Month: juli 2017

Chateau VP

Wanneer de eerste burcht op deze plaats gebouwd werd valt niet meer te achterhalen. De eerste verwijzingen ernaar gaan alleszins terug tot 1139. De burcht maakte in de loop van zijn vroege geschiedenis meermaals het voorwerp uit van politieke conflicten. Tijdens een van deze conflicten werd het gebouw in 1452 volledig verwoest. Het goed kende door vererving verschillende opeenvolgende eigenaars, maar het zou ruim 100 jaar duren vooraleer het kasteel terug werd opgebouwd, toen de heerlijkheid in handen kwam van de familie de Mastaing in 1563. Tegen het einde van de 16de eeuw werd het kasteel verkocht aan de familie de Preudhomme uit Rijsel, die meerdere verbouwingen liet uitvoeren aan het kasteel en die ook het park rond het kasteel liet aanleggen. De laatste grondige verbouwing vond plaats in 1872-1875, nadat het goed werd aangekocht door baron Victor Pycke de Peteghem. De derde bouwlaag werd geïntegreerd in een hoger dak, het interieur en de tuin werden grondig aangepakt. Er zijn nog nauwelijks elementen aanwezig die dateren van voor 1872. De kasteeltuin werd opnieuw grondig aangepakt. De grootste nieuwigheid in de tuin is de bouw van een grote hondenkennel in 1881. De nieuwe eigenaren waren immers zeer gedreven jagers. Het hondenhok werd verwarmd door een bakoven, die zich aan de andere kant van de grote, ronde hondenkennel bevond. De laatste afstammeling, barones en burgemeester Ines Pycke de Peteghem schonk in 1951 het volledige domein aan het Nationaal Werk der Katholieke Schoolkolonies. Deze organisatie organiseerde er onder meer vakantieverblijven. Het kasteel van Poeke werd op 13 oktober 1943 als monument beschermd, terwijl het domein sedert 1 maart 1978 als landschap is beschermd.

 

 

Cabardouche

Je komt ze wel vaker tegen langs drukke wegen, de huisjes van plezier. Soms zie je er een handvol bij elkaar, een ‘chaussée d’amour’, zeg maar… Deze zaak werd wellicht slachtoffer van de economische recessie. Of misschien werd er geen geschikt personeel gevonden? Het pand staat alleszins al meerdere jaren leeg. Op de meeste plaatsen bleef het relatief goed bewaard, maar in sommige ruimten is het verval zeer duidelijk.

 

 

Green School

De ontstaansgeschiedenis van dit college gaat terug tot het midden van de negentiende eeuw. Om tegemoet te komen aan het grote gebrek van degelijk en betaalbaar onderwijs in de stad richtte een van Gent afkomstige katholieke nijveraar en grootgrondbezitter in 1862 een nieuwe school op in bestaande gebouwen die voorheen dienst deden als bedrijfsruimte. In 1868 schonk de mecenas de eigendommen aan het nabijgelegen bisdom.  Het daaropvolgende jaar werd het schoolgebouw uitgebreid met een leraarswoning. In de periode 1881-1883 werden al de bestaande gebouwen, inclusief de leraarswoning, weer afgebroken om er in 1883 een volledig nieuwe school in neogotische stijl op te trekken. Ook de bouw van de nieuwe school werd deels bekostigd door de voormalige eigenaar/schenker van de eigendommen. Aanvankelijk werd in het “gesticht” middelbaar en landbouwonderwijs gegeven. Begin jaren 1960 verhuisde het secundair onderwijs naar een nieuw gebouw en werd de school enkel nog gebruikt door de lagere school. Na een fusie met andere vrije scholen begin 2002, kwamen de gebouwen leeg te staan. De kapel werd in 2016 volledig verwoest door een uitslaande brand.

 

 

Brewery Loco

In ware familiesaga-stijl ontstond deze brouwerij omstreeks 1900, toen de stichters ervan de ouderlijke brouwerij verlieten omwille van onenigheid tussen schoonmoeder en schoondochter. Ze kochten de oorspronkelijk kleine boerderij aan wat toen de rand van het dorp was. De brouwerij bleef sindsdien in familiebezit. Er werd oorspronkelijk voornamelijk pilsbier gebrouwen, maar tijdens de derde generatie bierbrouwers werd er gaandeweg overgestapt naar het brouwen van bieren met hoge gisting, waaronder een Gueuze, enkele fruitbieren en verschillende kasteelbieren.

Grote delen van het brouwerijcomplex werden inmiddels gesloopt om plaats te ruimen voor een nieuwbouwproject. Het oudste gedeelte van de brouwerij was op het moment van mijn bezoek nog net toegankelijk; Het bevat een brouwzaal met daarin nog twee van de drie brouwketels en hogerop in het gebouw een “mouteest” met zinken bekleding: een zogenaamd koelschip voor de productie van zelfgistend bier. Deze bevindt zich onder het zadeldak en heeft een eigen luchtverversingssysteem. Ondertussen zal wellicht ook dit gebouw gesloopt zijn…

 

 

Lost Coffins

Deze voormalige opslagplaats van een meubelimporteur werd in 2014 geteisterd door een brand in de leegstaande kantoorruimten. Hoewel de opslagruimte zelf gevrijwaard kon worden, besloot de uitbater niettemin om de opgeslagen retourgoederen elders onder te brengen. Nog slechts enkele achtergebleven stukken herinneren aan de vroegere functie van de loods. De meest opvallende van die stukken zijn enkele nonchalant achtergelaten rieten doodskisten. Rieten doodskisten zijn in deze contreien (nog) niet echt ingeburgerd, maar zijn een volwaardig en biologisch verantwoord alternatief voor de houten variant. Buiten deze enkele achtergelaten doodskisten heeft deze locatie verder niet veel te bieden…

 

 

Salve Mater

Dit omvangrijke, neotraditioneel ensemble werd opgericht halverwege de jaren 1920 als neuro-psychiatrische kliniek Salve Mater en bestaat uit diverse paviljoenen verspreid in het noordelijke deel van het oorspronkelijke kasteelpark. De paviljoenen zijn van elkaar gescheiden door een rechtlijnig drevenpatroon, als overblijfsel van de 19de-eeuwse aanleg rondom het Kasteel de Spoelberch. Nadat Karel de Spoelberch in 1907 zonder afstammelingen overleed, kwam het kasteel met het park in 1915 in het bezit van de Leuvense universiteit. Die gaf het in erfpacht aan de Zusters van Liefde om er een ‘zinneloozengesticht’ in te richten. De kliniek ging deel uitmaken van het UZ Leuven als Universitair Psychiatrisch Centrum, tot alle afdelingen eind jaren 1990 verspreid werden over andere ziekenhuizen. Het laatste paviljoen werd in 2007 ontruimd. De paviljoenen vertonen meestal een grosso modo H-vormige plattegrond. Het zijn functionele bakstenen constructies van twee à drie bouwlagen onder overwegend pannen zadel- en schilddaken.

Het complex wordt momenteel grondig gerenoveerd en omgevormd tot een site voor wonen en werken. Enkele paviljoenen werden reeds voltooid en worden al bewoond. Dit paviljoen, Sint-Cecile, is het laatste gebouw dat nog in een mooie staat van verval verkeert.

 

 

Exidus

Dit verlaten bedrijfsgebouw bevindt zich op een industriële site die nog in bedrijf is. Het gebouw maakte waarschijnlijk deel uit van een bedrijf dat eerder op de site gevestigd was. Op de zolder waren nog archieven aanwezig die teruggaan tot het interbellum, lang dus voor het huidige bedrijf zich hier vestigde. Het gebouw was waarschijnlijk een administratief gebouw, waarin onder meer de archieven en de bedrijfsboekhouding bewaard werden. Het oudste en meest vervallen deel van het gebouw was alleszins voorbehouden voor de bedrijfsgeneesheer en zijn dienst, te oordelen naar de aanwezigheid van een medisch kantoor, een laboratorium en drie kleedcabines. Het gebouw vertoont een prachtig natuurlijk verval dat nergens verstoord wordt door inbraaksporen of vandalisme van welke aard dan ook.

 

 

Scroll Up