Month: juli 2018

Charbonnage FT

Naar Belgische normen was deze Charbonnage FT een eerder bescheiden steenkoolmijn, die ook vrij kort werd uitgebaat. In deze regio werd al steenkool gedolven vanaf 1755 Het Frans-Belgische bedrijf dat de mijn exploiteerde werd opgericht in 1865. Het delven in deze mijn gebeurde in ontelbare gaanderijen, die op relatief lage diepten gegraven werden. Er werd steenkool naar boven gehaald van 1875 tot 1935. In 1920 stierven twaalf mijnwerkers ten gevolge van een gasexplosie onderaan de mijn. Vanaf dit moment begint de activiteit van de mijn ook af te nemen, tot in 1929 slecht een enkele zetel nog steeds steenkool naar boven haalt. Uiteindelijk sluit de mijn definitief in 1935. Aan het begin van de 21ste eeuw werden de schachtbokken gesloopt en bleven alleen de oude gebouwen bestaan. Vandaag, na bijna 85 jaar leegstand, verkeren ze in bijzonder slechte staat. De gewestelijke overheid onderneemt heeft de voorbije jaren de nodige stappen ondernomen om de site, die te kampen heeft met zware verontreiging, te saneren. De werken zullen eerstdaags beginnen…

 

 

Eglise des Causes Désespérés

De “kerk van de wanhopige gevallen” is een bijzonder toepasselijk gekozen naam voor deze gedesaffecteerde kerk. Het voor deze kleine gemeenschap eens zo belangrijke gebouw bevindt zich in een wel zeer lamentabele toestand. Niet voor niets werd ze door de brandweer ontoegankelijk verklaard. Je hebt er het gevoel dat je op ieder gegeven moment wat willekeurige brokstukken op je hoofd zou kunnen krijgen. Al sinds 2010 gaan er geruchten dat ze zou gesloopt worden, maar medio 2018 staat ze er nog steeds te verkommeren. De kerk werd in Romaanse stijl gebouwd in 1921 voor de steeds toenemende mijnwerkerspopulatie, voornamelijk afkomstig uit Vlaanderen.

 

 

Green World

Deze grote boerderij is een van de bouwwerken in een park rond een kasteel, en omvat onder meer het huis van de conciërge. Het bevindt zich in het kasteeldomein, ten noordoosten van het kasteel. De boerderij bestaat uit verankerde bakstenen gebouwen onder zadeldaken (decoratieve rode en zwarte Vlaamse tegels), opgesteld rondom een ​​binnenplaats. De boerderij dateert grotendeels van het vierde kwart van de 19e eeuw. De zuidvleugel wordt gevormd door een prachtige serre en volière, nu overwoekerd door onkruid, wat aanleiding gaf tot het pseudoniem ‘Green World’. De kapel die werd toegevoegd aan de noordvleugel is veel recenter.

De laatste foto is een binnenaanzicht van de afzonderlijke kapel in het bos ten zuiden van de boerderij. Dit was oorspronkelijk de ijskelder. Het gebouwtje dateert eveneens van het vierde kwart van de 19e eeuw en werd begin jaren negentig opgericht als boskapel. Het achthoekige paviljoen van baksteen en knoestig hout staat op een sokkel van lokale ijzerzandsteen. Het bepleisterde interieur bevat gerecycleerde neogotische hoogreliëfs van een West-Vlaamse abdij. De glas-in-loodramen werden gerecupereerd uit een niet-gespecificeerde afgebroken Waalse kerk.

 

 

Old Iron

Ergens temidden van de Waalse graanvelden staan twee onooglijke schuurtjes, waarvan je geen moment zou vermoeden dat ze een schat aan prachtige klassieke auto’s herbergen… Ik trof er onder meer een oude Mercedes Benz 200 van einde jaren 1960, een “Baader Meinhof Wagen” (BMW 2002 ti) van begin jaren 1970 en een originele Mini Cooper aan. Het absolute pronkstuk van de collectie (voor mijn persoonlijke smaak) is echter toch wel de Citroën C4 van 1930. Ook de Renault Juvaquatre van 1939 en de Chevrolet Styleline Deluxe van begin jaren 1950 zijn bijzondere en opvallende stukken…  Wat de geschiedenis van deze wagens is en waarom ze in deze godverlaten schuurtjes staan op te roesten, is een volkomen raadsel. Volgens de geruchten zouden ze eigendom zijn van de uitbater van de nabijgelegen garage/tankstation. Misschien (hopelijk) heeft hij nog plannen om deze klassiekers te restaureren…

 

 

Brains Tower

Door de toenemende vraag naar cokes in de staalindustrie en de daaruit voortvloeiende stijgende prijzen, ging men op zoek naar een meer kostenefficiënte techniek. Deze werd gevonden door het injecteren van verpulverde steenkool (Pulverized Coal Injection) als vervanger voor de tot dan gebruikte zware olie in het smeltproces. Verpulverde kolen worden in de primaire luchttoevoer gemengd en in de hoogoven geblazen. Het meest opmerkelijke aspect van deze methode is dat het mogelijk is om goedkopere kolen te gebruiken in het systeem en dure cokes te vervangen, waardoor de kosten aanzienlijk worden verlaagd. Het procédé werd ontwikkeld in de 19e eeuw, maar werd pas in de jaren zeventig industrieel geïmplementeerd. In deze hoogoven werd de methode pas ingevoerd halverwege de jaren 1990. In deze fabriek werd tot de sluiting van de nabijgelegen hoogoven in 2008 poederkool geproduceerd.

 

 

Church of Raven

Deze neoromaanse kerk werd ontworpen door een Gentse architect volgens een basilica-plan (hoog middenschip met lagere zijbeuken). Het middenschip heeft een opmerkelijk plat, met houten panelen beklede plafond. Eveneens typerend voor de (neo)romaanse bouwstijl is het koor dat uitmondt in een apsis met een cul-de-four (gewelf in de vorm van een halve koepel). De muren van het middenschip rusten op arcades die afwisselend rusten op sterke pilaren en kolommen met kapitelen. De toren is zijdelings ingeplant tegen de westelijke gevel. De groenige zandsteen van Dolhain legt mee de nadruk op de soberheid en het Romaanse karakter van dit heiligdom, gebouwd tussen 1906 en 1907.

Op een zondagochtend in augustus 2015 moest de brandweer in allerijl uitrukken omdat de hele klokkentoren in lichterlaaie stond. De brand bleek te zijn veroorzaakt door koperdieven, die bezig waren het koper in de bekabeling van de toren te stelen. De kerk stond op dat ogenblik al enkele jaren leeg. Door de ontoegankelijkheid van de toren duurde het verscheidene uren voor de brandweer de vlammen meester was. De schade was aanzienlijk. Aangezien de kerk geen beschermd karakter heeft, lijkt het quasi onvermijdelijk dat ze in de nabije toekomst volledig zal gesloopt worden…

 

 

Wattman

Dit nog steeds actieve tram-depot werd gebouwd in 1915. Van het oorspronkelijke depot is vandaag niet veel meer te zien. In de loop der jaren breidde het uit tot een modern onderhoudsdepot voor al de trams en bussen van de stad. De omvang van het depot blijkt niet alleen uit de oppervlakte die het inneemt. Het was ook een belangrijke speler in de ontwikkeling van de hoogspanningsleidingen. De site heeft de capaciteit om zijn eigen elektriciteit (2400 KW) te produceren om de stroomvoorziening van het net te versterken. Op een zijspoor van het depot staan enkele uitgerangeerde trams, die wellicht nog bewaard blijven voor eventuele onderdelen en wisselstukken voor de trams in het museum dat aan de site verbonden is. De oude trams die hier staan weg te roesten, waren van oorsprong geen nieuw gebouwde trams, maar omgebouwde S-trams. Het ombouwprogramma startte in 1978, maar werd in 1988 gestaakt toen de meeste tramlijnen rond de stad werden opgeheven. Kort erna werden deze trams helemaal uit reizigersdienst gehaald.

 

 

Scroll Up