Industrie

Terre Rouge

Terre Rouge, genoemd naar de rode kleur van de ijzerhoudende grond, was een van de grote spelers in de ijzerertsindustrie in Luxemburg en zelfs in Europa. De geschiedenis van de site neemt een aanvang omstreeks 1870 met de bouw van de “Usine Brasseur”, waar de twee eerste hoogovens gebouwd werden onder auspiciën van de “Société Anonyme des Hauts-fourneaux Luxembourgeois”. Op de site werd door 10 verschillende mijnbedrijven ijzererts ontgonnen, eerst bovengronds, later uit ondergrondse galerijen. In 1937 werd het bedrijf opgeslokt door ARBED (Aciéries Réunies de Burbach-Eich-Dudelange). Nog later werd het bedrijf overgenomen door de groep ArcelorMittal. In de jaren 1950 ontdekte men dat de gassen, die vrijkwamen bij het smelten van ijzer tijdens de staalproductie, konden worden gebruikt om elektriciteit te produceren. De Centrale Thermique werd daarom in 1951 gebouwd om deze revolutionaire techniek te exploiteren. In de jaren 1970 zag Luxemburg de staalindustrie krimpen en de hoogovens in de hele regio begonnen te sluiten. Een dag nadat de laatste hoogoven in 1977 werd stilgelegd, werd ook de hele fabriek gesloten. De hoogovens werden inmiddels afgebroken. Tegenwoordig zijn alleen de ijzerertssilo’s en het lege gebouw van de krachtcentrale er nog, verlaten en ernstig in verval.

 

 

Powerplant IM

In urbexmiddens worden Powerplant IM en Cooling Tower IM vaak als twee afzonderlijke locaties beschouwd. Oorspronkelijk vormden ze uiteraard één geheel. De voormalige elektriciteitscentrale van Monceau-sur-Sambre werd gebouwd in 1921. De machinegebouwen werden langs de linkeroever van de Samber gebouwd en de koeltoren, inmiddels ook bekend als filmlocatie van ‘De Premier’ langs de rechteroever. De elektriciteitscentrale draaide initieel op gepulveriseerde steenkool. Naarmate de vraag naar energie steeg en het vermogen stelselmatig werd opgedreven, werd ze vanaf de jaren 1970 ook aangedreven door aardgas. Eind jaren ’70 was deze centrale de voornaamste leverancier van elektriciteit in de regio Charleroi. De centrale, die inmiddels een vermogen van 92 MegaWatt had bereikt, bleek evenwel ook een belangrijke vervuiler te zijn, verantwoordelijk voor maar liefst een tiende van de uitstoot van koolstofdioxide in België. Het nieuws werd gevolgd door hevige protesten van Greenpeace, waarop de centrale in 2007 werd stilgelegd. Sinds enkele jaren wordt de centrale stelselmatig ontmanteld. De gebouwen bleven inmiddels niet gespaard van dieven en vandalen. Vandaag biedt het geheel nog slechts een trieste aanblik en herinnert het nog vaag aan de eens machtige energieproducent…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Heavy Metal (revisit)

Mijn eerste bezoek aan deze staalgigant dateert alweer van meer dan twee jaar geleden. Ik was zodanig onder de indruk van deze enorme fabriek, dat ik er letterlijk met open mond rondliep… De voorbije twee jaar hebben koperdieven hier vreselijk veel schade aangericht door de bedrading te ontmantelen om het koper er uit te halen. Ze hebben inmiddels wel tonnen koper en andere metalen gestolen… Ze waren trouwens nog steeds bezig toen we er deze keer waren! Gelukkig hebben ze ons niet te veel lastig gevallen. Ze waren zelfs galant genoeg om uit onze schots te blijven. 🙂 Ondanks alle schade is deze verlaten staalfabriek nog steeds met stip de meest indrukwekkende industriële site die ik tot nu toe heb gezien. Als je net zoveel van roest en stof houdt als ik, zal je dit geweldig vinden!

 

 

Charbonnage FT

Naar Belgische normen was deze Charbonnage FT een eerder bescheiden steenkoolmijn, die ook vrij kort werd uitgebaat. In deze regio werd al steenkool gedolven vanaf 1755 Het Frans-Belgische bedrijf dat de mijn exploiteerde werd opgericht in 1865. Het delven in deze mijn gebeurde in ontelbare gaanderijen, die op relatief lage diepten gegraven werden. Er werd steenkool naar boven gehaald van 1875 tot 1935. In 1920 stierven twaalf mijnwerkers ten gevolge van een gasexplosie onderaan de mijn. Vanaf dit moment begint de activiteit van de mijn ook af te nemen, tot in 1929 slecht een enkele zetel nog steeds steenkool naar boven haalt. Uiteindelijk sluit de mijn definitief in 1935. Aan het begin van de 21ste eeuw werden de schachtbokken gesloopt en bleven alleen de oude gebouwen bestaan. Vandaag, na bijna 85 jaar leegstand, verkeren ze in bijzonder slechte staat. De gewestelijke overheid onderneemt heeft de voorbije jaren de nodige stappen ondernomen om de site, die te kampen heeft met zware verontreiging, te saneren. De werken zullen eerstdaags beginnen…

 

 

Brains Tower

Door de toenemende vraag naar cokes in de staalindustrie en de daaruit voortvloeiende stijgende prijzen, ging men op zoek naar een meer kostenefficiënte techniek. Deze werd gevonden door het injecteren van verpulverde steenkool (Pulverized Coal Injection) als vervanger voor de tot dan gebruikte zware olie in het smeltproces. Verpulverde kolen worden in de primaire luchttoevoer gemengd en in de hoogoven geblazen. Het meest opmerkelijke aspect van deze methode is dat het mogelijk is om goedkopere kolen te gebruiken in het systeem en dure cokes te vervangen, waardoor de kosten aanzienlijk worden verlaagd. Het procédé werd ontwikkeld in de 19e eeuw, maar werd pas in de jaren zeventig industrieel geïmplementeerd. In deze hoogoven werd de methode pas ingevoerd halverwege de jaren 1990. In deze fabriek werd tot de sluiting van de nabijgelegen hoogoven in 2008 poederkool geproduceerd.

 

 

ROA’s Factory

Deze fabrieksruïne is al wat nog rest van de groots opgevatte katoenspinnerij en –weverij die er in de tweede helft van de 19de eeuw werd opgericht. De textielfabriek bleef actief tot aan het faillissement ervan in de jaren 1960. Nadien vestigde zich een kopergieterij op de terreinen en in de gebouwen. De kopergieterij evolueerde naar een metaalverwerkend bedrijf, dat vooral actief werd in het aanleveren van onderdelen voor de auto-industrie. Door de toenemende vraag, barstte het bedrijf al snel uit zijn voegen. In 1997 verhuisde men naar een nieuwe en grotere site en kwamen deze gebouwen definitief leeg te staan. Binnen in de fabriek komen we enkele fraaie staaltjes graffiti-kunst tegen van kunstenaar ROA, die we eerder ook al tegenkwamen in Skeleton Factory. De stad, die nu eigenaar is van de terreinen en gebouwen, plant hier een nieuw woonproject, waarbij zal gepoogd worden de kunstwerkjes van ROA in het geheel te integreren…

 

 

Zeche M

De oorkonde voor de uitbating van deze steenkoolmijn in het Duitse Ruhrgebied, werd uitgereikt in het begin van de jaren 1860, maar het zou nog 40 jaar duren vooraleer er in dit meest oostelijke deel van het bijna 100 km² grote ontginningsgebied voor het eerst testboringen zouden worden uitgevoerd. Vanaf 1912 begon de feitelijk ontginning van Zeche M, waar antraciet gedolven werd. Er werd gedolven op dieptes die varieerden tussen 350 en 850 meter. Tijdens de topjaren werd er jaarlijks 2,5 miljoen ton antraciet gewonnen door ruim 8000 werknemers. Precies 100 jaar na de start van de ontginning werd de mijn stilgelegd. Een groot deel van de gebouwen werd inmiddels gesloopt. Het is niet geheel duidelijk of op termijn alles gesloopt zal worden, of dat dit gebouw met de monumentale inkomhal en de zalen met de typische mandjes behouden blijft… Tijdens ons bezoek werd het gebouw alleszins nog steeds verwarmd.

 

 

Trainworks

Deze site, die deel uitmaakt van de staalindustrie die in deze stad actief was, bestaat voor het grootste deel uit twee gigantische ateliers, waar men instond voor het onderhoud van de treinwagons die ingezet werden in de staalproductie. De ateliers zijn voor het grootste deel leeggehaald (wat al niet was weggehaald door koperdieven). Nog slechts enkele her en der achtergelaten machines. Het administratieve gebouw echter, dat ook een niet onaanzienlijk deel van de site inneemt, is om duimen en vingers af te likken! Heerlijke decay in de inderhaast achtergelaten kantoren en archieven. Stof, schimmel, afbladderende verf,… Een uitgebreide site, dus ook een uitgebreide reeks foto’s. Enjoy!

 

 

Factory H

Factory H is het tweede van drie gebouwen van een bedrijf dat halverwege de 19de eeuw werd opgericht voor de opslag, overslag en verhandeling van uit Amerika en Rusland geïmporteerde granen. De opmerkelijke gebouwen werden in binnen- en buitenland geroemd omwille van de revolutionaire technieken die gebruikt werden voor de behandeling van granen. Dit specifieke gebouw werd opgericht tijdens het interbellum, naast het oorspronkelijke gebouw uit 1895. Het gebouw bevat meerdere silo’s en kan meer dan 27.000 ton graan bevatten.

 

 

Krachtstroom

Deze voormalige energiecentrale, gelinkt aan de nabijgelegen staalindustrie, werd bij de teloorgang van die staalindustrie obsoleet. Hoe lang het gebouw precies leeg staat, is niet duidelijk. Het werd inmiddels zo goed als volledig leeggehaald. Bij een eerste bezoek eind 2016 was wat er nog overbleef nog redelijk intact. De enige ingang was toen via een klein raampje op 4 meter boven de begane grond en dat was duidelijk een brug te ver voor vandalen en ander uitschot. Ondertussen zijn er meerdere en aanzienlijk makkelijkere ingangen “gecreëerd”, hetgeen zich dan ook meteen laat zien aan het toenemende vandalisme. Jammer… Maar voorlopig toch zeker nog het bekijken waard en het meest recente bezoek leverde dan ook nog enkele leuke plaatjes op.

 

 

Haberdashery

Dit textielbedrijf hield zich voornamelijk bezig met het weven van stoffen om meubelen te bekleden. Over het ontstaan van deze weverij valt zo goed al niets te achterhalen. Uit volks- en nijverheidstellingen blijkt alleszins dat het dorp tot het einde van de 19de eeuw nog voornamelijk op landbouw gericht was, maar dat men stilaan een aanzet tot textielverwerking ziet ontstaan, voornamelijk onder de vorm van “huisnijverheid”. Het duurt nog tot na de Eerste Wereldoorlog voor men echt kan spreken van een georganiseerde textielindustrie. Afgaande op de bouwstijl lijkt het aannemelijk dat dit bedrijf pas na de Tweede Wereldoorlog werd opgericht, toen de textielindustrie een hoge vlucht nam. Wat alleszins zeker is, is dat het bedrijf een tiental jaar geleden in slechte papieren kwam. Er werd naarstig naar een overnemer gezocht, maar toen die niet gevonden werd, legde het bedrijf de boeken neer, waardoor de laatste 15 werknemers op straat kwamen te staan.

 

 

Eric’s Engine Room

De eigenaars en uitbaters van dit bedrijfje waren oorspronkelijk actief in de vlasverwerkingssector. Toen de vraag naar vlas na de Tweede Wereldoorlog stagneerde, moest men uitkijken naar nieuwe activiteiten. Eind jaren 1950 werd dit bedrijf als zusterbedrijf opgericht. Het nieuwe bedrijf legde zich toe op het vervaardigen van mazouttanks, silo’s en tandwielen. Later werden de activiteiten van beide bedrijven nog verder uitgebreid en moest men uitwijken naar een grotere locatie. Die werd gevonden op een nabijgelegen industrieterrein. Na de verhuis naar het nieuwe industriële complex begin jaren 1990 kwam deze locatie leeg te staan. De locatie onderging een prachtig natuurlijk verval en bleef tot vandaag gespaard van dieven en vandalen…

 

 

Orange Factory

In deze fabriek werden de afvalstoffen van een nabijgelegen hoogoven verwerkt, meer specifiek werd er synthetisch grafiet geproduceerd uit het afval van de cokes die in de hoogoven gebruikt werden. Vanwege de relatieve zachtheid van het materiaal en de (zelf)smerende eigenschappen, wordt het in de elektrotechniek gebruikt in sleepcontacten, onder meer in elektromotoren (als koolborstels), in stroomafnemers en in potentiometers. Een andere toepassing is het gebruik als elektrodemateriaal in elektrochemische cellen, bijvoorbeeld bij de isolatie van aluminium uit bauxiet, of in elektrolyse van waterige oplossingen. Hoewel de milieuvergunning voor deze uitbating nog loopt tot 2025 werden de activiteiten al een hele tijd geleden stilgelegd. Door de malaise in de staalindustrie, waarbij de ene na de andere hoogoven werd stilgelegd, raakten immers ook alle geassocieerde bedrijven in de problemen…

 

 

Quarry Power

Deze kleine krachtcentrale maakt deel uit van een bedrijf dat zich op verschillende plaatsen in België bezighoudt met de ontginning van porfier, een stollingsgesteente ontstaan uit de afkoeling van magma. Door eerder zeldzame magmatische fenomenen en tectonische bewegingen in de aardlagen ontstond in deze regio een bijzonder harde rotslaag, dat een gesteente oplevert met een grote weerstand tegen slijtage, dat bovendien nog quasi-chemisch onaantastbaar is.

Het bedrijf zelf startte zijn activiteiten echter al in de tweede helft van de 19de eeuw en richtte zijn ontginning aanvankelijk op de productie van kasseien en straatstenen en bleef dit ook doen tot aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Toen de vraag naar deze producten kleiner werd, moest men op zoek gaan naar andere toepassingen. Van de 12 steengroeven bleven er uiteindelijk slechts 4 over. In deze groeve wordt jaarlijks zo’n 300.000 ton gesteente ontgonnen.

Deze krachtcentrale werd opgericht bij het begin van de 20ste eeuw. Het valt niet te achterhalen wanneer de activiteiten ervan werden stopgezet. Het mooie, natuurlijke verval suggereert alleszins dat het gebouw en de turbines al sedert enkele jaren in onbruik zijn geraakt…

 


 

Brouwerij Eylenbosch

De eind 19de-eeuwse geuze- en lambiekbrouwerij Eylenbosch kwam tussen 1851 en 1894 fasegewijs tot stand. De pas opgerichte gebouwen bevonden zich rondom een gesloten binnenkoer, met centraal langs de steenweg de oude brouwerswoning. Rond 1930 werd de stoombrouwerij ten zuiden van de site gedeeltelijk heropgebouwd, evenals de oude woning. Waarschijnlijk werd toen de nieuwe brouwtoren gebouwd. Er is niet meer informatie bekend over de oprichting van de brouwerijgebouwen en hun inrichting. De brouwerij werd in 1989 overgenomen door Brouwerijen de Keersmaeker (Mort Subite, later overgenomen door Alken Maes), sindsdien werd de site sterk verwaarloosd. Sinds 2004 werd de site verlaten door brouwerij Alken Maes. De installaties bleven tot het begin van de 21ste eeuw onaangeroerd, momenteel is de brouwerij echter quasi volledig ontmanteld. In het najaar van 2017 werd door de nv Emile Eylenbosch bekend gemaakt dat na een lange administratieve lijdensweg eindelijk groen licht werd gegeven voor de reconversie van de site naar 55 grote en kleinere appartementen, lofts en commerciële ruimtes rond een centraal binnenplein. De werken gaan in het voorjaar van 2018 van start en zullen in 2021 voltooid zijn…

 

 

Valve Garden

Op weg naar een verlaten industriële site probeerden we een kortere weg te vinden om ons doel te bereiken en stootten daarbij op dit gebouwtje met daarachter een hoop tanks, buizen en vooral kranen… Aangezien we ons midden tussen de staalindustrieën bevonden, is het redelijk veilig om aan te nemen dat ook deze Valve Garden iets met die staalindustrie te maken heeft gehad, maar ik zou niet bij benadering kunnen vertellen waartoe dit allemaal ooit gediend heeft. Ik was alleszins aangenaam verrast door de prachtige combinatie van het koude staal, de roest en het verval en dan de zachte kleuren die de herfst er overheen gestrooid heeft en hoop dat de foto’s dat kunnen overbrengen…

 

 

 

Married to the Sea

Dit boorschip, gebouwd in 1982 door een Noorse scheepsbouwer, kan beschouwd worden als een varend booreiland. Het schip was in feite een geotechnisch schip en werd specifiek ontworpen om boringen en sonderingen te doen op zeediepten tot 3000 meter. Stalen boorpijpen zijn over zulke afstanden nauwelijks onder controle te houden. Daarom zette men hier licht materiaal van aluminium in. De scheepsmotoren bleven tijdens het boren draaien om het schip op zijn plaats te houden. Alles met het doel bodemmonsters te nemen. Het materiaal werd in het laboratorium aan boord bestudeerd. De 44-koppige bemanning deed voornamelijk, maar niet uitsluitend, onderzoek naar de aanwezigheid van olie en gas in de Noordzee en voornamelijk ter hoogte van Noorwegen. Het schip zelf is 78 meter lang, 16 meter breed en heeft een diepgang van 8 meter. Het bruto gewicht bedraagt ruim 2750 ton. Op het moment van ons bezoek, was het schip duidelijk nog maar pas verlaten. Uit boorddocumenten bleek dat het eerder die maand nog volledig operationeel was. De verschillende kajuiten bevatten ook nog heel wat persoonlijke spullen van de crew, die blijkbaar inderhaast alles achterlieten…

 

 

Skeleton Factory

Skeleton Factory was van oorsprong een drukkerij/uitgeverij. Het bedrijf ontstond al rond de eeuwwisseling van de 19de naar de 20ste eeuw in een nabijgelegen stad, maar de activiteiten werden pas omstreeks 1935 overgebracht naar deze locatie, waar in eerste instantie het buitenverblijf van de familie gevestigd was. De eigenaar van de drukkerij kocht in 1930 een paviljoen dat dienst had gedaan op de wereldtentoonstelling in Luik en liet het achter zijn buitenverblijf heropbouwen. Hierin werd in 1935 de drukkerij ondergebracht. In de daarop volgende jaren zou het bedrijf zich ontwikkelen tot het complex dat men op heden kent. In de drukkerij werden oorspronkelijk voornamelijk prentkaarten gedrukt, die vooral afdrukken waren van foto’s die de eigenaar (zelf een fotograaf) maakte van onder meer de Belgische kust. Enkele jaren voor zijn overlijden verschoof de focus van postkaarten, waarvan de succesperiode voorbij was, naar voornamelijk etiketten. Zijn zoon, die al als drukker werkzaam was in het bedrijf, nam na zijn overlijden de drukkerij over en veranderden de werkzaamheden in de drukkerij en er werd overgeschakeld op industrieel drukwerk. Tussen 1948 en 1976 werd de drukkerij meermaals overgenomen door Amerikaanse multinationals, maar aangezien er nooit geïnvesteerd werd ging het zakencijfer zienderogen achteruit. In 2004 werden de boeken neergelegd en verloren de 46 resterende werknemers hun baan…

De leegstaande fabriekshal is momenteel vooral bekend om de prachtige staaltjes graffitikunst van streetart artiesten Klaas Van der Linden (de skeletten) en ROA (de beestjes).

 

 

Usine Barbelée

Deze gigantische industriële site lijkt meerdere bedrijven te huisvesten. Het oudste en naar mijn persoonlijke smaak mooiste gedeelte was van oorsprong een van de steenkoolmijnen die de nabijgelegen staalfabrieken van brandstof moest voorzien. In de oudste gebouwen op het terrein zijn nog de sorteer- en wasinstallaties voor de steenkool te herkennen. Eén van deze oude gebouwen – duidelijk door brand geteisterd – herbergt een schat aan prachtige roest en verval. Een ander en groter deel van de site lijkt een stuk recenter en wijst eerder op een chemische bedrijvigheid. Dit deel van de site is duidelijk nog niet zo lang geleden verlaten. Het is een locatie met een vrij hoge risicofactor, gelet op de overvloedig aanwezige scheermesdraad en de immer alerte security, die constant aanwezig is op het terrein. Ik heb deze locatie inmiddels 3 keer bezocht (waarvan 1 keer een volledige dag) en heb nog steeds niet alles gezien… Een zéér indrukwekkende site alleszins, die men gerust meerdere keren kan bezoeken.

 

 

Control Room S Revisited

Ruim een jaar geleden bezocht ik deze oude staalwalserij voor het eerst. Toen leek het nog alsof de productie elk moment hervat kon worden. De elektriciteit werkte er nog en het constante gezoem van generatoren was steeds hoorbaar. Een jaar later is het duidelijk dat het hervatten van de productie uitgesloten is… De meeste machines en werktuigen werden er weggehaald en een groot stuk van het oudste gedeelte van de fabriek is inmiddels gesloopt. Gelukkig bleef er toch nog genoeg over om ons enkele uurtjes te vermaken. We kregen deze keer zelfs een mooi bewaard gebleven controlekamer te zien, die tijdens ons eerste bezoek verborgen was gebleven…

Klik hier voor de reportage van het eerste bezoek.

 

 

Steampunk Commander

De naam “Steampunk Commander” is een beetje ongelukkig gekozen, want deze elektriciteitscentrale was niet een klassieke centrale die stroom opwekt door middel van stoom, maar een zogenaamde turbo-jet productie-eenheid. Dergelijke eenheden zijn in feite noodstroomgeneratoren, ontworpen om tegemoet te komen aan consumptiepieken of in geval van een panne in een andere centrale. De elektriciteit wordt in zo’n eenheid geproduceerd door een straalmotor die op korte tijd (minder dan 2 minuten) op volle kracht kan draaien. De motor in deze eenheid werd aangedreven door nafta (een mengsel van koolwaterstoffen dat ontstaat bij het destilleren van ruwe olie als condensaat). De reactor wordt gestart met behulp van een persluchttank, hetgeen snelle opstart vanop afstand mogelijk maakt, zonder enige andere vorm van energietoevoer. Hoe lang dit gebouw in onbruik is, is niet duidelijk. Er is alleszins nog steeds bedrijvigheid op het terrein…

 

 

Remise Monceau

Remise Monceau maakt deel uit van een goederenstation langs een spoorlijn die een Waalse industriestad bedient. Het is een van de zes grote rangeerstations in België en heeft meer dan dertig verdeelsporen. Deze loods, in de noordwestelijke hoek van het terrein, was oorspronkelijk een werkplaats voor rijtuigen en locomotieven. Verschillende locomotieven van de reeksen 51, 62 en 73 stonden lange tijd weg te roesten binnen en buiten deze vervallen hangars, maar werden enkel jaren geleden weggehaald. De lege loods raakt inmiddels steeds meer in verval en blijft daardoor een mooie plek om in rond te dwalen…

 

 

Salle Compresseurs

In de mijnbouw is een goede ventilatie van de mijnschacht onontbeerlijk. Niet alleen om de mijnwerkers van voldoende zuurstof te voorzien, maar ook om eventuele schadelijke gassen (mijngas en methaan) af te voeren en het gesteente te verkoelen om in de mijn tot een draaglijk werkklimaat te komen. Elke mijn beschikte daarom over een “salle compresseurs”, een zaal met compressors die door middel van perslucht het ventilatiesysteem aandreven. De voorkeur werd meestal gegeven aan een systeem waarbij een ventilator met zuigende effect de kwalijke gassen langs een speciaal daartoe bestemde schacht uit de mijn zoog, daarbij een onderdruk creëerde, zodat via een andere schacht verse lucht in de mijn werd gezogen. Er werden altijd voldoende compressoren voorzien, zodat ingeval van pannes andere compressoren meteen de taak konden overnemen. De “salle compresseurs” was niet voor niets het best bewaakte en best onderhouden gebouw van een mijnbedrijf. Het leven van vele mijnwerkers hing immers af van de goede werking van deze machines.

 

 

Brewery Loco

In ware familiesaga-stijl ontstond deze brouwerij omstreeks 1900, toen de stichters ervan de ouderlijke brouwerij verlieten omwille van onenigheid tussen schoonmoeder en schoondochter. Ze kochten de oorspronkelijk kleine boerderij aan wat toen de rand van het dorp was. De brouwerij bleef sindsdien in familiebezit. Er werd oorspronkelijk voornamelijk pilsbier gebrouwen, maar tijdens de derde generatie bierbrouwers werd er gaandeweg overgestapt naar het brouwen van bieren met hoge gisting, waaronder een Gueuze, enkele fruitbieren en verschillende kasteelbieren.

Grote delen van het brouwerijcomplex werden inmiddels gesloopt om plaats te ruimen voor een nieuwbouwproject. Het oudste gedeelte van de brouwerij was op het moment van mijn bezoek nog net toegankelijk; Het bevat een brouwzaal met daarin nog twee van de drie brouwketels en hogerop in het gebouw een “mouteest” met zinken bekleding: een zogenaamd koelschip voor de productie van zelfgistend bier. Deze bevindt zich onder het zadeldak en heeft een eigen luchtverversingssysteem. Ondertussen zal wellicht ook dit gebouw gesloopt zijn…

 

 

Lost Coffins

Deze voormalige opslagplaats van een meubelimporteur werd in 2014 geteisterd door een brand in de leegstaande kantoorruimten. Hoewel de opslagruimte zelf gevrijwaard kon worden, besloot de uitbater niettemin om de opgeslagen retourgoederen elders onder te brengen. Nog slechts enkele achtergebleven stukken herinneren aan de vroegere functie van de loods. De meest opvallende van die stukken zijn enkele nonchalant achtergelaten rieten doodskisten. Rieten doodskisten zijn in deze contreien (nog) niet echt ingeburgerd, maar zijn een volwaardig en biologisch verantwoord alternatief voor de houten variant. Buiten deze enkele achtergelaten doodskisten heeft deze locatie verder niet veel te bieden…

 

 

Exidus

Dit verlaten bedrijfsgebouw bevindt zich op een industriële site die nog in bedrijf is. Het gebouw maakte waarschijnlijk deel uit van een bedrijf dat eerder op de site gevestigd was. Op de zolder waren nog archieven aanwezig die teruggaan tot het interbellum, lang dus voor het huidige bedrijf zich hier vestigde. Het gebouw was waarschijnlijk een administratief gebouw, waarin onder meer de archieven en de bedrijfsboekhouding bewaard werden. Het oudste en meest vervallen deel van het gebouw was alleszins voorbehouden voor de bedrijfsgeneesheer en zijn dienst, te oordelen naar de aanwezigheid van een medisch kantoor, een laboratorium en drie kleedcabines. Het gebouw vertoont een prachtig natuurlijk verval dat nergens verstoord wordt door inbraaksporen of vandalisme van welke aard dan ook.

 

 

Petite Echelle

Deze voormalige weverij, opgericht in 1882, werd in de loop van de geschiedenis meermaals overgenomen. Gedurende bijna 90 jaar zou het een mechanische weverij blijven. Door de opkomst van nieuwere technieken moest het bedrijf in 1970 de deuren sluiten. Van 1970 tot 1997 werd er een meubelzaak in uitgebaat. Sinds 1997 staan de bedrijfsgebouwen leeg. In urbexmiddens staat de locatie onder meerdere namen bekend. Pete’s Shop, Pete’s Factory, Usine Petite Echelle en Factory 2601. Omwille van de kenmerkende graffitikunstwerken van Pete One, wordt de naam Pete’s Factory het meest frequent gebruikt. Hoewel de bedrijfssite werd aangemerkt als bouwkundig erfgoed, kwam het nooit tot een werkelijke bescherming. Recentelijk werd dan ook beslist om de gebouwen te slopen en de terreinen bouwrijp te maken voor een nieuw woonproject. Op het ogenblik van ons bezoek waren de sloopwerken al aan de gang…

 

 

House of Escher

Om de opgedolven steenkolen te ontdoen van verontreiniging, zoals stukken steen, werd een systeem ontwikkeld om de steenkool te “wassen”. In een steenkoolwasserij werden de gedolven kolen in een installatie gebracht, waarin zich aan de onderzijde een rooster bevond, waarlangs water in pulserende bewegingen werd toegevoerd. Op de roosters lagen brokken veldspaat. Door de pulserende bewegingen (deinwasmachine) bewoog de steenkool over het bed van veldspaat, terwijl het zwaardere gesteente op en door het bed heen zakte en op de roosters terechtkwam.

Deze steenkoolwasserij werd gebouwd in het midden van de jaren ’50 en zou bijna 20 jaar in dienst blijven voor de omliggende steenkoolmijnen. Het inmiddels als monument geklasseerde gebouw kreeg aan de buitenzijde een opknapbeurt, omdat er plannen bestonden om er een publiek gebouw van te maken. Na een investering van 13 miljoen euro, vielen de werken echter stil, omdat er geen ruimte meer was in de begroting. Er bestaat nu de intentie om de binnenkant van het gebouw te declasseren, zodat het op de private markt kan verkocht worden…

Als je in dit gebouw binnenkomt, zie je vrijwel meteen waarom het de naam ‘House of Escher’ meekreeg. Het gebouw bevat een wirwar aan betonnen trapjes die overal en nergens naartoe lijken te lopen. De associatie met de wereldberoemde litho van graficus M. C. Escher “Klimmen en Dalen” (1960) is snel gemaakt.

 “Klimmen en Dalen” door Maurits Cornelius Escher (1960)

“Klimmen en Dalen” is gebaseerd op de “Penrose-trap”, een optische illusie en een onmogelijk voorwerp bedacht door de Britse wis- en natuurkundige Roger Penrose in 1958.

 “Impossible Staircase” door Roger Penrose (1958)

Op de trap lijk je een rondje omhoog (of omlaag) te kunnen lopen en dan kom je weer op dezelfde traptrede terecht. In drie dimensies is het dus een onmogelijke figuur, die is ontstaan door in de tweedimensionale tekening te spelen met het perspectief.

 

HouseOfEscher01-B

 

HouseOfEscher02-B

 

HouseOfEscher03-B

 

HouseOfEscher04-B

 

HouseOfEscher05-B

 

HouseOfEscher06-B

 

HouseOfEscher07-B

 

HouseOfEscher08-B

 

HouseOfEscher09-B

 

HouseOfEscher10-B

 

HouseOfEscher11-B

 

HouseOfEscher12-B

 

HouseOfEscher13-B

 

HouseOfEscher14-B

 

HouseOfEscher15-B

 

HouseOfEscher16-B

 

HouseOfEscher17-B

 

HouseOfEscher18-B

 

HouseOfEscher19-B

 

Klik hier om de volledige set in hoge resolutie te bekijken op Flickr!

Equinox

Deze ruimtetuig-achtige constructie is in feite een ‘gashouder’. Een gashouder (ook wel eens ‘gazometer’ genoemd) is een grote voorraadtank waarin natuurlijk gas of stadsgas onder bijna atmosferische druk en onder omgevingstemperatuur wordt opgeslagen. In de eerste helft van de twintigste eeuw was zo’n gashouder een gangbaar bouwwerk. Gashouders waren doorgaans cilindervormig en waren gemaakt van ijzer. Het volume van de tank past kan aangepast worden aan de hoeveelheid opgeslagen gas in de tank. Na de introductie van aardgas raakte het gebruik van de gashouders in onbruik en werden ze meestal enkel nog gebruikt om de druk van het gas in leidingen te balanceren. De druk wordt geregeld en bewaard door een container die telescopisch op en neer kan bewegen. Binnenin de tank wordt het gas ‘verzegeld’ door een systeem van communicerende vaten, rustend in een watertank, waarin het water zorgt voor een ‘zegel’, zodat het aanwezige gas niet kan ontsnappen.

 

Equinox1-B

 

Equinox2-B

 

Equinox3-B

 

Equinox4-B

 

Equinox5-B

 

Klik hier om de volledige set in hoge resolutie te bekijken op Flickr!

Cooling Tower

Deze koeltoren maakte deel uit van een verlaten elektriciteitscentrale in het zuiden van België. Het binnenkomende hete water van de centrale werd gekoeld door de wind die langs de onderzijde van de toren werd aangevoerd. De opgewarmde lucht ontsnapt als stoom langs de bovenzijde van de toren. In deze toren kon tot 1,8 miljoen liter water per minuut koelen.

 

CoolingTower01-B

 

CoolingTower02-B

 

CoolingTower03-B

 

CoolingTower04-B

 

CoolingTower05-B

 

CoolingTower06-B

 

CoolingTower07-B

 

Klik hier om de volledige set in hoge resolutie te bekijken op Flickr!

Haut Fourneau B

Haut Fourneau B (HFB), ook wel “Heavy Metal O” genoemd, is één van de oudste sites van de Waalse staalindustrie. De geschiedenis van het bedrijf gaat terug tot 1809, toen de oorspronkelijke fabriek werd opgericht. Deze werd in 1834 uitgebouwd tot een geïntegreerde ijzer- en staalproducent. Door verschillende fusies met cokesfabrieken en steenkoolbekkens, groeide het bedrijf uit tot een belangrijke speler op de wereldmarkt. Sinds de jaren 1950 volgden er meer fusies, maar na 1967 werd er niet veel meer geïnvesteerd en vanaf 1979 sloot het ene onderdeel na het andere. In 2014 kwam een einde aan de geïntegreerde staalbedrijven in het Luikse bekken door het sluiten van de cokesfabriek te Seraing, nadat in 1980 reeds de laatste steenkoolmijn en in 2011 de laatste hoogoven gesloten was.

 

HFB01-B

 

HFB02-B

 

HFB03-B

 

HFB04-B

 

HFB05-B

 

HFB06-B

 

HFB31-B

 

HFB32-B

 

HFB33-B

 

Klik hier om de volledige set in hoge resolutie te bekijken op Flickr!

Val-Saint-Lambert

Deze fabriek werd opgericht in 1826 op de terreinen van een voormalige cisterciënzerabdij, waarvan de vroegste geschiedenis teruggaat tot 1202. Aan het einde van de 18de eeuw werd de abdij ontwijd om 30 jaar laten plaats te maken voor de kristalfabriek. De kapittelzaal en het scriptorium zijn gerenoveerd en worden vandaag nog gebruikt door de kristalfabriek. Door de deelname aan de wereldtentoonstelling in Antwerpen in 1894 met “Vaas van de Negen Provincies” werd de naam Val-Saint-Lambert voorgoed op de wereldkaart gezet. De overgrote meerderheid van de productie werd geëxporteerd naar rijke klanten over de hele wereld. Val-Saint-Lambert mocht bijvoorbeeld het Russische hof tot haar cliënteel rekenen.

Bij het honderdjarig bestaan van de fabriek in 1926 waren er ruim 5000 mensen aan het werk!

Bij mijn bezoek aan het reeds jaren leegstaande gedeelte van de fabriek waren de saneringswerken al van start gegaan en was een niet onaanzienlijk deel van de gebouwen al gesloopt. Enkel een klein opslaggebouw stond nog recht, aangetast door de tand des tijds. Het verval was er heerlijk en leverde al bij al toch wel een mooie, zij het korte explore op.

 

Cristallerie01-B

 

Cristallerie02-B

 

Cristallerie03-B

 

Cristallerie04-B

 

Cristallerie05-B

 

Cristallerie06-B

 

Cristallerie07-B

 

Cristallerie08-B

 

Cristallerie09-B

 

Klik hier om de volledige set in hoge resolutie te bekijken op Flickr!

Pirate’s Charm

Deze steenbakkerij, filiaal van een bedrijf dat begin jaren 1870 werd opgericht, werd omstreeks de eeuwwisseling verkocht aan de groep W., die het bedrijf nog gedurende een tiental jaren zou uitbaten. In 2011 hield men het voor bekeken en werd de fabriek gesloten. De eigenaar van de gronden, de ‘steen’rijke E.S. ruilde het gure Belgische klimaat in voor het Zuid-Franse, waar hij een chateau met wijngaard kocht.

De gemeente koestert inmiddels plannen om de gronden te herbestemmen van industriegebied naar woonzone en er een woonproject met 120 wooneenheden te realiseren.

 

Peter@UsineTerracotta01-B

 

Peter@UsineTerracotta02-B

 

Peter@UsineTerracotta03-B

 

Peter@UsineTerracotta04-B

 

Peter@UsineTerracotta05-B

 

Peter@UsineTerracotta06-B

 

Peter@UsineTerracotta08-B

 

Klik hier om de volledige set in hoge resolutie te bekijken op Flickr!

 

Control Room S

Het bezoek aan deze “verlaten” fabriek was een vreemde gewaarwording. Ik kwam binnen langs een oud deel van het gebouw, met een veelbelovende mate van verval. kapotte ramen, houtrot, afbladderende verf,… Tot mijn grote verbazing stond het productiegedeelte van de fabriek hiermee in schril contrast. Het monotone gezoem van nog werkende generatoren en de alom aanwezige verlichting wekten de indruk dat de volgende ploeg arbeiders elk ogenblik aan de slag kon gaan… Nochtans lag ten tijde van mijn bezoek de productie al een tijdje stil vanwege de crisis in de staalindustrie. In deze fabriek werden immers grote, stalen rollers voor staalwalsen geproduceerd. Door het stilvallen van zo goed als al de omringende staalindustrie, kwam ook deze fabriek in de moeilijkheden. Personeel kon niet langer betaald worden en de productie viel helemaal stil. Het lot van de fabriek leek nog niet helemaal bezegeld, maar de toekomst zag er voor deze staalfabriek allerminst rooskleurig uit…

 

ControlRoomS01-B

 

ControlRoomS02-B

 

ControlRoomS03-B

 

ControlRoomS04-B

 

ControlRoomS05-B

 

ControlRoomS06-B

 

ControlRoomS07-B

 

ControlRoomS08-B

 

ControlRoomS09-B

 

ControlRoomS10-B

 

ControlRoomS11-B

 

ControlRoomS12-B

 

Klik hier om de volledige set in hoge resolutie te bekijken op Flickr!

Masters of Steel

Ik kan jammer genoeg weinig vertellen over dit bedrijf. Het was een toeleveringsbedrijf in de staalindustrie waar grote, stalen rollers voor staalwalsen geproduceerd werden. Ten tijde van mijn bezoek daar, was het een “slapend” bedrijf. Het werd nog niet officieel of definitief stopgezet, maar de productie lag er al een hele tijd stil, omdat het bedrijf de arbeiders niet meer kon betalen. De productie kon op elk ogenblik terug opgestart worden. Dat bleek onder meer ook uit het feit dat de aanwezige machines in een ander deel van de fabriek nog onder stroom stonden. Over de verdere geschiedenis of over de onzekere toekomst van de fabriek, kon ik verder geen gegevens vinden…

 

MastersOfSteel01-B

 

MastersOfSteel02-B

 

MastersOfSteel03-B

 

MastersOfSteel04-B

 

MastersOfSteel05-B

 

MastersOfSteel06-B

 

MastersOfSteel07-B

 

MastersOfSteel08-B

 

MastersOfSteel09-B

 

MastersOfSteel10-B

 

MastersOfSteel11-B

 

MastersOfSteel12-B

 

Klik hier om de volledige set in hoge resolutie te bekijken op Flickr!

Depot de Sable

Dit bedrijf maakte deel uit van de site van HF6, de hoogoven die eind 2016 gesloopt werd. Het was meer bepaald het gedeelte van het hoogovenbedrijf dat instond voor het verwerken van de afvalstoffen die door de hoogoven geproduceerd werden, zoals “hoogovenslak”. Een belangrijke vorm van bijproducten zijn namelijk de vloeibare slakken die bij hoge temperaturen worden gevormd in de hoogovens en de staalfabriek. De slakken afkomstig van de hoogoven kunnen verwerkt worden tot hoogovenzand, dat door de cementindustrie gebruikt wordt als alternatief voor klinker. De vloeibare slakken afkomstig van de staalfabriek kunnen, afhankelijk van specifieke kenmerken zoals de viscositeit of de temperatuur, worden omgevormd tot LD-grind. LD-grind wordt in de wegenbouw gebruikt als alternatieve grondstof voor porfier. Staalslak die niet kan worden omgevormd tot LD-grind, kan dienen voor de duurzame verharding van bijvoorbeeld wegen en opritten en zelfs voor waterbouwkundige werken, zoals de oeverversteviging van de Westerschelde.

Op het moment van mijn bezoek aan de hoogoven had ik niet door dat dit als een afzonderlijke locatie beschouwd werd. Ik besteedde er dan ook niet veel aandacht aan. Pas achteraf werd ik me bewust van de omvang en het belang van dit bedrijf binnen het bedrijf. Het resultaat is slechts een handvol beelden van het machinepark van dit bedrijf…

 

DepotDeSable01-B

 

DepotDeSable02-B

 

DepotDeSable03-B

 

DepotDeSable04-B

 

DepotDeSable05-B

 

DepotDeSable06-B

 

Klik hier om de volledige set in hoge resolutie te bekijken op Flickr!

Zeche AdH

Deze steenkoolmijn werd in 1977 in bedrijf gesteld. Zowel de bouwstijl als de inrichting dateren duidelijk van de jaren ’70. Het steenkoolbedrijf zou enkele keren door andere bedrijven overgenomen worden, voor het in 1999 definitief buiten werking werd gesteld. De mijnschacht zelf is zes bij zes meter breed en gaat ruim 1100 meter diep onder de grond. Samen met de nabijgelegen tweede mijnschacht van hetzelfde bedrijf werd er jaarlijks 3 miljoen steenkool naar boven gehaald. In 2015 werd de schacht opgevuld met 37.000 m³ beton. De gebouwen zullen kortelings gesloopt worden en het gebied zal opnieuw een natuurbestemming krijgen.

 

 ZecheAdH01-B

 

ZecheAdH02-B

 

ZecheAdH03-B

 

ZecheAdH04-B

 

ZecheAdH05-B

 

ZecheAdH06-B

 

ZecheAdH07-B

 

ZecheAdH08-B

 

ZecheAdH09-B

 

ZecheAdH10-B

 

ZecheAdH11-B

 

ZecheAdH12-B

 

Klik hier om de volledige set in hoge resolutie te bekijken op Flickr!

Zeche DT

Mijn eerste kennismaking met de beruchte “mandjes” was in deze Zeche DT (ook wel Zeche P), een van de vele koolmijnen in het Duitse Ruhrgebied. Omwille van een bezoek aan een andere locatie eerder op de dag, werd het jammer genoeg slechts een kort bezoekje…

De werkzaamheden rond deze steenkoolmijn gingen al begin jaren ’40 van start, maar liepen vertraging op omwille van de Tweede Wereldoorlog. De delfwerken zouden pas ruimschoots na de oorlog, tegen het einde van de jaren ’40 van start gaan. Er zou bijna 70 jaar lang naar steenkool gedolven worden, tot de mijn in december 2008 definitief de deuren sloot.

De “mandjes” dienden als lockers voor de mijnwerkers. Na het omkleden, borgen ze er hun persoonlijke spullen in op, waarna het mandje met een ketting tot tegen het plafond van de zaal werd getrokken. De ketting werd vervolgens vastgemaakt aan een genummerd metalen gestel. De persoonlijke bezittingen van de mijnwerkers waren op deze manier veilig voor eventuele gauwdieven, maar bovendien was het voor de mijnopzichters een extra controle om te zien wie er zich (nog) in de mijn bevond.

 

ZecheDT01-B

 

ZecheDT02-B

 

ZecheDT03-B

 

ZecheDT04-B

 

ZecheDT05-B

 

ZecheDT06-B

 

ZecheDT07-B

 

ZecheDT08-B

 

ZecheDT09-B

 

ZecheDT10-B

 

Klik hier om de volledige set in hoge resolutie te bekijken op Flickr!

Timbre

Deze fabriek, oorspronkelijk een kaarsenfabriek, werd halverwege de 19de eeuw overgenomen door de diensten van de Belgische Posterijen. Het bijna 5.500 vierkante meter grote gebouw werd vanaf dan gebruikt voor het drukken en verdelen van postzegels. Toen de productie werd stopgezet, nu meer dan 20 jaar geleden waren er plannen om de site te ontwikkelen als een kantoor- en woningproject. jammer genoeg raakte het project nooit van grond omwille van een ernstige bodemvervuiling. Het hele project zit sindsdien in een impasse, omdat de kosten voor het saneren van het terrein astronomisch zijn en niemand dat wil ophoesten…

Ik bezocht de locatie twee maal. De eerste keer was een bezoek in mijn eentje en slechts gewapend met mijn iPhone. Het tweede bezoek was met enkele leden van de groep Scenes of Decay na een groepsmeeting. De gebouwen zijn vrijwel geheel leeg, maar blijven toch de moeite waard. Enkele mooie ruimtes en mooi verval. Deze foto’s zijn van het tweede bezoek.

 

Peter@Timbre01-B

 

Peter@Timbre02-B

 

Peter@Timbre03-B

 

Peter@Timbre04-B

 

Peter@Timbre05-B

 

Peter@Timbre06-B

 

Peter@Timbre07-B

 

Peter@Timbre08-B

 

Peter@Timbre09-B

 

Klik hier om de volledige set in hoge resolutie te bekijken op Flickr!

 

Heavy Metal

De Luikse staalindustrie is ouder dan België zelf. De geschiedenis ervan gaat terug tot 1817, wanneer de Engelsman John Cockerill in Seraing zijn eerste staalfabriek opricht om het staal voor zijn weefgetouwen te produceren. De volgende jaren breidt de staalindustrie zich verder uit en blijft groeien tot ze door de crisis begin jaren 1980 rake klappen te verduren krijgt. De Luikse staalindustrie wordt vanaf dan samengevoegd met die van Charleroi tot Cockerill Sambre. Fusies en kapitaalinjecties kunnen niet voorkomen dat in 2005 de twee hoogovens van de warmelijnproductie worden stilgelegd. In 2006 worden ze overgenomen door een Indische staalgigant, waardoor ArcelorMittal ontstaat. De hoogovens worden opnieuw in bedrijf gesteld, om nauwelijks twee jaar later alweer te sluiten omwille van de lage vraag naar staal. Even later wordt de staalwalserij Heavy Metal opnieuw geopend, maar door aanhoudende sociale conflicten worden de activiteiten in 2011 definitief stilgelegd. Er wordt nog een tijd lang onderhandeld over een sociaal plan, maar de activiteiten zouden nooit meer hervat worden. Het duurde niet lang voor koperdieven ook naar deze site hun weg vonden en er al het koper roofden, zoals ze dat voordien al deden in de twee hoogovens…

 

HeavyMetal01-B

 

HeavyMetal02-B

 

HeavyMetal03-B

 

HeavyMetal04-B

 

HeavyMetal05-B

 

HeavyMetal06-B

 

HeavyMetal07-B

 

HeavyMetal08-B

 

HeavyMetal09-B

 

HeavyMetal10-B

 

Klik hier om de volledige set in hoge resolutie te bekijken op Flickr!

Hasard Chératte

Mijn kijk op de sinds 1977 verlaten steenkoolmijn van de Société Anonyme des Charbonnages du Hasard. Ik hou niet zo van die overbekende locaties, waar het altijd lijkt alsof men er met hele bussen op af komt, maar gezien de plannen om het terrein in 2016 te saneren en een deel van de gebouwen te slopen, vond ik toch dat ik er moest geweest zijn (een beetje een gelijkaardig verhaal doet zich trouwens voor in het geval van Château Miranda).

Het terrein betreden, bleek geen sinecure te zijn. Een toegang vanaf de voorliggende straat was al bij voorbaat uitgesloten. De enige optie was om het domein langs de achterzijde te benaderen. De wagen werd discreet bij de bovenste mijnschacht, de Belle Fleur, geparkeerd en vanaf daar begon de afdaling. Aangezien het de dagen voordien (en de dag zèlf trouwens ook) bepaald regenachtig was geweest, had de berg die ik moest afdalen meer weg van een afhellend modderbad. Het was een hele uitdaging om me staande te houden op de glibberige ondergrond en mijn pogingen om proper en droog beneden te raken, bleken geen onverdeeld succes…

Ondanks de overvloedig aanwezige graffiti en het vele vandalisme, vond ik deze site toch zeker een bezoek waard!

 

Peter@HasardCheratte-01-B

 

Peter@HasardCheratte-02-B

 

Peter@HasardCheratte-03-B

 

Peter@HasardCheratte-04-B

 

Peter@HasardCheratte-05-B

 

Peter@HasardCheratte-06-B

 

Peter@HasardCheratte-07-B

 

Peter@HasardCheratte-08-B

 

Peter@HasardCheratte-09-B

 

Klik hier om de volledige set in hoge resolutie te bekijken op Flickr!

Paper Mache

DN werd in 1827 geboren. In 1851 stichtte hij een handel in lompen, het basismateriaal voor de fabricatie van papier. Eind 1860 vroeg hij aan het gemeentebestuur om een papierfabriek met twee stoommachines te mogen bouwen, op een stuk land gelegen langs een kanaal.

De fabriek zou papierdeeg maken, met als grondstof stro, dat zou worden aangevoerd per schip uit Nederland, via het kanaal. Wellicht was DN toen al op de hoogte van de plannen voor de aanleg van de ‘ijzeren weg’ die in 1868 in gebruik werd genomen en langs zijn fabrieksterrein liep.
Vrij snel werd er 8 ton papierdeeg per dag geproduceerd. Een werkdag duurde ongeveer 12 tot 14 uur, zowel voor mannen als voor vrouwen. DN liet ook huizen bouwen voor zijn arbeiders, stichtte dag- en avondscholen, en liet naast de steeds groter wordende fabriek ook een bakkerij, een crèche en een bibliotheek bouwen voor de arbeiders van zijn fabriek.

Rond 1875 produceerde de papierfabriek dagelijks ongeveer 40 ton papierdeeg, maar de oorlog tussen Frankrijk en Duitsland zorgde voor een gebrek aan stro. Daarom ging DN experimenteren met naaldhout. De houtvezels werden gekookt in een oplossing van calcium en bisulfiet om er papierdeeg van te maken.

In april 2004 ging de papierfabriek in vereffening.

 

Peter@PaperMache01-B

 

Peter@PaperMache02-B

 

Peter@PaperMache03-B

 

Peter@PaperMache04-B

 

Peter@PaperMache05-B

 

Peter@PaperMache07-B

 

Peter@PaperMache08-B

 

Peter@PaperMache09-B

 

Peter@PaperMache10-B

 

Peter@PaperMache11-B

 

Peter@PaperMache12-B

 

Peter@PaperMache13-B

 

Peter@PaperMache14-B

 

Peter@PaperMache15-B

 

Peter@PaperMache16-B

 

Peter@PaperMache18-B

 

Klik hier om de volledige set in hoge resolutie te bekijken op Flickr!

Sjokowakije

Deze fabrieksgebouwen, bijna 110 jaar geleden ontworpen door architect F.R., herbergden oorspronkelijk een chocoladefabriek, die een 100-tal mensen tewerkstelde. De directeur van de fabriek nam zijn intrek in het nabijgelegen kasteel. Met een korte tussenpoze tijdens WO I bleef de fabriek in werking tot halverwege de jaren ’30. In de aanloop naar WO II nam het Belgische leger zijn intrek in de gebouwen. Tijdens de Duitse bezetting nam het Duitse leger het gebouw over, tot het door de Amerikaanse bevrijdingstroepen verjaagd werd. Na de oorlog hernam het gebouw zijn industriële functie toen een fabrikant van weefgetouwen zich er vestigde. Deze werd begin jaren ’70 opgevolgd door een tingieterij. Toen deze laatste zijn productie bundelde in een nabijgelegen industriestad, werd het gebouw in beslag genomen door een kunstencentrum.

De chocoladefabriek, ontworpen in art nouveau-stijl, was één van de eerste gebouwen in België, dat werd opgetrokken met gewapend beton. Het langgerekte gebouw wordt gekenmerkt door de hogere ingangspartij met het inmiddels befaamde roosvenster en daarboven het mijtervormig reliëf dat een eekhoorn verbeeldt.

Momenteel wordt het gebouw grondig verbouwd en omgevormd tot exclusieve lofts…

 

Peter@Sjokowakije01-B

 

Peter@Sjokowakije02-B

 

Peter@Sjokowakije03-B

 

Peter@Sjokowakije04-B

 

Peter@Sjokowakije05-B

 

Peter@Sjokowakije06-B

 

Peter@Sjokowakije07-B

 

Peter@Sjokowakije08-B

 

Peter@Sjokowakije09-B

 

Peter@Sjokowakije10-B

 

Peter@Sjokowakije11-B

 

Peter@Sjokowakije12-B

 

Peter@Sjokowakije13-B

 

Peter@Sjokowakije14-B

 

Klik hier om de volledige set in hoge resolutie te bekijken op Flickr!

Scroll Up