Month: oktober 2017

Lycee V

In 1865 oordeelde het toenmalige liberale stadsbestuur – mede onder invloed van het volop woedende proces van vrouwenemancipatie – dat de tijd rijp was voor een school voor hoger onderwijs voor meisjes. De katholieke oppositie verzette zich tegen wat zij beschouwden als een oord van goddeloosheid en een broeihaard voor het liberale gedachtegoed. Na twee jaar bekvechten werd toch ook door het bisdom het licht op groen gezet. Prompt werd een wedstrijd uitgeschreven, waarbij het ontwerp van twee Brusselse architecten als beste uit de bus kwam. In 1874 werd de bouwwerken aangevat en in 1876 werden ze voltooid. Het werd een markant gebouw, gekenmerkt door  de imposante pilasters, die een fors driehoekig fronton met brede kroonlijst ondersteunen, waarin het wapen van de stad prijkt. De klaslokalen situeren zich over twee etages rondom een met een glazen dak overdekte speelplaats. Na de fusie met een andere school, vertrokken de meisjes en werd er een tijdlang een verpleegstersschool in ondergebracht. Net voor het millennium werd het gebouw verkocht aan een publieke instelling en staat sedertdien leeg. De publieke instelling heeft de intentie hier haar maatschappelijke zetel onder te brengen en heeft daarvoor ook al de nodige vergunningen op zak, maar de aanvang van de werken laat ondertussen al sinds medio 2016 op zich wachten.

 

 

Prison H11

In 1881 landde een ​​bataljon van het 9de Regiment van Linie, onder leiding van Majoor Caneel, in deze industriestad, en werd er gehuisvest in een ongebruikte fabriek. Enkele jaren later wordt een nabijgelegen stuk grond van de stad gekocht om er een permanente kazerne op te richten. De bouwwerken worden voltooid in 1890. De kazerne bestaat op dat ogenblik uit drie functionele gebouwen, georganiseerd rondom een binnenplaats en omringd door een hoge muur. In 1934 worden er twee nieuwe gebouwen bijgebouwd en krijgt het geheel bij wijze van eerbetoon de naam van een officier van de 12de Linie die in september 1918 werd gedood in Langemarck. In 1977 wordt de kazerne een laatste keer uitgebreid en worden de oudste gebouwen gerenoveerd. Begin jaren 1990 werd de kazerne stilaan ontmanteld en sinds begin 1994 staat ze volledig leeg. De gebouwen krijgen vanaf dan regelmatig dieven, vandalen en krakers over de vloer. Sinds 2015 is er een stedenbouwkundige vergunning om de kazerne om te bouwen tot luxe appartementen. Twee gebouwen worden ondertussen al terug bewoond; aan een derde gebouw zijn de werken volop aan de gang.

 

 

 

Alla Italia

Dit imposante, twee etages tellende badhuis in neo-renaissancestijl was het derde in zijn soort dat in deze stad werd opgericht. Dit derde badhuis werd gebouwd tussen 1862 en 1868 en werd in de zomer van 1868 plechtig ingehuldigd door de toenmalige burgemeester. Het gebouw kostte de stad 1,5 miljoen Belgische Frank (ongeveer 37.500 euro), hetgeen voor die tijd een astronomische som was. Het badhuis was in oorsprong een hydro-therapeutisch complex en bestond uit tal van cabines en zalen met allerlei soorten lig- en zit- en dompelbaden, douches onder hoge druk en gewone douches tot zelfs voetbaden. Het badhuis zou in zijn 135-jarige bestaan uitgroeien tot een waar succesverhaal. Eind jaren 1960 werden er jaarlijks meer dan 165.000 baden gegeven! In de loop der jaren werden er verscheidene moderniseringen aangebracht. Vanaf 2003 werden de activiteiten in dit gebouw echter volledig gestaakt na de opening van een nieuw badhuis. Het gebouw werd geklasseerd als bouwkundig erfgoed, niet in het minst omwille van de beeldhouwwerken van Jacques Van Ornberg en de gebroeders Van Den Kerkhove en de decoratieve schilderwerken van Paul-Joseph Carpay in onder meer de inkomhal.

 

 

Villa BMW

“Villa” BMW is in feite een piepklein portiershuisje met een grote garage waarin een oude BMW staat te verkommeren. Het portiershuisje behoort bij een grotere villa, die dieper in het domein gelegen is, maar die zodanig verkrot is dat de binnenkant al grotendeels ingestort is… Van de geschiedenis van de villa en het bijhorende portiershuisje viel niets te achterhalen, laat staan van de BMW… Veel foto-opportuniteiten biedt het geheel ook niet. Leuk om mee te pikken voor wie in de buurt is, maar niet de moeite om een trip voor te plannen.

 

 

Domain S

In Domain S, een gigantisch park, gelegen langs een kanaal, bevinden zich deze restanten van wat ooit een drank- en eetgelegenheid was voor de bezoekers van het park. De zaak werd tot aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog uitgebaat in het geel geschilderde vierkante paviljoen. De toeristen werden aangevoerd met een “waterkoets”, een vaartuig dat voortgetrokken werden door een paardenspan die langs het jaagpad liepen. Toen het toerisme stilviel door de oorlog, betekende dat de doodsteek voor de horecazaak. Later werd het goed nog bewoond door de boswachter die toezicht hield over het park. Het valt niet meer te achterhalen wanneer de laatste bewoners vertrokken. Het gedeelte van het gebouw dat de twee resterende delen met elkaar verbond, is reeds lang verdwenen. Het dieper in het domein gelegen gedeelte wordt nog gebruikt als schuur. De ruïne van het vierkante paviljoen blijft verder vervallen en wordt stilaan teruggenomen door de natuur.

 

 

Skeleton Factory

Skeleton Factory was van oorsprong een drukkerij/uitgeverij. Het bedrijf ontstond al rond de eeuwwisseling van de 19de naar de 20ste eeuw in een nabijgelegen stad, maar de activiteiten werden pas omstreeks 1935 overgebracht naar deze locatie, waar in eerste instantie het buitenverblijf van de familie gevestigd was. De eigenaar van de drukkerij kocht in 1930 een paviljoen dat dienst had gedaan op de wereldtentoonstelling in Luik en liet het achter zijn buitenverblijf heropbouwen. Hierin werd in 1935 de drukkerij ondergebracht. In de daarop volgende jaren zou het bedrijf zich ontwikkelen tot het complex dat men op heden kent. In de drukkerij werden oorspronkelijk voornamelijk prentkaarten gedrukt, die vooral afdrukken waren van foto’s die de eigenaar (zelf een fotograaf) maakte van onder meer de Belgische kust. Enkele jaren voor zijn overlijden verschoof de focus van postkaarten, waarvan de succesperiode voorbij was, naar voornamelijk etiketten. Zijn zoon, die al als drukker werkzaam was in het bedrijf, nam na zijn overlijden de drukkerij over en veranderden de werkzaamheden in de drukkerij en er werd overgeschakeld op industrieel drukwerk. Tussen 1948 en 1976 werd de drukkerij meermaals overgenomen door Amerikaanse multinationals, maar aangezien er nooit geïnvesteerd werd ging het zakencijfer zienderogen achteruit. In 2004 werden de boeken neergelegd en verloren de 46 resterende werknemers hun baan…

De leegstaande fabriekshal is momenteel vooral bekend om de prachtige staaltjes graffitikunst van streetart artiesten Klaas Van der Linden (de skeletten) en ROA (de beestjes).

 

 

Chateau Jumanji

Volgens oude archiefstukken werd het domein waarop het huidige Chateau Jumanji zich bevindt in 1575 verkocht uit de eigendommen van een nabijgelegen begijnhof aan een adellijke dame. Begin jaren 1880 werd het oude kasteel gesloopt en werd met de stenen van de afbraak het huidige landhuis gebouwd. Het werd een sober, gepleisterd en geschilderd landhuis in neoclassicistische stijl op vierkante plattegrond op een plint van gerecupereerde natuursteen. Omstreeks 1910 werd aan de oostelijke gevel een merkwaardige wintertuin opgetrokken uit baksteen maar volledig bekleed met een grijze cementering en gedecoreerd met imitatieboomstammen en rotswerk. Aan de voorzijde, trap tussen de kunstrotsblokken leidend naar het terras met leuningen in imitatietakken. Klimplanten geven het geheel een zeer natuurgetrouwe indruk. De wintertuin werd gebouwd door een firma die zich specialiseerde in kunstmatige rotsen, grotten en aquariums. Het uiterst merkwaardig interieur werd volledig uitgewerkt als kunstmatige grot met kenmerkende stalactieten en stalagmieten, holen waarin planten groeien, sokkels met beelden, ingewerkte spiegels die de ruimtewerking nog moeten vergroten.  Omstreeks 1950 werd de bepleistering van het hoofdgebouw weggehaald, waardoor het kasteeltje zijn huidig uitzicht kreeg. Het goed werd in 2002 beschermd als monument.

 

 

Usine Barbelée

Deze gigantische industriële site lijkt meerdere bedrijven te huisvesten. Het oudste en naar mijn persoonlijke smaak mooiste gedeelte was van oorsprong een van de steenkoolmijnen die de nabijgelegen staalfabrieken van brandstof moest voorzien. In de oudste gebouwen op het terrein zijn nog de sorteer- en wasinstallaties voor de steenkool te herkennen. Eén van deze oude gebouwen – duidelijk door brand geteisterd – herbergt een schat aan prachtige roest en verval. Een ander en groter deel van de site lijkt een stuk recenter en wijst eerder op een chemische bedrijvigheid. Dit deel van de site is duidelijk nog niet zo lang geleden verlaten. Het is een locatie met een vrij hoge risicofactor, gelet op de overvloedig aanwezige scheermesdraad en de immer alerte security, die constant aanwezig is op het terrein. Ik heb deze locatie inmiddels 3 keer bezocht (waarvan 1 keer een volledige dag) en heb nog steeds niet alles gezien… Een zéér indrukwekkende site alleszins, die men gerust meerdere keren kan bezoeken.

 

 

Control Room S Revisited

Ruim een jaar geleden bezocht ik deze oude staalwalserij voor het eerst. Toen leek het nog alsof de productie elk moment hervat kon worden. De elektriciteit werkte er nog en het constante gezoem van generatoren was steeds hoorbaar. Een jaar later is het duidelijk dat het hervatten van de productie uitgesloten is… De meeste machines en werktuigen werden er weggehaald en een groot stuk van het oudste gedeelte van de fabriek is inmiddels gesloopt. Gelukkig bleef er toch nog genoeg over om ons enkele uurtjes te vermaken. We kregen deze keer zelfs een mooi bewaard gebleven controlekamer te zien, die tijdens ons eerste bezoek verborgen was gebleven…

Klik hier voor de reportage van het eerste bezoek.

 

 

Chateau Hildinc

Deze kasteelruïne is – volgens geschiedkundige bronnen – samen met het Antwerpse Steen een van de oudste gebouwen in de provincie Antwerpen. De geschiedenis ervan gaat terug tot de verre middeleeuwen. In de twaalfde eeuw was het domein eigendom van gebroeders H., de toenmalige heren van de regio. Van halverwege de 14de eeuw tot de Franse Revolutie werd het domein eigendom van een abdij, die het kasteel uitbouwde tot een prachtig domein. Het werd in die tijd gebruikt als residentie van de rentmeester van de abdijgoederen en de abten en hun gevolg wanneer ze op reis gingen. Vanaf het einde van de 16de eeuw werd het kasteel ook in gebruik genomen als pastorie. Na de Franse Revolutie werd het kasteel in beslag genomen en verkocht aan een particulier, die het een groot deel van het kasteel liet slopen. Eind 19de eeuw werd het goed opnieuw verkocht aan een plaatselijke industrieel, die het kasteel de naam gaf die het tot op vandaag nog steeds draagt. Na het faillissement van zijn bedrijf, werd het kasteel aangekocht door de gemeente en werd het park opengesteld voor het publiek.

 

 

Steampunk Commander

De naam “Steampunk Commander” is een beetje ongelukkig gekozen, want deze elektriciteitscentrale was niet een klassieke centrale die stroom opwekt door middel van stoom, maar een zogenaamde turbo-jet productie-eenheid. Dergelijke eenheden zijn in feite noodstroomgeneratoren, ontworpen om tegemoet te komen aan consumptiepieken of in geval van een panne in een andere centrale. De elektriciteit wordt in zo’n eenheid geproduceerd door een straalmotor die op korte tijd (minder dan 2 minuten) op volle kracht kan draaien. De motor in deze eenheid werd aangedreven door nafta (een mengsel van koolwaterstoffen dat ontstaat bij het destilleren van ruwe olie als condensaat). De reactor wordt gestart met behulp van een persluchttank, hetgeen snelle opstart vanop afstand mogelijk maakt, zonder enige andere vorm van energietoevoer. Hoe lang dit gebouw in onbruik is, is niet duidelijk. Er is alleszins nog steeds bedrijvigheid op het terrein…

 

 

Chateau Hohner

De oorspronkelijke eigenaar van Chateau Hohner, een Brusselse ingenieur, was een man met een plan. Hij kocht het 45ha grote braakliggende terrein van de gemeente en had de ambitie om de tot dan toe dorre heidegronden vruchtbaar te maken. Midden in het gigantische terrein bouwde hij tussen 1882 en 1886 het kasteel in eclectische stijl. In de koopovereenkomst met de gemeente werd voorzien dat bij niet slagen van het opzet, het domein grotendeels gereserveerd zou blijven als bouwgrond. Dat bleek al snel een verstandige zet te zijn. Omstreeks de eeuwwisseling werd het kasteel verkocht aan een ondernemer die er vervolgens een stoommelkerij en stoommolen inrichtte. Na de stopzetting van die bedrijvigheid omstreeks 1960 werd het goed verkocht en werd het volledig verkaveld. Het merkwaardige kasteel, bestaande uit een hoge dominante constructie aan wat oorspronkelijk de voorzijde was en een lager aangebouwde lange vleugel werd vervolgens opgedeeld in twee delen. Het hoofdgebouw werd bewoond door de familie zelf, terwijl de lagere aanbouw opgevat werd als conciërgewoning. Over de laatste bewoner valt weinig informatie terug te vinden. Het lijkt aannemelijk dat het om een garagist gaat, afgaande op de vele autowrakken- en onderdelen die over het hele domein en kasteel verspreid terug te vinden zijn…

 

 

Scroll Up