Month: september 2018

Byzantium

De economische expansie in de eerste helft van de 19de eeuw en in het bijzonder de aanleg van een nieuw spoorlijn, gaf aanleiding tot een spectaculaire bevolkingsaangroei in deze buurt. De parochiekapel, waar tot dan toe de erediensten voor deze parochie gehouden werden, werd al snel te klein voor de 18.000 zielen tellende parochie. Er was nood aan een nieuwe, ruime kerk. De toenmalige stadsarchitect tekende de plannen, maar na onenigheid over de stabiliteit werden ze onder vereenvoudigde vorm uitgevoerd door de bouwmeester. Halverwege de jaren 1850 gingen de werken van start. Dertien jaar later werd de kerk ingewijd, ook al was ze op dat ogenblik onafgewerkt en zou ze dat ook blijven. De toren die de kerk aan de westzijde moest bekronen, kwam er nooit. 

De stijl van de kerk, de zogenaamde rundbogenstil, is eclectisch met een dominantie van romaanse en gotische elementen. De rondboogvensters hebben de romaanse vormentaal en de gotische maaswerkversiering. Baanbrekend in de kerkelijke architectuur is het gebruik van gietijzer voor de hoofdribben en de driepasbogen. De grootste innovatie hierin is de dakoverspanning met twee ijzeren Polonceauspanten, per travee. Dit kapspant is opgebouwd uit twee onderspannen driehoekige liggers, die verbonden zijn door een trekstaaf. Het interieur is eveneens overwegend neoromaans met neogotische versieringselementen. De monumentale muurschilderingen, die meer tijd in beslag namen dan de bouw van de kerk zelf, geven aan het geheel een oosters-Byzantijnse sfeer.

 

Bibliopolis

Deze prachtige bibliotheek, die de naam Bibliopolis kreeg, is de schoolbibliotheek van een college dat in de eerste helft van de 17de eeuw werd opgericht. Het college was van katholieke signatuur en omvatte een kleuterschool, een lagere school, een hogeschool en een middelbare school. Oorspronkelijk was de onderwijsinstelling gereserveerd voor jongens, maar in de jaren 1980 werd ze opengesteld voor gemengd onderwijs en ontving vanaf dan zowel jongens als meisjes, in internaten, halfpension en dagschool. De bibliotheek zelf werd pas in de eerste helft van de 20ste eeuw aangebouwd en bevatte enkele merkwaardige stukken, waaronder een origineel exemplaar van de encyclopedie van Diderot et d’Alembert. Na jarenlange aanhoudende financiële problemen, moest het college in 2012 noodgedwongen de deuren sluiten. Het geheel raakte al snel in verval en in het bijzonder de bibliotheek werd slachtoffer van diefstallen en vandalisme. Waardevolle exemplaren van boeken verdwenen of werden vernield. Een plan om de school te heropenen werd in 2016 gestaakt, waarna het verval zienderogen toenam.

 

 

Chateau Verdure

Over dit charmante kasteeltje, gelegen in de chique buitenwijken van een wereldstad, valt niets van geschiedenis of achtergrond te achterhalen. Aan de slechte staat van het gebouw te zien, staat het al vele jaren leeg. Op de verdieping raak je nog net tot bovenaan de prachtige marmeren trap, maar de rest is al ingestort, of staat op het punt om dat te doen. Te gevaarlijk alleszins om er nog enigszins veilig rond te kunnen lopen. Jammer genoeg is het kasteeltje niet gespaard gebleven van vandalisme. Grafitti spuitende idioten hebben er lelijk huisgehouden. Toch nog bijzonder mooi om te zien, met name de inkomhal met de marmeren trap en de ontbindende piano.

 

 

Manoir du Colimaçon Blanc

In de kadastrale archieven is er voor het eerst melding van het chateau in 1897, wanneer in opdracht van een Parijse wijnhandelaar een “tweede huis” op het domein wordt opgericht. De verbouwing en uitbreiding tot het huidige chateau zou echter pas plaatsvinden in de jaren 1920 door de nieuwe eigenaar, die het domein in 1913 gekocht had. Hij gaf architect Marcel Oudin de opdracht om te vormen tot een chateau in art nouveau-stijl, de stijl waarvoor deze architect befaamd was. De constructie bestaat uit voornamelijk beton en baksteen. In de jaren 1970 werd het landgoed met het kasteel gekocht door een Iraanse zakenman, die het interieur liet restaureren. Hij bewoonde het kasteelt slechts gedurende drie jaar, vooraleer hij naar de Verenigde Staten verhuisde. Uit contacten tussen de burgemeester en de eigenaar van het goed in 1999 bleek dat deze laatste niet de intentie had om het goed opnieuw te bewonen, noch om het te verkopen. Het chateau begon al snel te vervallen, meer nog eens het ten prooi viel aan dieven en vandalen. Buiten de karakteristieke witte wenteltrap (colimaçon blanc), welke in feite de personeelstrap was, valt er nog maar bitter weinig te fotograferen.

 

 

Terre Rouge

Terre Rouge, genoemd naar de rode kleur van de ijzerhoudende grond, was een van de grote spelers in de ijzerertsindustrie in Luxemburg en zelfs in Europa. De geschiedenis van de site neemt een aanvang omstreeks 1870 met de bouw van de “Usine Brasseur”, waar de twee eerste hoogovens gebouwd werden onder auspiciën van de “Société Anonyme des Hauts-fourneaux Luxembourgeois”. Op de site werd door 10 verschillende mijnbedrijven ijzererts ontgonnen, eerst bovengronds, later uit ondergrondse galerijen. In 1937 werd het bedrijf opgeslokt door ARBED (Aciéries Réunies de Burbach-Eich-Dudelange). Nog later werd het bedrijf overgenomen door de groep ArcelorMittal. In de jaren 1950 ontdekte men dat de gassen, die vrijkwamen bij het smelten van ijzer tijdens de staalproductie, konden worden gebruikt om elektriciteit te produceren. De Centrale Thermique werd daarom in 1951 gebouwd om deze revolutionaire techniek te exploiteren. In de jaren 1970 zag Luxemburg de staalindustrie krimpen en de hoogovens in de hele regio begonnen te sluiten. Een dag nadat de laatste hoogoven in 1977 werd stilgelegd, werd ook de hele fabriek gesloten. De hoogovens werden inmiddels afgebroken. Tegenwoordig zijn alleen de ijzerertssilo’s en het lege gebouw van de krachtcentrale er nog, verlaten en ernstig in verval.

 

 

Bouncing Off the Satellites

Het grondstation voor ruimtecommunicatie werd in 1972 opgericht en leverde de verbindingen tussen het nationale telefoonnetwerk en de ruimte. Het station is gebouwd door Bell Telephone, met als doel België in staat te stellen de Intelsat-apparatuur te gebruiken, waarvan het toen een van de elf lidstaten was. Het station ligt in het hart van een domein van 123 hectare en heeft verschillende grote satellietschotels om satellietsignalen op te nemen. De eerste antenne werd in 1972 ingewijd door Koning Boudewijn. In de loop der jaren werden verschillende satellietschotels toegevoegd met diameters van 18 tot 30 meter en hoogtes tussen 22 en 35 meter. Het vlaggenschip van de Belgische telecommunicatie trok elk jaar duizenden bezoekers. In 2007 en 2008 werd het satellietevenement overgelaten aan een Indiase onderneming, die haar activiteiten voornamelijk op het Afrikaanse continent concentreerde. De Indiase groep werd echter in 2012 failliet verklaard. Door de veroudering van het materiaal werd het opnieuw opstarten van de activiteit onmogelijk. De site met de schotelantennes werd gekocht door een zakenman uit Luik, die eerder grote hoeveelheden ongebruikt land van de site had gekocht. Hij zal een groots sociaal project realiseren waarin de schotelantennes als attractie blijven bestaan.

 

 

Scroll Up