een grote bloei, maar zag niettemin een terugval na de schoolhervorming van 1970. In 2012 kwam er een einde aan het 195-jarig bestaan van de Rijksnormaalschool. De voornaamste reden was de verouderde infrastructuur. De stad ging op zoek naar een andere invulling van de site, met het opzet zoveel mogelijk van de historische gebouwen te bewaren. Een herbestemmingsproject zal de voormalige school omvormen naar een mix van functies: wonen, werken en kleinhandel. Vanaf januari 2019 zullen de werken van start gaan…

 

Chateau Pentagon

Op de mooie vleugelpiano na, was dit prachtige chateau zo goed als volledig leeg. Hier en daar nog mooie details, zoals de badkamer en de trappen. Het gebouw heeft duidelijk een opfrisbeurt nodig, maar van ernstig verval is er duidelijk (nog) geen sprake. Het kasteeltje kreeg de naam Chateau Pentagon omwille van de bijzondere plattegrond van het gebouw. Over de geschiedenis ervan heb ik jammer genoeg niets kunnen terugvinden…

 

 

Paper Cutter

Dit vliegtuig, vrij onbekend voor het grote publiek, werd gebouwd in de Hurel-Dubois-fabrieken van Meudon. Er werden slechts 8 exemplaren van gebouwd. Met de specifieke low-speed vluchtkarakteristieken, de stabiliteit en het lange bereik, is het toestel speciaal gebouwd voor het National Geographic Institute. Dit specifieke vliegtuig, uitgerust met verticale en schuine camera’s, werd gebruikt om Noord-Afrika en de overzeese gebieden in kaart te brengen. Cartografen en fotografen profiteerden ten volle van de grote stabiliteit van het vliegtuig tijdens de vlucht. Het toestel staat nu al geruime tijd aan de grond. Een groep enthousiastelingen zet zich momenteel in om het vliegtuig te restaureren en weer luchtwaardig te maken. Slechts twee exemplaren van dit vliegtuig, met een bijzonder lange overspanning (46 meter), die de bijnaam “paper cutter” kreeg en waarvan het specifieke geluid bijzonder herkenbaar is voor Wright Cyclone-stermotoren, zijn nog steeds operationeel.

 

 

Manoir Saint-George

Bij een korte stop, tussen twee locaties in, aan een supermarkt in een klein, slaperig Frans stadje werd onze aandacht plots getrokken door een met onkruid overwoekerd domein met in het midden ervan een vervallen landhuis. Even een blokje om gewandeld en we vonden al snel een opening in de omheining. De manoir bleek zo goed als leeg te zijn, maar had wel een bijzonder mooi natuurlijk verval en quasi geen vandalisme. En dat geheel overgoten met een stralend Frans zomerzonnetje. Precies zoals we dat graag zien! Over de geschiedenis van dit verlaten landhuis heb ik tot nu toe niets kunnen achterhalen…

 

 

Piscine Bel Air

Onder urban explorers is deze plaats vooral populair vanwege het prachtige zwembad, dat een zekere Griekse uitstraling heeft. Het lukte me jammer genoeg niet om de precieze geschiedenis van deze plaats te achterhalen, maar het lijkt erop dat het een soort privé-club was. Naast het zwembad, was de hele kelder ingericht als een kleine bar annex disco. De rest van het huis, vanaf het grondniveau omhoog, was stevig vergrendeld. We vonden ook een mooie tuin, met twee overwoekerde autowrakken erin en een mooie, kleine waterpartij … Al met al een leuk bezoek.

 

 

Powerplant IM

In urbexmiddens worden Powerplant IM en Cooling Tower IM vaak als twee afzonderlijke locaties beschouwd. Oorspronkelijk vormden ze uiteraard één geheel. De voormalige elektriciteitscentrale van Monceau-sur-Sambre werd gebouwd in 1921. De machinegebouwen werden langs de linkeroever van de Samber gebouwd en de koeltoren, inmiddels ook bekend als filmlocatie van ‘De Premier’ langs de rechteroever. De elektriciteitscentrale draaide initieel op gepulveriseerde steenkool. Naarmate de vraag naar energie steeg en het vermogen stelselmatig werd opgedreven, werd ze vanaf de jaren 1970 ook aangedreven door aardgas. Eind jaren ’70 was deze centrale de voornaamste leverancier van elektriciteit in de regio Charleroi. De centrale, die inmiddels een vermogen van 92 MegaWatt had bereikt, bleek evenwel ook een belangrijke vervuiler te zijn, verantwoordelijk voor maar liefst een tiende van de uitstoot van koolstofdioxide in België. Het nieuws werd gevolgd door hevige protesten van Greenpeace, waarop de centrale in 2007 werd stilgelegd. Sinds enkele jaren wordt de centrale stelselmatig ontmanteld. De gebouwen bleven inmiddels niet gespaard van dieven en vandalen. Vandaag biedt het geheel nog slechts een trieste aanblik en herinnert het nog vaag aan de eens machtige energieproducent…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Heavy Metal (revisit)

Mijn eerste bezoek aan deze staalgigant dateert alweer van meer dan twee jaar geleden. Ik was zodanig onder de indruk van deze enorme fabriek, dat ik er letterlijk met open mond rondliep… De voorbije twee jaar hebben koperdieven hier vreselijk veel schade aangericht door de bedrading te ontmantelen om het koper er uit te halen. Ze hebben inmiddels wel tonnen koper en andere metalen gestolen… Ze waren trouwens nog steeds bezig toen we er deze keer waren! Gelukkig hebben ze ons niet te veel lastig gevallen. Ze waren zelfs galant genoeg om uit onze schots te blijven. 🙂 Ondanks alle schade is deze verlaten staalfabriek nog steeds met stip de meest indrukwekkende industriële site die ik tot nu toe heb gezien. Als je net zoveel van roest en stof houdt als ik, zal je dit geweldig vinden!

 

 

Charbonnage FT

Naar Belgische normen was deze Charbonnage FT een eerder bescheiden steenkoolmijn, die ook vrij kort werd uitgebaat. In deze regio werd al steenkool gedolven vanaf 1755 Het Frans-Belgische bedrijf dat de mijn exploiteerde werd opgericht in 1865. Het delven in deze mijn gebeurde in ontelbare gaanderijen, die op relatief lage diepten gegraven werden. Er werd steenkool naar boven gehaald van 1875 tot 1935. In 1920 stierven twaalf mijnwerkers ten gevolge van een gasexplosie onderaan de mijn. Vanaf dit moment begint de activiteit van de mijn ook af te nemen, tot in 1929 slecht een enkele zetel nog steeds steenkool naar boven haalt. Uiteindelijk sluit de mijn definitief in 1935. Aan het begin van de 21ste eeuw werden de schachtbokken gesloopt en bleven alleen de oude gebouwen bestaan. Vandaag, na bijna 85 jaar leegstand, verkeren ze in bijzonder slechte staat. De gewestelijke overheid onderneemt heeft de voorbije jaren de nodige stappen ondernomen om de site, die te kampen heeft met zware verontreiging, te saneren. De werken zullen eerstdaags beginnen…

 

 

Eglise des Causes Désespérés

De “kerk van de wanhopige gevallen” is een bijzonder toepasselijk gekozen naam voor deze gedesaffecteerde kerk. Het voor deze kleine gemeenschap eens zo belangrijke gebouw bevindt zich in een wel zeer lamentabele toestand. Niet voor niets werd ze door de brandweer ontoegankelijk verklaard. Je hebt er het gevoel dat je op ieder gegeven moment wat willekeurige brokstukken op je hoofd zou kunnen krijgen. Al sinds 2010 gaan er geruchten dat ze zou gesloopt worden, maar medio 2018 staat ze er nog steeds te verkommeren. De kerk werd in Romaanse stijl gebouwd in 1921 voor de steeds toenemende mijnwerkerspopulatie, voornamelijk afkomstig uit Vlaanderen.

 

 

Green World

Deze grote boerderij is een van de bouwwerken in een park rond een kasteel, en omvat onder meer het huis van de conciërge. Het bevindt zich in het kasteeldomein, ten noordoosten van het kasteel. De boerderij bestaat uit verankerde bakstenen gebouwen onder zadeldaken (decoratieve rode en zwarte Vlaamse tegels), opgesteld rondom een ​​binnenplaats. De boerderij dateert grotendeels van het vierde kwart van de 19e eeuw. De zuidvleugel wordt gevormd door een prachtige serre en volière, nu overwoekerd door onkruid, wat aanleiding gaf tot het pseudoniem ‘Green World’. De kapel die werd toegevoegd aan de noordvleugel is veel recenter.

De laatste foto is een binnenaanzicht van de afzonderlijke kapel in het bos ten zuiden van de boerderij. Dit was oorspronkelijk de ijskelder. Het gebouwtje dateert eveneens van het vierde kwart van de 19e eeuw en werd begin jaren negentig opgericht als boskapel. Het achthoekige paviljoen van baksteen en knoestig hout staat op een sokkel van lokale ijzerzandsteen. Het bepleisterde interieur bevat gerecycleerde neogotische hoogreliëfs van een West-Vlaamse abdij. De glas-in-loodramen werden gerecupereerd uit een niet-gespecificeerde afgebroken Waalse kerk.

 

 

Old Iron

Ergens temidden van de Waalse graanvelden staan twee onooglijke schuurtjes, waarvan je geen moment zou vermoeden dat ze een schat aan prachtige klassieke auto’s herbergen… Ik trof er onder meer een oude Mercedes Benz 200 van einde jaren 1960, een “Baader Meinhof Wagen” (BMW 2002 ti) van begin jaren 1970 en een originele Mini Cooper aan. Het absolute pronkstuk van de collectie (voor mijn persoonlijke smaak) is echter toch wel de Citroën C4 van 1930. Ook de Renault Juvaquatre van 1939 en de Chevrolet Styleline Deluxe van begin jaren 1950 zijn bijzondere en opvallende stukken…  Wat de geschiedenis van deze wagens is en waarom ze in deze godverlaten schuurtjes staan op te roesten, is een volkomen raadsel. Volgens de geruchten zouden ze eigendom zijn van de uitbater van de nabijgelegen garage/tankstation. Misschien (hopelijk) heeft hij nog plannen om deze klassiekers te restaureren…

 

 

Brains Tower

Door de toenemende vraag naar cokes in de staalindustrie en de daaruit voortvloeiende stijgende prijzen, ging men op zoek naar een meer kostenefficiënte techniek. Deze werd gevonden door het injecteren van verpulverde steenkool (Pulverized Coal Injection) als vervanger voor de tot dan gebruikte zware olie in het smeltproces. Verpulverde kolen worden in de primaire luchttoevoer gemengd en in de hoogoven geblazen. Het meest opmerkelijke aspect van deze methode is dat het mogelijk is om goedkopere kolen te gebruiken in het systeem en dure cokes te vervangen, waardoor de kosten aanzienlijk worden verlaagd. Het procédé werd ontwikkeld in de 19e eeuw, maar werd pas in de jaren zeventig industrieel geïmplementeerd. In deze hoogoven werd de methode pas ingevoerd halverwege de jaren 1990. In deze fabriek werd tot de sluiting van de nabijgelegen hoogoven in 2008 poederkool geproduceerd.

 

 

Church of Raven

Deze neoromaanse kerk werd ontworpen door een Gentse architect volgens een basilica-plan (hoog middenschip met lagere zijbeuken). Het middenschip heeft een opmerkelijk plat, met houten panelen beklede plafond. Eveneens typerend voor de (neo)romaanse bouwstijl is het koor dat uitmondt in een apsis met een cul-de-four (gewelf in de vorm van een halve koepel). De muren van het middenschip rusten op arcades die afwisselend rusten op sterke pilaren en kolommen met kapitelen. De toren is zijdelings ingeplant tegen de westelijke gevel. De groenige zandsteen van Dolhain legt mee de nadruk op de soberheid en het Romaanse karakter van dit heiligdom, gebouwd tussen 1906 en 1907.

Op een zondagochtend in augustus 2015 moest de brandweer in allerijl uitrukken omdat de hele klokkentoren in lichterlaaie stond. De brand bleek te zijn veroorzaakt door koperdieven, die bezig waren het koper in de bekabeling van de toren te stelen. De kerk stond op dat ogenblik al enkele jaren leeg. Door de ontoegankelijkheid van de toren duurde het verscheidene uren voor de brandweer de vlammen meester was. De schade was aanzienlijk. Aangezien de kerk geen beschermd karakter heeft, lijkt het quasi onvermijdelijk dat ze in de nabije toekomst volledig zal gesloopt worden…

 

 

Wattman

Dit nog steeds actieve tram-depot werd gebouwd in 1915. Van het oorspronkelijke depot is vandaag niet veel meer te zien. In de loop der jaren breidde het uit tot een modern onderhoudsdepot voor al de trams en bussen van de stad. De omvang van het depot blijkt niet alleen uit de oppervlakte die het inneemt. Het was ook een belangrijke speler in de ontwikkeling van de hoogspanningsleidingen. De site heeft de capaciteit om zijn eigen elektriciteit (2400 KW) te produceren om de stroomvoorziening van het net te versterken. Op een zijspoor van het depot staan enkele uitgerangeerde trams, die wellicht nog bewaard blijven voor eventuele onderdelen en wisselstukken voor de trams in het museum dat aan de site verbonden is. De oude trams die hier staan weg te roesten, waren van oorsprong geen nieuw gebouwde trams, maar omgebouwde S-trams. Het ombouwprogramma startte in 1978, maar werd in 1988 gestaakt toen de meeste tramlijnen rond de stad werden opgeheven. Kort erna werden deze trams helemaal uit reizigersdienst gehaald.

 

 

ROA’s Factory

Deze fabrieksruïne is al wat nog rest van de groots opgevatte katoenspinnerij en –weverij die er in de tweede helft van de 19de eeuw werd opgericht. De textielfabriek bleef actief tot aan het faillissement ervan in de jaren 1960. Nadien vestigde zich een kopergieterij op de terreinen en in de gebouwen. De kopergieterij evolueerde naar een metaalverwerkend bedrijf, dat vooral actief werd in het aanleveren van onderdelen voor de auto-industrie. Door de toenemende vraag, barstte het bedrijf al snel uit zijn voegen. In 1997 verhuisde men naar een nieuwe en grotere site en kwamen deze gebouwen definitief leeg te staan. Binnen in de fabriek komen we enkele fraaie staaltjes graffiti-kunst tegen van kunstenaar ROA, die we eerder ook al tegenkwamen in Skeleton Factory. De stad, die nu eigenaar is van de terreinen en gebouwen, plant hier een nieuw woonproject, waarbij zal gepoogd worden de kunstwerkjes van ROA in het geheel te integreren…

 

 

Zeche M

De oorkonde voor de uitbating van deze steenkoolmijn in het Duitse Ruhrgebied, werd uitgereikt in het begin van de jaren 1860, maar het zou nog 40 jaar duren vooraleer er in dit meest oostelijke deel van het bijna 100 km² grote ontginningsgebied voor het eerst testboringen zouden worden uitgevoerd. Vanaf 1912 begon de feitelijk ontginning van Zeche M, waar antraciet gedolven werd. Er werd gedolven op dieptes die varieerden tussen 350 en 850 meter. Tijdens de topjaren werd er jaarlijks 2,5 miljoen ton antraciet gewonnen door ruim 8000 werknemers. Precies 100 jaar na de start van de ontginning werd de mijn stilgelegd. Een groot deel van de gebouwen werd inmiddels gesloopt. Het is niet geheel duidelijk of op termijn alles gesloopt zal worden, of dat dit gebouw met de monumentale inkomhal en de zalen met de typische mandjes behouden blijft… Tijdens ons bezoek werd het gebouw alleszins nog steeds verwarmd.

 

 

Salve Mater Convent

Bij mijn eerste bezoek aan deze voormalige neuro-psychiatrische kliniek Salve Mater, was er slechts één paviljoen toegankelijk. Het neotraditionele hoofdgebouw en de neogotische kapel kwamen recent echter leeg te staan. Het uit rode baksteen opgetrokken hoofdgebouw omvatte oorspronkelijk de administratie en het klooster van de zusters en omvatte verschillende vleugels. In de as van de hoofdingang bevindt zich de kapel van de instelling. Zowel het klooster als de kapel werden zo goed als volledig leeggehaald, allicht met het oog op de renovatie van het geheel. In de kapel is nog de oorspronkelijke biechtstoel te vinden en achter de kapel is de autopsietafel in het mortuarium blijven staan. Desondanks was het al bij al toch nog een leuk bezoek, dat enkele leuke foto’s opleverde.

 

 

Domain M

Domain M werd ooit uitgebaat als bed & breakfast en kon gehuurd worden voor feestjes en recepties. Het gebouw leent er zich uitstekend voor. Mooie rustige ligging en een ruime eigen parking die via het achterliggende straatje bereikbaar is. Enkele jaren geleden werden de activiteiten stopgezet om het gebouw een grondige renovatiebeurt te geven. Waar het misliep is niet geheel duidelijk. Financiële problemen misschien? De renovatiewerken werden alleszins stopgezet en het gebouw bleef er verlaten bij liggen. Het duurde dan ook niet al te lang voor met camera’s bewapende nieuwsgierigen het pand aan een onderzoek kwamen onderwerpen. Kort geleden leek het alsof de renovatiewerken terug op gang zouden getrokken worden, maar even later verscheen het goed op een website voor immobiliën, waar het te koop aangeboden werd. Toen ik er ongeveer twee maanden voor dit bezoek langs kwam, was er alleszins activiteit en brandde er licht. Toen ik er vandaag opnieuw langs kwam, was daar geen teken meer van te bespeuren… Het gebouw werd wel volledig leeggehaald. Een opdoffer voor de “urbexers” die graag meubelen rond sjouwen voor “unieke shots”. Ik vond het leeg alleszins ook nog mooi. Het geeft de gelegenheid om meer te focussen op de details en het verval…

 

 

Control Tower

Van wat ooit een van de belangrijkste rangeerstations van België moest worden, blijft vandaag nog slechts een schim over. Het station werd opgericht tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hoewel het bij aanvang zowel personen- als goederentransport zou verzorgen, spitste het zich in de loop der tijd steeds meer toe op goederenvervoer, om vanaf halverwege de jaren 1950 zelfs uitsluitend op goederentransport over te schakelen. Omwille van de steeds groeiende activiteit op de rangeersite, werd er beslist een hoge toren te bouwen, van waaruit men een overzicht over alle lijnen kon bewaren. Begin jaren 1970 werden de bouwwerken aangevat. Toch kon het station op langere termijn zijn sterke positie niet handhaven en moest het steeds meer aan relevantie inboeten. Tegen het einde van de jaren 1990 was alle activiteit er stilgevallen en werd het station verlaten. Vandaag worden nog slechts twee spoorlijnen bereden en zelfs dan slechts sporadisch…

 

 

Fawlty Forest

In dit stukje bos, dat er vanaf de straat als een stukje ongerepte natuur uitziet, val je van de ene verbazing in de andere… Als het niet was voor het oude, verroeste poortje dat de aandacht trekt, zou je er zo voorbij lopen… Eens je achter dat poortje bent en wat dieper het bos in wandelt, kom je eerst bij een schuurtje uit, waar een oude tractor en een Peugeot 205 geparkeerd staan. Nog een eindje verder, loop je op het roestende karkas van een bus en vanaf daar begint de pret pas echt. Verderop in het bos staan nog een hele resem Peugeot 205’s her en der over het bos verspreid en als kers op de taart vind je in de verste uithoek van het bos nog drie weg roestende BMW’s… Het urbexhart maakt een klein sprongetje bij het zien van zoveel moois!

 

 

Trainworks

Deze site, die deel uitmaakt van de staalindustrie die in deze stad actief was, bestaat voor het grootste deel uit twee gigantische ateliers, waar men instond voor het onderhoud van de treinwagons die ingezet werden in de staalproductie. De ateliers zijn voor het grootste deel leeggehaald (wat al niet was weggehaald door koperdieven). Nog slechts enkele her en der achtergelaten machines. Het administratieve gebouw echter, dat ook een niet onaanzienlijk deel van de site inneemt, is om duimen en vingers af te likken! Heerlijke decay in de inderhaast achtergelaten kantoren en archieven. Stof, schimmel, afbladderende verf,… Een uitgebreide site, dus ook een uitgebreide reeks foto’s. Enjoy!

 

 

Factory H

Factory H is het tweede van drie gebouwen van een bedrijf dat halverwege de 19de eeuw werd opgericht voor de opslag, overslag en verhandeling van uit Amerika en Rusland geïmporteerde granen. De opmerkelijke gebouwen werden in binnen- en buitenland geroemd omwille van de revolutionaire technieken die gebruikt werden voor de behandeling van granen. Dit specifieke gebouw werd opgericht tijdens het interbellum, naast het oorspronkelijke gebouw uit 1895. Het gebouw bevat meerdere silo’s en kan meer dan 27.000 ton graan bevatten.

 

 

Krachtstroom

Deze voormalige energiecentrale, gelinkt aan de nabijgelegen staalindustrie, werd bij de teloorgang van die staalindustrie obsoleet. Hoe lang het gebouw precies leeg staat, is niet duidelijk. Het werd inmiddels zo goed als volledig leeggehaald. Bij een eerste bezoek eind 2016 was wat er nog overbleef nog redelijk intact. De enige ingang was toen via een klein raampje op 4 meter boven de begane grond en dat was duidelijk een brug te ver voor vandalen en ander uitschot. Ondertussen zijn er meerdere en aanzienlijk makkelijkere ingangen “gecreëerd”, hetgeen zich dan ook meteen laat zien aan het toenemende vandalisme. Jammer… Maar voorlopig toch zeker nog het bekijken waard en het meest recente bezoek leverde dan ook nog enkele leuke plaatjes op.

 

 

Bank Job

Volgens de catalogus van het bouwkundig erfgoed werd dit herenhuis gebouwd in de jaren 1780. In de loop van de 19de eeuw werd het grondig verbouwd en kreeg het een extra verdieping. Zoals vele panden in deze buurt, werd ook dit pand op een gegeven ogenblik betrokken door een financiële instelling, afgaande op de nog aanwezige kluizenzaal in de kelder. De renovatie van het gebouw, die het zal omvormen tot luxueuze appartementen, werd al jaren geleden aangekondigd, maar raakt om een of andere reden niet echt op dreef. Er zijn duidelijke tekenen dat er een aanvang werd genomen met de renovatie, zoals de met beschermende platen ingepakte trap. Sommige ruimten zijn nog onaangeroerd. Leeg maar met mooie tekenen van verval. De kluizenzaal vormt een extra uitdaging. Ik beschikte tijdens mijn bezoek jammer genoeg niet over de juiste extra verlichting om de pikdonkere zaal behoorlijk in beeld te brengen. Een revisit dringt zich dus op…

 

 

Madonna di Pasqua

Deze opmerkelijke kapel in neogotiek behoorde oorspronkelijk bij een weeshuis en ouderlingentehuis dat werd opgericht omstreeks 1840. De gebouwen werden 15 jaar later uitgebreid en aangevuld met de kapel. Later zou het geheel nog verder uitgebreid worden tot een volwaardig ziekenhuis. Het oudste gedeelte van het oorspronkelijke weeshuis werd inmiddels gesloopt, maar de zuidelijke vleugel, met de eraan vast gebouwde kapel zijn sinds 1985 beschermd als monument en werden ook al deels gerestaureerd. Door de verhuis van de ziekenhuisactiviteiten kwam de hele site leeg te staan. Jammer genoeg duurde het niet lang voor vandalen hun weg naar de kapel vonden. Ik bezocht de kapel twee keer met een tussenperiode van slechts twee weken en zelfs op die korte tijd waren de vele vernielingen opvallend…

 

 

All American Boys

Sommige van deze verlaten Amerikaanse auto’s, limousines, trucks en vans lijken klaar om elk moment te vertrekken, terwijl anderen al in een gevorderde staat van ontbinding zijn… Vooral de GMC ziekenwagen was een eye catcher. De rode sportwagen staat er wellicht te wachten op een koper. Een leuke vondst voor de liefhebbers van verlaten voertuigen…

 

 

Haberdashery

Dit textielbedrijf hield zich voornamelijk bezig met het weven van stoffen om meubelen te bekleden. Over het ontstaan van deze weverij valt zo goed al niets te achterhalen. Uit volks- en nijverheidstellingen blijkt alleszins dat het dorp tot het einde van de 19de eeuw nog voornamelijk op landbouw gericht was, maar dat men stilaan een aanzet tot textielverwerking ziet ontstaan, voornamelijk onder de vorm van “huisnijverheid”. Het duurt nog tot na de Eerste Wereldoorlog voor men echt kan spreken van een georganiseerde textielindustrie. Afgaande op de bouwstijl lijkt het aannemelijk dat dit bedrijf pas na de Tweede Wereldoorlog werd opgericht, toen de textielindustrie een hoge vlucht nam. Wat alleszins zeker is, is dat het bedrijf een tiental jaar geleden in slechte papieren kwam. Er werd naarstig naar een overnemer gezocht, maar toen die niet gevonden werd, legde het bedrijf de boeken neer, waardoor de laatste 15 werknemers op straat kwamen te staan.

 

 

Eric’s Engine Room

De eigenaars en uitbaters van dit bedrijfje waren oorspronkelijk actief in de vlasverwerkingssector. Toen de vraag naar vlas na de Tweede Wereldoorlog stagneerde, moest men uitkijken naar nieuwe activiteiten. Eind jaren 1950 werd dit bedrijf als zusterbedrijf opgericht. Het nieuwe bedrijf legde zich toe op het vervaardigen van mazouttanks, silo’s en tandwielen. Later werden de activiteiten van beide bedrijven nog verder uitgebreid en moest men uitwijken naar een grotere locatie. Die werd gevonden op een nabijgelegen industrieterrein. Na de verhuis naar het nieuwe industriële complex begin jaren 1990 kwam deze locatie leeg te staan. De locatie onderging een prachtig natuurlijk verval en bleef tot vandaag gespaard van dieven en vandalen…

 

 

Death Disco

Oorspronkelijk ontstaan in de jaren 1990, was Death Disco jarenlang een begrip bij de feestvierders uit de omgeving. Een tiental jaar geleden nam de huidige eigenaar, die toen zelf al enkele jaren in de dancing werkte, de zaak over en herdoopte ze. Door het duurder wordende leven en de dalende koopkracht van jongeren, ging het echter vrij snel bergafwaarts met de danstempel en al gauw begonnen de schulden zich op te stapelen. Iets minder dan een jaar geleden zag de uitbater geen andere uitweg meer dan de boeken neer te leggen. Sindsdien is de zaak in handen van een curator. Aangezien er zo goed als geen lichtinval was, was fotograferen op deze locatie een hele uitdaging. Meer dan deze 5 beelden heb ik er niet kunnen uithalen…

 

 

Chateau Cinderella

Ik ben er (nog) niet in geslaagd de geschiedenis van dit charmante kasteel te achterhalen, buiten het feit dat de recentste activiteit die er plaatsvond de uitbating van een restaurant met enige standing was. Het restaurant ging al vele jaren geleden op de fles en het mooie kasteel staat sindsdien te verkommeren. Niet dat er geen interesse is, maar potentiële investeerders botsen telkens weer op een solide muur van reglementitis inzake stedenbouw en ruimtelijke ordening…

 

 

Orange Factory

In deze fabriek werden de afvalstoffen van een nabijgelegen hoogoven verwerkt, meer specifiek werd er synthetisch grafiet geproduceerd uit het afval van de cokes die in de hoogoven gebruikt werden. Vanwege de relatieve zachtheid van het materiaal en de (zelf)smerende eigenschappen, wordt het in de elektrotechniek gebruikt in sleepcontacten, onder meer in elektromotoren (als koolborstels), in stroomafnemers en in potentiometers. Een andere toepassing is het gebruik als elektrodemateriaal in elektrochemische cellen, bijvoorbeeld bij de isolatie van aluminium uit bauxiet, of in elektrolyse van waterige oplossingen. Hoewel de milieuvergunning voor deze uitbating nog loopt tot 2025 werden de activiteiten al een hele tijd geleden stilgelegd. Door de malaise in de staalindustrie, waarbij de ene na de andere hoogoven werd stilgelegd, raakten immers ook alle geassocieerde bedrijven in de problemen…

 

 

Charbonnage du Renard

In deze oude, verlaten steenkoolmijn is niet meer zo veel te zien van het mijnverleden. De locatie is vooral bekend omwille van de aanwezigheid van een uitgebreide collectie oude auto’s en vrachtwagens. Jammer genoeg heeft de plaats erg veel te lijden gehad van dieven en vandalen… Toch nog leuk om even mee te pikken in het langs rijden, vooral voor wie van oude auto’s houdt.

 

 

Secrets of the Crypt

Het gebruik van deze grafgalerijen ontstond op het einde van de 19de eeuw in de zoektocht naar een oplossing voor het steeds groter wordende aanbod aan lijken in en om de steden. Men zocht een hygiënische, maar tegelijkertijd plaatsbesparende oplossing en vond die in het inrichten van ondergrondse grafkelders met op elkaar en naast elkaar gestapelde nissen, waarin de lijkkist werd ingemetseld. De eerste dergelijke grafgalerij in België werd in gebruik genomen in 1878 en vond vanwege het toenemende succes al snel navolging op andere begraafplaatsen. In deze galerij vonden bijna 900 mensen een laatste rustplaats, maar vonden ze er ook rust? Deze grafgalerij is jammer genoeg niet gespaard gebleven van vandalisme. Een paar jaren geleden werden enkele grafnissen opengebroken. De beheerder van de begraafplaats diende klacht in tegen onbekenden en er volgde een politieonderzoek, maar om een of andere reden werd de schade nooit hersteld. De opengebroken nissen zijn dus nog steeds open en de resten van lijkkisten zijn er zichtbaar.  Een schrijnenende toestand, die door de typisch Belgische “reglementitis” in stand wordt gehouden…

Bekijk ook de eerdere reeks over Crypte III

 

 

Red Morgue Hospital

Dit hospitaal werd aan het begin van de 20ste eeuw opgericht door een aantal vrijzinnigen met tentakels die tot ver in het sociale weefsel reikten. Zo’n 50 investeerders brachten het beginkapitaal bij elkaar om dit eerder kleine ziekenhuis te bouwen en in te richten. In die tijd was de ziekenverzorging nog diep geworteld in de geestelijkheid en daar wou men zich van loskoppelen. In het begin kende het ziekenhuis voornamelijk chirurgische activiteiten en was er ook een kraamafdeling. Later werd er ook een polikliniek opgericht. Ruim 90 jaar na het ontstaan fusioneerde het hospitaal met een ander, groter ziekenhuis, waardoor er moest uitgekeken worden naar een nieuwe en ruime locatie. De laatste jaren voor de sluiting werd er voornamelijk gewerkt rond de polikliniek, de dagkliniek en de afdeling palliatieve zorgen. Sinds vijf jaar zijn ook de laatste resterende activiteiten er weggetrokken naar de nieuwe site…

 

 

Lost in the Pine Cones

Langsheen een drukke baan in het meest zuidelijke deel van België troffen we enkele compleet vervallen huisjes aan met een loods. Wat hier gebeurde dat maakte dat de eigenaars met de noorderzon vertrokken, valt niet te achterhalen. De huisjes waren al grotendeels ingestort en in te slechte staat om ze nog op een enigszins veilige manier te kunnen betreden. De loods leek een soort van autowerkplaats te zijn geweest. In de tuin en het bos achter de huisjes troffen we de carcassen aan van enkele oude auto’s, voornamelijk Citroëns, maar ook een Volkswagen hippiebusje en enkele vrachtwagens en zelfs een legertruck. Het was een vrij kille ochtend en de zon probeerde hardnekkig door de mist tussen de slanke dennen heen te breken. Dit gaf het geheel een haast mystieke sfeer. Ik vraag me af of de foto’s die sfeer enigszins kunnen overbrengen…

 

 

Quarry Power

Deze kleine krachtcentrale maakt deel uit van een bedrijf dat zich op verschillende plaatsen in België bezighoudt met de ontginning van porfier, een stollingsgesteente ontstaan uit de afkoeling van magma. Door eerder zeldzame magmatische fenomenen en tectonische bewegingen in de aardlagen ontstond in deze regio een bijzonder harde rotslaag, dat een gesteente oplevert met een grote weerstand tegen slijtage, dat bovendien nog quasi-chemisch onaantastbaar is.

Het bedrijf zelf startte zijn activiteiten echter al in de tweede helft van de 19de eeuw en richtte zijn ontginning aanvankelijk op de productie van kasseien en straatstenen en bleef dit ook doen tot aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Toen de vraag naar deze producten kleiner werd, moest men op zoek gaan naar andere toepassingen. Van de 12 steengroeven bleven er uiteindelijk slechts 4 over. In deze groeve wordt jaarlijks zo’n 300.000 ton gesteente ontgonnen.

Deze krachtcentrale werd opgericht bij het begin van de 20ste eeuw. Het valt niet te achterhalen wanneer de activiteiten ervan werden stopgezet. Het mooie, natuurlijke verval suggereert alleszins dat het gebouw en de turbines al sedert enkele jaren in onbruik zijn geraakt…

 


 

Brouwerij Eylenbosch

De eind 19de-eeuwse geuze- en lambiekbrouwerij Eylenbosch kwam tussen 1851 en 1894 fasegewijs tot stand. De pas opgerichte gebouwen bevonden zich rondom een gesloten binnenkoer, met centraal langs de steenweg de oude brouwerswoning. Rond 1930 werd de stoombrouwerij ten zuiden van de site gedeeltelijk heropgebouwd, evenals de oude woning. Waarschijnlijk werd toen de nieuwe brouwtoren gebouwd. Er is niet meer informatie bekend over de oprichting van de brouwerijgebouwen en hun inrichting. De brouwerij werd in 1989 overgenomen door Brouwerijen de Keersmaeker (Mort Subite, later overgenomen door Alken Maes), sindsdien werd de site sterk verwaarloosd. Sinds 2004 werd de site verlaten door brouwerij Alken Maes. De installaties bleven tot het begin van de 21ste eeuw onaangeroerd, momenteel is de brouwerij echter quasi volledig ontmanteld. In het najaar van 2017 werd door de nv Emile Eylenbosch bekend gemaakt dat na een lange administratieve lijdensweg eindelijk groen licht werd gegeven voor de reconversie van de site naar 55 grote en kleinere appartementen, lofts en commerciële ruimtes rond een centraal binnenplein. De werken gaan in het voorjaar van 2018 van start en zullen in 2021 voltooid zijn…

 

 

Valve Garden

Op weg naar een verlaten industriële site probeerden we een kortere weg te vinden om ons doel te bereiken en stootten daarbij op dit gebouwtje met daarachter een hoop tanks, buizen en vooral kranen… Aangezien we ons midden tussen de staalindustrieën bevonden, is het redelijk veilig om aan te nemen dat ook deze Valve Garden iets met die staalindustrie te maken heeft gehad, maar ik zou niet bij benadering kunnen vertellen waartoe dit allemaal ooit gediend heeft. Ik was alleszins aangenaam verrast door de prachtige combinatie van het koude staal, de roest en het verval en dan de zachte kleuren die de herfst er overheen gestrooid heeft en hoop dat de foto’s dat kunnen overbrengen…

 

 

 

Married to the Sea

Dit boorschip, gebouwd in 1982 door een Noorse scheepsbouwer, kan beschouwd worden als een varend booreiland. Het schip was in feite een geotechnisch schip en werd specifiek ontworpen om boringen en sonderingen te doen op zeediepten tot 3000 meter. Stalen boorpijpen zijn over zulke afstanden nauwelijks onder controle te houden. Daarom zette men hier licht materiaal van aluminium in. De scheepsmotoren bleven tijdens het boren draaien om het schip op zijn plaats te houden. Alles met het doel bodemmonsters te nemen. Het materiaal werd in het laboratorium aan boord bestudeerd. De 44-koppige bemanning deed voornamelijk, maar niet uitsluitend, onderzoek naar de aanwezigheid van olie en gas in de Noordzee en voornamelijk ter hoogte van Noorwegen. Het schip zelf is 78 meter lang, 16 meter breed en heeft een diepgang van 8 meter. Het bruto gewicht bedraagt ruim 2750 ton. Op het moment van ons bezoek, was het schip duidelijk nog maar pas verlaten. Uit boorddocumenten bleek dat het eerder die maand nog volledig operationeel was. De verschillende kajuiten bevatten ook nog heel wat persoonlijke spullen van de crew, die blijkbaar inderhaast alles achterlieten…

 

 

Keeping up Appearances

Informatie over dit kasteeltje is schaars. Het neoclassicistisch hoofdgebouw met Italiaanse invloeden dateert van de tweede helft van de 19de eeuw en zou naar verluidt tijdens de Eerste Wereldoorlog dienst gedaan hebben als Hauptkommandantur. In recentere tijden werd het hoofdgebouw uitgebreid met een aanbouw, wellicht naar aanleiding van de intentie om het kasteel om te bouwen tot hotel en restaurant. Het hotel met restaurant genoot lange tijd naam en faam, maar ontsnapte uiteindelijk niet aan de crisis en moest in 2009 de boeken neerleggen. Twee jaar later werd de zaak heropend in een nieuw jasje, met een nieuw concept: de hotelkamers maakten plaats van conferentie- en vergaderruimten en de keuken werd voorzien van chefs met ronkende namen. In 2014 liep het echter opnieuw mis en sloot de sterrenzaak opnieuw en definitief de deuren…

 

 

Lycee V

In 1865 oordeelde het toenmalige liberale stadsbestuur – mede onder invloed van het volop woedende proces van vrouwenemancipatie – dat de tijd rijp was voor een school voor hoger onderwijs voor meisjes. De katholieke oppositie verzette zich tegen wat zij beschouwden als een oord van goddeloosheid en een broeihaard voor het liberale gedachtegoed. Na twee jaar bekvechten werd toch ook door het bisdom het licht op groen gezet. Prompt werd een wedstrijd uitgeschreven, waarbij het ontwerp van twee Brusselse architecten als beste uit de bus kwam. In 1874 werd de bouwwerken aangevat en in 1876 werden ze voltooid. Het werd een markant gebouw, gekenmerkt door  de imposante pilasters, die een fors driehoekig fronton met brede kroonlijst ondersteunen, waarin het wapen van de stad prijkt. De klaslokalen situeren zich over twee etages rondom een met een glazen dak overdekte speelplaats. Na de fusie met een andere school, vertrokken de meisjes en werd er een tijdlang een verpleegstersschool in ondergebracht. Net voor het millennium werd het gebouw verkocht aan een publieke instelling en staat sedertdien leeg. De publieke instelling heeft de intentie hier haar maatschappelijke zetel onder te brengen en heeft daarvoor ook al de nodige vergunningen op zak, maar de aanvang van de werken laat ondertussen al sinds medio 2016 op zich wachten.

 

 

Prison H11

In 1881 landde een ​​bataljon van het 9de Regiment van Linie, onder leiding van Majoor Caneel, in deze industriestad, en werd er gehuisvest in een ongebruikte fabriek. Enkele jaren later wordt een nabijgelegen stuk grond van de stad gekocht om er een permanente kazerne op te richten. De bouwwerken worden voltooid in 1890. De kazerne bestaat op dat ogenblik uit drie functionele gebouwen, georganiseerd rondom een binnenplaats en omringd door een hoge muur. In 1934 worden er twee nieuwe gebouwen bijgebouwd en krijgt het geheel bij wijze van eerbetoon de naam van een officier van de 12de Linie die in september 1918 werd gedood in Langemarck. In 1977 wordt de kazerne een laatste keer uitgebreid en worden de oudste gebouwen gerenoveerd. Begin jaren 1990 werd de kazerne stilaan ontmanteld en sinds begin 1994 staat ze volledig leeg. De gebouwen krijgen vanaf dan regelmatig dieven, vandalen en krakers over de vloer. Sinds 2015 is er een stedenbouwkundige vergunning om de kazerne om te bouwen tot luxe appartementen. Twee gebouwen worden ondertussen al terug bewoond; aan een derde gebouw zijn de werken volop aan de gang.

 

 

 

Alla Italia

Dit imposante, twee etages tellende badhuis in neo-renaissancestijl was het derde in zijn soort dat in deze stad werd opgericht. Dit derde badhuis werd gebouwd tussen 1862 en 1868 en werd in de zomer van 1868 plechtig ingehuldigd door de toenmalige burgemeester. Het gebouw kostte de stad 1,5 miljoen Belgische Frank (ongeveer 37.500 euro), hetgeen voor die tijd een astronomische som was. Het badhuis was in oorsprong een hydro-therapeutisch complex en bestond uit tal van cabines en zalen met allerlei soorten lig- en zit- en dompelbaden, douches onder hoge druk en gewone douches tot zelfs voetbaden. Het badhuis zou in zijn 135-jarige bestaan uitgroeien tot een waar succesverhaal. Eind jaren 1960 werden er jaarlijks meer dan 165.000 baden gegeven! In de loop der jaren werden er verscheidene moderniseringen aangebracht. Vanaf 2003 werden de activiteiten in dit gebouw echter volledig gestaakt na de opening van een nieuw badhuis. Het gebouw werd geklasseerd als bouwkundig erfgoed, niet in het minst omwille van de beeldhouwwerken van Jacques Van Ornberg en de gebroeders Van Den Kerkhove en de decoratieve schilderwerken van Paul-Joseph Carpay in onder meer de inkomhal.

 

 

Villa BMW

“Villa” BMW is in feite een piepklein portiershuisje met een grote garage waarin een oude BMW staat te verkommeren. Het portiershuisje behoort bij een grotere villa, die dieper in het domein gelegen is, maar die zodanig verkrot is dat de binnenkant al grotendeels ingestort is… Van de geschiedenis van de villa en het bijhorende portiershuisje viel niets te achterhalen, laat staan van de BMW… Veel foto-opportuniteiten biedt het geheel ook niet. Leuk om mee te pikken voor wie in de buurt is, maar niet de moeite om een trip voor te plannen.

 

 

Domain S

In Domain S, een gigantisch park, gelegen langs een kanaal, bevinden zich deze restanten van wat ooit een drank- en eetgelegenheid was voor de bezoekers van het park. De zaak werd tot aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog uitgebaat in het geel geschilderde vierkante paviljoen. De toeristen werden aangevoerd met een “waterkoets”, een vaartuig dat voortgetrokken werden door een paardenspan die langs het jaagpad liepen. Toen het toerisme stilviel door de oorlog, betekende dat de doodsteek voor de horecazaak. Later werd het goed nog bewoond door de boswachter die toezicht hield over het park. Het valt niet meer te achterhalen wanneer de laatste bewoners vertrokken. Het gedeelte van het gebouw dat de twee resterende delen met elkaar verbond, is reeds lang verdwenen. Het dieper in het domein gelegen gedeelte wordt nog gebruikt als schuur. De ruïne van het vierkante paviljoen blijft verder vervallen en wordt stilaan teruggenomen door de natuur.

 

 

Skeleton Factory

Skeleton Factory was van oorsprong een drukkerij/uitgeverij. Het bedrijf ontstond al rond de eeuwwisseling van de 19de naar de 20ste eeuw in een nabijgelegen stad, maar de activiteiten werden pas omstreeks 1935 overgebracht naar deze locatie, waar in eerste instantie het buitenverblijf van de familie gevestigd was. De eigenaar van de drukkerij kocht in 1930 een paviljoen dat dienst had gedaan op de wereldtentoonstelling in Luik en liet het achter zijn buitenverblijf heropbouwen. Hierin werd in 1935 de drukkerij ondergebracht. In de daarop volgende jaren zou het bedrijf zich ontwikkelen tot het complex dat men op heden kent. In de drukkerij werden oorspronkelijk voornamelijk prentkaarten gedrukt, die vooral afdrukken waren van foto’s die de eigenaar (zelf een fotograaf) maakte van onder meer de Belgische kust. Enkele jaren voor zijn overlijden verschoof de focus van postkaarten, waarvan de succesperiode voorbij was, naar voornamelijk etiketten. Zijn zoon, die al als drukker werkzaam was in het bedrijf, nam na zijn overlijden de drukkerij over en veranderden de werkzaamheden in de drukkerij en er werd overgeschakeld op industrieel drukwerk. Tussen 1948 en 1976 werd de drukkerij meermaals overgenomen door Amerikaanse multinationals, maar aangezien er nooit geïnvesteerd werd ging het zakencijfer zienderogen achteruit. In 2004 werden de boeken neergelegd en verloren de 46 resterende werknemers hun baan…

De leegstaande fabriekshal is momenteel vooral bekend om de prachtige staaltjes graffitikunst van streetart artiesten Klaas Van der Linden (de skeletten) en ROA (de beestjes).

 

 

Chateau Jumanji

Volgens oude archiefstukken werd het domein waarop het huidige Chateau Jumanji zich bevindt in 1575 verkocht uit de eigendommen van een nabijgelegen begijnhof aan een adellijke dame. Begin jaren 1880 werd het oude kasteel gesloopt en werd met de stenen van de afbraak het huidige landhuis gebouwd. Het werd een sober, gepleisterd en geschilderd landhuis in neoclassicistische stijl op vierkante plattegrond op een plint van gerecupereerde natuursteen. Omstreeks 1910 werd aan de oostelijke gevel een merkwaardige wintertuin opgetrokken uit baksteen maar volledig bekleed met een grijze cementering en gedecoreerd met imitatieboomstammen en rotswerk. Aan de voorzijde, trap tussen de kunstrotsblokken leidend naar het terras met leuningen in imitatietakken. Klimplanten geven het geheel een zeer natuurgetrouwe indruk. De wintertuin werd gebouwd door een firma die zich specialiseerde in kunstmatige rotsen, grotten en aquariums. Het uiterst merkwaardig interieur werd volledig uitgewerkt als kunstmatige grot met kenmerkende stalactieten en stalagmieten, holen waarin planten groeien, sokkels met beelden, ingewerkte spiegels die de ruimtewerking nog moeten vergroten.  Omstreeks 1950 werd de bepleistering van het hoofdgebouw weggehaald, waardoor het kasteeltje zijn huidig uitzicht kreeg. Het goed werd in 2002 beschermd als monument.

 

 

Usine Barbelée

Deze gigantische industriële site lijkt meerdere bedrijven te huisvesten. Het oudste en naar mijn persoonlijke smaak mooiste gedeelte was van oorsprong een van de steenkoolmijnen die de nabijgelegen staalfabrieken van brandstof moest voorzien. In de oudste gebouwen op het terrein zijn nog de sorteer- en wasinstallaties voor de steenkool te herkennen. Eén van deze oude gebouwen – duidelijk door brand geteisterd – herbergt een schat aan prachtige roest en verval. Een ander en groter deel van de site lijkt een stuk recenter en wijst eerder op een chemische bedrijvigheid. Dit deel van de site is duidelijk nog niet zo lang geleden verlaten. Het is een locatie met een vrij hoge risicofactor, gelet op de overvloedig aanwezige scheermesdraad en de immer alerte security, die constant aanwezig is op het terrein. Ik heb deze locatie inmiddels 3 keer bezocht (waarvan 1 keer een volledige dag) en heb nog steeds niet alles gezien… Een zéér indrukwekkende site alleszins, die men gerust meerdere keren kan bezoeken.

 

 

Control Room S Revisited

Ruim een jaar geleden bezocht ik deze oude staalwalserij voor het eerst. Toen leek het nog alsof de productie elk moment hervat kon worden. De elektriciteit werkte er nog en het constante gezoem van generatoren was steeds hoorbaar. Een jaar later is het duidelijk dat het hervatten van de productie uitgesloten is… De meeste machines en werktuigen werden er weggehaald en een groot stuk van het oudste gedeelte van de fabriek is inmiddels gesloopt. Gelukkig bleef er toch nog genoeg over om ons enkele uurtjes te vermaken. We kregen deze keer zelfs een mooi bewaard gebleven controlekamer te zien, die tijdens ons eerste bezoek verborgen was gebleven…

Klik hier voor de reportage van het eerste bezoek.

 

 

Chateau Hildinc

Deze kasteelruïne is – volgens geschiedkundige bronnen – samen met het Antwerpse Steen een van de oudste gebouwen in de provincie Antwerpen. De geschiedenis ervan gaat terug tot de verre middeleeuwen. In de twaalfde eeuw was het domein eigendom van gebroeders H., de toenmalige heren van de regio. Van halverwege de 14de eeuw tot de Franse Revolutie werd het domein eigendom van een abdij, die het kasteel uitbouwde tot een prachtig domein. Het werd in die tijd gebruikt als residentie van de rentmeester van de abdijgoederen en de abten en hun gevolg wanneer ze op reis gingen. Vanaf het einde van de 16de eeuw werd het kasteel ook in gebruik genomen als pastorie. Na de Franse Revolutie werd het kasteel in beslag genomen en verkocht aan een particulier, die het een groot deel van het kasteel liet slopen. Eind 19de eeuw werd het goed opnieuw verkocht aan een plaatselijke industrieel, die het kasteel de naam gaf die het tot op vandaag nog steeds draagt. Na het faillissement van zijn bedrijf, werd het kasteel aangekocht door de gemeente en werd het park opengesteld voor het publiek.

 

 

Steampunk Commander

De naam “Steampunk Commander” is een beetje ongelukkig gekozen, want deze elektriciteitscentrale was niet een klassieke centrale die stroom opwekt door middel van stoom, maar een zogenaamde turbo-jet productie-eenheid. Dergelijke eenheden zijn in feite noodstroomgeneratoren, ontworpen om tegemoet te komen aan consumptiepieken of in geval van een panne in een andere centrale. De elektriciteit wordt in zo’n eenheid geproduceerd door een straalmotor die op korte tijd (minder dan 2 minuten) op volle kracht kan draaien. De motor in deze eenheid werd aangedreven door nafta (een mengsel van koolwaterstoffen dat ontstaat bij het destilleren van ruwe olie als condensaat). De reactor wordt gestart met behulp van een persluchttank, hetgeen snelle opstart vanop afstand mogelijk maakt, zonder enige andere vorm van energietoevoer. Hoe lang dit gebouw in onbruik is, is niet duidelijk. Er is alleszins nog steeds bedrijvigheid op het terrein…

 

 

Chateau Hohner

De oorspronkelijke eigenaar van Chateau Hohner, een Brusselse ingenieur, was een man met een plan. Hij kocht het 45ha grote braakliggende terrein van de gemeente en had de ambitie om de tot dan toe dorre heidegronden vruchtbaar te maken. Midden in het gigantische terrein bouwde hij tussen 1882 en 1886 het kasteel in eclectische stijl. In de koopovereenkomst met de gemeente werd voorzien dat bij niet slagen van het opzet, het domein grotendeels gereserveerd zou blijven als bouwgrond. Dat bleek al snel een verstandige zet te zijn. Omstreeks de eeuwwisseling werd het kasteel verkocht aan een ondernemer die er vervolgens een stoommelkerij en stoommolen inrichtte. Na de stopzetting van die bedrijvigheid omstreeks 1960 werd het goed verkocht en werd het volledig verkaveld. Het merkwaardige kasteel, bestaande uit een hoge dominante constructie aan wat oorspronkelijk de voorzijde was en een lager aangebouwde lange vleugel werd vervolgens opgedeeld in twee delen. Het hoofdgebouw werd bewoond door de familie zelf, terwijl de lagere aanbouw opgevat werd als conciërgewoning. Over de laatste bewoner valt weinig informatie terug te vinden. Het lijkt aannemelijk dat het om een garagist gaat, afgaande op de vele autowrakken- en onderdelen die over het hele domein en kasteel verspreid terug te vinden zijn…

 

 

End of Transmission

Vanuit dit zendstation werden ruim dertig jaar lang een aantal radioprogramma’s van de nationale omroep uitgezonden. De bijhorende zendmasten, die gedurende al die tijd een bepalend element in het landschap waren, zorgden voor heel wat hinder voor de omwonenden. De sterke vermogens van de radiogolven werden immers ook door allerlei elektrische apparaten opgepikt, van (mobiele) telefoons over babymonitors tot zelfs lampen en keukenapparaten… Sinds 2009 werden de zendmasten minder gebruikt en nam ook de hinder af. Op 1 januari 2012 werd er volledig gestopt met de uitzendingen. De site werd inmiddels verkocht en zal – als het van de gemeente afhangt – plaats ruimen voor een woonproject. Een nieuwe vergunning voor zware zendapparatuur zit er alleszins niet in.

 

 

Flight Academy

Deze elementaire vliegschool, ingehuldigd in 1922, was een van de eerste vliegvelden van de Belgische militaire luchtvaart. Aanvankelijk en tot aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, was het de basis van een eenheid van de luchtmacht die vooral aan verkenning deed. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog werd het vliegveld gebombardeerd door de Luftwaffe en moesten de aanwezige smaldelen in allerijl uitwijken naar andere vliegvelden. De vliegtuigen die niet vernietigd werden door de Duitse bezetter werden geëvacueerd naar Frankrijk. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werd het vliegveld opnieuw gebombardeerd, ditmaal door de Amerikaanse luchtmacht. Het werd pas in 1950 opnieuw geopend, en werd de basis van de EVS (Elementaire Vliegschool). Tot 1969 vloog de EVS met tweedekkers van Belgische makelij. Vanaf 1969 werden ze echter vervangen door lichte militaire lesvliegtuigjes van de Italiaanse vliegtuigbouwer Marchetti. Het vliegveld, dat tot dan enkel een grasbaan had, kreeg op dat moment ook twee geasfalteerde landingsbanen. In 1996 werden de activiteiten van de vliegschool overgebracht naar een nabijgelegen kazerne van de luchtmacht. Enkele gebouwen worden momenteel nog gebruikt door twee clubs. De militaire barakken zijn sinds 1996 echter compleet vervallen…

 

 

Grand Hotel Regnier

Het Grand Hotel Regnier maakt deel uit van een cluster hotels en restaurants langs de Maas. De eerste toeristische activiteit in de omgeving gaat terug tot een herberg van veerman Ferdinand Martinot in 1876. Dit hotel, dat oorspronkelijk Grand Hotel de Waulsort heette, werd in 1904 gebouwd, maar werd in 1914 overgenomen door de familie Regnier, waarna het als Grand Hotel Regnier bekend raakte. Door de goede treinverbinding en de ligging in de ongerepte natuur langs de betoverende Maas worden veel toeristen naar de regio gelokt en ontstonden er tal van kleine horecabedrijfjes. In 1934 telde men nog elf hotels, tien cafés, twaalf winkels en twaalf ambachtsbedrijven. Het Grand Hotel Regnier zou het eerste hotel in Europa zijn dat de luxe van een eigen ondergrondse parking bood. Vanwege veroudering van de gebouwen en verschuivingen in de toeristische sector verloor het hotel zijn vroegere aantrekkingskracht, tot het door de crisis eind jaren 1980 en begin jaren 1990 niet langer het hoofd boven water kon houden en noodgedwongen de deuren sloot.

 

 

Chateau de Brumagne

Dit kasteel werd gebouwd in de helft van de 18de eeuw in classicistische stijl. Deze stijl wordt onder meer gekenmerkt door een eerdere sobere uitstraling aan de buitenzijde, die gecompenseerd wordt door de geraffineerde afwerking aan de binnenzijde. Een verwoestende brand in 2001 vernielde veel van deze afwerking. De eiken lambrisering in verschillende kamers werd volledig door het vuur verteerd en de muurschilderingen van Piat Sauvage werden weggespoeld door het bluswater. Het prachtige, gedetailleerde stucwerk van de befaamde gebroeders Moretti, dat in 1760 werd aangebracht is op vele plaatsen nog zichtbaar onder de sporen van de brand. Het kasteel, dat eigendom was van een aantal ronkende namen uit de Belgische politieke geschiedenis, was een geliefkoosde verblijfplaats voor Koning Albert I en zijn echtgenote Koningin Elisabeth. Tussen de twee wereldoorlogen in verbleven ze meermaals in het kasteel. De koning, die een gepassioneerd bergbeklimmer was, verongelukte trouwens in 1934 niet ver van dit kasteel vandaan.

 

 

Remise Monceau

Remise Monceau maakt deel uit van een goederenstation langs een spoorlijn die een Waalse industriestad bedient. Het is een van de zes grote rangeerstations in België en heeft meer dan dertig verdeelsporen. Deze loods, in de noordwestelijke hoek van het terrein, was oorspronkelijk een werkplaats voor rijtuigen en locomotieven. Verschillende locomotieven van de reeksen 51, 62 en 73 stonden lange tijd weg te roesten binnen en buiten deze vervallen hangars, maar werden enkel jaren geleden weggehaald. De lege loods raakt inmiddels steeds meer in verval en blijft daardoor een mooie plek om in rond te dwalen…

 

 

Salle Compresseurs

In de mijnbouw is een goede ventilatie van de mijnschacht onontbeerlijk. Niet alleen om de mijnwerkers van voldoende zuurstof te voorzien, maar ook om eventuele schadelijke gassen (mijngas en methaan) af te voeren en het gesteente te verkoelen om in de mijn tot een draaglijk werkklimaat te komen. Elke mijn beschikte daarom over een “salle compresseurs”, een zaal met compressors die door middel van perslucht het ventilatiesysteem aandreven. De voorkeur werd meestal gegeven aan een systeem waarbij een ventilator met zuigende effect de kwalijke gassen langs een speciaal daartoe bestemde schacht uit de mijn zoog, daarbij een onderdruk creëerde, zodat via een andere schacht verse lucht in de mijn werd gezogen. Er werden altijd voldoende compressoren voorzien, zodat ingeval van pannes andere compressoren meteen de taak konden overnemen. De “salle compresseurs” was niet voor niets het best bewaakte en best onderhouden gebouw van een mijnbedrijf. Het leven van vele mijnwerkers hing immers af van de goede werking van deze machines.

 

 

Church of a Thousand Arches

Deze neogotische kerk, gebouwd in 1876 werd in december 2012 op bevel van de burgemeester gesloten omwille van instortingsgevaar. De kerk was al sinds geruime tijd in verval, maar signalen hierover aan de lokale overheid vielen telkens in dovemans oren… Toen begin december het plafond van een zijbeuk van de kerk instortte en het gevaar voor bezoekers van de kerk imminent werd, had de burgemeester geen andere keuze dan de kerk te verzegelen. Ondertussen was er ook al een van de gewelfbogen gekraakt. Deze werd inmiddels gestut. Vijf jaar later is er nog steeds geen zich op broodnodige herstellingswerken. Klaarblijkelijk ontbreekt het de lokale overheid aan de nodige middelen om deze te laten uitvoeren.

 


Usine Justice

Over deze locatie valt er maar bitter weinig te vertellen… Uit tweede hand kwam ik te weten dat de eigenaar van deze verloederde loods werd opgenomen in een rustoord. Zijn zonen, waarvan er eentje advocaat is (vandaar “Usine Justice”) houden de zaak nauwlettend in de gaten. Er werden al meerdere “bezoekers” op heterdaad betrapt… De loods, die in bijzonder slechte staat is, bevat enkele mooie oldtimer auto’s en bussen en verder een hele hoop troep.

 

 

Ecole de Vent

Deze monumentale kapel, die oorspronkelijk deel uitmaakte van het voormalig slotklooster van de Zusters Theresianen (Karmelietessen), werd opgericht tussen 1851 en 1854 naar een ontwerp van een Gentse architect. Toen de zusters in 1968 te gering in aantal waren geworden, verlieten zij het klooster, dat vervolgens in gebruik werd genomen als basisschool. De kapel is een éénbeukige ruimte, uitlopend op een vierkant koor onder tentdak. Vooral het prachtige en gedetailleerd uitgewerkte koepelgewelf hiervan springt in het oog, net zoals de rijke barokke stucdecoratie en het imposante altaar. Nadat het complex zijn functie als basisschool stopzette, stond het geheel lange tijd leeg. Sinds kort heeft de kapel een nieuwe functie gekregen en wordt ze gebruikt voor concerten georganiseerd door het plaatselijke jeugdhuis, dat ook een onderkomen vond in de leegstaande ruimten van de voormalige school.

 

 

Chateau Ambiance

Chateau Ambiance, bijna 50 jaar geleden opgericht,  was ooit een klassezaak, waar ronkende namen als Charles Aznavour en prins Albert van België tot het cliënteel mochten gerekend worden.  In 2008 namen de oprichters van de zaak afscheid van wat inmiddels hun levenswerk was geworden. Na decennia hun ziel in de zaak te hebben gestoken, werd ze overgelaten aan een Franse overnemer en zijn echtgenote. Het duurde echter niet lang voor het bergafwaarts ging met Chateau Ambiance. De oprichters, die nog steeds naast Chateau Ambiance wonen, konden niet anders dan met lede ogen toezien hoe hun levenswerk naar de verdoemenis werd geholpen door de malafide overnemers. In 2011 ging de zaak over kop en vertrokken de overnemers met de noorderzon, een schuldenberg van 3,5 miljoen euro achter zich latend. Ze werden veroordeeld voor frauduleus faillissement. De inboedel van Chateau Ambiance werd openbaar verkocht om een deel van de schuldenput te dempen, maar een nieuwe overnemer werd nooit gevonden. Vandaag is de toestand van het gebouw zo lamentabel dat slopen de enige uitweg is. Eerstdaags zal wat nog overblijft van Chateau Ambiance dan ook met de grond gelijk gemaakt worden om plaats te ruimen voor een nieuwe residentiële verkaveling.

 

 

Chateau VP

Wanneer de eerste burcht op deze plaats gebouwd werd valt niet meer te achterhalen. De eerste verwijzingen ernaar gaan alleszins terug tot 1139. De burcht maakte in de loop van zijn vroege geschiedenis meermaals het voorwerp uit van politieke conflicten. Tijdens een van deze conflicten werd het gebouw in 1452 volledig verwoest. Het goed kende door vererving verschillende opeenvolgende eigenaars, maar het zou ruim 100 jaar duren vooraleer het kasteel terug werd opgebouwd, toen de heerlijkheid in handen kwam van de familie de Mastaing in 1563. Tegen het einde van de 16de eeuw werd het kasteel verkocht aan de familie de Preudhomme uit Rijsel, die meerdere verbouwingen liet uitvoeren aan het kasteel en die ook het park rond het kasteel liet aanleggen. De laatste grondige verbouwing vond plaats in 1872-1875, nadat het goed werd aangekocht door baron Victor Pycke de Peteghem. De derde bouwlaag werd geïntegreerd in een hoger dak, het interieur en de tuin werden grondig aangepakt. Er zijn nog nauwelijks elementen aanwezig die dateren van voor 1872. De kasteeltuin werd opnieuw grondig aangepakt. De grootste nieuwigheid in de tuin is de bouw van een grote hondenkennel in 1881. De nieuwe eigenaren waren immers zeer gedreven jagers. Het hondenhok werd verwarmd door een bakoven, die zich aan de andere kant van de grote, ronde hondenkennel bevond. De laatste afstammeling, barones en burgemeester Ines Pycke de Peteghem schonk in 1951 het volledige domein aan het Nationaal Werk der Katholieke Schoolkolonies. Deze organisatie organiseerde er onder meer vakantieverblijven. Het kasteel van Poeke werd op 13 oktober 1943 als monument beschermd, terwijl het domein sedert 1 maart 1978 als landschap is beschermd.

 

 

Cabardouche

Je komt ze wel vaker tegen langs drukke wegen, de huisjes van plezier. Soms zie je er een handvol bij elkaar, een ‘chaussée d’amour’, zeg maar… Deze zaak werd wellicht slachtoffer van de economische recessie. Of misschien werd er geen geschikt personeel gevonden? Het pand staat alleszins al meerdere jaren leeg. Op de meeste plaatsen bleef het relatief goed bewaard, maar in sommige ruimten is het verval zeer duidelijk.

 

 

Green School

De ontstaansgeschiedenis van dit college gaat terug tot het midden van de negentiende eeuw. Om tegemoet te komen aan het grote gebrek van degelijk en betaalbaar onderwijs in de stad richtte een van Gent afkomstige katholieke nijveraar en grootgrondbezitter in 1862 een nieuwe school op in bestaande gebouwen die voorheen dienst deden als bedrijfsruimte. In 1868 schonk de mecenas de eigendommen aan het nabijgelegen bisdom.  Het daaropvolgende jaar werd het schoolgebouw uitgebreid met een leraarswoning. In de periode 1881-1883 werden al de bestaande gebouwen, inclusief de leraarswoning, weer afgebroken om er in 1883 een volledig nieuwe school in neogotische stijl op te trekken. Ook de bouw van de nieuwe school werd deels bekostigd door de voormalige eigenaar/schenker van de eigendommen. Aanvankelijk werd in het “gesticht” middelbaar en landbouwonderwijs gegeven. Begin jaren 1960 verhuisde het secundair onderwijs naar een nieuw gebouw en werd de school enkel nog gebruikt door de lagere school. Na een fusie met andere vrije scholen begin 2002, kwamen de gebouwen leeg te staan. De kapel werd in 2016 volledig verwoest door een uitslaande brand.

 

 

Brewery Loco

In ware familiesaga-stijl ontstond deze brouwerij omstreeks 1900, toen de stichters ervan de ouderlijke brouwerij verlieten omwille van onenigheid tussen schoonmoeder en schoondochter. Ze kochten de oorspronkelijk kleine boerderij aan wat toen de rand van het dorp was. De brouwerij bleef sindsdien in familiebezit. Er werd oorspronkelijk voornamelijk pilsbier gebrouwen, maar tijdens de derde generatie bierbrouwers werd er gaandeweg overgestapt naar het brouwen van bieren met hoge gisting, waaronder een Gueuze, enkele fruitbieren en verschillende kasteelbieren.

Grote delen van het brouwerijcomplex werden inmiddels gesloopt om plaats te ruimen voor een nieuwbouwproject. Het oudste gedeelte van de brouwerij was op het moment van mijn bezoek nog net toegankelijk; Het bevat een brouwzaal met daarin nog twee van de drie brouwketels en hogerop in het gebouw een “mouteest” met zinken bekleding: een zogenaamd koelschip voor de productie van zelfgistend bier. Deze bevindt zich onder het zadeldak en heeft een eigen luchtverversingssysteem. Ondertussen zal wellicht ook dit gebouw gesloopt zijn…

 

 

Lost Coffins

Deze voormalige opslagplaats van een meubelimporteur werd in 2014 geteisterd door een brand in de leegstaande kantoorruimten. Hoewel de opslagruimte zelf gevrijwaard kon worden, besloot de uitbater niettemin om de opgeslagen retourgoederen elders onder te brengen. Nog slechts enkele achtergebleven stukken herinneren aan de vroegere functie van de loods. De meest opvallende van die stukken zijn enkele nonchalant achtergelaten rieten doodskisten. Rieten doodskisten zijn in deze contreien (nog) niet echt ingeburgerd, maar zijn een volwaardig en biologisch verantwoord alternatief voor de houten variant. Buiten deze enkele achtergelaten doodskisten heeft deze locatie verder niet veel te bieden…

 

 

Salve Mater

Dit omvangrijke, neotraditioneel ensemble werd opgericht halverwege de jaren 1920 als neuro-psychiatrische kliniek Salve Mater en bestaat uit diverse paviljoenen verspreid in het noordelijke deel van het oorspronkelijke kasteelpark. De paviljoenen zijn van elkaar gescheiden door een rechtlijnig drevenpatroon, als overblijfsel van de 19de-eeuwse aanleg rondom het Kasteel de Spoelberch. Nadat Karel de Spoelberch in 1907 zonder afstammelingen overleed, kwam het kasteel met het park in 1915 in het bezit van de Leuvense universiteit. Die gaf het in erfpacht aan de Zusters van Liefde om er een ‘zinneloozengesticht’ in te richten. De kliniek ging deel uitmaken van het UZ Leuven als Universitair Psychiatrisch Centrum, tot alle afdelingen eind jaren 1990 verspreid werden over andere ziekenhuizen. Het laatste paviljoen werd in 2007 ontruimd. De paviljoenen vertonen meestal een grosso modo H-vormige plattegrond. Het zijn functionele bakstenen constructies van twee à drie bouwlagen onder overwegend pannen zadel- en schilddaken.

Het complex wordt momenteel grondig gerenoveerd en omgevormd tot een site voor wonen en werken. Enkele paviljoenen werden reeds voltooid en worden al bewoond. Dit paviljoen, Sint-Cecile, is het laatste gebouw dat nog in een mooie staat van verval verkeert.

 

 

Exidus

Dit verlaten bedrijfsgebouw bevindt zich op een industriële site die nog in bedrijf is. Het gebouw maakte waarschijnlijk deel uit van een bedrijf dat eerder op de site gevestigd was. Op de zolder waren nog archieven aanwezig die teruggaan tot het interbellum, lang dus voor het huidige bedrijf zich hier vestigde. Het gebouw was waarschijnlijk een administratief gebouw, waarin onder meer de archieven en de bedrijfsboekhouding bewaard werden. Het oudste en meest vervallen deel van het gebouw was alleszins voorbehouden voor de bedrijfsgeneesheer en zijn dienst, te oordelen naar de aanwezigheid van een medisch kantoor, een laboratorium en drie kleedcabines. Het gebouw vertoont een prachtig natuurlijk verval dat nergens verstoord wordt door inbraaksporen of vandalisme van welke aard dan ook.

 

 

La Colonie

De geschiedenis van deze instelling gaat terug tot de tijd van Napoleon, die het kasteel waarin dit ‘gesticht’ gevestigd was tot nieuwe vestigingsplaats van de “bedelaarskolonie” van het toenmalige departement benoemde. Zo’n kolonie ving mensen op die op straat leefden, zonder middelen van bestaan. In 1826 zaten in de kolonie 236 mensen, van wie de meesten niet in staat waren om op het land te werken. Ze waren ‘blind, zinneloos, lam, mismaakt, doof, uitgeput, of ze hadden tering, vallende ziekte of braakten bloed’. De kolonie was een dorp in het dorp: alle nodige ambachten waren er. Er was een boerderij en er was zelfs een eigen brandweer. Vanaf 1920 werd de instelling omgevormd tot een Rijkskrankzinnigengesticht, dat als een zelfstandige gemeenschap bleef functioneren. Er vond even later een ingrijpende verbouwing plaats met het oog op de nieuwe verplegingsnoden. Het gesticht diende voor minder zware gevallen. Van veel behandeling was er niet veel sprake. Halverwege de jaren 1960 geraakte de instelling overbevolkt en werd er overgegaan tot de bouw van een nieuw complex. De verhuis startte vanaf halverwege de jaren ’70 en duurde tot het einde van de jaren ’80. Een deel van de gebouwen die sindsdien leeg stonden, kregen inmiddels een nieuwe bestemming. Aan het kasteel worden momenteel renovatiewerken uitgevoerd. Het gesticht zelf werd nog niet onder handen genomen en vertoont dan ook prachtige tekenen van verval. Op het moment van mijn bezoek, was het vervallen gebouw net gebruikt geweest voor een huwelijk en waren er nog wat van de versieringen te zien, hetgeen toch wel aparte beelden oplevert…

 

 

Chateau Rochendaal

Het neoclassicitische kasteel Rochendaal werd gebouwd in 1881 in opdracht van de toenmalige burgemeester van een nabijgelegen stadje. Het wit bepleisterde bakstenen gebouw heeft drie bouwlagen en een torentje van vier bouwlagen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het kasteel met het omliggende domein bezet door het Duitse leger om het Fliegerdorf van de Nachtjagd (de nachtpiloten van de Luftwaffe) op te richten. Na de bevrijding behield het domein zijn militaire bestemming en vond het Amerikaanse leger er een luxueus onderkomen. Later werd het een opleidingsinstituut van de Belgische Luchtmacht, dat in 1996 gesloten werd. Het domein bleef echter militair domein, waar militaire oefeningen met hondenpatrouilles werden en worden gehouden. Een gedeelte van het domein werd en wordt tevens gebruikt als opvangcentrum voor asielzoekers. In 2012 werd bekendgemaakt dat het 16 ha grote domein militair domein zou omgevormd worden tot een woonproject met 300 woningen. Het kasteel zelf zou worden gerestaureerd. Op 13 september 2017 brak er echter opnieuw brand uit en werd het kasteel volledig vernield.

 

 

Cemetery of the Skull

Aan het einde van de 18de eeuw werden de openbare besturen verplicht op begraafplaatsen aan te leggen buiten de stadsmuren. Het stadsbestuur kocht een stuk land aan van een nabijgelegen abdij. In 1787 vond hier de eerste begrafenis plaats. Al bij het begin krijgt het kerkhof een geometrische aanleg met hoofddreven en dwarswegen. Het terrein is aan de westkant toegankelijk via een poortgebouw met de woning van de kapelaan en de grafmaker. Hier vertrekt de centrale gang met op het einde het calvariekruis. De graven liggen volgens een strikte rangorde met de hoogste klasse gesitueerd rond de calvarie. In de loop der jaren moest de begraafplaats verscheidene keren uitbreiden tot ze na de Eerste Wereldoorlog haar huidige oppervlakte van 12ha bereikte. Naast de gedeelten die voorbehouden zijn voor oorlogsslachtoffers, zijn er ook grote delen voorbehouden voor de verschillende religieuze orden en zelfs een perceel voor de ‘ongelovigen’. Verder is er een prachtige neogotische  kapel met crypte voor de kanunniken en bisschoppen en is er op initiatief van een commissie voor de bescherming van het funerair erfgoed een ‘lapidarium’ gekomen waar waardevolle grafmonumenten bewaard worden.

 

 

Pete’s Hotel

De geschiedenis van Pete’s Hotel gaat terug tot 1876. De toenmalige café-fermette werd gaandeweg uitgebouwd tot een klassevolle horecazaak, die in haar gloriejaren zelfs een notering kreeg in de Michelingids. Toen wijlen Koningin Fabiola in de jaren 1970 de streek bezocht, lunchte ze in het inmiddels vermaarde Pete’s Hotel. Wegens de hoge leeftijd van de uitbaters en het gebrek aan opvolging moest de zaak noodgedwongen de deuren sluiten in 2005. Het gebouw werd verkocht en er circuleerden al snel geruchten dat het zou gesloopt worden om plaats te ruimen voor nieuwbouw appartementen. Twaalf jaar later staat het gebouw er nog steeds, zij het in een wel zeer verloederde staat… De naam Pete’s Hotel is afgeleid van de vele werken van de bekende graffiti artiest Pete One.

 

 

Chateau des Muscles

De geschiedenis van dit grotendeels in neo-traditionele stijl opgetrokken kasteel gaat terug tot de 13de eeuw. Het domein, dat voornamelijk als buitenverblijf gebruikt werd, was achtereenvolgens eigendom van verschillende adellijke families, waaronder de familie de Ligne, die er tot laat in de 15de eeuw eigenaar van was. Halverwege de 19de eeuw kocht de religieuze orde der Bernardines het kasteel en vormde het om tot een klooster en pensionaat door er vleugels aan te laten bouwen die dienst moesten doen als klaslokalen en kloostervertrekken. De zusters zijn ook verantwoordelijk voor de aanbouw van de imposante neogotische kapel, die opgericht werd in 1901-1902. Na het vertrek van de kloosterzusters werd he complex in de jaren 1960 verkocht aan een commercieel bedrijf, dat er tot vandaag nog steeds eigenaar van is… Door de talrijke aanbouwen in de loop der tijd is het geheel uitgegroeid tot een gigantisch complex, dat vreemd genoeg – buiten enkele fraaie ruimten, zoals de gekende balzaal met kroonluchter – niet echt veel te bieden had.

 

 

Petite Echelle

Deze voormalige weverij, opgericht in 1882, werd in de loop van de geschiedenis meermaals overgenomen. Gedurende bijna 90 jaar zou het een mechanische weverij blijven. Door de opkomst van nieuwere technieken moest het bedrijf in 1970 de deuren sluiten. Van 1970 tot 1997 werd er een meubelzaak in uitgebaat. Sinds 1997 staan de bedrijfsgebouwen leeg. In urbexmiddens staat de locatie onder meerdere namen bekend. Pete’s Shop, Pete’s Factory, Usine Petite Echelle en Factory 2601. Omwille van de kenmerkende graffitikunstwerken van Pete One, wordt de naam Pete’s Factory het meest frequent gebruikt. Hoewel de bedrijfssite werd aangemerkt als bouwkundig erfgoed, kwam het nooit tot een werkelijke bescherming. Recentelijk werd dan ook beslist om de gebouwen te slopen en de terreinen bouwrijp te maken voor een nieuw woonproject. Op het ogenblik van ons bezoek waren de sloopwerken al aan de gang…

 

 

Chateau Urbanus

De vroegste vermelding van dit kasteeldomein dateert van halverwege de 16de eeuw, maar van dit oorspronkelijke kasteel en bijhorende kapel zijn geen resten bewaard gebleven. Het huidige kasteel met bijhorend domein zijn voor het eerst te zien op een plan uit het midden van de 18de eeuw. Vanaf het midden van de 18e eeuw kwam het landgoed in handen van een adellijke familie van baronnen, die als bouwheer van het huidige kasteel gezien wordt. Een andere familie van baronnen werd via huwelijk eigenaar van het domein en bleef het bewonen tot vlak na de eerste wereldoorlog. Na de WOI kocht een rijke landbouwer het kasteel met bijhorend domein op en verhuurde het als pachthof. Tijdens de Tweede Wereldoorlog deed het gebouw even dienst als tijdelijke verblijfplaats voor soldaten. Een aantal jaren na de oorlog kreeg het goed zijn huidige bestemming van recreatiedomein. Vandaag is het domein nog steeds eigendom van een telg van de landbouwersfamilie. Het kasteel zelf heeft een andere eigenaar en staat al enkele jaren leeg. Een aanzet om het kasteel te renoveren blijkt uit de inhoud van het gebouw. De nieuwe ramen liggen in het gebouw te wachten om geplaatst te worden, maar verzamelden ondertussen zelf ook a een flinke laag stof. Wellicht werden de renovatiewerken stilgelegd vanwege financiële problemen… Buiten de traphal en de spectaculaire zeshoekige inkomtoren met trompe-l’oeil muurschilderingen met zuilenrijen, viel er relatief weinig te fotograferen.

 

 

Viva Lancia

In de achtertuin van deze verlaten woning in een rustige woonwijk val je van de ene verbazing in de andere. De door struiken overwoekerde tuin staat propvol met de karkassen van prachtige oldtimer Lancia’s. Er zijn verschillende modellen te vinden, van de sportieve tweezitter tot de luxueuze sedan. Hoe ze hier terecht kwamen en waarom zal wel een raadsel blijven…

 

 

Lost in the Woods

Zo heel soms valt er over een locaties niets, maar dan ook echt helemaal niets boeiends te vertellen. Dit is zo’n locatie. Een stukje bos in the middle of nowhere, met daarin twee autowrakken, een Opel Kadet en een Lada 1200, omringd door een gigantische hoop troep, waaronder de overblijfselen van een stacaravan. Het goed was wellicht ooit een vakantieverblijf, maar werd duidelijk in zeven haasten achtergelaten…

 

 

Biofuel Farm

Ook al zijn de meeste auto’s in en om deze oude boerderij in een bedroevende staat, is dit niet echt een verlaten locatie. De eigendom behoort toe aan een garagehouder, die het huis en het erf gebruikt om auto’s en onderdelen te stallen. De twee kevers op het binnenplein zien er uit alsof ze met een minimum aan opknapwerk zo weer de baan op kunnen. Hetzelfde geldt voor de magnifieke Chevy Impala. De boometende truck in de achtertuin staat dan weer in schril contrast. Het ziet er niet naar uit dat die eerstdaags nog ergens naartoe zal gaan…

 

 

House of Escher

Om de opgedolven steenkolen te ontdoen van verontreiniging, zoals stukken steen, werd een systeem ontwikkeld om de steenkool te “wassen”. In een steenkoolwasserij werden de gedolven kolen in een installatie gebracht, waarin zich aan de onderzijde een rooster bevond, waarlangs water in pulserende bewegingen werd toegevoerd. Op de roosters lagen brokken veldspaat. Door de pulserende bewegingen (deinwasmachine) bewoog de steenkool over het bed van veldspaat, terwijl het zwaardere gesteente op en door het bed heen zakte en op de roosters terechtkwam.

Deze steenkoolwasserij werd gebouwd in het midden van de jaren ’50 en zou bijna 20 jaar in dienst blijven voor de omliggende steenkoolmijnen. Het inmiddels als monument geklasseerde gebouw kreeg aan de buitenzijde een opknapbeurt, omdat er plannen bestonden om er een publiek gebouw van te maken. Na een investering van 13 miljoen euro, vielen de werken echter stil, omdat er geen ruimte meer was in de begroting. Er bestaat nu de intentie om de binnenkant van het gebouw te declasseren, zodat het op de private markt kan verkocht worden…

Als je in dit gebouw binnenkomt, zie je vrijwel meteen waarom het de naam ‘House of Escher’ meekreeg. Het gebouw bevat een wirwar aan betonnen trapjes die overal en nergens naartoe lijken te lopen. De associatie met de wereldberoemde litho van graficus M. C. Escher “Klimmen en Dalen” (1960) is snel gemaakt.

 “Klimmen en Dalen” door Maurits Cornelius Escher (1960)

“Klimmen en Dalen” is gebaseerd op de “Penrose-trap”, een optische illusie en een onmogelijk voorwerp bedacht door de Britse wis- en natuurkundige Roger Penrose in 1958.

 “Impossible Staircase” door Roger Penrose (1958)

Op de trap lijk je een rondje omhoog (of omlaag) te kunnen lopen en dan kom je weer op dezelfde traptrede terecht. In drie dimensies is het dus een onmogelijke figuur, die is ontstaan door in de tweedimensionale tekening te spelen met het perspectief.

 


 

Equinox

Deze ruimtetuig-achtige constructie is in feite een ‘gashouder’. Een gashouder (ook wel eens ‘gazometer’ genoemd) is een grote voorraadtank waarin natuurlijk gas of stadsgas onder bijna atmosferische druk en onder omgevingstemperatuur wordt opgeslagen. In de eerste helft van de twintigste eeuw was zo’n gashouder een gangbaar bouwwerk. Gashouders waren doorgaans cilindervormig en waren gemaakt van ijzer. Het volume van de tank past kan aangepast worden aan de hoeveelheid opgeslagen gas in de tank. Na de introductie van aardgas raakte het gebruik van de gashouders in onbruik en werden ze meestal enkel nog gebruikt om de druk van het gas in leidingen te balanceren. De druk wordt geregeld en bewaard door een container die telescopisch op en neer kan bewegen. Binnenin de tank wordt het gas ‘verzegeld’ door een systeem van communicerende vaten, rustend in een watertank, waarin het water zorgt voor een ‘zegel’, zodat het aanwezige gas niet kan ontsnappen.

 

 

Cooling Tower

Deze koeltoren maakte deel uit van een verlaten elektriciteitscentrale in het zuiden van België. Het binnenkomende hete water van de centrale werd gekoeld door de wind die langs de onderzijde van de toren werd aangevoerd. De opgewarmde lucht ontsnapt als stoom langs de bovenzijde van de toren. In deze toren kon tot 1,8 miljoen liter water per minuut koelen.

 

 

Paviljoen Dymphna

De geschiedenis van deze psychiatrische inrichting gaat terug tot 1845, toen de eerste psychiatrische patiënten hier werden ondergebracht door de zusters Maricolen. Oorspronkelijk ging het om mannelijke patiënten, maar vanaf 1848 werden enkel nog vrouwelijke patiënten opgenomen. Dat zou zo blijven tot het einde van de jaren 1980. Het krankzinnigengesticht telde in 1893 ‘slechts’ 114 patiënten, maar tegen in 1945/1946 was dat aantal maar liefst opgelopen tot 676 patiënten. Door de toenemende aangroei van patiënten was men genoodzaakt om een paviljoen bij te bouwen. De eerste steen werd gelegd in 1936 en de eerste patiënten en de zusters Maricolen die instonden voor hun verzorging, namen hun intrek in dit gebouw in 1938. Het paviljoen kreeg bij de wijding de naam van de Heilige D. In dit gebouw had men centrale verwarming geplaatst en beschikte men over warm en koud water.

In kringen van urban explorers stond de locatie jarenlang bekend als ‘Psy Monastery’, vanwege het in 2013 gesloopte Maricolenklooster op het domein. Het grote ‘Paviljoen D.’, dat het voorwerp uitmaakt van deze reeks, staat al sinds 2006 leeg. Eind 2017 zal het gebouw gesloopt worden om plaats te maken voor een moderne nieuwbouw waar onder andere opnames en crisisinterventies kunnen gebeuren. Het gebouw is vrijwel geheel leeg en heeft enkele mooie grote ruimten waar het verval duidelijk is. Het meest markante aan  het gebouw zijn de beide spectaculaire traphallen.

 

 

Chateau Arcade

Het centrale en oudste gedeelte van Chateau Arcade werd gebouwd tussen 1820 en 1825 door een edelman die zijn hele volwassen leven op hoog niveau politiek actief was. In 1815 huwde hij een dochter van de familie die het landgoed, waarin het kasteel zich situeert, bezat. Het landgoed was al sinds 1440 in handen van de heer van de voormalige heerlijkheid, maar van de vroegere pracht en praal bleef niets meer over dan een motte met een woning en een schuur. Het oorspronkelijke kasteel met 5 traveeën en een middenrisaliet werd opgetrokken in neoclassicistische stijl. Binnenin vindt men nog mooie schouwen en mooi stukwerk aan de zolderingen. In 1850 werd wat nog overbleef van de hoeve afgebroken en werden de twee zijvleugels aangebouwd aan het centrale gedeelte. De zijvleugels in hoefijzervorm eindigen telkens op een vierkantig paviljoen.

Achter het kasteel ligt een Engelse tuin met twee vijvers. Langs de rand van het park staat ook nog een ijskelder met koepelgewelf, de vroegere “koelkast” van het kasteel, waarin momenteel een vleermuizenkolonie huist. Sinds 1965 tot voor kort deed het kasteel dienst als rust- en verzorgingstehuis.

 

 

Chateau des Plantes

Over de vroege geschiedenis van deze villa valt weinig te achterhalen. Typische villa in art deco stijl in de chiquere buitenwijk van een grote stad. Maar wat er zich achter de gordijnen van deze villa afspeelde is heel wat minder typisch. Het pand kwam in het nieuws toen er brand uitbrak. Op zich niet zo merkwaardig, ware het niet dat de brand ontstond in de clandestiene wietplantage op de zolder. Net meteen wat je verwacht in zo’n chique buitenwijk… De brand en de bluswerken veroorzaakten aanzienlijke schade aan het gebouw, maar toch bleven vele details mooi bewaard… De villa is ondertussen volop in renovatie.

 

 

Boucherie

Dit kleine, plaatselijke slagerswinkeltje is wellicht – zoals zovele anderen – slachtoffer geworden van de grote spelers in de distributieketen, die met hun grootwarenhuizen en competitieve prijzen de klanten weglokten van de kleinhandelaars. Dat die lagere prijs in vele gevallen onlosmakelijk verbonden is aan een lagere kwaliteit, is bij velen nog steeds niet doorgedrongen. Dit slagerijtje, dat zo weggeplukt lijkt uit de seventies, weerspiegelt nog al de charme van weleer.

 

 

Marinier

De Ouragan (orkaan) was een van twee militaire schepen in de Ouragan-klasse van de Franse marine van het type ‘Transport de chalands de débarquement’ (TCD) (Landingsvaartuig transport). Beide schepen waren 149 meter lang, 21,5 meter breed en had een diepgang van 5,4 meter. Elk schip had een personeelsbezetting van 205 man, en kon tot 470 mankrachten te vervoeren. De schepen waren uitgerust met twee dieselmotoren, die samen een vermogen van 8.600 tot 9.400 PK genereerden. De schepen konden een snelheid van 17 knopen (28 km/u) behalen.

 

De klasse werd ontworpen om het snel laden en lossen van landingstoestellen mogelijk te maken. Een landingsoperatie kon in beperkte mate ook vanop het schip gecoördineerd worden. De landing werd echter meestal verwezenlijkt door het lossen van een landingsvaartuig, dat in een intern vlot vervoerd werd, een ‘radier’ genaamd. De TCD kon simultaan vier zware helicopters transporteren, van brandstof voorzien en coördineren en tegelijkertijd toezien op een beperkte landingsoperatie en de hospitalisatie en verzorging van eventuele gewonden.

  

Karakteristiek voor dit type vaartuig was het interne vlot, de ‘radier’, een verzonken dek, dat tot 3 meter onder water kon gezet worden en met een achterdeur die rechtstreeks in contact stond met het water. De beweging van water binnenin het schip werd gecontroleerd door sluizen, kleppen en automatische pompen. Dit verzonken dek bood ruimte aan twee landingsvaartuigen, die elk dan weer 11 lichte tanks vervoerden.

  

De Ouragan werd voor het eerst te water gelaten in 1963 en voor het eerst ingezet in een militaire operatie in 1965. In januari 2007 werd hij op rust gesteld, na onder meer in 1991 deel te hebben genomen aan de Golfoorlog. (foto’s in de tekst uit het publiek domein)

 

 

Patrol Boats

Deze twee Patrol Boats, die al decennia lang liggen te verkommeren in een verlaten havendok, werden gebaseerd op een oorspronkelijk ontwerp voor een torpedojager die gebouwd werd voor de Deense marine door de Britse botenbouwer Vosper & Company uit Portchester. Ze werden gebouwd omstreeks 1954 en maken deel uit van de “Søløven Klasse”, de ietwat kleinere en goedkopere klasse die ontworpen werd voor export. De grotendeels uit hout gebouwde schepen werden aangedreven door 3 Bristol Porteus turbinemotoren, die een maximum vermogen van 10.500 PK konden genereren. Ze haalden een snelheid van 49 knopen (ongeveer 90 km/u). De Patrol Boat heeft een lengte van 96 Ft (ongeveer 30 meter) en weegt 41 ton.

 

 

Cliffhanger Church

Cliffhanger Church werd tussen 1911 en 1939 gebouwd. De plannen voor deze kerk in laat neogotische stijl zijn van de hand van Pierre Langerock. Tussen 1911 en 1924 werd de eerste fase afgewerkt. Deze omvatte het schip van de kerk en de basis van de toren. Vanaf 1925 begon de tweede fase, die het transept, het koor en de torenspits omvatte. In 1939 geraakt de kerk eindelijk helemaal af en omvat dan een toren van 85 meter, een dwarsschip van 39 meter en een koorruimte, wat de totale lengte van het kerkschip op 71 meter brengt. De gebruikte materialen zijn Belgisch, meer bepaald stenen van de Gileppe en bakstenen uit Zandvoorde. Dichtbij de ingang met de doopvonten vindt men een opmerkelijk wijwatervat . In de kerk zijn een uit steen gehouwen kruisgang en enkele interessante schilderijen te zien. Sinds 2008 wordt de toegang tot de hoofdvleugel verboden door een besluit van de burgemeester. Op elk moment kunnen er immers stenen naar beneden vallen. Momenteel wordt alleen de crypte nog gebruikt voor de eredienst. De renovatie zou 4,8 miljoen euro kosten. Er werd daarom beslist om de kerk te ontwijden en particulier te verkopen. Een projectontwikkelaar kocht de kerk en maakt momenteel plannen om ze om te bouwen tot appartementen op de verdiepingen en ruimten met handelsfunctie of sociaal nut op het gelijkvloers. De werken zouden ten vroegste vanaf 2018 van start gaan…

 

 

Sepulture Eternelle

Deze begraafplaats is bekend door de vele graven uit de negentiende eeuw. Net als andere begraafplaatsen in de regio werd de begraafplaats aangelegd bij een cholera-epidemie in de tweede helfte van de 19de eeuw en zou gedurende bijna honderd jaar in gebruik blijven. Gelegen op de noordelijke flank van een vallei in een bosrijke omgeving en in combinatie met het weinige onderhoud kon de natuur hier vrij haar gang gaan, wat leidde tot een rijke fauna en flora, gecombineerd met belangrijk funerair erfgoed. Het kerkhof biedt immers een vrij volledig overzicht van alle grote tendensen in de grafkunst in deze streken vanaf het einde van de 19de eeuw tot aan de Tweede Wereldoorlog. Omdat het de laatste rustplaats is van tal van beroemdheden, wordt er wel eens een vergelijking gemaakt met Père Lachaise in Parijs.

 

 

Chapel des Mineurs

Deze kapel werd opgericht tussen 1936 en 1937 in de toen populaire art deco-stijl. De aandacht wordt meteen getrokken door het imposante glas-in-lood-raam boven de inkompartij, waar de architect gespeeld heeft met de principes van de Reuleaux driehoek (een driehoek met enigszins gebolde zijden). Dit thema wordt doorgetrokken doorheen de volledige kapel, zowel binnen als buiten. De hele kapel is vrijwel perfect symmetrisch.

Het gebouwtje is vooralsnog goed bewaard gebleven en heeft weten te ontkomen aan dieven en vandalen. Jammer genoeg ontsnapte het niet aan de twijfelachtige decoratiesmaak van de brave gelovigen die het kapelletje frequenteerden en die het prachtige bouwwerkje volstouwden met allerlei kitscherige snuisterijtjes om hun devotie te onderstrepen. Niettemin een bezoekje meer dan waard!

 

 

Gravestone Church

Deze kerk werd gebouwd in 1785, op de plaats waar voordien een 13de eeuwse kapel stond. De kerk werd ingebed in het stedelijk weefsel, zoals dat in de middeleeuwen gebruikelijk was. Begin jaren ’80 raakte de kerk in onbruik en werd ze ontwijd. Omwille van het beeldbepalende karakter ervan, werd de kerktoren op aandringen van de plaatselijke bevolking in 1992 geklasseerd als monument. Al jarenlang bestaat er bij het stadsbestuur de hoop om de kerk om te bouwen tot een cultureel centrum. De jarenlange onderhandelingen voor de financiering van het project resulteerden begin 2017 in een definitieve afkeuring vanwege de hogere overheid. Intussen raakte de kerk steeds meer in verval. In die mate zelfs dat omwille van een risico op instorting de torenklok in 2003 werd weggehaald. Nu de hogere overheid het door de stad voorgestelde project de rug toekeerde, lijkt het lot van Gravestone Church bezegeld…

 

 

Shutter Island

De eerste urbextrip van 2017 was een solotripje naar dit Shutter Island, ook wel bekend als Lost Asylum. In het begin van de jaren ’20 van de vorige eeuw was er in deze regio een tekort aan voorzieningen voor mannelijke psychiatrische patiënten. In samenspraak met de nabijgelegen universiteit gingen de Broeders van Liefde actief op zoek naar een terrein voor de oprichting van een nieuw psychiatrisch centrum. In 1928 kocht de orde een gunstig gelegen hoeve met bijhorende landerijen op en slechts luttele maanden later werden de bouwwerken aangevangen. De instelling voor ruim 800 psychiatrische opende officieel in 1932. Het complex, een symmetrisch geheel van gebouwen en paviljoenen met bijhorende gronden heeft momenteel een totale oppervlakte van ruim 64 hectare. Over de rol en de functie van het verlaten paviljoen in het geheel van de instelling valt weinig te achterhalen. Uit wat zich nog in het gebouw bevindt lijkt het aannemelijk dat het gebouw voornamelijk dienst deed als ontspanningsruimte.

Na mijn bezoek kwam ik er achter dat er nog een tweede, identiek gebouw is op dezelfde site. Enkele weken later, in het langsrijden, heb ik ook dit tweede gebouw even een bezoekje gebracht. Jammer genoeg al wat laat op de dag, tegen valavond. De laatste 3 foto’s zijn van dat bezoek aan het tweelinggebouw…

 

 

Haut Fourneau B

Haut Fourneau B (HFB), ook wel “Heavy Metal O” genoemd, is één van de oudste sites van de Waalse staalindustrie. De geschiedenis van het bedrijf gaat terug tot 1809, toen de oorspronkelijke fabriek werd opgericht. Deze werd in 1834 uitgebouwd tot een geïntegreerde ijzer- en staalproducent. Door verschillende fusies met cokesfabrieken en steenkoolbekkens, groeide het bedrijf uit tot een belangrijke speler op de wereldmarkt. Sinds de jaren 1950 volgden er meer fusies, maar na 1967 werd er niet veel meer geïnvesteerd en vanaf 1979 sloot het ene onderdeel na het andere. In 2014 kwam een einde aan de geïntegreerde staalbedrijven in het Luikse bekken door het sluiten van de cokesfabriek te Seraing, nadat in 1980 reeds de laatste steenkoolmijn en in 2011 de laatste hoogoven gesloten was.

 

 

Villa Klodderkes

Dit gebouw was oorspronkelijk eigendom van een nabijgelegen textielbedrijf. Het werd gebruikt als administratieve zetel van het bedrijf. De naam “Villa Klodderkes” is een beetje een misleidende naam. In de eerste plaats omdat het niet om een villa gaat, maar om een herenhuis. “Klodderkes” zou dan weer afgeleid zijn van het “klodden”, een term uit de vlasroterij, waarbij het klodden een stap was in het proces om de vlasvezels af te scheiden van de grondstof. Later zou het gebouw nog een tijd lang dienst doen als dokterspraktijk en –woning. De laatste functie ervan, samen met het aanpalende gebouw, was die van politiekantoor. Het onthaal en de cellen van het politiekantoor zijn nog steeds aanwezig. Sinds het gebouw in onbruik raakte, was het verschillende keren de set voor films en televisieseries. Het herenhuis is vooral gekend omwille van de majestueuze inkomhal met marmeren trappen en de glas-in-lood-ramen. Het gebouw is nog steeds eigendom van het gemeentebestuur, maar zal eerstdaags te koop aangeboden worden op de private markt. De kans is reëel dat het in dat geval gesloopt wordt om plaats te ruimen voor appartementen.

 

 

Val-Saint-Lambert

Deze fabriek werd opgericht in 1826 op de terreinen van een voormalige cisterciënzerabdij, waarvan de vroegste geschiedenis teruggaat tot 1202. Aan het einde van de 18de eeuw werd de abdij ontwijd om 30 jaar laten plaats te maken voor de kristalfabriek. De kapittelzaal en het scriptorium zijn gerenoveerd en worden vandaag nog gebruikt door de kristalfabriek. Door de deelname aan de wereldtentoonstelling in Antwerpen in 1894 met “Vaas van de Negen Provincies” werd de naam Val-Saint-Lambert voorgoed op de wereldkaart gezet. De overgrote meerderheid van de productie werd geëxporteerd naar rijke klanten over de hele wereld. Val-Saint-Lambert mocht bijvoorbeeld het Russische hof tot haar cliënteel rekenen.

Bij het honderdjarig bestaan van de fabriek in 1926 waren er ruim 5000 mensen aan het werk!

Bij mijn bezoek aan het reeds jaren leegstaande gedeelte van de fabriek waren de saneringswerken al van start gegaan en was een niet onaanzienlijk deel van de gebouwen al gesloopt. Enkel een klein opslaggebouw stond nog recht, aangetast door de tand des tijds. Het verval was er heerlijk en leverde al bij al toch wel een mooie, zij het korte explore op.

 

 

Pirate’s Charm

Deze steenbakkerij, filiaal van een bedrijf dat begin jaren 1870 werd opgericht, werd omstreeks de eeuwwisseling verkocht aan de groep W., die het bedrijf nog gedurende een tiental jaren zou uitbaten. In 2011 hield men het voor bekeken en werd de fabriek gesloten. De eigenaar van de gronden, de ‘steen’rijke E.S. ruilde het gure Belgische klimaat in voor het Zuid-Franse, waar hij een chateau met wijngaard kocht.

De gemeente koestert inmiddels plannen om de gronden te herbestemmen van industriegebied naar woonzone en er een woonproject met 120 wooneenheden te realiseren.

 

 

Villa Heil

Over de geschiedenis van deze villa valt er jammer genoeg weinig of niets te achterhalen. Het is een typische herenvilla uit de jaren 1950, die ooit de familiezetel en maatschappelijke zetel was van een gegoede notaris. De volledig verloederde villa herbergde tot op het laatste moment nog tal van persoonlijke spullen van het gezin en in de kelders was zelfs nog een groot deel van het archief van de notaris te vinden, zij het dan compleet doordrongen van vocht en schimmel. De villa is echter vooral bekend omwille van de traphal met de schitterende glas-in-lood partij. In april 2017 werd het gebouw gesloopt omdat het plaats moest maken voor een supermarkt…

 

 

Expeditie Antarctica

Bijna 120 jaar geleden trok Adrien de Gerlache met de Belgica naar Antarctica. Sindsdien oefende de zuidpool een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit op België. Belgische wetenschappers bleven er tot eind jaren zestig actief. Na de sluiting (1961) van de in 1957 opgerichte Koning Boudewijnbasis, blijft de wetenschappelijke interesse voor de Zuidpool groot. In 1963 wordt het Comité voor het Beheer van de Belgisch-Nederlandse Antarctica-expedities opgericht onder het voorzitterschap van Gaston de Gerlache. Op 21 januari 1964 komt de eerste Belgisch-Nederlandse expeditie, onder leiding van Luc Cabes, aan op de Koning Boudewijnbasis. Meteen wordt werk gemaakt van de bouw van een nieuwe basis. Ook de wetenschappelijke observaties, die drie jaar hebben stilgelegen, worden voortgezet. Men onderzoekt onder meer het weer, de ionosfeer, atmosferische elektriciteit, fauna en flora.

Tot 1967 is de nieuwe Koning Boudewijnbasis de draaischijf van het Belgische Antarctische programma. De tweede Belgisch-Nederlandse expeditie (waar gebruik werd gemaakt van deze snowcats) wordt geleid door Winoc Bogaerts. Tony Van Autenboer heeft het bevel over de laatste expeditie. In 1967 sluit de Koning Boudewijnbasis definitief haar deuren.

 

 

Bavaria Cars

Midlife crisis much? Toen de eigenaar van deze collectie 50 jaar werd, verwende hij zichzelf met 50 klassieke auto’s uit de jaren 1950. Die auto’s zette hij vervolgens in het bos rond zijn woning, om ze daar te laten vervallen. “Ik heb nu eenmaal een morbide belangstelling”, zegt hij opgewekt. Onder de auto’s bevinden zich een Plymouth Savoy (1954), een Buick Special Dynaflow, een Citroën Traction Avant, een BMW 340, een Borgward Hansa 1500, een Mercedes Benz 170S (allen uit 1950), maar ook een Rolls-Royce Silver Wraith en een Jaguar XK120. Met die laatste won hij als rallypiloot zelfs een eerste prijs in de jaren 1980… Al de wagens werden omstreeks 2000 in korte tijd aangekocht. Sommigen waren al helemaal gerestaureerd, zoals de Buick. Om het verval te bespoedigen, gebruikte hij onder meer yoghurt om de wagens in te smeren, waarbij de fermenten sneller de lak en het metaal aantastten… Liefhebbers van classic cars huiveren bij het zien van deze verwaarloosde collectie; urban explorers fleuren er helemaal van op.